Deel artikel

literatuur recensie

Word lui en verbeter de wereld, schrijft Henk van der Waal. Maar dat gaat niet vanzelf

26 mei 2026 4 min. leestijd

In zijn filosofische boek Lui worden pleit dichter Henk van der Waal ervoor om dingen niet te doen. Of zoals de ondertitel luidt: minder willen, vrijer voelen, anders denken. Dat is natuurlijk vloeken in de kerk van de 24 uurseconomie.

Auteur Max Dendermonde schreef in 1954 al dat de wereld aan vlijt ten onder gaat, maar een beetje meer rust, zorg en aandacht voor het leven en de wereld lijkt er zoveel decennia later nog altijd niet in te zitten, ook al hebben we tegenwoordig mindfulness en klimaatconferenties. Met Lui worden probeert dichter en filosoof Henk van der Waal het nog maar eens.

Van der Waal is vooral dichter, volgens mij een van de beste in ons taalgebied. Zijn meditatieve gedichten – bestaand uit lange, ritmische zinnen, fraai verijlend of bezwerend – verruimen elke keer de geest. Naast zijn acht dichtbundels (de recentste is De letterkast van het onvoltooide uit 2022) werkte Van der Waal de laatste jaren aan een filosofisch drieluik, dat hij met Lui worden afsluit. In 2012 verscheen Denken op de plaats rust – een stevige exercitie door de westerse filosofie op zoek naar een eigen plaats. In 2017 volgde het onvolprezen Mystiek voor goddelozen, een wijsgerige dialoog waarin Van der Waal zijn ideeën over tijdvertraging en geestverruiming pas echt ontplooide.

Lui worden bestaat uit drie redevoeringen die je kunt lezen als een poging aan te geven hoe we een en ander moeten aanpakken. Hoor in deze zin al de sluimerende paradox. De drie redevoeringen worden gegeven door ene Thaddeus, die logistiek wordt bijgestaan door zijn oude kroegvriend. Deze Antoine, een tamelijk besluiteloos en lichtgeraakt type, bekijkt Thaddeus voortdurend met een mengeling van bewondering, afgunst en regelrechte afkeer. Daardoor blijft Thaddeus een dwarse, nogal arrogante eenling, wat wel past bij een selfmade visionair. Thaddeus is in elk geval een begaafd redenaar; zijn betogen zijn hecht doortimmerd, er lijkt geen speld tussen te krijgen. Het emotionele commentaar dat Antoine tussendoor geeft, houdt het geheel luchtig.

In de eerste twee redevoeringen schetst Thaddeus een beeld van de moderne westerse mens: altijd druk druk druk, altijd bezig zoveel mogelijk van zijn mogelijkheden te realiseren. Vanuit een soort darwinistische verklaring betoogt Thaddeus dat de mens van nature grensoverschrijdend te werk gaat om te overleven. Daarin doorgeschoten heeft de mens zichzelf tot het middelpunt van het universum verheven en is een “aanwezigheidsbom” geworden, erop uit de wereld zoveel mogelijk naar zijn hand te zetten. Door machtswellust, sensatiezucht en geldingsdrang raken mens en aarde inmiddels uitgeput.

Thaddeus geeft in die eerste twee stukken soms wel een glimp van hoe het anders moet, maar bewaart dat natuurlijk voor het laatst. Eerst onderscheidt hij drie ervaringsbereiken waarin onze aanwezigheidsdrang zich laat gelden. Ten eerste is er het fysieke bereik, kortweg de natuur; dan is er het bereik van de aanspraak of het sociale bereik; en dan is er nog het bijna vergeten bereik van het onbestemde. Dat laatste bereik verbindt alles met elkaar, het is de “onbevattelijke omvatting”. Daarbij denken we al snel aan religie en dergelijke, maar Thaddeus weet daar slim van weg te blijven. In onze tijd is vooral het bereik van de aanspraak explosief gegroeid. Door de digitalisering, en met name de smartphone, staan we voortdurend met elkaar in contact, worden we doorlopend bekeken, beoordeeld en moeten we dus onophoudelijk onze aanwezigheid realiseren.

De mens heeft zichzelf tot het middelpunt van het universum verheven en is een ‘aanwezigheidsbom’ geworden, erop uit de wereld zoveel mogelijk naar zijn hand te zetten

In de derde redevoering doet Thaddeus er nog een schepje bovenop. Door de introductie van het geld is inmiddels alles handelswaar en inwisselbaar geworden. Daardoor is het alomtegenwoordige tweede bereik “een soort blender geworden waarin iedereen naar hartenlust aanspraak, waarheid en ervaring door elkaar mengt tot er iets verkoopbaars uit rolt”.  Ook met betrekking tot het geld is de mens grensoverschrijdend en dus alleen op vermeerdering van zijn kapitaal uit. Zelfs de oude dromen en verlangens uit het bereik van het onbestemde worden als reclame onder nieuwe koopwaar geschoven en daarmee is dit derde bereik in zekere zin “het vliegwiel van het kapitalisme” geworden.

Dat moet anders. Aan het slot van de derde rede geeft Thaddeus dan ook zeven aanwijzingen over wat er allemaal veranderen moet. De eerste aanwijzingen zijn concreet en “eenvoudig”. Ze komen in feite neer op een aloude communistische revolutie, een herverdeling van geld en middelen: weg met alle privatisering, een maximaal vermogen, een eind aan wild gespeculeer op de beurzen en de macht aan de werknemers. Allemaal sowieso broodnodig.

De andere aanwijzingen hebben meer betrekking op de mentaliteit, en zijn in het licht van een filosofisch betoog interessanter. De mens moet meer kunnen laten. Waar Van der Waal in Mystiek voor goddelozen uitkwam bij tijdsbloei, die het leven doorleefder kon maken, stelt hij nu voor dat we “laat-bloeiers” worden. We moeten eenvoudig dingen niet doen, wat hij benoemt als “lui worden”. In elk huis zouden we een plek moeten creëren waar we niets hoeven te bereiken, niets te presteren. Een huis in het huis. Nog mooier als we bij elkaar in dat huis in het huis kunnen samenkomen.

Wanneer we minder willen en ons kunnen onttrekken aan de doorlopende aanspraak en ons dus vrijer voelen en meer naar binnen gericht kunnen denken ontstaat er in onszelf een “open midden”, waar we de onbevattelijke omvatting weer kunnen ervaren en waar diepe genegenheid en echte compassie kunnen ontstaan. Los van de kapitalistische maalstroom en geënt op wie we werkelijk zijn.

Het grappige is dat een dergelijk betoog altijd vol staat met hoe we dat allemaal moeten doen. Van der Waal ziet die paradox zelf ook: “Het zal echter nog heel wat inspanning vergen om deze laat-kunstenaar, wat zeg ik, deze laat-bloeier, werkelijk te worden.”

Dit slotstuk van Van der Waals filosofische drieluik past in een denkstroming waarin sociologen, economen en filosofen ageren tegen het doordenderend en ontsporend kapitalisme. Denk daarbij aan het werk van filosoof Gerard Visser, of aan de publicaties van de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han.

Maar luiheid heeft overal ter wereld een slechte reputatie. Van der Waal heeft zijn alternatief dan ook vooral gekozen als een prikkelende provocatie, want lui worden, we zagen het al, gaat zeker niet vanzelf.

Koen-Vergeer-verkleind

Koen Vergeer

schrijver en poëzierecensent

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003d990000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)