Deel artikel

Lees de hele reeks
literatuur recensie

Het is heerlijk vertoeven in de absurde verhalen van Tom Wouters

22 juli 2026 3 min. leestijd De Eerste Keer

Met In mijn hoofd zwemmen vissen lanceert Tom Wouters zich als een schrijver van heerlijk absurde en speelse verhalen, waarin zowel zijn ongebreidelde fantasie als zijn taalgevoeligheid vrij spel krijgen.

Deze rubriek gaat doorgaans over romandebuten, maar net zoals vorig jaar maken we in de zomer graag een uitstapje richting korte verhalen. Al is het nog maar de vraag of we de stukken in de debuutbundel van Tom Wouters eigenlijk wel korte verhalen kunnen noemen. Vaak hebben ze geen plot, nauwelijks een setting, of zijn ze amper een pagina lang. Maar wat maakt het eigenlijk uit of we ze nu stukjes, zeer korte verhalen of korte verhalen noemen, het leesplezier is er niet minder om. Misschien moet Wouters zelf nog eens een naam verzinnen voor zijn schrijfsels, hij komt vast met iets origineels op de proppen.

Want aan originaliteit geen gebrek in deze bundel, en de stukken van Wouters gaan niet zelden over het schrijven zelf, over het proces van iets op papier zetten, over bepaalde technieken. Zo schrijft hij in het eerste verhaal (‘Een historisch begin’, op zich al een erg grappige titel voor een openingsverhaal) over het belang van het begin van het boek, om vervolgens uit te weiden over een openingsscène van een historische roman die hij nooit heeft geschreven. Niet de scène en ook niet de roman.

Zo’n verhaal zit vol met stekelige zinnetjes en opmerkingen en dubbele bodems, genre “Dat ik het plan had opgevat om een historische roman te schrijven, was te danken aan mijn vaste boekhandelaar, die ik wekelijks bezoek omdat ik anders toch maar aan de dood zit te denken.” Of nog: “Het hoofdpersonage dat de hele plot op zijn frêle schouders droeg was een oude, Vlaamse kleermaker die Thomas Wouters heette. Als jonge knaap was hij over de hele wereld op zoek gegaan naar de mooiste stoffen, waarna hij door Europa trok, van kasteel naar kasteel, om de adel te kleden dan wel in hun blootje te zetten.”

Wouters schrijft speelse zinnen in een swingend Nederlands, waardoor je geen enkel probleem hebt om mee te gaan in zijn vaak absurde ideeën. Je wéét dat het compleet is verzonnen, er is dus geen pure suspension of disbelief zoals bij veel ander proza, maar je wil je wel heel graag iets voorstellen bij Wouters’ verzinsels. Zo schrijft hij dat hij op een regenachtige dag “hele wijken van Parijs” in zijn schoen ontdekt. “Ik had al wel iets gevoeld, maar ik dacht dat het om een steentje ging.” Een mindere schrijver zou met zo’n onzin nooit wegkomen, maar eenmaal binnengetreden in het wonderlijke universum van Wouters is dit allemaal zeer logisch en aannemelijk.

Je wéét dat het compleet is verzonnen, maar je wil je wel heel graag iets voorstellen bij Wouters’ verzinsels

Het is trouwens niet alleen maar ongein. Sommige stukken hebben iets poëtisch, nog andere zijn een soort parabels of sprookjes. Er passeren vaak keizers of andere heersers in zijn verhalen. Een stukje over een oude beschaving die hij in zijn jaszak aantreft (het moeten niet altijd Parijse wijken in schoenen zijn) eindigt met hoe hij de beschaving teruglegt in de struiken waar hij ze ooit vond. “Ongemoeid, zo had ik weer eens geleerd, moeten we de wereld laten.”

Een andere keer speelt het spel met de taal de hoofdrol. ‘Rijstkorrel’ begint met zeer korte zinnen die steeds langer worden. Het verhaal gaat over een man die iedere dag één rijstkorrel meer eet dan de dag ervoor. En dan komt de zin “Dat is even gek als een schrijver die zichzelf uitdaagt een verhaal te schrijven waarin elke volgende zin één woord meer bevat dan de zin ervoor.” Ik heb de neiging om al die woorden te gaan tellen onderdrukt, want uiteindelijk doet het er niet toe, het is net dat spel met de waarheid dat deze verhalen zowel leuk als interessant maakt.

Uiteraard is het ene verhaal al wat sterker of grappiger dan het andere, en is niet iedere vondst even fantastisch. Ik denk dat het ook goed is om deze bundel zuinig te lezen, met nu en dan een paar stukjes, om het vervolgens weer even aan de kant te leggen en alles te laten bezinken.

De vraag borrelt ook even op of Wouters net zo sterk voor de dag zou kunnen komen in langere verhalen of een roman. Maar misschien moeten we dat helemaal niet willen, en hem het genre laten beoefenen waarin hij duidelijk zijn stem heeft gevonden. Eerst met schrijfsels op sociale media, nu ook in boekvorm. Want één ding is duidelijk: schrijven kan Wouters heel zeker, en het is een genoegen om enkele verhalen per dag in zijn absurde werelden te vertoeven.

Tom Wouters, In mijn hoofd zwemmen vissen, Tristan, Antwerpen, 2026, 146 p.

Dirkmanmetbril

Dirk Vandenberghe

journalist

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000004acd0000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)