Publicaties
In ‘De nobele autist’ geeft Romana Vrede tomeloze liefde aan een schrander rotjong
0 Reacties
recensie De Eerste Keer
literatuur

In ‘De nobele autist’ geeft Romana Vrede tomeloze liefde aan een schrander rotjong

Een puberende tienerzoon met autisme en een verstandelijke beperking krijgt een brief van zijn moeder. Met de pen van Romana Vrede levert dat een verrassend boek op, even hard als liefdevol en openhartig.

Kinderen die over een ouder schrijven, niet zelden als die laatste op het punt staat dit ondermaanse te verlaten, zijn er genoeg. Het ging er ook in deze rubriek al over. En een ouder die in een brief aan een kind de wereld waarin hij of zij opgroeit probeert te duiden, het is ook al eerder gedaan, enkele jaren geleden nog door Abdelkader Benali.

Het uitgangspunt van de debuutroman van Romana Vrede is dus niet érg bijzonder, behalve dat de zoon aan wie de brief is gericht niet alleen zwaar autistisch is, maar ook verstandelijk beperkt. De kans dat hij zelf de brief zal lezen is zo goed als nihil. En ook het publiek kan al vertrouwd zijn met het autisme van haar puberzoon Charlie. Als actrice stond Romana Vrede eerder op de planken met de voorstelling Who’s afraid of Charlie Stevens?, en in 2019 draaide ze een veelgeprezen documentaire over autistische kinderen, Dit is de leven.

Wat valt daar nog aan toe te voegen? Heel wat, zo blijkt. Vrede pakt haar brief origineel aan, door te beginnen bij Charlies fictieve dood. “Ik denk dat ik daar niet bij zal zijn, en dat breekt mijn hart (…) Als kind heb je je moeder nodig op alle grote momenten, en de dood is een groot moment, en jij blíjft kind.” Die vrees, dat zij er niet was op het moment dat hij haar het meeste nodig had, loopt als een rode draad door het boek, en levert vaak hartverscheurende passages op, boordevol liefde voor dat bijzondere kind.

Liefde op het eerste gezicht was het nochtans niet, tussen Romana en Charlie. Ze vertelt hoe hij haar als pasgeborene niet blijkt te herkennen, “een robotje in stand-bymodus”, hoe hij zich als kleuter kan gedragen als een rotjong, en hoe ze vervolgens in ziekenhuizen “een casus” worden, een moeilijk geval dat nader onderzoek verdient.

Terwijl Vrede ontdekt dat haar zoon “anders” is, ontdekt ze ook hoe ze is als moeder. Ze geeft toe dat ze zich soms schaamt, niet voor hem, maar voor zichzelf, omdat ze het onvoldoende voor hem opneemt. Mensen kunnen dan ook de meest grove verwensingen uiten, of gewoon lomp en gemeen zijn. Zoals de vrouw die vraagt om een tijdschema voor de openbare zandbak, omdat haar kinderen Charlie eng vinden. Vrede noemt het voorval in een passage met bozige brieven onder de noemer “aan hen die ik nog moet vergeven”, een van de vele vondsten die dit boek zo sterk en origineel maken.

Vredes bespiegelingen geven het boek een filosofische inslag die veel ruimer gaat dan het leven van Charlie alleen

Een andere vondst: de voetnoten bij de brief, waarin Charlie zelf vanop zijn fictieve sterfbed reageert op de bedenkingen van zijn moeder. Soms onbegrijpend, hoe kan het ook anders, maar even vaak schrander, origineel, gevat, en altijd vol liefde. Want dat is nu eenmaal zijn superkracht: iedereen voelt zich thuis bij Charlie, omdat hij zo oneindig veel liefde geeft. Dat is slechts een van de dingen die we van hem kunnen leren.

Na die eerste moeilijke jaren zijn Romana en Charlie erg close geworden. De manier waarop zij beschrijft hoe hij als zesjarige haar leert om vertrouwen te hebben, is buitengewoon. Want dit is niet zomaar een verslag van een leven met een autistische zoon. Vrede heeft er een echte roman van gemaakt, het verhaal naar haar hand gezet, en ze doet dat in een swingende taal, waar nu eens de boosheid en het ongeloof de overhand nemen, maar daarna de verwondering, en vooral de tomeloze liefde. Vrede doet dat zonder dat het klef of zeemzoeterig wordt, voor vals sentiment is in dit boek geen plaats.

Ze fantaseert over hoe zijn leven is geweest, en stelt hem belangrijke vragen, over hoe het leven voor hem is geweest. Haar bespiegelingen geven het boek een filosofische inslag die veel ruimer gaat dan het leven van Charlie alleen. Want dankzij hem heeft ze geleerd, veel geleerd. Het gaat over hoe we kunnen samenleven met mekaar, ondanks al onze verschillen. Hoe we moeten proberen de dialoog gaande te houden, ook als we elkaar moeilijk begrijpen. Hoe we moeten leren kijken naar elkaars talenten in plaats van gebreken, ook al zijn die laatste duidelijker aanwezig dan de eerste. Om die universaliteit in de verf te zetten, strooit Vrede tussen haar tekst door met citaten uit toneelstukken waarin ze ooit meespeelde, van Hendrik Ibsen, Friedrich Nietzsche en Molière, maar evengoed van hedendaagse, tastende zielen als Jeroen Olyslaegers of Judith Herzberg.

Dat alles mondt uit in een pakkende, filmische finale die leest als een soort mantra, een poging om het leven van Charlie te bezweren. Het leven van een nobele man, opgetekend door een tomeloos liefhebbende moeder met een leeuwenhart.

Romana Vrede, De nobele autist, De Arbeiderspers, Amsterdam, 204 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.