Hollands geld voor een Amerikaanse revolutie
De Nederlandse Republiek speelde een cruciale rol in de Amerikaanse onafhankelijkheid: founding fathers zoals John Adams vonden er niet alleen ideeën en idealen, ze kregen er ook stevige financiële steun.
Portret van John Adams door Reinier Vinckeles, 1782© Rijksmuseum, Amsterdam
Op een zomeravond in juni 1782 staat de Amerikaanse founding father John Adams voor de deur van Amsterdams bankier Jan Willink. Adams was al sinds 1780 in de Republiek der Nederlanden om erkenning en financiering los te krijgen voor de nieuwe Amerikaanse staat, tot dan toe met maar weinig succes.
Zijn ontmoeting met Willink zou daar verandering in brengen. Wat waren de gevolgen voor de jonge Amerikaanse Republiek en haar band met de Nederlanden?
Republikeinse inspiratie
Het was geen toeval dat Adams juist in de Republiek der Nederlanden aanklopte voor steun in de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten. Adams stak zijn bewondering voor de Republiek niet onder stoelen of banken: “I doubt much whether there is any Nation of Europe more estimable than the Dutch, in Proportion. Their Industry and Economy ought to be Examples to the World”, schreef Adams opgetogen aan zijn vrouw Abigail kort na zijn aankomst in Amsterdam.
Voor Amerikaanse revolutionairen zoals Adams was de Republiek der Nederlanden een bron van inspiratie
Voor Amerikaanse revolutionairen zoals Adams was de Republiek der Nederlanden een bron van inspiratie. Adams had zich verdiept in de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog: zo had hij bijvoorbeeld Della guerra di Fiandra door kardinaal Bentivoglio gelezen, een invloedrijk zeventiende-eeuws werk over de Opstand. Ook zijn zoons, die met hem in Europa verbleven, spoorde hij aan om die geschiedenis te bestuderen. De Nederlandse gewesten hadden zich eind zestiende eeuw succesvol onafhankelijk gemaakt van een monarchie, en zich vervolgens verenigd in een federatie van vrije staten. Adams zag de Nederlandse Opstand als een volksopstand tegen de Spaanse onderdrukker, vergelijkbaar met de Amerikaanse strijd tegen de Britten: “It is very similar to the American Quarrell in the Rise and Progress, and will be so in the Conclusion”, aldus Adams.
De invloed van de Nederlanden op de Amerikanen was ook indirect voelbaar, op het vlak van ideeën en cultuur. Volgens historicus Russell Shorto zijn Amerikaanse vrijheidsidealen zoals gelijkheid, maakbaarheid en vrijheid van religie geïnspireerd op de vroegmoderne Republiek, waar relatief veel ruimte was voor tolerantie, vrijheid van meningsuiting, vrije handel en openheid, persvrijheid en religieuze diversiteit – althans, in vergelijking met andere vroegmoderne Europese grootmachten.
Volgens historicus Russell Shorto zijn Amerikaanse vrijheidsidealen zoals gelijkheid, maakbaarheid en vrijheid van religie geïnspireerd op de vroegmoderne Republiek
Hoewel die rooskleurige idealen lang niet voor iedereen golden in de “tolerante” vroegmoderne Republiek, die immers ook gekenmerkt werd door slavenhandel, kolonialisme en grote armoede en ongelijkheid, zagen de Amerikanen hun eigen vrijheidsidealen wel degelijk terug in deze “Nederlandse” voorlopers. “Liberality of Sentiments, Freedom of Enquiry, and Liberty of conscience” waren volgens Adams kenmerkend voor de Nederlandse volksgeest.
Ook op het gebied van religie, handel en staatsinrichting zag Adams overeenkomsten: “The Orginals of the two Republics are so much alike, that the History of one seems but a Transcript from that of the other”. Het was dus geen wonder dat Adams zich al door het voorbeeld van de Nederlanden had laten inspireren toen hij meewerkte aan de tekst van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776. Niet toevallig werd de Republiek der Nederlanden in de zeventiende en achttiende eeuw regelmatig “the United States of the Low Countries” genoemd.
Andersom was de sympathie van de Nederlanders voor de Amerikaanse zaak al vroeg zichtbaar. Officieel was de Republiek neutraal, maar dat weerhield Nederlandse handelaars er niet van om de Amerikaanse rebellen ruim te voorzien van wapens en andere smokkelwaar via het eiland Sint Eustatius, een Nederlandse kolonie in het Caribisch gebied. Het was een doorn in het oog van de Engelsen. Die relatie was toch al gevoelig – in de voorafgaande jaren waren er drie zeeoorlogen uitgevochten, met als inzet de hegemonie over de wereldhandel op zee. De spanning kwam bijna tot ontploffen in 1776, toen een schip onder Amerikaanse vlag door de Nederlanders op Sint Eustatius werd gesalueerd met een kanonschot: een impliciete erkenning van de onafhankelijkheid.
Moeizame missie
Een vruchtbare bodem voor diplomatiek succes, zo dacht Adams. Hij was naar Frankrijk gestuurd voor militaire en financiële steun, en de Franse koning sloot inderdaad een verbond met de Amerikanen in 1778. Maar Adams kon totaal niet overweg met de andere Amerikaanse gezant, Benjamin Franklin, en trok daarom op eigen initiatief naar de Republiek.
Daar aangekomen bleek zijn missie minder eenvoudig dan gedacht. Het politieke bestel van de Republiek was zo ingewikkeld dat Adams eigenlijk niet wist waar hij moest beginnen. Al snel ontdekte hij dat lang niet iedereen fan was van de Amerikanen.
Bij aankomst ontdekte Adams al snel dat lang niet iedereen fan was van de Amerikanen
Voor- en tegenstanders waren verdeeld langs de lijnen van patriotten, de revolutionairen die wilden breken met het ancien régime, en Oranjegezinden, die de status quo wilden behouden. De orangisten en politiek Den Haag wilden de Amerikaanse zaak niet steunen: zij wilden geen nieuwe oorlog met de Engelsen riskeren. Stadhouder Willem V, zelf verwant aan het Engelse koningshuis, was uitgesproken pro-Engels. Over de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring zou hij gezegd hebben: “Het is de parodie van het stuk, dat onze voorzaeten deeden uitgeeven tegens koning Philips de tweede.” Daarmee doelde hij op het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de opstandige Nederlandse gewesten in 1581 de Spaanse koning afzwoeren als hun landsheer.
De revolutionaire patriotten daarentegen voelden zich verwant met de Amerikaanse opstand. Radicale patriottenleiders, zoals de edelman Joan Derk van der Capellen tot den Pol en de doopsgezinde Leidse dominee Adriaan François Van der Kemp, waren felle voorstanders én persoonlijke vrienden van Adams. Van der Capellens pamflet Aan het volk van Nederland uit 1781, een pleidooi voor democratie en mensenrechten, was direct geïnspireerd door het gedachtegoed van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. Bovendien telden de patriotten veel handelaren en rijke burgers in hun gelederen, die wel oren hadden naar de handelsmogelijkheden die de nieuwe staat bood. Adams begreep dus dat hij niet in Den Haag, maar in Amsterdam moest zijn. Dat was ook in achttiende eeuw nog een van de belangrijkste financiële centra van de wereld, ook al behoorde de bloeitijd van de Gouden Eeuw tot het verleden. Adams vestigde zich in januari 1781 in een statig pand aan de Keizersgracht 529.
Toch had Adams in eerste instantie ook weinig succes bij de Amsterdamse bankiers, die politiek Den Haag niet voor het hoofd wilden stoten. Volgens Adams waren ze doortrokken van “a general Littleness arising from the incessant Contemplation of Stivers and Doits, which pervades the whole People”. Blijkbaar bestond ook al in Adams’ tijd het stereotiepe beeld van de gierige Hollanders, die zich door niets anders lieten leiden dan “stuivers en duiten”… In het najaar van 1781 was hij de stad zo zat dat hij ziek werd, naar eigen zeggen van de “pestilential Vapours” die opstegen uit het stilstaande Amsterdamse grachtenwater.
Nieuwe kansen
Niet lang daarna keerde het tij. In 1780 was de Vierde Engelse Zeeoorlog uitgebroken, mede omdat de Engelsen een geheim concepthandelsverdrag hadden ontdekt tussen de pensionaris van Amsterdam, Engelbert van Berckel, en de Amerikaanse afgevaardigde William Lee. Het document – juridisch totaal niet houdbaar, want geen van beiden had een mandaat om namens zijn land te spreken – gaf de Engelsen een reden om de oorlog te verklaren aan de Republiek. Sint Eustatius werd grondig geplunderd en de vloot van de Republiek weggevaagd. Tegelijkertijd leken de Amerikanen langzamerhand de bovenhand te krijgen in de strijd tegen de Engelsen, en kwam vrede steeds dichterbij. In oktober 1781 vond de beslissende slag plaats bij Yorktown.
Voor Adams bieden deze verschuivingen mogelijkheden. Hoewel de Staten-Generaal eerst aan neutraliteit probeerde vast te houden, was het conflict met de Engelsen nu toch al geëscaleerd. Bovendien kon Adams het politieke bestel van de Republiek intussen zo goed doorgronden dat hij ook een andere strategie toepast: hij richt zich rechtstreeks tot het Nederlandse volk. Daar heerst een sterk anti-Engels sentiment, en bovendien willen de Nederlanders de boot niet missen als het aankomt op de handelsmogelijkheden met Amerika, nu de vrede steeds dichterbij lijkt te komen. Dat blijkt een meesterlijke zet. Adams mobiliseert steun onder de burgerij, die hij aanspoort om rekwesten in te dienen bij de regering voor de erkenning van Amerika. In het voorjaar van 1782 besluiten de afzonderlijke Staten van de provinciën, Friesland voorop, om Amerika te erkennen, en het duurt niet lang of de Staten-Generaal volgt. Dat maakt in april 1782 de weg vrij voor financiële transacties, onderhandelingen en verdragen.
Een geslaagde deal
En zo klopt Adams dus aan bij Jan Willink. In mei 1782 was de briefwisseling gestart tussen Adams en Jan Willink, zijn broer Wilhelm Willink en hun medefinanciers, de bankiers Nicolaas & Jacob van Staphorst, en De la Lande & Fynje. Al snel kwamen de heren tot een voorlopige overeenkomst, en in juni bezocht Adams het gezelschap in Amsterdam om de deal te beklinken.
De Willinks, afkomstig uit Winterswijk in het oosten van het land, waren vanaf de zeventiende eeuw in Amsterdam actief als handelaren in linnen, en later als bankiers. In de achttiende eeuw klom de familie Willink op tot de absolute elite van de stad. Niet alleen op zakelijk en politiek vlak, maar ook religieus gezien was er verwantschap tussen de Willinks en de Amerikanen. De Willinks waren Mennonieten, of dopersen: Jan Willink zelf was actief in de Algemeene Doopsgezinde Sociëteit in Amsterdam. Tijdens de geloofsvervolgingen in de zestiende eeuw waren veel mennonieten naar Amerika gemigreerd, waar zij bloeiende gemeenschappen opbouwden. Adams stamde af van puriteinse immigranten die in de zeventiende eeuw vanuit Engeland eerst in ballingschap gegaan waren in de Republiek, en vervolgens naar Amerika vertrokken.
Eind achttiende eeuw verenigden de Amsterdamse bankiers zich in de Holland Land Company, een handelsmaatschappij die op grote schaal stukken Amerikaans land opkocht voor speculatie en ontwikkeling© Wikimedia Commons
Wat er precies gezegd werd tijdens de ontmoeting van de mannen zullen we nooit weten, maar uit de bewaarde briefwisseling tussen Adams en Willink kunnen we het resultaat opmaken. De Amsterdamse bankiers zouden de Amerikanen een bedrag van vijf miljoen gulden lenen, met een rente van vijf procent plus vijf procent onkostenvergoeding. Een kolossaal bedrag voor die tijd, waarmee wapens en andere benodigdheden voor de oorlog tegen de Britten zouden worden betaald. Voor Adams was de deal het begin van groot succes. In het voorjaar van 1782 vestigde hij zich officieel in Den Haag, in de eerste Amerikaanse ambassade, aan de Fluwelen Burgwal. Rond diezelfde tijd liet de Amerikaan zich portretteren door Reinier Vinckeles, de bekendste Nederlandse graveur uit die tijd. Trots en omgeven door symbolen van vrijheid – een hoed op een speer en een bloeiende tak – kijkt Adams de kijker aan.
In het najaar van 1782 slaagde Adams erin om een Verdrag van Vriendschap en Handel af te sluiten tussen de Verenigde Staten en de Republiek. Deze informele alliantie was een definitieve erkenning van de Verenigde Staten als onafhankelijke staat en bedoeld om de handel tussen beide landen te promoten.
Het Amerikaans-Nederlandse handels- en vriendschapsverdrag uit 1782 met handtekening van John Adams© Nationaal Archief, Den Haag
Jan Willink zou rijkelijk profiteren van deze nieuwe “vriendschap”. In de jaren die volgden zou Adams nog vele malen op bezoek gaan bij de Willinks om nieuwe leningen veilig te stellen: in totaal meer dan dertig miljoen gulden. Daar zou hij ontvangen worden in het statige grachtenpand aan de Herengracht 386 dat Jan en Wilhelm Willink in 1790 kochten, waar de gebroeders ook kantoor hielden. Ongetwijfeld ontvingen zij hun zakelijke relaties in de meest imposante vertrekken van het pand: de stijlkamers, die de populaire behangschilder Jurriaan Andriessen in 1776 decoreerde. Die kamers zijn bewaard gebleven – in het grachtenpand is nu museum Het Grachtenhuis gevestigd, waar bezoekers ze nog altijd kunnen bewonderen.
Rond 1790 schilderde Jurriaan Andriessen deze allegorie op de onderhandelingen tussen de Republiek en de Verenigde Staten© Amsterdam Museum
Niet toevallig schilderde diezelfde Andriessen rond 1790 een allegorie op de onderhandelingen tussen de twee republieken. In deze periode verenigden de Amsterdamse bankiers zich bovendien in de Holland Land Company, een handelsmaatschappij die op grote schaal stukken Amerikaans land opkocht voor speculatie en ontwikkeling. Begin negentiende eeuw zou Jan Willink zelfs tot de allerrijkste Amsterdammers behoren: uit belastinggegevens kunnen we opmaken dat de bankier in 1813 een van de honderd hoogst aangeslagenen in de stad was. De deal die Willink in juni 1782 met Johan Adams had gesloten, zal daar ongetwijfeld aan hebben bijgedragen.
Wederzijdse bewondering
Waar John Adams naar de Republiek was getrokken uit bewondering voor haar verleden, zou de inspiratie wederzijds blijken. In de Republiek lieten de patriotten – Adams’ revolutionaire vrienden voorop – zich inspireren om in 1795 een eigen, Bataafse revolutie te ontketenen, waarbij ze wilden breken met het ancien régime.
De oude John Adams noemde zijn jaren in Nederland de belangrijkste van zijn leven© National Gallery of Art, Washington
Maar de eerste directe navolging zag al in 1790 het licht in de Oostenrijkse Nederlanden. Toen publiceerden de Staten van Vlaanderen naar het voorbeeld van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring het Manifest van de Provintie van Vlaenderen, waarin ze zich onafhankelijk verklaarden van de Oostenrijkse keizer Joseph II. Dat deden ook de andere Zuid-Nederlandse provincies, waarna ze zich verenigden in de confederale republiek de Verenigde Nederlandse Staten. Die was geen lang leven beschoren: het grondgebied werd eind 1790 alweer heroverd door de Keizerlijke troepen, en zou in 1795 bij de Franse Republiek worden ingelijfd.
Met de Bataafse Republiek zou iets soortgelijks gebeuren. Hoewel ze officieel onafhankelijk was, bleek deze Republiek eerder een vazalstaat van de Franse Republiek, met wiens financiële en militaire steun ze gesticht was. In 1806 stichtte Keizer Napoleon hier vervolgens het Koninkrijk Holland op, met zijn eigen broer als eerste koning, en in 1810 werd het land alsnog ingelijfd bij het Franse Keizerrijk.
Terug in Amerika schopte Adams het in 1797 tot de tweede president van de Verenigde Staten. Zelf zou Adams zijn onderhandelingen in de Republiek der Nederlanden tot zijn grootste successen rekenen. Tegen het einde van zijn leven verklaarde hij dramatisch: “Whatever you may think; I know, that, if ever my name deserved to be mentioned, from my Birth, on the 19th of October 1775 to this 29th of May 1814; it ought to have been noted in Holland in 1780, or 1781, or 1782, for this Period was the most important of my whole Life.”









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.