Deel artikel

literatuur recensie

Lees dit artikel niet… tenzij je alles wil weten over verboden boeken

4 november 2026 8 min. leestijd

Religie, politiek en seks zijn altijd de hoofdredenen geweest om boeken te verbieden en zelfs te vernietigen. In zijn historische overzicht Lees dit boek niet! schrijft Floris Bernard dat het gevaar vandaag niet geweken is. Daarom pleit hij voor boeken die ons uitdagen.

Op 27 juli 1521 werd op de Gentse Vrijdagsmarkt, onder het goedkeurend oog van Karel V, een brandstapel opgericht. Iemand las een pauselijke bul uit 1520 voor, samen met het keizerlijke edict dat die akte onderschreef. Het pauselijke schrijven vroeg nadrukkelijk om alle geschriften van Maarten Luther te verbranden. Zowel geestelijken als het gewone volk dienden daarvan getuige te zijn. En zo geschiedde: de werken van Luther en andere protestanten verdwenen in de vlammen. De paus en de keizer spanden samen om de ketterse gedachten van Luther en zijn medestanders uit te roeien. Het protestantisme ondermijnde het katholicisme en Karel V zag zichzelf als voogd van de universele kerk. In het Habsburgse rijk kon maar één geloof bestaan, waarvan de kerk zowel de inhoud als de beleving bepaalde.

De Gentse brandstapel was geen alleenstaand geval. De keizer was er ook bij toen Luthers geschriften in Antwerpen en Leuven in het vuur vlogen. Luther reageerde met een eigen brandstapel. Vooral boeken over kerkelijk recht moesten eraan geloven: zo gaf hij ondubbelzinnig aan dat hij de katholieke wetten niet langer erkende. De pauselijke bul gooide hij daar persoonlijk bovenop.  

Deze boekverbrandingen zijn slechts enkele illustraties van het verhaal over verboden boeken dat de Gentse classicus en byzantinoloog Floris Bernard vertelt in zijn zeer leesbare en leerzame Lees dit boek niet!. Beroemd zijn de woorden van de Duitse dichter Heinrich Heine uit een toneelstuk van 1823: “Waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.” Onwillekeurig denken we daarbij aan het nazisme. In 1933 roofden studenten grote stapels zogenaamd on-Duitse en immorele boeken uit bibliotheken om ze te verbranden op de Opernplatz (nu Bebelplatz) in Berlijn. Niet veel later waren het inderdaad geen boeken maar mensen. 

De universiteiten van Parijs en Leuven speelden een voortrekkersrol in het verbieden en censureren van boeken

Al veel eerder werden mensen gedood als gevolg van hun opvattingen. Marguerite Porete, afkomstig uit Henegouwen, kwam in 1310 in Parijs op de brandstapel terecht vanwege een boek waarin ze zogenaamd ketterse opvattingen uiteenzette. Ze had de mystieke overtuiging dat mensen één kunnen worden met God. De Tsjechische kerkhervormer Jan Hus onderging in 1415 hetzelfde lot. In de zestiende eeuw schreven de rederijkers kritische poëzie over kerkleiders en de heiligenverering. Ze bepleitten een terugkeer naar een persoonlijke relatie met God en de Bijbel. Dat bleef niet zonder gevolgen: de Gentenaar Joos Lambrecht moest zijn stad ontvluchten om zijn leven te redden, in Antwerpen werd de uit Oudenaarde afkomstige rederijker Pieter Schuddematte onthoofd, en de Antwerpse drukker Frans Fraet overkwam hetzelfde. Ook wie teksten drukte die het ware geloof aantastten, liep gevaar. Zo werd de Franse drukker Etienne Dolet in 1546 levend verbrand in Parijs, vanwege “blasfemie, opstandigheid en de verspreiding van verboden en veroordeelde boeken”.

De teksten van Luther, Porete, Hus en vele anderen werden in de eerste plaats verboden – en vaak vernietigd – om religieuze redenen: ze waren in strijd met de officiële kerkelijke doctrines. De boekdrukkunst maakte het probleem voor de kerk alleen maar groter. Door de drukpers konden ideeën zich op een ongekende schaal verspreiden. De kerk zag zich dan ook genoodzaakt boeken systematischer te censureren en te verbieden. De universiteiten van Parijs en Leuven speelden daarbij een voortrekkersrol. Respectievelijk in 1544 en 1546 publiceerden ze lijsten met verboden boeken. De Leuvense lijst gebruikte voor het eerst het woord Index. Die lijst van verboden boeken bleef bestaan tot 1966, toen paus Paulus VI verklaarde dat de Index niet langer kerkrechtelijk van kracht was.  

Eind achttiende eeuw stond de lijst met verboden boeken zélf op de Index – mensen waren er te nieuwsgierig naar geworden

Op die eerste Leuvense lijst stonden ook tweeënveertig Nederlandse Bijbelvertalingen. Dat lijkt vandaag merkwaardig, maar Bijbelvertalingen konden wel degelijk gevaarlijk zijn: ze maakten de evangelies en andere teksten toegankelijk buiten het monopolie van kerkelijke autoriteiten en boden ruimte voor interpretatie. Zoals de priester en humanist Erasmus beklemtoonde, was de Bijbel bovendien een historisch document, door mensen geschreven en daarom vatbaar voor interpretatie. Dat verzwakte het beeld van de Bijbel als het woord van God waarvan de betekenis buiten discussie stond. Erasmus’ eigen vertaling van het Nieuwe Testament werd publiekelijk in Leuven verbrand. Het mocht niet baten. Erasmus was de bekendste en meest gelezen auteur van zijn tijd. 

Een hilarische anekdote die hierbij aansluit, betreft de index van verboden boeken die de Habsburgse regering vanaf 1765 publiceerde. De censuurcommissie stelde vast dat de lijst een averechts effect had: mensen werden nieuwsgierig naar de verboden boeken. De commissie zag zich daarom genoodzaakt om de Index zelf op te nemen in de Index. 

In de loop van de achttiende eeuw verschoof het zwaartepunt van de censuur van religie naar politiek. Veel boeken waren niet langer in de eerste plaats godslasterlijk, maar staatsgevaarlijk. Dat bleek al in de zeventiende eeuw uit Spinoza’s Tractatus Theologico-Politicus (1670). Het boek kreeg al snel de reputatie van “zielsverderfelijk”. Maar voor politieke machthebbers was Spinoza’s pleidooi voor democratie en vrijheid van denken en meningsuiting nog bedreigender: dat raakte aan de fundamenten van het politieke bestel. 

Vrijdenker Chevalier de La Barre belandde op de brandstapel, met een boek van Voltaire op zijn borst gebonden

De Franse philosophes, zoals Voltaire, Diderot en d’Alembert, wakkerden het antidogmatische en politiek liberale denken verder aan. Ze kwamen geregeld in botsing met het Franse censuurapparaat, maar ontsnapten aan het lot dat de vrijdenker Chevalier de La Barre onderging. Omdat hij weigerde respect te betonen voor een religieuze processie, werd hij veroordeeld tot de brandstapel. Voor de vlammen hem doodden, bonden de autoriteiten een boek van Voltaire op zijn borst. 

Er zit veel meer in dit boek dan ik hier kan weergeven. Bernard laat zien hoe boeken al in de oudheid politieke en religieuze machthebbers een doorn in het oog konden zijn en hoe de christelijke renaissance worstelde met de heidense inhoud van antieke meesterwerken. Ook boeiend is het deel over de romantische dichters die de goegemeente uitdaagden, zoals Lord Byron en Percy Shelley, net als de hoofdstukken over censuur onder het nazisme en het stalinisme. Bernard verwijst ook naar auteurs die vanwege hun werk te kampen kregen met islamitisch geweld en vervolging, met als bekendste namen Nagieb Mahfoez en Salman Rushdie.

Naast religie en politiek was ook seks een goede reden om boeken te verbieden en te vernietigen. Het schandaal dat in 1749 ontstond na de publicatie van John Clelands Fanny Hill (ook bekend als Memoirs of a Woman of Pleasure) toont dat duidelijk aan. De expliciete seksscènes leidden tot een verbod op de verspreiding van het werk en tot een arrestatiebevel voor auteur, drukker en uitgever. Bernard wijst erop dat het de achttiende-eeuwse auteurs van zulke romans niet louter om een pornografisch shockeffect te doen was. Fanny Hill en een hele reeks andere erotische boeken waren verbonden met Verlichtingsidealen. Ze bevorderden het vrije denken en keerden zich tegen de verstikkende seksuele moraal van de kerk. 

Erotische boeken waren vaak verbonden met Verlichtingsidealen: ze bevorderden het vrije denken en keerden zich tegen de verstikkende seksuele moraal van de kerk

Ook in de twintigste eeuw bleef seksualiteit in de literatuur een bron van ergernis. Bernard bespreekt onder meer Lolita (1955) van Vladimir Nabokov en Black Venus (1968) van Jef Geeraerts. Dat laatste boek is nooit verboden of gecensureerd. Het won zelfs de Staatsprijs voor de Letteren in 1969. Toch werd het schunnig, seksistisch en kolonialistisch genoemd. Daarmee komt Bernard bij hedendaagse gevoeligheden, die eerder te maken hebben met politieke correctheid en lang genegeerde groepen die hun stem laten horen, dan met de klassieke motieven voor censuur, zoals religie, politiek en seks. 

Hij vermeldt hoe sensitivity readers de jeugdboeken van Roald Dahl aanpassen aan de gevoeligheden van hedendaagse lezers en geeft meerdere voorbeelden van boeken die in de Verenigde Staten van leeslijsten en uit bibliotheken zijn verwijderd, zoals All Boys Aren’t Blue (2020) van George M. Johnson, over een zwarte man die queer is.  

In een epiloog drukt Floris Bernard zijn vrees uit dat er almaar meer boeken verschijnen die ons wereldbeeld bevestigen: “boeken zonder weerhaken”. Daartegenover staat de literatuur waarvoor hij een pleidooi houdt: boeken die niet onderschrijven maar verstoren, die niet geruststellen maar irriteren, die onze overtuigingen niet ondersteunen maar ondergraven. Denk aan een zogenaamd blasfemisch boek als De laatste verzoeking van Christus (1955) van Nikos Kazantzakis, Marjane Satrapi’s aanklacht in Persepolis (2003) tegen het verstikkende Iraanse regime van de ayatollahs of Toni Morrisons The Bluest Eye (1970), een aanklacht tegen het racisme in de Verenigde Staten.  

Zowel in West-Europa als in de Verenigde Staten dreigt censuur of een verbod voor wat als kwetsend wordt ervaren. De accenten liggen anders, maar de ideologische gevoeligheden zijn vergelijkbaar, zoals religie, etnische achtergrond en seksuele geaardheid.  

Lees dit boek niet! is meer dan een selectief overzicht van literatuur die men om een of andere reden wilde of wil verbieden, onderdrukken of zelfs vernietigen. Het is ook een aansporing om juist die boeken te lezen die tegendraads zijn, die spotten en ontwrichten, die ons ongemakkelijk maken. Daardoor kunnen ze bevrijdend werken. 

Floris Bernard, Lees dit boek niet! Verboden teksten van de oudheid tot nu, Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2026, 232 p.

Johan Braeckman

Johan Braeckman

filosoof, schrijver en spreker

website

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20535ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)