In de memoir ‘Plooi u in tweeën’ lees je hoe Joke van Leeuwen haar zelfbewustzijn vond
De vijfenzeventig jaar geworden Joke van Leeuwen blikt terug op haar jeugd. Veel gebeurtenissen maken haar nog steeds boos.
Het is het verhaal van Joke van Leeuwens leven. In 1966, dertien jaar oud, verhuisde ze van een dorpje in het rivierengebied in Midden-Nederland naar de grootstad Brussel. Ze was er het vreemde kind dat raar praatte en de gewoonten op Belgische scholen niet kende. Toen de lerares de leerlingen vroeg op te staan op volgorde van hun achternaam, kreeg ze direct een uitbrander. Haar achternaam begon met een V, niet met een L!
Maar terug kon ze niet meer. Het plan om, na de middelbare school, in Amsterdam aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te studeren, liet ze varen toen ze bij een bezoek aan de stad werd overrompeld door de luide gesprekken – en, toen nog, de eentonige eentaligheid. En hier snapte ze de gewoonten evenmin. Toen ze haar aangeschafte strippenkaart bij controle bleek niet óók te hebben afgestempeld, zette de conducteur haar genadeloos uit de tram.
Joke van Leeuwen is in Plooi u in tweeën niet alleen de jonge Nederlandse die emigreerde naar een stad waar alles anders is. Ze is ook een meisje in een door mannen geregeerde wereld © Brenda van Leeuwen
Het is het verhaal dat de veelvuldig gelauwerde schrijfster en illustrator al vaker heeft verteld. In interviews, maar bijvoorbeeld ook in Niet met de wattman spreken – in 2018 het geschenk van de Vlaamse Confituur-boekhandels ter gelegenheid van de Dag van de Onafhankelijke Boekhandel. Die hoofdstukken keren nu (licht bewerkt) terug in Plooi u in tweeën, de memoir die ze ter gelegenheid van haar vijfenzeventigste verjaardag heeft gepubliceerd.
Het is het verhaal ook waarin Van Leeuwen met kenmerkende luchthartigheid terugblikt. Dat blijkt alleen al uit de vrolijke eerste alinea. Brussel, stipt ze aan, is de stad met negentien burgermeesterssjerpen en allemaal rare straatnamen: van Krakeelstraat tot Slakkengang. En in het Frans zijn ze nog raarder, omdat dat vaak onbeholpen, soms zelfs mislukte vertalingen zijn van oudere Nederlandse namen. De Wilde Woutstraat werd zo Rue du Bois Sauvage.
Maar als ooit is gebleken dat er meer in Van Leeuwen zit dan de opwekkende goedmoedigheid waarvan haar werk is doortrokken, dan uit deze memoir. Plooi u in tweeën valt op door de boosheid die ze etaleert. Je hebt het niet meteen door. Ook in dit boek is de toon licht, zodat je vanaf de eerste – schijnbaar zo neutrale – pagina’s zou kunnen denken dat ze vertederd is over wat ze ooit meemaakte. Het is immers lang geleden allemaal. Maar dat is verraderlijk.
Want Van Leeuwens leven is natuurlijk meer dan dat van de jonge Nederlandse die door haar vaders werk emigreerde naar een stad waar veel zo anders is dat je erom kunt lachen. Ze is ook een meisje in een door mannen geregeerde wereld. Een jonge vrouw die via bijbaantjes, vrijwilligerswerk en activisme een plaats zoekt in de maatschappij. En een kunstenaar in de dop die twijfelde over haar talenten en onderzocht welke weg voor haar het beste zou zijn.
In al die gedaanten stuitte ze op tegenwerking – vaak van het soort: zo gaat het nu eenmaal. Al op de tweede pagina schrijft ze bijvoorbeeld over de mode-idealen van de jaren 1960. Meisjes dragen nylons die “soms nog geen uur heel blijven”, rokjes die steeds een andere lengte moeten hebben, en vooral géén broek. Een pagina later gaat het over de voorlichtingsboekjes van die dagen: meisjes hebben jongens nodig om te weten wat seks is.
Er zit meer in Joke van Leeuwen dan de opwekkende goedmoedigheid waarvan haar werk is doortrokken
Van Leeuwen schrijft het nuchter op. Zonder dikdoenerij of dure woorden, zonder emotioneel geladen oordelen, zonder er langer bij stil te staan dan nodig is. En daarom lees je bijna over de betekenis van deze passages heen: hoe belachelijk het is dat anderen voor vrouwen bepalen dat ze zulke totaal onpraktische kleren dienen te dragen; hoe vernederend het is om als vrouw te lezen dat ze “de genotsvleugels” nooit kan ontdekken die de schrijfster dan zelf al heeft gevonden.
Ze is bovendien trouw aan het jonge meisje dat ze was. Toen die ooit dia’s zag waarmee werd uitgelegd dat “de vrouw vanwege haar ronde schouders geschikt is voor binnenshuis en de man met zijn vierkante schouders voor buitenshuis” riep dat weliswaar weerstand op, maar wist ze er nog geen woorden aan te geven en overheerste een zeker ontzag voor de volwassenen die haar uitlegden hoe de wereld in elkaar zit. Ze was op het moment zelf nog niet zo boos.
Alleen omdat zulke passages de rode draad vormen van Plooi u in tweeën valt uiteindelijk niet te ontkomen aan de woede waarmee Van Leeuwen deze herinneringen moet hebben geschreven. En altijd terecht natuurlijk. Het is toch ook krankzinnig dat een vrouw bij haar huwelijk haar achternaam moet inleveren? Dat jongens op een vakantiepark meer verdienen omdat ze zwaarder werk zouden verrichten? Of dat een kennis haar werk afdoet als leuke tekeningetjes met poppetjes?
Natuurlijk zou ik Plooi u in tweeën te kort doen als ik beweer dat het boek een catalogus vol beledigingen en krenkingen is. Van Leeuwen schrijft, meanderend door haar jeugdjaren, over meer dat om een of andere reden is blijven hangen. Dat ze een keer voor haar zus stuff uit Nederland smokkelde, waarna een politie-inval volgde en haar zus werd gearresteerd. Of dat ze de grote brand in het warenhuis Innovation in Brussel meemaakte die tweehonderdeenenvijftig mensen het leven kostte.
Maar die boosheid valt op – ook omdat Van Leeuwen haar memoir eindigt op het punt dat ze besluit zich niets meer van die ergerlijke buitenwereld aan te trekken. Of beter gezegd: als ze de rust ervaart die het geeft als ze daartoe in staat is. Het gebeurt zomaar, tijdens een optreden. “Er golft een bevrijdende rust door mijn lichaam en ik denk, terwijl ik blijf zingen: dit is wat ik te bieden heb, als het je aanspreekt, mooi dan, en zo niet, jammer dan.”
Dát is het werkelijke verhaal van haar leven. Niet de verhuizing van het ene deel van het taalgebied naar het andere, maar het vinden van haar zelfbewustzijn – uiteraard als mens, maar vooral als artiest. En dat levert nu al een halve eeuw een onafgebroken stroom op aan prentenboeken, jeugdboeken, romans, poëziebundels die mij in ieder geval zeer aanspreken. Plooi u in tweeën vormt daarop, door de stijl, speelsheid en aandacht voor detail, geen uitzondering.
Joke van Leeuwen, Plooi u in tweeën, Querido, Amsterdam, 2026, 214 p.







Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.