Deel artikel

literatuur recensie

Het vuistdikke ‘Inkt, bloed & liefde’ is Leo Vromans levensbeschrijving in de letterlijke zin van het woord

26 oktober 2026 9 min. leestijd

De bijna-eeuweling Leo Vroman was een van de knuffeldichters van de twintigste eeuw. In Inkt, bloed & liefde vertelt Atte Jongstra zijn levensverhaal. Prachtig, maar ook een beetje uitputtend.

Duizend bladzijden en meer dan drieduizend voetnoten telt Inkt, bloed & liefde, het boek dat Atte Jongstra heeft gewijd aan het leven van dichter-wetenschapper Leo Vroman (1915-2014). Anderhalve kilo bevestiging van een bestaan. Misschien is dat niet eens overdreven voor iemand die bijna honderd werd en van veel(zijdig)heid zijn handelsmerk maakte. Vroman legde een fenomenale productie aan de dag in verschillende genres: zestig boeken (literaire en populairwetenschappelijke), meer dan drieduizend gedichten, een stapel tekeningen, computerprogramma’s en een rist wetenschappelijke artikelen in toptijdschriften als Nature. Duizend bladzijden – dat betekent amper tien pagina’s per jaar uit dit klaarblijkelijk rijkgevulde leven. En toch.

Zeker het eerste deel van Vromans leven is bewogen. Geboren in een lerarengezin in Gouda gaat hij in de jaren dertig biologie studeren in Utrecht. Daar engageert de aanvankelijk timide jongeling zich al snel in studentenkringen en maakt hij naam als tekenaar – al vroeg heeft hij de drang zich uit te drukken.  

Als hij wat verder in de studie is, wordt hij tot over zijn oren verliefd op eerstejaars Georgine (Tineke) Sanders. Ze verloven zich, maar als de Duitsers binnenvallen, gaat de Joodse Vroman op de vlucht. Via Engeland reist hij naar Nederlands-Indië, waar hij dienst neemt. Als de Japanners het eiland binnenvallen, wordt hij gevangengenomen. Hij zal opgesloten zitten in verschillende jappenkampen (waaraan hij niet eens de slechtste herinneringen overhoudt). Meer dan zeven jaar ziet hij zijn Tineke niet.  

Na de Tweede Wereldoorlog landt hij op weg naar Nederland in New York en besluit niet meer naar Nederland terug te keren. Tineke is Leo al die jaren trouw gebleven (al heeft ze wel wat geflirt met schrijver Max de Jong) en voegt zich bij hem in de Verenigde Staten. Het paar huwt in 1947. We zijn dan op pagina 227 van Jongstra’s boek.  

De volgende 550 bladzijden laten zich ongeveer zo samenvatten: het koppel krijgt twee dochters, en blijft een heel leven lang ontzettend gehecht aan elkaar. Hun liefdesverhaal werd overigens al een keer aandoenlijk verteld door Mirjam van Hengel in Hoe mooi alles (2014), eigenlijk een biografie van de jonge Vroman. Leo hupt van beurs naar beurs, en wordt een gerespecteerd bloedonderzoeker: een ontdekking over stolling krijgt zijn naam en staat in de medische wereld nog steeds bekend als het Vroman-effect.  

In een literair landschap dat door verschillende strekkingen gekenmerkt wordt, weet deze rijmende allemansvriend iedereen te charmeren

Ondertussen timmert hij aan zijn literaire carrière en wordt hij een van de bekendste dichters van Nederland. In de oorlog is hij gedebuteerd in De schone zakdoek, het mythische tijdschrift op één exemplaar van de surrealistische schrijver Theo van Baaren, later weet hij zijn werk gepromoot door literaire sleutelfiguren als Jan Greshoff en Tom van Deel. Zijn gedichten verschijnen in uiteenlopende tijdschriften als Libertinage (met een klassieke poëtica in het spoor van Forum), Podium (het orgaan van de experimentelen) en Merlyn (het blad waarin close reading gepropageerd werd). Ook de nieuw–realisten J. Bernlef en K. Schippers zijn enthousiast over zijn werk en proberen Vroman te bewegen tot medewerking aan Barbarber. In een literair landschap dat nog door verschillende strekkingen gekenmerkt wordt, weet de poëzie van deze rijmende allemansvriend die letterlijk vanuit de periferie opereert blijkbaar iedereen te charmeren. Zelf ziet hij zich het liefst als een unieke einzelgänger:

En ra ra, wat ben ik dan,
realist, surrealist?
Mispoes, je hebt je vergist: 
Vroman 

Niet alleen onder literatoren, ook bij het publiek is hij een geliefd dichter. Een aantal regels behoren tot het Nederlandse collectieve geheugen: “liever heimwee dan Holland” uit ‘Indian Summer’; “Gedrukte letters laat ik U hier kijken, / maar met mijn warme mond kan ik niet spreken, / mijn hete hand uit dit papier niet steken; / wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken” uit ‘Voor wie dit leest’; of uit Vrede: “vrede, godverdomme, vrede” en “Kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen, / en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen”. Zelfs koningin Beatrix is fan. En de Vromans van haar – er ontwikkelt zich iets als (pennen)vriendschap tussen de vorstin en het echtpaar.  

Maar gaandeweg begint Vromans werk onder overproductie te lijden: omdat hij niet herschrijft en nooit schrapt, volgen de almaar dikkere bundels elkaar gestaag op; redundante passages in zijn kloeke dagboeken blijven staan. Het doet zijn reputatie aan het eind van zijn leven geen goed. Vaak schrijft een oudere auteur nog een meesterwerk, bij Vroman dateren de laatste hoogtepunten uit de jaren 1990. 

Dit Vroman-boek is ook een echt Jongstra-boek: het zit tjokvol anekdotes, weetjes, lijstjes en opsommingen, uitweidingen en tal van sprekende afbeeldingen

Dat alles laat Jongstra omstandig zien in woord en beeld. Naarmate het boek vordert, worden de hoofdstukjes korter en citeert hij ook steeds meer. De feiten lijken min of meer voor zichzelf te moeten spreken, en vooral Vroman, die eindeloos aangehaald wordt, spreekt net iets te veel zelf. De biograaf trekt zich terug, beperkt zich vaak tot het monteren van passages uit het werk en uitspraken van Vroman of anderen, vat nog weinig samen, komt zelden met verklaringen, wel met vragen, associaties met eigen obsessies (Multatuli, Tristram Shandy) en speculaties (bijvoorbeeld over de vraag of Vroman een bepaald postuum gepubliceerd verhaal van Simon Vestdijk gelezen heeft). Die zijn in een historisch-wetenschappelijk genre als de biografie in principe niet gewenst.  

Dit Vroman-boek is dan ook (en misschien: vooral) een echt Jongstra-boek: het zit tjokvol anekdotes, weetjes, lijstjes en opsommingen, enigszins overbodige, maar boeiende uitweidingen, en tal van sprekende afbeeldingen ter illustratie (er is zelfs een hoofdstukje dat alleen maar bestaat uit drie foto’s). Het is heerlijk om te lezen, want speels, spits geschreven en bulkend van de woordspelingen. Tegelijk raak je een beetje verdwaald in de overdaad aan feiten en feitjes: is die brief aan de directeur van zijn dochters school nu zo relevant? Is het echt van belang dat we het soort schoenen kennen waarmee de dichter een bergtocht maakte? Grappig is dat wel en het zegt uiteraard allemaal iets over Vromans dagelijkse bestaan. Die aanpak zorgt ervoor dat je echt kan meeleven, soms zelfs van dag tot dag, maar tussen al de kleine en grotere beslommeringen die gelijkwaardig behandeld worden, verdwijnen de hoogtepunten wat uit het gezicht.  

Moet de onwil van de biograaf om hiërarchie aan te brengen aantonen dat het onmogelijk is om te schiften in de gebeurtenissen uit een mensenleven? Of moet deze werkwijze verhelen dat er na de spectaculaire omzwerving tijdens de oorlogsjaren eigenlijk niet zo heel veel opzienbarends meer gebeurde in Vromans lange leven? Vanaf het moment dat hij zich in de Verenigde Staten settelde, bestond dat voornamelijk uit schrijven (de inkt uit de titel), werken (bloed) en zijn monogame huwelijk dat de allures van een romantisch sprookje kreeg (liefde). Misschien had dat verhaal ook wel in een handzaam boekwerk gepast.  

Eerder dan een biografie – het boek wordt ook niet als dusdanig betiteld – is het vuistdikke Inkt, bloed & liefde een levensbeschrijving in de letterlijke zin van het woord: het verzamelt naast de sterke verhalen, de hoogte- en dieptepunten evengoed de onbenulligheden, details en banale voorvallen. Die brengen kleur en achtergrond, en zijn minstens even constitutief voor dit portret in snippers en scherven.      

Atte Jongstra, Inkt, bloed & liefde. Leo Vroman (1915-2014), De Arbeiderspers, Amsterdam, 2026, 1000 p.  

Carl De Strycker

hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universität Münster, redacteur van De Standaard der Letteren

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20428ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)