Kun je mama worden als je als dochter niet geliefd was, vraagt Rosalie Dielesen in haar aangrijpende debuutroman
In Je moeder maakt Rosalie Dielesen je deelgenoot van de eenzaamheid die een tienerdochter voelt wanneer ze door haar moeder wordt verlaten. Een pakkend debuut over ouderrollen en intergenerationeel trauma.
Na het overlijden van haar oma krijgt hoofdpersonage Rosalie wat dozen met rapporten en boekjes uit haar kindertijd. Ze vindt er de vriendenboekjes die ze deelde met klasgenootjes. Op de intropagina van haar boekje staat de vraag wat ze later wil worden. Haar antwoord: mama.
Nu zullen er wel meer meisjes zijn die er mama of juf invullen, maar doorgaans hebben die dan een lieve voorbeeldmoeder, of een inspirerende juf. Dat is bij Rosalie anders, leren we al snel. Moeder is afwezig, heeft het soms lastig om uit bed te komen, laat de zorg voor haar vier kinderen liever over aan een kindermeisje. De verhuizing naar een paardenmanege met vakantiehuisjes in het zuiden van Frankrijk brengt maar even soelaas.
Rosalie Dielesen beschrijft knap de verwarrende gevoelens van een jong meisje dat niet snapt wat haar moeder bezielt© Hesse de Jonge
Aan gasten presenteert het zestal zich als gelukkig voorbeeldgezin, achter de schermen vertoont dat idyllische beeld met de dag meer barsten. Tot de moeder helemaal verdwijnt, richting Italië en een andere man. Het is duidelijk dat er iets aan de hand is met deze vrouw, dat ze kampt met depressies of andere moeilijkheden, maar wat wordt in Je moeder nooit helemaal duidelijk.
Uiteraard had Rosalie het als kind erg moeilijk met haar afwezige moeder. Ze hoopt op een bepaald moment terecht te kunnen bij haar tante Karlijn, maar ook die droom spat uiteen – haar eigen moeder geeft als reden “dat ze haar niet meer willen”. Rosalie voelt zich verlaten en verraden, door haar ouders en haar oom en tante. Ze probeert voortaan om niet tot last te zijn, navigeert op kousenvoeten door het huis alsof het een mijnenveld is.
Dielesen beschrijft knap de verwarrende gevoelens van een jong meisje dat niet snapt wat haar moeder bezielt, en waarom haar vader zo onaangedaan was. Hij bleef wel, maar “als een meubelstuk in de kamer”. Aanvankelijk is ze wat opgelucht na het definitieve vertrek van haar moeder, ze voelt zich bevrijd, alsof ze opnieuw kan ademen. Maar met het verstrijken van de jaren, als ze als jonge vrouw zelf een relatie krijgt, komen de vragen en twijfels bovendrijven.
Donkere wolk
De delen waarin de prille twintiger terugblikt op haar jeugd bevatten enkele treffende beelden. Rosalie wil het liefst een meisje zijn zonder verleden, grappig en mysterieus. “Dat laatste betwijfel ik”, voegt ze er meteen aan toe, wat dan wel weer grappig is. Volwassen worden betekent voor haar: leren leven met leegtes – die van een afwezige moeder, en van een gezin dat langzaam uiteenvalt, met een vader die toch vooral met zichzelf bezig is en een tweelingzus die het vertrek van haar moeder heel anders heeft beleefd, en wel nog contact heeft. Maar voor Rosalie is het leven een moeizame strijd, “als een Japanse film zonder ondertiteling”.
De belangrijkste vraag waarmee ze achterblijft: hield mijn moeder wel van mij als kind? Ze zoekt naar redenen voor haar afwezigheid, haar vertrek. Op een bepaald moment kantelen haar gedachten met het besef dat ze harder oordeelt over haar moeder dan over haar vader. We koesteren allemaal de illusie van de perfecte moeder, de vader komt makkelijker weg met zijn imperfecties, blijft buiten schot.
We koesteren allemaal de illusie van de perfecte moeder, de vader komt makkelijker weg met zijn imperfecties, blijft buiten schot
Rosalie beseft het: “Ik schrijf moeders in hoofdletters en vaders in voetnoten”. Maar hoe haar moeder die tijd beleefde, dat weet ze niet. Voelde ze zich mislukt? Voelde ze zich ook eenzaam als ouder? Het zijn vragen waarop geen echt antwoord komt, maar ze zetten de lezer wel aan het denken over ouderrollen die hardnekkig blijven voortbestaan.
Uiteraard gaat het verhaal over intergenerationeel trauma, denkt Rosalie bij iedere levensstap aan het verleden. Haar relatie met de lieve Bas brengt wat rust, ze voelt zich voor het eerst gezien, gekoesterd. Het doet haar verlangen naar huisje-boompje-beestje, “niet als cliché, maar als reddingsboei”.
Toch blijft een donkere wolk boven dat prille geluk hangen. Ze kijkt naar oude foto’s en treurt om wat had kunnen zijn, beseft dat zelfs de liefde die de kinderen voor elkaar hadden is veranderd, gecorrumpeerd. Het doet Rosalie nadenken over waar ze staat in het leven, en uiteraard of ze zelf ooit mama kan worden als ze nooit de rol van geliefde dochter heeft gehad. “Wie of wat mag je thuis noemen als je zelf nooit bewust gekozen bent?” Een plaats om te schuilen als het even tegenzit, daarnaar is Rosalie op zoek.
Rosalie Dielesen, Je moeder, Zwartjes & Labović, Amsterdam, 2026, 240 p.










Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.