Deel artikel

Lees de hele reeks
VL ⇄ NL column

Nederland is niet meer mijn thuis

28 september 2026 4 min. leestijd Anouk van Kampen

Drie jaar lang schreef de in Vlaanderen wonende Nederlandse journalist Anouk van Kampen in deze column over de verschillen en overeenkomsten tussen de twee regio’s. Nu legt ze de opdracht neer. ‘Verbazen doe ik me intussen vaker over Nederland dan over Vlaanderen.’ 

“Hoe zit dat eigenlijk in Nederland?” In de jaren dat ik in België woon, is het me tientallen keren gevraagd. Tijdens redactievergaderingen, op café door vrienden, ik mocht aantreden in radiostudio’s voor gelegenheden als Koningsdag en kwam er zelfs een keer mee in een talkshow (in alle eerlijkheid: een Nederlandse politiek journalist had beter antwoord kunnen geven, maar ik woonde nu eenmaal dichterbij). Recent hoorde ik het mezelf voor het eerst vragen aan mijn zus: “Wacht… Hóé zit dat ook alweer in Nederland?”

Een goede drie jaar geleden begon ik aan mijn column voor de lage landen over de verschillen en overeenkomsten tussen Vlaanderen en Nederland en mijn blik daarop, als inwijkeling in Gent. Ik schreef over de Vlaamse eetcultuur, luide Hollanders, de Vlaamse obsessie met auto’s, de normalisering van drankmisbruik, de zegen van huisartsen met tijd om te luisteren en de vloek van mijn Nederlandse accent, dat het onmogelijk maakt om in Vlaanderen incognito te zijn als Nederlander.

Maar de laatste tijd begint het te schuren. Ik woon hier nu ruim negen jaar. Inspiratie vinden wordt steeds moeilijker, want verbazen doe ik me intussen vaker over Nederland dan over Vlaanderen. Meer nog voel ik dat ik met steeds minder gezag kan schrijven over een land waar ik nog altijd mag stemmen, in tegenstelling tot in België, maar dat verder eigenlijk niet meer als het mijne voelt en waar ik steeds minder van weet.

Journalist Peter Vandermeersch schreef na zeven jaar in Nederland in zijn boek Ik zou zo graag van jullie houden dat hij de Nederlandse nationaliteit wilde aannemen. Aanvankelijk had hij met de ogen van een buitenstaander naar Nederland gekeken, schreef hij, maar gaandeweg ging hij het land meer en meer het zijne noemen. En begon hij met de ogen van een buitenstaander naar Vlaanderen te kijken. De Belgische nationaliteit zal ik niet aannemen, maar ik beken wel kleur: ik stop met mijn column, vanaf nu ben ik geen kenner meer van Nederland. Daarvoor staat mijn huis al te lang hier.

In mijn eerste column schreef ik over dat huis. Niet lang daarvoor was wat ooit begon als een tijdelijk avontuur als correspondent in België een heel stuk permanenter geworden: ik had een huis gekocht in Gent, met mijn Belgische vriend die ik daar had leren kennen. Een terugkeer naar Nederland was al onwaarschijnlijker gaan voelen, en nu mijn geld ook in Belgische bakstenen stak, kreeg dat gevoel een vastere vorm.

Na het huis in Gent volgde een baan bij de Vlaamse omroep in plaats van een Nederlandse krant, en daarna een kind met een Belgische identiteit. Ik raakte hier steeds dieper geworteld en was minder goed op de hoogte van wat er in Nederland gebeurde. Net als Vandermeersch werd ik niet alleen in mijn nieuwe land maar ook in het oude een buitenstaander.

Verdeeld

Een huis maakt nog geen thuis. Een thuis is ook een plek waar je je op je gemak voelt, waar je je geen vreemde voelt. Nederland is alleszins niet meer thuis. Vandaag is hier – Gent, Vlaanderen, België – het dichtste wat bij een thuis komt. Inderdaad, het dichtste, want na negen jaar moet ik concluderen dat de emigrant, zodra die zijn thuis verlaat, altijd een beetje verdeeld zal blijven tussen hier en daar. Thuis wordt een beetje overal – en nergens.

Een buitenstaander blijf je misschien altijd wel: als het niet in je eigen ogen is, dan wel in die van de anderen. Je geen vreemde voelen, ligt immers ook in handen van wie verder in de straat, de stad en het land woont waar je huis staat. Ook zij bepalen wanneer je huis een thuis wordt en wanneer je geen buitenstaander meer bent.

‘In het Gentse buurthuis spraken we stilzwijgend af dat we onze Nederlandse afkomst niet zouden benoemen’

En voor Vlamingen zal ik, met mijn duidelijk Nederlandse accent, misschien wel altijd een Nederlander blijven.

In het buurthuis waar ik regelmatig kom, staat een Nederlandse achter de toog. We hebben stilzwijgend afgesproken om het niet te benoemen: dat we allebei Nederlandse zijn en hetzelfde accent hebben. Maar anderen ontgaat die identiteit duidelijk niet. Een tijdje geleden had een aantal klanten een discussie aan de bar terwijl ik stond te wachten. De Belgische kafkapolitiek passeerde de revue, de hoge belastingdruk, en dan de vraag aan haar: “Hoe zit dat eigenlijk in Nederland?”

Haar antwoord: “Ik zou het niet weten, Marc. Ik woon hier al twintig jaar.”

Anouk van Kampen

journalist en voormalig NRC-correspondent in België

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20260ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)