Taalcolumnist Marten van der Meulen wikt het voorstel om ‘Amerikaans’ te vervangen door ‘Verenigdestaats’. Lovenswaardig, maar de doorsnee taalgebruiker says no.
Ingrijpen. Als je de volledige menselijke aard en geschiedenis in één woord zou willen samenvatten, dan zou ik daarvoor kiezen. Wat we ook deden en doen, altijd wordt er ingegrepen. In de natuur, de manier waarop we leven, hoe we ons kleden, voeden, hoe we interageren enzovoort. Taal is geen uitzondering: lang is de lijst van voorstellen en pogingen om orde te scheppen in het van nature chaotische geheel van taal en talen. Of het gaat om uitspraak, zinsbouw of woordkeuze: beregeling moet er zijn!
In dat kader kreeg ik een kenmerkend voorstel doorgestuurd. Een correspondent stelde voor om het woord Amerikaans in de ban te doen als we het hebben over de Verenigde Staten van Amerika. De persoon wil “een lans breken voor de invoering van het adjectief Verenigdestaats”, in navolging van het Spaanse estadounidense.
Het gebruik van Amerikaans moet worden vermeden omdat het, aldus de schrijver, “imperialistisch” is. Hoewel taalgebruikers dat vast niet bewust doen, snap ik het punt wel. Je neemt een deel voor een groter geheel, net als met Holland waar Nederland wordt bedoeld.
De correspondent geeft zelf al aan dat Verenigdestaats “misschien niet de meest esthetische oplossing is”. Dat lijkt me voor zich spreken: Amerikaans is zeker eenvoudiger te spellen en schrijven. Dat zijn twee minpunten. De nieuwe term is dan weer wel preciezer. Wanneer je Amerikaans gebruikt, zou je het kunnen hebben over het hele Amerikaanse continent, bestaande uit, afhankelijk van hoe je het verdeelt, Noord-, Zuid-, Latijns- en/of Midden-Amerika. In de praktijk zal er weinig verwarring zijn, de VS zijn het enige land dat Amerika in de naam heeft, maar dat houdt mensen zelden tegen.
Een bijvoeglijk naamwoord dat is samengesteld uit meerdere zelfstandige naamwoorden is zeldzaam. Vergelijk ‘Europeseunieachtig’: daar beginnen we ook niet aan
Zou dit voorstel toch nog kans van slagen hebben? Daar is taalwetenschappelijk wel iets over te zeggen. In 2002 formuleerde de Amerikaanse Allan Metcalf een toets om de levensvatbaarheid van nieuwe woorden te meten: de zogenoemde fudge-criteria. De letters in ‘fudge’ staan voor verschillende dimensies, waaronder frequentie, toepassingsmogelijkheden en onopvallendheid. Vooral dat laatste is een belangrijke maatstaf. Potentieel succesvolle woorden zijn vaak woorden die nauwelijks opvallen: tikkie, 3D-printer, corona. Ik schreef daar eerder weleens over. Woorden die juist wel heel erg opvallen en gekoppeld zijn aan een specifieke gebeurtenis, zoals bokitoproof, knuffelcontact of sneukelspijt, hebben minder kans.
De frequentie van Verenigdestaats is op dit moment nul: niemand gebruikt het. De paar voorbeelden die ik vond, komen van slechts twee opiniërende websites, waarin ook wordt uitgelegd dat dit woordgebruik een bewuste keuze is. Het is bovendien een zeer opvallend woord, onder andere omdat het een bijvoeglijk naamwoord is dat is samengesteld uit meerdere zelfstandige naamwoorden. Dat is een relatief zeldzame manier van woordvorming, en een die omslachtig voelt. Vergelijk Europeseunieachtig en Verenigdkoninkrijks: daar beginnen we ook niet aan.
Ik geef Verenigdestaats dus weinig kans van slagen. Die mislukte voorgestelde verandering van een geografische naam sluit aan bij eerdere gevallen, waaronder het voorstel om de Surinaamse berg Julianatop weer Ipinumin te noemen, en ideeën om Paul Krugerstraten te hernoemen. Toch zijn er ook voldoende voorbeelden van aardrijkskundige namen die wél bewust en succesvol veranderden. Denk aan Mumbai, Istanbul, Noord-Macedonië en Belarus.
Er zijn tientallen gevallen van veranderde plaats- en landnamen. Dat klinkt als weinig, op de honderden landen en tienduizenden plaatsnamen die er zijn. Maar als je het in een ander perspectief plaatst, is dat getal eigenlijk opvallend hoog. Er worden namelijk vaker voorstellen en pogingen gedaan om bewust in te grijpen in de taal, en die zijn maar zeer zelden succesvol.
Als we zouden weten hoe woorden bewust kunnen worden verwijderd, dan komen we misschien in een situatie met dystopisch Newspeak terecht
Kijk bijvoorbeeld naar genderneutraal taalgebruik. Voorstanders willen de bestaande persoonlijke voornaamwoorden aanvullen met een vorm die niet expliciet verwijst naar mannen of vrouwen. Die wens is goed gedocumenteerd, maar tot op heden is het nog niet gelukt om daarvoor een goede vorm te kiezen in het Nederlands. Het grote verschil met de geografische namen is wel dat er in het geval van genderneutrale woorden niet een instantie is die beslist dat een bepaald woord vanaf nu het juiste is. Er worden alleen adviezen gegeven.
Kun je bewust knutselen aan de taal? Genoeg mensen die het proberen, en die bijvoorbeeld vloeken, Engelse woorden of vermeende taalfouten in de ban willen doen. Of dat effect heeft, daarover lopen de meningen sterk uiteen. Sommige experts stellen dat taal nauwelijks maakbaar is, anderen (onder wie ikzelf) denken dat sturing wel degelijk mogelijk is.
Welke strategie wanneer precies werkt, daarover is nog veel onduidelijk. Dat is best jammer: ik ben er altijd een voorstander van om meer over taal te snappen. Aan de andere kant is het toch wel goed zoals het is. Als we zouden weten hoe woorden bewust kunnen worden verwijderd, dan komen we misschien in een situatie met dystopisch Newspeak terecht. Amerikaans is niet ideaal, maar een alternatief is mogelijk nog slechter.











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.