In haar stadswandelingen door Haarlem vertelt Oana Stan historische verhalen over vrouwen die lang vergeten zijn, of die amper gekend waren. ‘Dit is geen ideologische daad, maar een correctieve.’
Mijn stadswandelingen worden vaak een “vrouwentour” genoemd: mensen associëren ze met feminisme. Daar zit zeker een kern van waarheid in, maar toch vind ik dat etiket wat reductief. Wat ik met Women of Haarlem wil aantonen, is dat we een vertekend beeld hebben van vrouwen in de geschiedenis. Waar en wanneer je ook terugkijkt in de geschiedenis, overal tref je sporen aan van vrouwen. Alleen zijn die sporen vandaag nauwelijks zichtbaar.
Om die vertekening te corrigeren, focus ik tijdens mijn wandelingen op de historische bijdragen van vrouwen in verschillende maatschappelijke domeinen, zoals onderwijs, economie of cultuur. Vele eeuwen lang was de toegang tot onderwijs, archieven en zelfs publiceren voorbehouden aan mannen, en daardoor is de geschiedschrijving zelf ongelijk. Met mijn verhalen herinner ik mensen eraan dat vrouwen net zo’n sterke invloed op de geschiedenis hadden als mannen. Dat is dan ook geen ideologische daad, maar louter een correctieve.
Oana Stan tijdens een van haar stadswandelingen. ‘Wat je leert, neem je mee in gesprekken met vrienden en familie’© Women of Haarlem
Wanneer ik mensen vertel dat mijn tours langzaamaan populairder worden, hoor ik vaak dat ik mijn “niche” moet verlaten en me breder moet opstellen. Maar ik ben niet met Women of Haarlem begonnen omdat ik graag gids wilde worden, wel omdat ik mijn jarenlange research nuttig wilde inzetten. Uit dat onderzoek heb ik geleerd dat de aanwezigheid van vrouwen in de geschiedenis allesbehalve een detail was, al werd heel vaak het tegendeel beweerd. Die beweringen zijn zozeer doorgedrongen dat mensen vandaag verbaasd reageren wanneer ze verhalen over vrouwen uit het verleden horen.
Ik beschouw mijn werk niet als activisme in de traditionele zin: ik streef er niet naar om het verleden te vertalen in hedendaagse politieke discussies. Al geeft de opvoedkundige missie van mijn project er een activistische dimensie aan. Ik wil laten zien dat de problemen waarmee mensen in het verleden te maken hadden, minder ver van ons af staan dan we weleens denken. En door dat te tonen, benadruk ik waarom historisch onderzoek een prominentere plek verdient in ons dagelijks leven.
Ik wil geen agenda promoten. Cultureel activisme zou er juist naar moeten streven om cultuur en onderwijs te verdedigen en te bevorderen als publieke goederen. In een tijd waarin wordt beknibbeld op universiteiten en culturele instellingen, moeten we uitleggen waarom onderzoek verder reikt dan academische kringen. Bezuinigingen treffen vaak juist instellingen die al in een diepe crisis verkeren, maar ik vind ook dat wetenschappers hun rol in de samenleving zelf moeten rechtvaardigen.
De straat op
Overal neemt het vertrouwen in expertise en wetenschappelijke kennis af. Onderzoekers dragen een deel van de verantwoordelijkheid om dat te keren. Zolang historisch werk in gespecialiseerde kringen blijft hangen, zal het grote publiek het als afstandelijk en overbodig blijven zien en dus als een van de eerste excessen schrappen. Dat verandert als we onderzoek delen, bespreken en samen ervaren. Dat is precies wat ik doe: ik ga met mijn onderzoek de straat op.
Ik wil complexiteit herstellen waar te veel vereenvoudigd is en wijzen op wat over het hoofd is gezien. Dat is wat ik bedoel met cultureel activisme: ik probeer het verleden niet om te buigen en in te zetten in hedendaagse strijdperken. Een verantwoorde dialoog met de geschiedenis commercialiseert die niet, maar vergroot juist de toegang ertoe.
‘Mensen reageren verbaasd: ‘Ik loop al mijn hele leven door deze straten, nu zie ik ze helemaal anders’’
Er is nog een reden waarom dit werk vandaag zo belangrijk voelt. Onze aandachtsspanne krimpt, en culturele ervaringen vereenvoudigen mee. Toch zeggen mensen na een tour vaak: “Ik loop al mijn hele leven door deze straten, en nu zie ik ze helemaal anders.” Zo’n perspectiefverschuiving lijkt klein, maar ze is betekenisvol: ze toont aan dat historische kennis kan veranderen hoe we ons verhouden tot de plekken die we bewonen.
Een van de bekendste vrouwen uit de Haarlemse geschiedenis is Kenau Simonsdochter Hasselaer, die driehonderd vrouwen zou hebben aangevoerd tijdens het Beleg van Haarlem (1572-1573)© Rijksmuseum Amsterdam
Ik ben niet naïef – ik verwacht niet dat een stadswandeling de samenleving zal transformeren. Wat ik wél geloof, is dat er iets belangrijks gebeurt wanneer onderzoek het archief verlaat en de straat op gaat. Wat je leert, neem je mee in gesprekken met vrienden en familie. In die groepen zitten misschien andere onderzoekers, en misschien besluiten die om hun eigen werk voortaan ook op grotere schaal te delen. Stap voor stap verandert historische kennis in iets levends – een bron die we met z’n allen delen, veel meer dan een taal die te weinig mensen spreken.
Als historisch onderzoek mensen kan helpen om zichzelf in het verleden te herkennen – en dat verleden te herkennen in de plekken waar ze elke dag voorbijwandelen – dan doet het zijn werk. Misschien is dat wel de meest betekenisvolle vorm van activisme die het kan bieden.










Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.