Natuurbehoud is ook zelfbehoud in Twee mensen worden van Lies Gallez
De debuutroman van Lies Gallez is een verdrietig en tegelijk hoopvol verhaal over trauma, weerbaarheid en verzet. De troost die hoofdpersonage Echo niet van haar moeder krijgt, vindt ze in de natuur.
Zeventien was ik toen ik voor het eerst van het Lappersfortbos hoorde: een bos aan de rand van Brugge dat met kap bedreigd werd om er een industriezone van te maken, en dat door activisten werd bezet. Op een dag ging ik erheen. Ik was meteen verknocht. Niet alleen aan het bos en aan de bijzondere sfeer die er hing, maar ook aan Pixie, een knappe Brit en anarchist. We werden verliefd. Ik sloot me aan bij de groep en sloeg mijn tenten op in het bos. In mijn schoenen zat altijd wel een verdwaald steentje of twijgje, na een tijdje voelde ik het niet meer. “What are today’s treasures?” vroeg Pixie dan terwijl hij mijn schoenen op de plankenvloer van zijn boomhut omkeerde. ’s Avonds, bovenaan in zijn boom, telde ik niet de sterren maar de tattoos op zijn lijf.
Toen Lies Gallez (1990) schoolliep in Brugge en elke dag voorbij het Lappersfortbos fietste, zag ze de boomhutten in de boomkruinen deinen. Voor haar romandebuut Twee mensen worden liet ze zich inspireren door de geschiedenis van het bos. Haar hoofdpersonage Echo is op zoek naar verbinding, naar familie en naar een manier om het verleden door de shredder te halen. Na twintig jaar keert ze terug naar het dorp waar ze is opgegroeid en dat al decennialang dreigt te verdwijnen voor de uitbreiding van de haven. Echo’s herinneringen vertakken zich als wildgroei in het bos: Gallez speelt met ruimte en tijd; het verleden dringt zich op aan het heden en dreigt Echo’s herwonnen rust te verstikken. Het verhaal verloopt achronologisch, net als de onrustige herinneringen van Echo.
Met ‘Twee mensen worden’ levert Lies Gallez naast een gelaagde literaire roman ook een aangrijpend, activistisch boek af © Iris Kelly Kuntkes
“Hoe positioneer ik me tegenover het botsen van alle herinneringen in mijn binnenkant?” vraagt Echo zich af. Blijkbaar is er maar één manier: “de kelderdeur van het verleden” wijd opengooien en je schrap zetten voor de monsters die zich in de schaduw schuilhouden. Eén van die monsters is Echo’s eigen moeder; Echo groeit op zonder vader maar met een moeder die schade voor twee disfunctionele ouders heeft aangericht: ze is drankverslaafd, angstig, gewelddadig, vernielzuchtig. Gallez schrijft in Twee mensen worden met diezelfde mengeling van zwaarte en mededogen over “moedermonsterschap” als Renate Dorrestein in haar beste romans:
‘Vuil kind, stop daarmee!’
Ze sloeg mijn hand weg. Ik haatte het wanneer ze me kind noemde. Ik wilde dat ze ‘mijn kind’ zei, zodat ik in de taal bij haar hoorde.
Echo leeft met een moeder die haar leert in haar arm te snijden. “Oefenen in pijn, voor later”, zo omschrijft ze de verschillende gruwelijke vormen van automutilatie waartoe ze Echo verplicht. Hoe grauwer het havendorpje wordt, hoe angstiger de moeder zich voelt en hoe vaker ze zich door dronkaards laat trakteren en versieren in café De Zondebok. Ze kan dagenlang verdwijnen om ineens op wankele benen en met rooddoorlopen ogen weer op te duiken. Ondertussen wacht de kleine Echo haar terugkomst af met een verwarrende mengeling van verlangen en wantrouwen.
Jaren later besluit Echo samen met anderen een bos te bezetten dat gerooid dreigt te worden om plaats te maken voor een industriezone. In het bos zoekt Echo verbinding en vindt die bij haar chosen family en vooral bij Leo, die ook bij de groep bosbezetters hoort en van wie Echo een “herbarium van aanrakingen” wil aanleggen.
Alles is bezield
In haar zoektocht naar zelfbehoud en behoud van het landschap waarin ze zich beweegt, haalt Echo regelmatig het werk van ecodenkers en activisten aan. Onder meer Robin Wall Kimmerer (Een vlecht van heilig gras), Suzanne Simard (Finding the Mother Tree) en biologe-antropologe Jane Goodall komen voorbij. Vooral Simard maakt een grote indruk op Echo. Net als deze wetenschapper gelooft ze in de troostende kracht van de moederboom:
Het zijn de grootste bomen in een bos die fungeren als aanknooppunten van een ondergrondse symbiose tussen de schimmels en plantenwortels. Ze zijn dus de moeders van bossen, zorgend en groots.
Wat Echo niet bij haar moeder vond, vindt ze in haar relatie tot de natuur: troost, respect, gelijkwaardigheid. “Het bos slaapt als een kind dat in de armen van een moeder gewiegd wordt”, merkt Echo op. Het bos biedt haar zingeving. Ze vindt er ook haar eigen lichaam terug. Gehavend, maar nog te genezen:
De bomen leren me vertrouwen te hebben. (…) In vertrouwen zit het woord ‘trouwen’, dus moet je ja zeggen tegen dat wat je nooit zeker weet. Een metafysisch ja, zo kan ik het ook voor je zeggen. Een dat blijft bestaan, ook als er niets meer is.
Soms levert Echo’s emotionele en spirituele queeste wat zweverige en drammerige passages op: Gallez wil net iets te veel uitleggen en expliciteren. Maar daar is ze zich van bewust; bijvoorbeeld wanneer ze zich – bij monde van haar hoofdpersonage – rechtstreeks tot de lezer wendt: “Ik wil deze feiten in de kraag van je jas naaien, zoals vroeger toen je naam overal zichtbaar moest zijn. Zodat je het niet vergeten kunt.”
Nog vaker komen mooie beelden en bespiegelingen in het boek voorbij, zoals: “Stel je voor dat ik het hele verhaal een hart met open ramen heb en dat jij er zo in kunt kijken. Zo diep dat je vanzelf kunt zien dat alles bezield is.” Of deze zinnen:
De krop in mijn keel groeide, alsof je tranen, wanneer je ze niet huilt, vanzelf naar beneden zakken en daar verharden. Dat dat betekende dat hoe meer verdriet er was, hoe groter de krop zou worden. En dat er op die manier toch altijd iets mee zou groeien met je verdriet. Dat je, wanneer je hart dat niet meer kon, nog altijd die krop had.
Twee mensen worden is een intens verdrietig en toch hoopvol verhaal over trauma, moederliefde en falend moederschap, weerbaarheid en verzet. Lies Gallez (die eerder verhalen en een dichtbundel publiceerde, en werkt als ghostwriter) verstaat de kunst om de diepte op te zoeken én toch een zekere lichtheid te bewaren. In een afwisselend poëtische en no-nonsense stijl, vol ongelooflijk mooie zinnen en bespiegelingen over liefde, natuur en de autonomie over het eigen lichaam, duikt ze in de onderaardse gangen van haar personages.
Na verschillende bezettingen over een periode van twintig jaar steken zorgen om het Lappersfortbos opnieuw de kop op: eerder dit jaar werd bekendgemaakt dat drie grote projectontwikkelaars erop uit zijn zeven appartementsgebouwen vlak naast het bos neer te poten. Daarvoor zou een grote hoeveel bomen gerooid moeten worden en zouden enkele woningen (waarvan een paar met erfgoedwaarde) tegen de vlakte moeten gaan.
Twee mensen worden komt op een geschikt moment: naast een gelaagde literaire roman leverde Lies Gallez ook een aangrijpend, activistisch boek af. Ze roept op tot verzet tegen al wie de natuur geweld aandoet, en hanteert verschillende stijlregisters om ons hiervoor warm te krijgen: van reportageachtige passages tot poëtische, beeldrijke zinnen en soms zweverige, spirituele beschouwingen. Daardoor is Twee mensen worden een dystopische roman die de lezers aanspoort ondanks alles hoopvol te blijven.
Lies Gallez, Twee mensen worden, Querido, Amsterdam, 2026, 336 p.





Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.