Amper twaalf leden, en toch doet de Orde van den Prince in Rijsel veel voor de Nederlandse taal en cultuur
Afgaand op de naam zou je denken dat het gaat om een elitaire stichting of discrete businessclub. In werkelijkheid is de Orde van den Prince een Vlaams-Nederlands genootschap dat de kennis van de Nederlandse taal en cultuur breed uitdraagt. De afdeling in Rijsel/Lille kijkt daarbij ook naar het Frans-Vlaams en het regionale culturele erfgoed.
Ik leerde de Orde kennen toen ik er een voordracht mocht geven over grensoverschrijdende journalistiek. Afspraak was in de kelder van een hotel in Rijsel. De sfeer was relaxt, de maaltijd was lekker. De aanwezigen waren niet talrijk maar wel gul in hun commentaren. “De afdeling Rijsel/Lille telt twaalf leden: Fransen, Belgen en Nederlanders, die actief zijn in Noord-Frankrijk en zich bezighouden met de studie en promotie van de Nederlandse en Vlaamse taal en cultuur”, zegt afdelingsvoorzitter Wouter Kok.
Wouter Kok, afdelingshoofd in Rijsel van de Orde van den PrinceDe groep in Rijsel kwam er in 1999 en vierde in 2024 haar vijfentwintigjarige jubileum in Esquelbecq, een klein Frans-Vlaams dorp dat zich profileert als “livre-village”, met een historisch kasteel, zichtbare sporen van het Vlaamse verleden en een levendig cultureel profiel. Het was de perfecte plek om een Nederlandstalig genootschap in Noord-Frankrijk te fêteren.
Het werd een intieme en fijne viering met leden en genodigden, met een gezamenlijke maaltijd, een lezing en bezoeken in en rond het dorp.
Diner met voordracht
De afdeling maakt deel uit van de Orde van den Prince, een grensoverschrijdend Vlaams-Nederlands genootschap voor taal en cultuur met ongeveer drieduizend leden en bijna honderd lokale afdelingen, voornamelijk in Nederland en België, maar ook in onder meer Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. De Orde is pluralistisch en politiek ongebonden, met vriendschap en verdraagzaamheid (Amicitia et Tolerantia) als kernwaarden. Het genootschap ontleende haar naam aan Willem, Prins van Oranje (1533-1584). Hij belichaamde verdraagzaamheid en samenhang in de Nederlanden.
Vanuit Rijsel kijkt de afdeling nadrukkelijk naar haar omgeving. “De geschiedenis van Noord-Frankrijk is nauw verweven met de Vlaamse cultuur. Daarom besteden we ook aandacht aan het lokale erfgoed en de gedeelde culturele en historische banden met de Lage Landen”, zegt Kok.
Wouter Kok (Orde van den Prince): ‘We brachten we zo’n honderdzestig deelnemers samen, voornamelijk uit West-Vlaanderen, maar ook uit Nederland en Luxemburg. Het was één van de grootste Nederlandstalige culturele bijeenkomsten in Frankrijk'
De Nederlandse taal is het uitgangspunt van alle activiteiten. De formule is eenvoudig: “We organiseren ongeveer zeven keer per jaar een bijeenkomst, telkens in de vorm van een diner met een voordracht. Alle bijeenkomsten en activiteiten verlopen in het Nederlands.”
De inhoud van die voordrachten is breed. “Er zijn bijdragen vanuit historische, linguïstische en culturele invalshoeken, maar ook over thema’s als leesbaarheid, taalbeleid en regionale taalvarianten”, zegt Kok. Noord-Frankrijk zelf komt daarbij geregeld in beeld: “Dan kijken we naar het Nederlands in relatie tot Noord-Frankrijk, inclusief het Frans-Vlaams als streektaal en dialect.”
Sprekers zijn meestal academische of professionele vakspecialisten. Daarnaast nodigt de afdeling regelmatig sprekers uit die verbonden zijn aan organisaties die zich inzetten voor de Nederlandse taal en cultuur. “Denk aan de Taalunie, de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, universiteiten en uitgeverijen in Nederland en Vlaanderen.” De voorbije jaren ontving de afdeling onder anderen Luc Verbeke (Komitee voor Frans-Vlaanderen), Hendrik Tratsaert (de lage landen / Ons Erfdeel vzw), Jan Pekelder en Tom Christiaens (de lage landen / Ons Erfdeel vzw).
Gelijkgestemden
De afdeling mikt in de eerste plaats op mensen in de regio die het Nederlands voldoende beheersen om volwaardig mee te draaien, zegt Kok. “Dat zijn voornamelijk mensen met een Nederlandse of Vlaamse culturele achtergrond, maar ook Fransen met een historische, familiale of culturele band met de Nederlandse taal en cultuur”.
In de loop der jaren is die kring geleidelijk opengebroken. “Tegenwoordig communiceren we actiever en nodigen we vaker externe gasten en geïnteresseerden uit om deel te nemen.” Dat merk je in de praktijk. Het contact verloopt persoonlijk, en dat werkt nog altijd het beste. Leden spreken je aan, en blijven je uitnodigen voor evenementen. Hier bij de Orde gaat het er minder om de grote massa’s aan te spreken, en meer om gelijkgestemden te bedienen. Of beter: gelijk geïnteresseerden.
Op de Gewestdag in Sint-Omaars, in 2025© Orde van den Prince
Rijsel onderhoudt vooral intensieve banden met het nabije West-Vlaanderen. “We wisselen leden uit en wonen elkaars activiteiten bij. Jaarlijks organiseren we een gezamenlijke culturele bijeenkomst, de zogeheten Gewestdag.” In 2025 lag de organisatie in handen van de afdeling Rijsel, in Sint-Omaars (Saint-Omer). “Toen brachten we zo’n honderdzestig deelnemers samen, voornamelijk uit West-Vlaanderen, maar ook uit Nederland en Luxemburg. Het was één van de grootste Nederlandstalige culturele bijeenkomsten in Frankrijk.”
Het programma combineerde cultuurexcursies in de stad met een bijeenkomst in het theater, waar professor Herman Pleij een lezing verzorgde. Later die dag werd de jaarlijkse Gewestprijs uitgereikt, waarmee de Orde een persoon of organisatie bekroont die zich inzet voor de Nederlandstalige cultuur in West- en Frans-Vlaanderen. De prijs ging naar taalkundige Jan Pekelder, een emeritus hoogleraar aan de Sorbonne die al ruim dertig jaar in Frankrijk woont. Met zijn boek Verboden Vlaams te spreken brengt hij de geschiedenis van het Nederlands en het Frans-Vlaams in Noord-Frankrijk in kaart en maakt hij zo een vaak vergeten taal- en cultuurlaag opnieuw zichtbaar.
Jan Pekelder© Frantisek Gela
“De Gewestdag vond plaats in aanwezigheid van lokale vertegenwoordigers, zoals François Decoster, de burgemeester van Sint-Omaars, die binnen de regio Hauts-de-France ook verantwoordelijk is voor cultuur, erfgoed en regionale talen.” Decoster is al jaren een pleitbezorger voor de Frans-Vlaamse identiteit en regionale cultuur.
Spanningen
Onderwijs en kennisverspreiding zijn voor de Orde centrale thema’s, omdat die bijdragen tot “wederzijds begrip tussen grensregio’s” en “culturele, maatschappelijke en economische samenwerking” bevorderen. Kok wijst daarbij op twee complementaire invalshoeken: de actuele Nederlandse taal en cultuur in de Lage Landen, en de historische band van Noord-Frankrijk met Vlaanderen en Nederland. “Beide perspectieven versterken elkaar.”
“In Frankrijk bestaat soms onduidelijkheid over de Nederlandse taal. Sommigen denken dat het Frans-Vlaams, het Vlaams in België en het Nederlands in Nederland afzonderlijke talen zijn”, zegt Kok. “Een misverstand dat spanningen kan veroorzaken tussen aandacht voor het lokale dialect en het onderwijs van het hedendaagse Standaardnederlands.”
Daarom richt de afdeling Rijsel zich ook op beleidsmakers. “Zij beslissen over onderwijs en cultuur. Dan is het wel belangrijk dat ze een correcte en gefundeerde kennisbasis hebben.” De afdeling timmert aan de weg. “In de eerste plaats via onze eigen bijeenkomsten, waarin die thema’s centraal staan. En onze leden spelen ook een rol in het lokale taallandschap. Twee keer per week organiseert Armand Héroguel, voormalig hoogleraar Nederlands aan de Université de Lille, een Nederlands babbelcafé in Rijsel/Lille en in Belle (Bailleul). En twee leden zijn actief betrokken bij het bestuur van het Maison du néerlandais in Belle, een lokale taalschool waar Nederlands wordt onderwezen.”
Die initiatieven vinden hun weg naar een breder publiek. “Onze activiteiten kregen al aandacht in La Voix du Nord, Trouw en De Morgen”, zegt Kok. Sterk werk voor zo’n compacte antenne.











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.