Verzamelen kun je ook stelen noemen
Het teruggeven van kunst begint bij eerlijk zijn over woorden en hun betekenis.
“Hoewel het kunstwerk nu tijdelijk tentoongesteld wordt, pleit Mexico al jaren voor een permanente terugkeer. Daar heeft Frankrijk tot dusver geen gehoor aan gegeven.”
Het is een korte, onopvallende alinea, in een langer nieuwsbericht van NOS. Het verscheen op 18 september, en gaat over de tijdelijke verhuizing van een oud manuscript, de zogenoemde Azcatitlan Codex, van Frankrijk naar Mexico. Ik vond het verreweg de interessantste passage in het stuk. Er zit namelijk ontzettend veel achter die twee zinnen: ze gaan onder meer over kolonialisme, macht, de geschiedenis van de wereld, diplomatie. Zo gaat dat met kunst en historische voorwerpen – vaak is de context belangrijker dan het object zelf.
Het nieuwsartikel deed me denken aan mijn laatste bezoek aan het Louvre, een paar jaar terug. Toen vond ik mijn bezoek aan de “nieuwe” vleugel met niet-Europese kunst schokkend. Waar in de rest van het museum Europa en het nabije Oosten in vijfduizend werken worden behandeld, stonden en hingen in deze paar zaaltjes ongeveer honderd werken voor samen vier continenten. Alles schreeuwde “perifeer”: de slechte bereikbaarheid, het gebrek aan een audioguide, de summiere beschrijvingen van de werken. Ook hier weer kwamen de Fransen er slecht vanaf.
Wat me het meest opviel was natuurlijk iets taalkundigs. Bij de beschrijving van de niet-Europese werken werden constant woorden als “verzamelen” en “bijeenbrengen” gebruikt: verzameld door die of die persoon, bijeengebracht door die collectioneur. In een westerse context is daar meestal niks mis mee. Als jij op beurzen werken van bepaalde kunstenaars koopt, “verzamel” je hun kunst, simpel zat. Maar in een koloniale context zijn zulke woorden wolven in schaapskleren. Het lijken zulke neutrale termen, maar als je er over nadenkt, merk je dat ze maar één perspectief weergeven: dat van de meestal westerse “verzamelaar”. Hoe die precies aan de kunstwerken is gekomen, en of de makers inspraak hadden, dat blijft vaak buiten beschouwing.
Wat voor de ontdekkingsreiziger misschien ‘verzamelen’ heette, kwam voor de lokale bevolking vaak neer op brute roof
Daar wringt de schoen. Wat voor de ontdekkingsreiziger misschien “verzamelen” heette, kwam voor de lokale bevolking vaak neer op brute roof. Werken werden “gewoon” meegenomen, omdat een opgraving toevallig door een westers persoon werd gedaan. In het beste geval betaalde die er een belachelijk lage prijs voor. Zo krijgt “verzamelen” opeens een heel andere lading. Je kunt het ook “stelen” noemen. Het teruggeven van kunst is verre van een eenvoudige zaak, maar het begint bij eerlijk zijn over woorden en hun betekenis.
Gedrenkt in bias
Ik ben zeker niet de enige die kritisch kijkt naar woordgebruik in musea. Enkele jaren geleden verscheen geleden de publicatie ‘Woorden doen ertoe’. Daarin reflecteren een heleboel mensen uit verschillende hoeken namens vier Nederlandse musea op de manier waarop met het koloniale verleden wordt omgegaan. Termen als “bosneger”, “bediende”, “islamiet” en “hutje” worden kritisch benaderd, en in veel gevallen afgekeurd. In sommige gevallen worden termen, zoals de politionele acties in Nederlands-Indië, vooral geproblematiseerd, zonder dat een alternatief wordt gegeven. Het is een realistische, maar lastige aanpak. Wat moeten we dan nu?
“Verzamelen” staat niet in de museale lijst. Dat is begrijpelijk: de auteurs noemen hun pamflet duidelijk een work in progress, aanvullingen zijn mogelijk. Toch is het opvallend dat het in ‘Woorden doen ertoe’ vooral gaat om specifieke woorden, zoals benamingen voor bevolkingsgroepen. Een algemener woord als “verzamelen” komt niet aan bod. Ook dát kan ik begrijpen, want het is veel moeilijker een quasi-neutraal alternatief te gebruiken. En dan zit je vaak ook nog met woorden die een betekenis als vakterm hebben én een betekenis als gewonemensenterm. Het nieuwsbericht van NOS toont daar een ander voorbeeld van:
“Herkomst onduidelijk – Het manuscript kwam eind 19de eeuw in Frankrijk terecht nadat een Europeaan het had gedoneerd aan de nationale bibliotheek. Hoe het boek precies in Europa terechtkwam, is niet volledig gedocumenteerd.”
Dat is wel erg vaag. Natuurlijk gaat het maar om een stukje tekst van dertig woorden, maar dat er voor de term “Europeaan” is gekozen, in plaats van “Fransman”, is opvallend. Het is algemeen bekend dat deze Europeaan een Fransman was. Sterker nog: we weten zelfs om wie het ging: Eugène Goupil. Het lijkt me makkelijk om dat ten minste te vermelden.
Axayacatl, de zesde huey tlatoani van Tenochtitlan, zoals hij is voorgesteld in de ‘Azcatitlan Codex’© Wikipedia
Ook opvallend zijn de woorden “herkomst onduidelijk”. Dat suggereert dat volstrekt onbekend is waar het manuscript vandaan kwam, terwijl we weten dat het werk uit Mexico komt, en dat het daar vrijwel zeker is gemaakt door twee tlaquiloque, een schitterende term die wordt gebruikt voor lokale schrijvers en tekenaars. Waarover wél onduidelijkheid is, is wat in historische kringen meestal de provenance wordt genoemd: de bezitsgeschiedenis. Die is belangrijk om vast te stellen of een werk niet geroofd is.
Het laat weer zien dat taal nooit neutraal is, maar altijd een afspiegeling van macht. Beroemde filosofen als Bertrand Russell en Michel Foucault schreven daar in de twintigste eeuw al over. In iedere ogenschijnlijk neutrale beschrijving van de wereld zit minstens een perspectief vervat.
Taal is daarin zeker niet uniek. Begin september nam de VN een resolutie aan om de bestaande, in westerse bias gedrenkte mercatorprojectie te vervangen door een versie van de wereldkaart die een correctere weergave biedt van de verschillende continenten en hun omvang. De wereld is geen overzichtelijke plek. Dat maakt haar zo interessant, maar ook zo lastig. En het maakt dit soort kwesties absoluut noodzakelijk. Ik blijf ze in ieder geval verzamelen.







Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.