Dankzij museum La Piscine vinden mensen weer de weg naar Roubaix
Een leegstaand art-decozwembad in Roubaix transformeerde in 2001 tot La Piscine, een museum voor beeldende en toegepaste kunst. Dat groeide meteen uitg tot een trekpleister voor de hele stad. Eind oktober viert het museum zijn 25ste verjaardag met een groot feest, maar de nieuwe directie is niet van plan op het succes te blijven teren. ‘We willen ook de technieken achter de kunstwerken belichten.’
Met zijn iconische glas-in-loodraam is La Piscine uit duizenden herkenbaar.© Nicolas Montard
Wie had het vijfentwintig jaar geleden kunnen voorspellen? De initiatiefnemers van La Piscine (volledige naam: musée d’art et d’industrie André Diligent) in Roubaix rekenden voor het eerste jaar op zestigduizend bezoekers. Het werden er honderdduizend. Dat succes bleek geen bevlieging. In 2025 kwamen tweehonderdtachtigduizend mensen over de drempel van het museum, dat afgelopen voorjaar nog zijn bezoekersrecord voor een tijdelijke tentoonstelling brak: tussen maart en juli trok de expo over mode- en designbedrijf La Redoute welgeteld 119.748 bezoekers.
Anno 2026 is La Piscine een vaste waarde onder de musea in Noord-Frankrijk, naast het Palais des Beaux-Arts in Rijsel en het Louvre-Lens. Een opmerkelijke prestatie voor wat oorspronkelijk bedoeld was als een gemeentelijk museum in een stad die doorgaans in de schaduw van Rijsel staat.
Voor adjunct-directeur Agathe Oudart is “het de bedoeling om steeds meer te laten zien hoe dingen worden gemaakt, welke technieken erbij komen kijken”.© Nicolas Montard
“Het idee was om een plek te vinden waar traditionele collecties beeldende kunst konden worden ondergebracht naast de verzameling textielstalen uit de fabrieken van weleer”, zegt adjunct-directrice Agathe Oudart. In de jaren 1980 beschikte Roubaix niet meer over een gemeentelijk museum. Om die leemte op te vullen viel de keuze van Bruno Gaudichon, de toekomstige conservator van La Piscine, op een bijzondere plek: het voormalige zwembad aan de rue des Champs. Hij wist de lokale politici, met burgemeester André Diligent voorop, te overtuigen.
Een decor dat de collecties overtreft
Het zwembad, dat in 1932 openging, is een creatie van Albert Baert, de architect die ook de badhuizen van Rijsel en Duinkerke bouwde. Baert vond zijn inspiratie in de architectuur van cisterciënzerabdijen en verwezenlijkte een bijzonder modern complex. Naast een zwembad waren er ook badzalen, een wandelterras, een solarium en zelfs ruimtes voor pedicure, manicure, zweetbaden, massage en spiertraining. Voor die tijd was het een haast futuristische infrastructuur. Duizenden inwoners van Roubaix leerden er zwemmen.
© Nicolas Montard
In 1985 moest het art-decogebouw sluiten: het gewelf boven het zwembad dreigde in te storten. Omdat het gebouw niet beschermd was en midden in de stad lag, had het makkelijk het zoveelste slachtoffer van de sloophamer kunnen worden. Maar het museumproject bracht redding. Architect Jean-Paul Philippon slaagde er bovendien in om een deel van de voormalige fabriek Hannart Frères te integreren in de vernieuwde Piscine. De ommuring aan de rue de l’Espérance herinnert nog altijd aan de industriële voorgeschiedenis en verankering.
Vijfentwintig jaar later heeft de plek nog niets van haar aantrekkingskracht verloren, zelfs niet voor wie er geregeld langskomt. Het oorspronkelijke zwembad omringd door sculpturen, de voormalige cabines omgevormd tot tentoonstellingsruimtes en het iconische glas-in-loodraam dat een warme, gouden gloed over het interieur legt: samen geven ze La Piscine een uitstraling die moeilijk elders te vinden is.
Wanneer je dit museum bezoekt ontdek je natuurlijk de collecties, maar tegelijk geniet je van een architecturale parel die zijn gelijke niet kent.© Nicolas Montard
Hier overtreft het decor eigenlijk bijna de collecties. In La Piscine kan je weliswaar La Petite Châtelaine van Camille Claudel of Le Combat de coqs van Rémy Cogghe bewonderen, maar absolute meesterwerken die bezoekers van honderden kilometers ver aantrekken, heeft het museum niet. Ook de tijdelijke tentoonstellingen van de voorbije jaren – over Odette Pauvert, Gustave Guillaumet of Eugène Dodeigne – lijken op het eerste gezicht niet meteen de meest voor de hand liggende publieksmagneten.
En toch loopt het museum vol. La Piscine heeft intussen, zoals Agathe Oudart het omschrijft, “een soort richtinggevende rol” verworven: bezoekers komen ook kijken naar tentoonstellingen van kunstenaars die ze niet kennen, omdat ze erop vertrouwen dat La Piscine de juiste mensen heeft gekozen. Het succes maakte bovendien een uitbreiding mogelijk. In 2018 kwamen er nieuwe ruimtes bij, waaronder een galerij voor negentiende- en twintigste-eeuwse beeldhouwkunst en het gereconstrueerde atelier van beeldhouwer Henri Bouchard. Ook kwam er een zaal gewijd aan de lokale kunstgeschiedenis. Het absolute pronkstuk is een doek van 78 vierkante meter dat de inhuldiging van het stadhuis van Roubaix voorstelt.
Die lokale en regionale dimensie wil het museum verder uitbouwen, zo geven Agathe Oudart en haar communicatiemedewerkster Laura Louvrier aan: “Kunstenaars uit Noord-Frankrijk en België onder de aandacht brengen, dat maakt deel uit van onze krachtlijnen en van onze prioriteiten op het vlak van aankopen.”
Goed voor Roubaix
Zo’n dertig procent van de bezoekers komt uit het buitenland. Belgen en Nederlanders vormen de grootste groepen: in 2025 waren ze respectievelijk goed voor 26.000 en 13.100 bezoekers. Maar de sterkte van La Piscine ligt minstens evenveel in haar lokale verankering. Ongeveer veertig procent van de bezoekers komt uit de regio Hauts-de-France, met een kwart daarvan uit Roubaix zelf. “In de voorbije vijfentwintig jaar kan eigenlijk geen enkele leerling uit Roubaix het museum zijn misgelopen. De band met de inwoners is behoorlijk sterk en is op een heel natuurlijke manier ontstaan.”
Er wordt niet vaak bij stil gestaan, maar de buitenmuur maakte ooit deel uit van een fabriek.© Nicolas Montard
Het museum doet er intussen alles aan om die band te onderhouden en te versterken: er zijn ateliers waarin bezoekers zelf artistiek aan de slag kunnen, er is een uitgekiend prijsbeleid – met elke vrijdag gratis toegang van 18 tot 20 uur, om mensen uit de regio na hun werk binnen te krijgen – en een gastvrije ontvangst van gezinnen. “Op woensdag, maar ook tijdens de schoolvakanties, zien we enorm veel kinderen, kinderwagens en gezinnen”, klinkt het.
La Piscine is ook een plek om eenvoudigweg te flaneren. Een plek waar, zoals Oudart het formuleert, “het uiteindelijk niet zo belangrijk is om iets van kunst te kennen.” Tussen twee tentoonstellingszalen in kunnen bezoekers neerstrijken in het café-restaurant, dat een centrale plaats in het museum inneemt. Vaak komen daar ook leden langs van de Amis du Musée Roubaix, een van de actiefste museumverenigingen van Frankrijk. Ze ondersteunen de collectie en financieren kunstwerken die soms duizenden euro’s kosten.
De lokale verankering van La Piscine laat zich ook voelen buiten de museummuren, in de stad. De bezoekersstroom komt bijvoorbeeld de restaurants in het centrum ten goede. En Grand Bassin, een collectief van vijftig lokale ontwerpers, designers en kunstenaars met een conceptstore van 300 vierkante meter, zou er vermoedelijk niet zijn zonder La Piscine.
© Nicolas Montard
Het museum heeft zo het beeld van Roubaix als Ville d’art et d’histoire mee vorm gegeven. “Vijfentwintig jaar geleden was het al moeilijk om toeristen naar Rijsel te krijgen, laat staan naar Roubaix. La Piscine heeft de stad geholpen om haar verleden terug te omarmen, ook al is er nog werk aan de winkel.” De tweede belangrijkste stad van de voormalige regio Nord-Pas-de-Calais wordt inderdaad nog vaak geassocieerd met armoede en economische achterstand. En in columns van extreemrechtse opiniemakers duikt Roubaix geregeld op als decor voor allerhande fantasieën over immigratie. Een museum kan veel veranderen, maar niet alles.
Een nieuwe koers
In 2024 ging oprichter Bruno Gaudichon met pensioen en werd het roer overgenomen door dertiger Hélène Duret. Haar verantwoordelijkheid werd al snel uitgebreid toen ze in 2025 eveneens directrice werd van de Dienst musea van Roubaix, een entiteit die ontstond na de gemeentelijke overname van La Manufacture. Dat museum is veel minder bekend dan La Piscine en trekt ook beduidend minder bezoekers – zo’n 30.000 per jaar. Het is gevestigd in een voormalige weverij en opende onder impuls van een lokale industrieel in 2001, tijdens hetzelfde weekend als La Piscine.
Sinds de stad La Manufacture heeft overgenomen, is het uitgegroeid tot een museum over de geschiedenis van textielcreatie, met een belangrijke collectie weefgetouwen. “De twee musea behouden hun eigen identiteit, maar dankzij de gemeenschappelijke dienst kunnen we bruggen slaan, bijvoorbeeld op het vlak van gebouwbeheer of tuinonderhoud.” Voor het grote publiek zullen de nieuwe banden zich vooral laten voelen in de programmering. Dit najaar en deze winter bijvoorbeeld, tijdens de nieuwe tentoonstelling Ni Dieu ni maître ! Arts et anarchie de Courbet à Banksy in La Piscine. Die zal worden aangevuld met een tentoonstelling over werkkleding en protestkleding op de verdieping boven het zwembad, terwijl La Manufacture op haar beurt zal inzoomen op de geschiedenis van de jeans.
Sinds vorig jaar zijn La Piscine en La Manufacture nauwer met elkaar verbonden. In de toekomst zullen er vaker bruggen worden geslagen tussen de tentoonstellingen in beide musea.© Nicolas Montard
De nieuwe directie rondt daarnaast een nieuw wetenschappelijk en cultureel beleidsplan af. Het vorige dateerde al van 1991, zo betreurde het Rekenhof in een recent rapport waarin ook aangedrongen wordt op een strakker aankoopbeleid en bestuur. De verdere uitbouw van het museum als solidaire instelling blijft een prioriteit. Tegelijk moet de scheidslijn tussen beeldende en toegepaste kunst – de twee pijlers waarop La Piscine rust – verder vervagen. “De bedoeling is om steeds meer te laten zien hoe dingen worden gemaakt, welke technieken erbij komen kijken”, zegt Agathe Oudart. “We willen de verschillende technieken achter de kunstwerken sterker belichten.” Dat kan bijvoorbeeld door restauraties niet langer achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, maar ze ook aan het publiek te tonen. Uiteraard zijn daar wel specifieke ruimtes voor nodig. Een mogelijke nieuwe uitbreiding ligt al op tafel.
Naast nieuwe vormen van publieksbegeleiding, waarbij bezoekers zelfstandig hun weg kunnen vinden, wil het museum ook groepen bereiken die nu minder sterk vertegenwoordigd zijn, zoals studenten en jongvolwassenen. “Dat is de schakel die nog ontbreekt in ons bezoekersprofiel. We hebben al pool parties georganiseerd voor jongeren onder de zesentwintig, met make-up, een dj, én een link naar de tentoonstellingen.” Soms zit publiekswerking ook in heel praktische dingen. Nu de fiets aan een stevige opmars bezig is, denkt het museum bijvoorbeeld aan fietsenrekken met lockers waarin bezoekers hun helm en rugzak kunnen opbergen.
© Nicolas Montard
De fiets is, naast de auto, metro, tram en trein, één van de manieren om in het weekend van 23 tot 25 oktober naar Roubaix te komen. De treinverbinding is trouwens een vaak vergeten troef: het station ligt op een steenworp van het museum en bevindt zich op de lijn Rijsel-Kortrijk. Tijdens het verjaardagsweekend viert La Piscine zijn vijfentwintigjarige bestaan met dans- en muziekperformances in het museum, naast flitsrondleidingen en creatieve ateliers. Alles is gratis.








Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.