Deel artikel

kunst

Niemand die een rok liet ruisen zoals Marina Yee van de Antwerpse Zes

5 juni 2026 10 min. leestijd

Het laatste kunstwerk van Marina Yee was een muur: in haar ziekenhuiskamer liet ze het beige overdonderend roze verven. De modeontwerpster krijgt postume zoenen in de grote overzichtstentoonstelling over De Zes van Antwerpen in het MoMu, een expo in de galerie van Sofie Van de Velde, en in de boeken die daarbij horen.

“Wees de zesde.” De opdracht staat op één van de ruim bemeten vellen papier die Marina Yee gebruikte om zichzelf toe te spreken. Ze bevatten tekeningen, ontwerpen, snelle, vaardige schetsen die hinten naar werk dat al gedacht en gedroomd is, maar nog niet gemaakt. Tekstflarden ook, stellige erupties van een ononderbroken voelen en denken. Scheetjes van de geest en ideeën van de nacht.

Verschillende van die vellen papier sierden in het voorjaar de muren in een ruimte van de Gallery Sofie Van de Velde in Antwerpen. Ze omkransten een kleine tentoonstelling van kunstwerken – collages, assemblages, installaties – uit de nalatenschap van Yee, die op 1 november 2025 overleed. Haar werk hoeft de deadline van de dood niet te gehoorzamen: in de toekomst volgen nog expo’s, eind oktober verschijnt een boek.

“Wees de zesde”, dus. Het is een verwijzing naar The Antwerp Six, naar De Zes van Antwerpen, naar Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee zelf: het curieuze clubje dat aan het einde van de jaren zeventig mode studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, daarna internationaal doorbrak, en van een stil, klein land een centrum van fa-fa-fa-fa-fashion maakte.

“Ik denk dat ze zichzelf moed insprak”, zegt Sofie Van de Velde. “Marina liet wel vaker boodschappen voor zichzelf achter op roze plakbriefjes en bruine notitievellen. Doorgaans waren dat kleine aansporingen, aandoenlijke accolades voor zichzelf, de toejuichingen waarmee ze haar eeuwig gehavende zelfvertrouwen probeerde uit te butsen. ‘Wees de zesde’ zou je kunnen lezen als: ‘Doe maar, Marina! Maak jezelf niet onnodig klein. Je bent een onderdeel van die prachtige geschiedenis. Je bent één van De Zes.’ Tenminste: zo interpreteer ik het.”

Dirk Bikkembergs moet huilen wanneer hij haar tekenwerk ziet

Een andere mogelijke lezing: Yee moedigt zichzelf hier aan om de zésde te zijn. Ze verlangde wel naar het bravo en hoera dat haar oude studiegenoten te beurt viel, maar ze wantrouwde commercieel succes, en liep dat ook niet na. Vandaar: wees niet de beroemde eerste, of de succesvolle tweede, of de plichtsbewuste derde. Wees de onnavolgbare, roekeloze, mysterieuze zesde. Loop een beetje trager, kom een beetje later, breng altijd de schemer en de nevel mee.

Madame de Pompadour

In Damaged Goods, een video waarin de camera haar laatste woon- en werkplek aait, wordt Yee buiten beeld geïnterviewd door Sofie Van de Velde. Slechts enkele dagen nog en ze zal sterven, de dood is de datumstempel al aan het vetten, maar Yee klinkt sereen en beslist. Ze erkent de kwetsbaarheid die de melodie van haar leven vormt, noemt zichzelf “een breekbaar mens”, maar toont tegelijk en meer dan ooit de krachtige, soevereine, oorspronkelijke einzelgänger die ze al sinds haar vroege kindertijd in zichzelf laat groeien.

In haar jaren aan de academie, van 1977 tot 1981, maakt Yee indruk op iedereen die haar ontmoet – niet in de laatste plaats op De Overige Vijf. Om te beginnen is er het talent: ze schetst prachtig, kan in een ontwerptekening een rok laten ruisen. Dirk Bikkembergs moet huilen wanneer hij haar tekenwerk ziet, zegt hij in De Zes, het druk besproken boek dat Oscar van den Boogaard schreef op basis van interviews met de illustere modeontwerpers en hun entourage.

Er is ook de argeloze flair waarmee Yee van de stad haar huis maakt. De dagen definiëren haar niet, nee, zij definieert de dagen. En er is de fysieke verschijning, natuurlijk – Yee is een vrouw op wie de blikken vallen. Zeker wanneer ze in haar studentenjaren even samen is met Ronald Stoops – “de mooiste punker van de stad” – is ze een sensatie die door de straten wervelt. Hoe precies toch vat ze tegenover Van den Boogaard de euforie van de rebellie, op dat unieke punt in de tijd waarop je – de laatste draadjes die je met je jeugd verbinden net geknapt, de brug naar volwassenheid nog niet meer dan een premature schets op de tekentafel – een heerlijk eiland bent: “We zagen er spectaculair uit en roken naar seks.”

Op de laatste avond van 1985 – het roerige groepje is dan al enkele jaren afgestudeerd en begint furore te maken – is Yee de aanjager van een clandestien nieuwjaarsfeest in de Bourla. De Zes en hun entourage kraken de foyer van de Antwerpse theaterzaal en organiseren er een uitzinnig feest. Het thema: Markies de Sade. Yee – minirok, korset, zweep, witte pruik, ogen die seks en doodslag beramen – is als Madame de Pompadour het vieve middelpunt. Zie haar die avond, en je ziet vrijheid.

Maar er is dus ook de wankelmoedigheid. Eerst komt die als plagerige twijfel, later als pesterige faalangst. Zo zegt ze het in De Zes: “Wat is een deadline als je in je bed wil blijven liggen, niet uit luiheid, maar uit angst voor de eisen die het daglicht stelt?”

Na haar studies mag Yee ontwerpen voor Gruno & Chardin en voor Bassetti, en onder de naam Marie komt ze aan het einde van de jaren tachtig met eigen collecties. Maar er is ook die faalangst, er is die weifelende, zorgvuldige traagheid die haar zo ongeschikt maakt voor de zakelijke dwang van agenda’s en afspraken, en er is haar allergie voor hiërarchie. Ze belooft om zichzelf nooit de lijzigheid van de bourgeoisie eigen te maken. “Wat is massaproductie als het enige wat je wilt zijn een individu is?”

Haar studiegenoten van weleer reizen naar opwindende hoogtes, zij ontwerpen alleen couture in sterrenstof, maar zelf laat Marina Yee de bus voorbijrijden

Uiteindelijk wordt het zelfsabotage. Yee trekt de stekker uit projecten, blaast bruggen op, ontwikkelt een nerveuze bozigheid tegenover de competitieve modewereld. In het begin van de jaren negentig stapt ze er helemaal uit. Haar studiegenoten van weleer reizen naar opwindende hoogtes, zij ontwerpen alleen couture in sterrenstof, maar zelf laat Marina Yee de bus voorbijrijden. In het wachthuisje ploft ze neer.

In de decennia die volgen ontwerpt Yee theaterkostuums, opent ze in haar Brusselse jaren een tearoom in de buurt van het Vossenplein, geeft ze les in Doornik, Gent en Den Haag. Ze blijft kleding ontwerpen en kunst maken – en ziet overigens geen strikte scheidslijn tussen die twee – maar doet dat in de luwte, zonder shows en prijzen en portefeuilles die je kunt ruilen voor een palazzo.

Pas in 2018 maakt ze een publieke comeback wanneer Laila, een Japanse boetiek, kledingstukken van Yee verkoopt. Dat leidt tot een kleine collectie voor de Aziatische markt. Rafael Adriaensens wordt vervolgens haar zakenpartner, en in 2021 komt Yee naar buiten met een eigen label: M.Y. Collection. Haar terugkeer in de modewereld is een succes, maar dan is er de brutale diagnose: pancreaskanker. Daar komt de dood met haar wintercollectie.

In Damaged Goods noemt Yee zichzelf een bohemien. Zoals ze het zegt, met de rustige precisie van iemand die morgen of overmorgen het sterven zal leren, klinkt het niet langer als een bewuste afwijzing van het conventionele, wel als een lot waaraan niet te ontkomen viel. Het is geen gimmick geweest, dat blinde navigeren van haar: Marina Yee kon alleen maar de zesde zijn.

Gestolen zaaigoed

Dat de zesde in het begin van de jaren negentig uit de modewereld stapt, heeft ook veel te maken met de zevende: Martin Margiela. Hij studeert met de Zes, maar gaat al vroeg zijn eigen weg – terwijl de rest vooral op Londen inzet, wordt Margiela in 1984 in Parijs een assistent van Jean-Paul Gaultier.

Yee en Margiela kennen elkaar al van de middelbare school in Hasselt. Op de kunsthumaniora is zij “een wild paardje” (háár woorden, in De Zes), en hij “een heel stijve jongen”. Ze worden al snel beste vrienden, en later, wanneer ze beiden aan de academie in Antwerpen studeren, vervelt de vriendschap tot liefde.

‘Je weet dat ik de schoonheid in de imperfectie zie, in het zieke, in het gebrokene’

Yee lijkt dan nog de stoutmoedige in de relatie, de nieuwsgierige wegbereider. Aan het begin van de jaren tachtig ontdekt ze, in haar eentje op reis in Japan, het universum van Rei Kawakubo. Ze valt voor het brutale van het werk van de ontwerpster, voor de afwezigheid van schittering. “Japanse en Europese vrouwen in kapotte grote truien met gaten erin en met vormeloze broeken aan. Ik dacht: o!” De ontdekking van de antimode en de principes van de deconstructie vormen een basis waarmee Yee in haar eigen werk verder wil – én waarover ze Margiela, met wie ze zich diep verwant voelt, gloedvol vertelt.

Kawakubo vormt in die tijd trouwens een stel met Yohji Yamamoto. “Ook die twee waren een ongelukkige liefde”, bittert Yee in De Zes.

Want ongelukkig is hij, de lang uitgesponnen dans van Margiela en zijn muze. Op 23 oktober 1988 – Yee zal het later “mijn sterfdag” noemen – tekenen de Zes present in Parijs. Martin Margiela, hun oude vriend, stelt in het Café de la Gare zijn eerste eigen collectie voor. Tijdens de show in het kleine theater begint Yee te huilen. Ze ziet de mannequins maar ze ziet ook de toekomst, ze ziet hoe Margiela onder klare hemels zal ontbijten en ze ziet hoe ze zelf niet zal kunnen standhouden. En ze is woedend, want ze vindt dat Margiela van gestolen zaaigoed zal oogsten. Gestolen van háár: Yee beweert dat hij haar ideeën gekopieerd heeft, en op een veel dieper niveau haar tics, haar persoonlijkheid, haar obsessies, haar dromen. Hij heeft gegeten en gedronken van haar, hij heeft haar gulzig ingeademd tot ze niet meer bestond.

Toch landt ze weer in zijn armen: Yee herneemt haar relatie met Margiela en trekt in Parijs bij hem in. “Het is het meest onlogische wat ik ooit heb gedaan”, vertelt ze meer dan 35 jaar later aan Oscar van den Boogaard. “Ik heb mezelf uitgewist om dicht bij hem te kunnen zijn. Hij begon me te haten, maar ik haatte mezelf al heel lang.”

De relatie verpietert, verschrompelt, en uiteindelijk verdwijnt Yee uit Parijs, uit de modewereld en uit een leven dat haar lichaam graatmager en haar huid dof heeft gemaakt. Ze kijkt in de spiegel en ziet niet de desillusie, niet het verval. Ze ziet niets. “Ik voelde me beroofd. Beroofd van mijn beeld.”

Het atelyee

De Antwerpse Zes, de tentoonstelling in het ModeMuseum Antwerpen waar een mooi uitgegeven, lijvige catalogus bij hoort, loopt nog tot begin volgend jaar. Marina Yee heeft zelf nog kunnen bepalen hoe de aan haar gewijde ruimte ingevuld wordt: ze liet haar atelier reconstrueren.

Een curieuze ruimte is het, een werkplaats die ook een wunderkammer is, een museum, een strand dat elke ochtend en elke avond overladen wordt met geschenken van de golven. Yee heeft het volgestouwd: met tekeningen, kledingstukken en assemblages, maar ook met objecten en voorwerpen die ze van hun alledaagsheid gered heeft.

Ondanks de veelheid heerst er geen chaos in het atelier, wel rust: Yee heeft de dingen geordend. Hier het zilverpapier, daar de keien, ginds het glas, verderop de takken en de bloemen. Vaak zijn het zaken die in de grote wereld buiten het atelier als stuk of overbodig worden beschouwd. “Je weet dat ik de schoonheid in de imperfectie zie, in het zieke, in het gebrokene”, zegt Yee in Damaged Goods. En: “Schelpen, stukjes hout, dingetjes die kapot zijn… Voor mij zijn ze niet kapot, maar gekwetst. Ik wil ervoor zorgen.”

De vrouw Yee is het kind Yee: geboren met een vlindernetje in de hand. Als jong meisje vindt ze schoonheid waar anderen niets zien. Het is de blauwdruk van wie ze later worden zal: ze blijft staan bij datgene waaraan anderen voorbijlopen, en holt verder waar anderen halthouden. Zowel in haar kledingstukken als in haar kunst gebruikt Yee de materialen en de voorwerpen die ze verzameld heeft – een adoptiemoeder voor over het hoofd geziene schoonheid.

In Damaged Goods noemt Yee zichzelf ook “een heremiet”. Ze moest zichzelf naar buiten manen, zegt Sofie Van de Velde. “Je ziet het vaak terugkomen in haar notities: ‘Vandaag ga ik naar buiten.’ Je kunt dat figuurlijk interpreteren, als het voornemen om met haar werk naar buiten te treden, om niet bang te zijn voor een publiek. Maar ze bedoelde het ook letterlijk. Marina had de neiging om tussen de muren van haar atelier te blijven.”

‘Op mijn 67ste heb ik het inzicht dat ik een gelukkige vrouw en een gelukkige creator ben’

Dat atelier in het centrum van Antwerpen – dat ook gewoon het appartement is waar ze met haar zoon Tzara woonde – moet de bunker zijn geweest die Yee tegen de chaos en de wreedheid beschermde, tegen de decibels en het lelijke snoeven. Maar: een bunker van tederheid, geen schild van staal en plomp beton.

“Ik ben eigenlijk een gelukkig iemand”, zegt Yee nog in Damaged Goods. “Op mijn 67ste heb ik het inzicht dat ik een gelukkige vrouw en een gelukkige creator ben.” Kijkend naar haar atelier op de tentoonstelling in het MoMu kun je je iets voorstellen bij dat op het leven bevochten geluk. Je ziet het, hoe ze hier uit het park meegebrachte veren liefdevol door haar vingers laat glijden, hoe ze haar handpalmen een textuur laat instuderen, hoe ze gouden licht zoekt voor grijze keien. Hoe ze halthoudt, wacht, wacht, stil is, dan aan een detail van een hemdsmouw begint te werken.

Frunniken, ja, misschien is dát woord wel de handschoen die Yee het best past: het is een leven van prachtig frunniken geweest.

De Antwerpse Zes, tot 17 januari 2027 in het ModeMuseum Antwerpen. De gelijknamige catalogus is nu uit bij Hannibal Books.

Oscar van den Boogaard, De Zes, Pelckmans, Kalmthout, 2026, 319 p.

Op 26 oktober 2026 verschijnt bij Hannibal Marina Yee. Form, Memory, Archive (red. Kaat Debo, Rafael Adriaensens, Geert Bruloot en Sofie Van de Velde).

Jeroen Maris

freelance journalist

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000004a180000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)