Collectief buren knipoogt naar Bourdieu én Beyoncé: ‘We spelen het spel zoals wij willen’
De naam haalde collectief buren bij Heidegger, maar de aanpak is punk: ze mixen hoge en lage cultuur, doen zo veel mogelijk zelf en hebben lak aan genres. Naast performances maken ze muziekvideo’s, installaties, beeldend werk, boeken en zelfs postkaartjes. Met het persoonlijke shoe/farm – a family business staan ze op het TheaterFestival in Brussel.
Ze komen van de kunstacademie en van het (boeren)bedrijfsleven. Ze ontleden westerse beeldcultuur en teksten van popsongs. Ze zijn beeldend kunstenaars, theatermakers en op hun eigen manier een familiebedrijf. Het collectief buren (Oshin Albrecht en Melissa Mabesoone) weigert zich in te schrijven in één welomschreven categorie maar creëert een eigen wereld waarin identiteiten vloeibaar zijn en de blik van het publiek voortdurend op scherp staat. In shoe/farm – a family business zetten ze voor het eerst hun eigen achtergrond in en op het spel.
Shoe/farm – a family business werd geselecteerd voor het TheaterFestival in Brussel en neemt ons mee naar een fictief familiebedrijf, geïnspireerd door twee reële ondernemingen. De aardappelboerderij waarop Melissa Mabesoone opgroeide, is in de performance op absurdistische wijze versmolten met de schoenenwinkel die de ouders van Oshin Albrecht uitbaatten. Het resultaat is een “schoenenboerderij”, een bedrijf waar schoenen aan de lopende band worden geplant, geteeld en geoogst – what we used to eat, we now put on our feet.
Melissa Mabesoone: ‘Mensen waren heel streng. We voelden vanuit de podiumsector initieel weerstand tegen ons verlangen om in de black box te werken’ © Jonas Verbeke
Realistisch is de setting allerminst; het decor bestaat uit een verzameling herkenbare objecten (een eettafel, een lopende band, laarzen) die op een vervreemdende manier worden ingezet: de laarzen zijn glazen exemplaren waaruit wordt gedronken, het eetgerei bestaat uit een reusachtige lepel waarmee het gezin wordt “gevoerd” – het heeft in zijn groteske uitvergroting iets Eric De Volder-achtigs. Zeker wanneer de teksten ook nog zijn opgevat als songs of poëzie. Dat deed De Volder ook: wanneer er niet kan worden gesproken, moet er worden gezongen.
Voorts heerst in deze shoefarm bij momenten een strikte discipline: vader (Mabesoone) is broodwinner en baas, moeder (Albrecht) zorgt en voedt, de zonen (performers Léa Dubois en Katja Dreyer) slaven en sloven. Werkethos, genderrollen en machtsverhoudingen staan ten dienste van dat ene, allerhoogste doel: Geld Verdienen. Ziehier de intersectie tussen kapitalisme en patriarchaat, in één beeld. Gelukkig, en anders dan in De Volders werelden, is dit universum niet statisch. Met de basgitaar in de aanslag laten de vier performers de boel schuiven. Hetzelfde gebeurt met onze blik op deze “vanzelfsprekende” familiestructuren. Niets is vanzelfsprekend aan het oeuvre van buren.
Messiness
De kiem van dat oeuvre ligt in het samengaan van twee associatieve geesten die allebei geschoold zijn in de beeldende kunsten: Mabesoone aan het KASK in Gent, Albrecht aan LUCA School of Arts in Brussel. Na hun ontmoeting krijgen ze al gauw goesting om buiten de hun toegewezen hokjes te werken.
Niet eenvoudig, zo blijkt. “Mensen waren heel streng. We voelden vanuit de podiumsector initieel weerstand tegen ons verlangen om in de black box te werken”, zegt Mabesoone. “We moesten ons voortdurend verantwoorden, en er werd veel van ons verwacht. Op een gegeven moment wilden we ons niet meer conformeren aan die verwachtingen. Voor wie of voor wat eigenlijk?” Uiteindelijk boden hybride festivals als Playground (van het Leuvense kunstencentrum STUK) podiumkansen, was er ruimte voor messiness, konden ze buiten de lijntjes kleuren. Ze besloten hun zin te doen. “Als je blijft wachten op toestemming, dan gebeurt er niets.”
‘We pretenderen niet dat we vrij zijn van de mechanismen die we blootleggen. Ook wij worstelen met consumptiepatronen, met ideeën over schoonheid of vrouwelijkheid’ © Melissa Mabesoone
Het ontstaansverhaal van buren spiegelt zo de thematieken waarrond het collectief werkt: vastzitten in verwachtingen en structuren, de mal van kapitalisme, neoliberalisme en het patriarchaat waarbinnen het (vrouwelijke) individu moet functioneren – en de zoektocht daarbinnen naar beweging, naar transformatie. Buren is niet toevallig een relationeel werkwoord: het is afkomstig uit een essay van Heidegger (Bauen Wohnen Denken, 1951) en betekent zoveel als (be)wonen. Voor buren slaat het op de krachtmeting tussen het individu en diens context. Daarnaast thematiseert het duo ook de manier waarop we naar die structuren kijken, hoe onze blik cultureel is bepaald.
Het belang van dat kijken helpt mee om de migratie van buren naar een meer performatieve context te begrijpen. In prille performances als buren by buren (2013) loopt het publiek nog vrij rond in de ruimte, als in een expo, maar Mabesoone en Albrecht voelen al snel de noodzaak om de blik van de toeschouwer sterker te richten. Zo wordt Blue Skies Forever (2018) hun eerste frontale voorstelling. Albrecht en Mabesoone zetten een droomachtige wereld op met twee vrouwelijke figuren die zich proberen te ontworstelen aan de stereotiepe representatie van vrouwelijkheid in de populaire cultuur. Albrecht: “Dankzij die podiumsetting konden we daarover gerichter iets vertellen, maar het werd meteen ook een collectieve ervaring. Dat geconcentreerde samenzijn van publiek en performers blijft magisch. Vandaag is theater een van de laatst overgebleven plekken waar je zo’n vorm van gemeenschappelijkheid kan ervaren.”
Maatschappelijke woede
De theaterzaal vormt zo een potentieel politieke ruimte, en dat is voelbaar in elke creatie van buren – hoe grappig of entertainend die ook is. Onder de vaak hilarische visuele scènes waarin ze op een slapstickachtige manier spelen met voorwerpen of decors, broeit een grimmige, maatschappelijke woede. Herkenbare culturele beelden krijgen een twist waardoor ze verbrokkelen en uncanny worden. Wanneer Mabesoone of Albrecht verschijnen als “huisvrouwen” (Have you rearranged the flowers, 2014) maar spreken met een diepe mannenstem, veroorzaakt dat bij de toeschouwer een tik in het denken.
Oshin Albrecht: ‘Theater is een van de laatst overgebleven plekken waar je een intense vorm van gemeenschappelijkheid kan ervaren’ © Jonas Verbeke
Aan personagevorming doet buren niet, Albrecht en Mabesoone verschijnen gewoonlijk als “figuren” die zonder enige vorm van psychologisch realisme kunnen transformeren van rol, van vorm of uiterlijk. Humor is een manier om mensen binnen te lokken, maar vooral “to kick them in the face”, geeft Mabesoone aan. Een vrolijk concept als T-shirt conversations (2019), een voorstelling vol ironische dialogen aan de hand van schreeuwerige statements op T-shirts, stelt vragen over wie het woord neemt in de publieke ruimte. Tegelijkertijd is het ook gewoon een hilarische performance.
Dat brengt ons bij de vraag of het werk van buren nu toegankelijk is, of juist moeilijk. Voor de liefhebbers van cultuurtheorie liggen Baudrillard, Bourdieu en Butler voor het rapen, maar er zijn evengoed verwijzingen naar Alice in Wonderland, Tupperware en Beyoncé. In het universum van buren lopen hoge en lage cultuur naadloos in elkaar over. Dat zou zomaar eens een postmoderne pose van hoogopgeleide kunstenaars kunnen zijn…
Mabesoone en Albrecht protesteren: “We doen niet zomaar aan ironie, we nemen onze inspiratiebronnen serieus. We zijn écht gefascineerd en geïnspireerd door die T-shirts, door de lyrics van popsongs, evenveel als door boeken, films of filosofische theorieën. We pretenderen ook helemaal niet dat we vrij zijn van de mechanismen die we blootleggen. Ook wij worstelen met consumptiepatronen, met ideeën over schoonheid of vrouwelijkheid; we zitten er midden in”, zegt Albrecht. “Soms vind ik het lastig dat ons werk als ‘conceptueel’ wordt ervaren”, zegt Mabesoone. “Ik ben opgegroeid op een boerderij, ver weg van alle cultuurtheorie. Het is niet zo vanzelfsprekend dat ik kunstenaar ben geworden. En ja, Oshin en ik hebben een academische opleiding gekregen, maar wat wij maken is net zo goed geworteld in een tastbare, soms rauwe realiteit.”
Melissa Mabesoone: ‘Ik ben opgegroeid op een boerderij, ver weg van alle cultuurtheorie. Het is niet zo vanzelfsprekend dat ik kunstenaar ben geworden’ @ Jonas Verbeke
Buren verwachtte nooit dat mensen referenties aan kunstenaars of filosofen herkennen. Albrecht: “Ik hoop dat ons werk zo genereus is dat iedereen, van welke achtergrond dan ook, er iets in kan zien of bij kan voelen.”
Woekerplant
Aan een veelheid van ideeën of vormen is in ieder geval geen gebrek: in veertien jaar tijd creëerden Albrecht en Mabesoone een omvangrijk en multidisciplinair oeuvre. Geen rechttoe rechtaan opeenvolging van voorstellingen, eerder een creatieve woekerplant die zich, vertrekkend van een kiem, vertakt in meerdere richtingen en verschillende vruchten draagt.
Naast performances maakt buren ook muziekvideo’s, boeken, installaties, interventies, beeldend werk, postkaartjes. Soms geeft één idee aanleiding tot verschillende varianten: de performance SPARE TIME WORK uit 2022, over arbeid en vrije tijd, werd later de graphic novel STW, your favourite station! (het balanseer, 2023). Blue Skies Forever kreeg in 2019 een nachleben in de vorm van een publicatie met dezelfde naam en in datzelfde jaar volgde een bundel aquarellen van Albrecht en Mabesoone, Ladies wear the blue, die dit jaar nog tentoongesteld werd bij Gallery Sofie Van de Velde.
Het is een kwestie van zorgzaamheid én een kwestie van economie, zegt Albrecht. “We hebben veel, te veel ideeën, en de vraag is hoe je die allemaal de juiste aandacht geeft. Tegelijkertijd: hoe ga je om met je energie, met je resources als kunstenaar? Wil je dingen laten verloren gaan of herwaardeer je ze?” Mabesoone: “Het is schrijnend: een voorstelling is nog niet helemaal koud of er moet al iets nieuws staan. Die manier van produceren is totaal niet duurzaam.”
In die veelvormige output speelt ook het feit dat Mabesoone en Albrecht verbazend veel zelf doen: ze schrijven, spelen, regisseren, tekenen, ontwerpen kostuums en decors, componeren en voeren de muziek uit. Mabesoone: “Elk repetitieproces leren we nieuwe dingen, als een soort professionele amateurs: van de bas spelen tot video’s monteren. Niet dat we al die skills perfect beheersen, maar door gewoon te doen kom je al een heel eind.” Heidegger meets punk – il faut le faire.
Oshin Albrecht: ‘Het autobiografische schemerde altijd al door in onze creaties, maar we waren niet klaar om het aan de oppervlakte te brengen. Vandaag zijn we matuurder, we hebben zelf een familie. We zijn vrijer dan toen’ © Jonas Verbeke
De recentste loot aan de woekerplant is nu de groepsversie van shoe/farm, na preludes die te zien waren in 2022 (Tilburg), 2023 (Leuven) en 2024 (Oostende). Voor het eerst brengt buren de vertrouwde thema’s van arbeid, genderrollen en consumentisme in een autobiografische context. Dat dit niet vroeger kon, heeft opnieuw deels te maken met de structuren waarin Albrecht en Mabesoone als jonge kunstenaars hun weg moesten zoeken.
Mabesoone: “Tijdens mijn opleiding zag ik dat veel collega’s het persoonlijke inzetten als materiaal. Voor mij was dat bedreigend, ik vond de sfeer niet veilig genoeg. Ik had geen zin om als vrouw voortdurend te worden aangesproken op mijn achtergrond.” Albrecht: “Ik denk dat het autobiografische altijd al doorschemerde in onze creaties, maar we waren niet klaar om het aan de oppervlakte te brengen. Vandaag zijn we ouder, matuurder, we hebben zelf een familie. We zijn vrijer dan toen. Pas nu kunnen we echt met die persoonlijke geschiedenissen spelen.” Mabesoone: “Shoe/farm is voor ons zowel een kritiek op als een ode aan onze persoonlijke geschiedenissen.”
Coda
“Hebben we het genoeg gehad over feminisme?” De vraag komt van Melissa Mabesoone, nadat we het gesprek al hebben afgesloten. Het woord is niet gevallen, hoewel het voortdurend onder het gesprek heeft meegetrild. Mabesoone betrapt me. Ik wilde om het begrip heen fietsen, om een mogelijke framing van mijn gesprekspartners af te blokken, om te vermijden dat ze gereduceerd zouden worden tot “feministische kunstenaars”, terwijl hun werk zoveel veelzijdiger is.
Mijn reflex verraadt veel over de mechanismen waarmee vrouwelijke kunstenaars nog altijd worden “weggezet”. Mabesoone knikt: “We leven in een patriarchale samenleving. Ik vind het belangrijk om dat te blijven zeggen. Oshin en ik zijn er zelf sterk mee geconfronteerd, thuis en in onze opleiding. Wanneer wij in onze werken vrouwbeelden uiteen halen en opnieuw in elkaar puzzelen doen we dat om ons daarvan te bevrijden, om onszelf vorm te geven, op ónze manier. Daarin schuilt onze urgentie: het spel naar onze hand zetten, het spelen zoals wij willen. Dát is feminisme.”
Zo is dan toch nog het belangrijkste gezegd.
burencollective.com. Op 3 december 2026 verschijnt de plaat Buren’s Greatest Hits, met voorstelling in het Kaaitheater, Brussel.








Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.