Krijgen we straks één groot Frans-Belgisch duingebied?
De duinen tussen Duinkerke en de Belgische grens, de Dunes de Flandre, hebben sinds de zomer van 2025 het label Grand Site de France. Die erkenning creëert kansen voor een betere bescherming en ontwikkeling, met ook een effect aan de West-Vlaamse kant van de grens.
In de Dunes de Flandre kan je echt op ontdekking gaan en even in een andere wereld vertoeven tussen Duinkerke en De Panne© Nicolas Montard
Op het domein van de hoeve Ferme Nord in Zuydcoote rijden werfmachines op en aan, in de immense gebouwen rond de uitgestrekte binnenplaats zijn arbeiders aan de slag met hamers. Een fietser komt even piepen: “Eindelijk. Het werd tijd dat er iets met deze site gebeurde.”
De Ferme Nord is een symbool. Ooit maakten de gebouwen uit 1910 in regionale bouwstijl deel uit van een landbouwcomplex dat bedoeld was om de patiënten van het nabijgelegen sanatorium van voedsel te voorzien. Er werd vee gehouden en melk geproduceerd. Vanaf de jaren 1960 ging de site achteruit en raakte het complex in verval. Een deel van de gebouwen diende als verblijfplaats voor de natuurinspecteurs van het departement Nord die het aangrenzende duingebied beheren. Meerdere reconversiepogingen liepen op niets uit door de omvang van de nodige werken.
De hoeve Ferme Nord wordt momenteel gerestaureerd en zal onder meer dienstdoen als onthaalcentrum van deze Grand Site de France© Nicolas Montard
Sinds december 2025 is de herbestemming een feit: de Ferme Nord wordt het onthaalhuis van de Grand Site de France Dunes de Flandre, een plek voor onthaal, informatie, uitleg en sensibilisering over het omliggende duingebied. De natuurinspecteurs krijgen nieuwe kantoren en nieuwe buren: ook het centrum voor milieubescherming CPIE (Centre permanent d’initiatives pour l’environnement) zal hier in Zuydcoote worden ondergebracht. En er komt een halte voor wandelaars en fietsers.
De heropening van het eerste deel van de Ferme Nord is gepland in 2028. Voor het andere deel van het complex volgt er een projectoproep aan private ondernemers met het oog op activiteiten als toeristische logies, horeca, een microbrouwerij, …
De heropening van het eerste deel van de Ferme Nord is gepland in 2028© Nicolas Montard
Een Grand Site met meer dan enkel duinen
In augustus 2025 kende de Franse staat aan de Dunes de Flandre het label Grand Site de France toe. Dat onderscheidt uitzonderlijke landschappen die op duurzame wijze worden beschermd en ingericht. Het gebied beslaat drieduizend hectare tussen de haven van Duinkerke en de Belgische grens, met name de gemeenten Duinkerke, Leffrinckouke, Zuydcoote, Bray-Dunes en Ghyvelde-Les Moëres. Het is de drieëntwintigste Grand Site de France en de derde in de regio Hauts-de-France, na de Baai van de Somme en het gebied met Cap Blanc-Nez en Cap Gris-Nez.
Ondanks de benaming biedt deze Grand Site meer dan alleen duingebied. Fabrice Pieters, hoofd van de Duinkerkse toeristische dienst, en Fanny Comello, projectleidster van de Grand Site de France Dunes de Flandre: “Er is ook het strand, de polder tussen de duinen met een netwerk van watergangen en kanalen, de fossiele duin van Ghyvelde (de oudste duin, van voor de terugtrekking van de zee vijfduizend jaar geleden, NM), het erfgoed met de strandvilla’s, de historische dimensie met de overblijfselen van Operatie Dynamo, enzovoort. Het label dekt al die aspecten binnen één landschappelijk geheel.”
De duin van Ghyvelde of de fossiele duin: hier bevond zich de kustlijn 5000 jaar geleden© Nicolas Montard
Concreet is het doel niet méér bezoekers aantrekken maar ze beter ontvangen en tegelijk ook het gebied beschermen. Het label is een erkenning van inspanningen die al een tiental jaar geleverd worden. Het gaat daarbij onder meer om de uitbreiding van het natuurreservaat van de Marchand-duin, de inspanningen om de duinen in hun natuurlijke staat te herstellen, de modernisering van de scenografie van het Duinenfort, de onderwatercampagne om de wrakken van Operatie Dynamo te bestuderen, de herkwalificatie van de zeedijk van Malo-les-Bains, de aanleg van de Vélomaritime-fietsroute en de herinrichting van de parkings en toegangen tot de duinen.
Een andere troef van de Grand Site zijn de charmante strandvilla’s, zoals die van de wijk Malo-les-Bains in Duinkerke© Nicolas Montard
Verder werken aan het duinlandschap
De erkenning als Grand Site de France gaat gepaard met de verplichting om de ingeslagen weg verder te zetten, aangezien het label over acht jaar opnieuw wordt geëvalueerd. Zo zou de fossiele duin van Ghyvelde binnenkort een geklasseerde site kunnen worden en zullen de renovatiewerken aan de dijken van Zuydcoote en Bray-Dunes moeten beantwoorden aan de vereisten van het label.
Het hele project omvat meer dan alleen het duingebied, maar toch staat dit unieke landschap centraal in de onderneming. De duinen zijn het laatste overblijfsel van een tijdperk dat verdween na de industrialisering van de haven van Duinkerke in het zuiden en de verstedelijking van de Belgische kust in het noorden.
Aan de batterij van Zuydcoote, het kustfort op de Dewulf-duin, komt er een panoramisch uitkijkpunt met informatieborden© Nicolas Montard
Het ligt dan ook voor de hand dat hun geschiedenis en ecologische bijzonderheden in de kijker worden gezet in de Ferme Nord. Daarnaast wordt er ook nagedacht over de randzones bij de dorpsingangen en over de ontsluiting. “Er zijn nu al informatiepunten en uitkijkplaatsen langs de paden, maar die moeten worden uitgebreid om het duinlandschap en alles wat erin te zien is beter te kunnen lezen en begrijpen”, zeggen Fabrice Pieters en Fanny Comello. Daarbij geldt een dubbele invalshoek: biodiversiteit en erfgoed.
De batterij van Zuydcoote, een kustfort dat is gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw, is nu moeilijk toegankelijk. Het zal voor het publiek beter worden ontsloten met een uitkijkpunt en heldere toelichtingen over deze militaire site die tijdens de wereldoorlogen werd verbouwd.
Iets verderop in het duinengebied moet een overeenkomst met het plaatselijke ziekenhuis (het Hôpital maritime, dat eigenaar is van een deel van de gronden) ervoor zorgen dat de openbare dienst voor natuurbescherming Conservatoire du littoral het gebied kan onderhouden en nieuwe paden kan aanleggen. Zo wordt er gewerkt aan een uniforme omgang met het gehele duingebied, vanuit visueel en landschappelijk oogpunt.
De grens doen vervagen
Momenteel is het onmogelijk om te voet de grens over te steken via de duinen. Camping Le Perroquet ligt net aan de grens en onderbreekt de continuïteit tussen twee natuurgebieden die eigenlijk een geheel vormen. Ondertussen zijn er wel plannen om in de komende maanden een doorgang aan te leggen op de camping. Zo kan de grens als het ware worden uitgewist en kunnen. Voor fietsers is de oversteek vandaag al eenvoudig dankzij de Vélomaritime, die de knooppuntennetwerken aan weerszijden van de grens met elkaar verbindt.
“Dat wordt een belangrijke symbolische stap”, zeggen Fabrice Pieters en Fanny Comello. Tegelijk geven ze aan dat samenwerking over de grens heen niet nieuw is. Voor het Interreg-project Vedette (2017-2022) werd op het grensgebied een visie voor 2040 geprojecteerd met onder meer een landkaart waarop de grens visueel was weggewerkt.
Het label Grand Site de France komt weliswaar de aantrekkingskracht van het gebied ten goede maar is niettemin in de eerste plaats bedoeld voor de bewoners, vinden Fabrice Pieters en Fanny Comello: ‘Wie in de toeristische sector werkt moet eerst aan de bewoners denken en pas daarna aan de attractiviteit’© Nicolas Montard
Het nieuwe Europese project Clim@Dunes wil nog verder gaan door de ruimtelijke inrichting aan weerskanten van de grens te harmoniseren en de banden tussen Frankrijk en België te versterken. “Aan beide kanten van de grens staan we voor dezelfde uitdagingen: publieksonthaal en klimaatverandering. Maar we moeten werken aan een betere coördinatie om de grens te laten vervagen en zo te groeien naar een echt grensoverstijgend landschapspark”, aldus Pieters en Comello.
Dezelfde ambitie leeft ook aan de Belgische kant. Fauve Vanoverschelde, regionaal coördinator voor de kustzone en projectverantwoordelijke van Clim@Dunes voor de provincie West-Vlaanderen, en Jean-Louis Herrier, projectleider bij het Agentschap Natuur & Bos van het Vlaams ministerie van Leefmilieu, zijn allebei enthousiast over het project om een doorgang te maken tussen de Perroquet-duin en het natuurreservaat Westhoek.
Er loopt ondertussen ook een ander project rond de fossiele duinen van Ghyvelde en Cabour, die aan Belgische kant van elkaar worden gescheiden door de Maerestraat. “De ruimtelijke en ecologische samenhang tussen beide fossiele duinen is momenteel verbroken. Wij willen die eenheid herstellen, over de weg en over de afzonderlijke omheiningen heen. Het idee is om opnieuw één aaneengesloten begrazingsgebied te creëren dat niet langer onderbroken wordt door de grens.”
De Perroquet-duin en die van de Westhoek vormen eigenlijk één geheel: het is de landsgrens die er twee duinen van heeft gemaakt© Nicolas Montard
Stimulerend effect in België
Het uitwissen van de grens betekent ook dat het duinbeheer geharmoniseerd zal worden. Er wordt nagedacht over gemeenschappelijke materialen en een uniforme signalisatie voor uitkijkpunten en informatieborden om zo een “grensoverstijgende stijl” te creëren. Mogelijk komt er ook een gezamenlijk beheerscomité om onderhoud en bescherming op elkaar af te stemmen. Tegelijk blijft er ruimte voor verschillen: fietsen of paardrijden zal aan Belgische zijde op bepaalde paden mogelijk blijven – zij het “zeer gecontroleerd” – terwijl dat aan Franse zijde verboden blijft.
“Het doel is om een gezamenlijk onthaalplan uit te werken voor de Dunes de Flandre en het natuurreservaat van de Westhoek”, besluiten de betrokken partijen. “Daarbij willen we enerzijds rekening houden met verschillen maar anderzijds ook een gemeenschappelijke rode draad voorzien.” Aan Belgische kant ziet men het label als een hefboom: “Het helpt ons vooruit op het vlak van natuurbescherming en publieksbeheer.”









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.