De wankele verteller draagt ‘De waanzinpartituur’ van Emma van Hooff
Dichter Emma van Hooff debuteert met een intrigerende roman over een vrouw die probeert los te breken van haar dominante moeder. De lezer sluit ze op in een brein vol valse muren.
“Het is de hele tijd te laat voor alles. Te laat om fatsoenlijk te beginnen, mijn hand uit te steken en in duidelijke, heldere taal te vertellen wie ik ben, wat mij dwarszit. Maar het is ook te laat om op te staan met een gretigheid waarvan mijn stoeltje achterover dendert en door de deur te verdwijnen. Hallo, ik ben Am die nergens heen ging. Duizendkoppig koor terug: hallo Am die nergens heen ging.”
Zo begint De waanzinpartituur, het romandebuut van de Nederlandse Emma van Hooff (1997), die met haar dichtbundel Placebomens was genomineerd voor de Poëzieprijs 2023. Hoofdfiguur Am zit in een kringgesprek in de psychiatrische instelling waar ze tegen haar zin is opgenomen. Ze hoort niet thuis tussen “de gestoorden”, vindt ze, ze heeft “meer gemeen met de vetplanten dan met de andere bewoners”. Daar zullen we toch het hele boek blijven, in die kring, en in het hoofd van Am. Op dat vlak vertoont De waanzinpartituur nogal wat gelijkenissen met Je zit op een stoel, het debuut van Bob Vanden Broeck dat we afgelopen maand signaleerden in deze rubriek.
Emma van Hooff heeft van de chaos in het hoofd van haar personage een intrigerend verhaal gemaakt© Fjodor Buis
De waanzinpartituur is een boek vol mysterie. Zo is het onduidelijk of Am haar verhaal wel echt vertelt, of dat ze alleen maar in haar eigen hoofd bezig is, afgesloten van de rest van de kring. Langzaam krijgen we wel een beeld van haar verleden. Ze groeide op met haar moeder (haar “verwekker” verdween nog voor haar geboorte), in een huis in de duinen dat haar moeder erfde van haar vader. Het duinenhuisje staat vlakbij een klif die vaak wordt uitgekozen door getroebleerde zielen om een eind aan hun leven te maken. Het is een setting die erg doet denken aan de Australische tv-serie Totally Completely Fine. Net als de Vivian in die reeks heeft Am een zelfdestructief kantje, en een meer dan troebele relatie met haar nog levende familieleden.
Vooral de relatie met haar moeder is problematisch. Am schetst het beeld van een vrouw die haar onder de knoet houdt, die niet wil dat ze in de stad gaat werken, niet wil dat ze vriendjes mee naar huis neemt. Ze deelt haar slaappillen met haar dochter en is ervan overtuigd dat ze haar moet beschermen tegen ziektes en ander, groter onheil. In haar bed, suf van de pillen, voelt Am zich alsof haar moeder haar “zeven dagen lang heeft gebalsemd als een lijk”.
Moeder hanteert een ouijabord om gesprekken met het hiernamaals aan te knopen. Am heeft zo’n hulpmiddel niet nodig
De doden spelen een belangrijke rol in dit boek. Moeder hanteert een ouijabord om gesprekken met het hiernamaals aan te knopen. Am heeft zo’n hulpmiddel niet nodig, ze hoort haar oma constant in haar hoofd, tussen haar eigen vertelling door. De dynamiek is simpel: moeder probeert haar fluisterend af te remmen, oma schreeuwt alleen maar: harder! Breek los! “Er is een ritme buiten mij om ingezet en nu het eenmaal begonnen is kan ik er niet meer mee stoppen.” Het Dies Irae, de muziek die hoort bij de Dag des Oordeels en vaak is te horen op begrafenissen, is een terugkerend motief.
Rozenketting, galgenmaal, Bach
Am probeert los te breken van haar bezitterige moeder, verzint zelfs een list om te ontsnappen. Maar mentaal lukt dat nooit. Ze is ervan overtuigd dat moeder onderweg is naar de instelling. En ze hoopt dat dokter Pina en het personeel dan zullen inzien dat zij het is die hier thuishoort, niet Am. Tegelijk raakt ze in paniek als haar moeder niet snel genoeg de telefoon opneemt.
De vraag is natuurlijk: wat is waar? Wat is verzonnen? Hoe vertekend krijgen we de waarheid van dit disfunctionele gezin te lezen? Am heeft overduidelijk last van dwanggedachten en neuroses, ze maakt absurde woordenreeksen in haar hoofd: muizenpels, sleutelbos, offerschaal. Of nog: rozenketting, galgenmaal, Bach. Misschien kampt ze wel met een messiascomplex, ze verwijst graag naar Jezus, net als hij is ze vaak en hard op de proef gesteld, en de dag dat ze probeert te vluchten ziet ze als haar “herrijzenis”, nadat ze eerder een openbaring kreeg.
Zo rijst de vraag wat je kunt geloven van deze verteller. Dat versterkt het mysterie dat Van Hooff optrekt in dit boek, het maakt haar verhaal nog meeslepender dan het al is. Want anders dan Bob Vanden Broeck werkt zij wel naar de ontknoping van een soort plot, waarvoor ze in haar verhaal subtiel de nodige hints verstopt. Bij dokter Pina bekent Am dat ze niet weet hoe ze de chaos in haar hoofd tot bedaren kan brengen. Van Hooff heeft van die chaos een intrigerend verhaal gemaakt, en de waanzin schitterend op muziek gezet.
Emma van Hooff, De waanzinpartituur, Atlas Contact, Amsterdam, 2026, 224 p.











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.