Deel artikel

geschiedenis recensie

‘Vloek en zegen’ bundelt kleine verhalen over een grote volkskerk

4 november 2026 5 min. leestijd

Een postkaart, een foto, een brief: meer heeft Vloek en zegen niet nodig om het Vlaamse volkskatholicisme te tonen in al zijn glorie én leed. Dit boek geeft nieuw leven aan erfgoed dat in archieven ligt te sluimeren. Zo illustreert het de meerwaarde van de onderzoeksinstellingen die hard zijn getroffen door de Vlaamse besparingen. 

KADOC, het documentatie- en onderzoekscentrum voor religieus, cultureel en maatschappelijk erfgoed van de KU Leuven, kon zijn vijftigste verjaardag niet betekenisvoller vieren dan met een verzameling sterke staaltjes van eigen werk. Medewerkers en onderzoekers van de erfgoedorganisatie kozen elk een sprekende anekdote of een particulier initiatief als vertrekpunt. Vandaaruit laten ze hun licht schijnen op één verschijningsvorm van het massakatholicisme dat in Vlaanderen eeuwenlang alle geledingen van de samenleving doordesemde.  

De lezer maakt in vijftig verhalen kennis met een samenleving die religie eeuwenlang inzette als middel voor socialisatie, cultuuropvoeding of politieke ideologie. De denkbeelden en gebruiken van de katholieke volkskerk kregen gestalte in het verenigingsleven, in de sociale strijd, in kunst en publicaties, in buitenlandse avonturen en in zoveel meer. 

De onderwerpen in deze staalkaart zijn uiterst divers: een blik achter de voordeur van een katholiek burgergezin, de artistieke uitstraling van een atelier voor neogotische glasramen, de lijdensweg van een joodse benedictijnermonnik tijdens de nazibezetting, het kinderblad Zonneland dat van instrument in de “eucharistische kruistocht” van de abdij van Averbode evolueerde tot een educatief tijdschrift…. 

Elke bijdrage van slechts enkele bladzijden lijkt een extract uit een “encyclopedie van het rijke roomse leven”. Het ene fenomeen is anekdotisch maar illustratief, het andere van grotere historische betekenis; nu eens roept een tafereel herkenning op, dan weer doe je een verrassende ontdekking; soms is religie de spil van het verhaal, soms fungeert ze als decor.  

Het perspectief van het “kleine verhaal” als verdichting van de grote geschiedenis werkt bijzonder goed. Bijna en stoemelings pikt de lezer die brede context mee, zonder dat die veel historische voorkennis nodig heeft.  

In het klooster van de congregatie dochters van Maria in Aartselaar getuigen brieven van de vergeten Antwerpse traditie van Sinte-Greef of de Graaf van halfvasten, een figuur die net als Sinterklaas of Sint-Maarten lekkers meebracht. Brieven van moeder-overste in de rol van Sinte-Greef aan haar medezusters evoceren huiselijke taferelen in een klooster van voor de Tweede Wereldoorlog. Een ander verhaal is dat van het ontstaan van de Afrikaanse taal Lingala, waarin de Vlaamse missionaris Egied De Boeck (1875-1945) een grote rol speelde. De Boeck standaardiseerde en ‘verbeterde’ de Congolese handelstaal Bangala, een staaltje van het goedbedoelde maar paternalistische denken van zijn tijd. Of nog: de oprichting van de KSA, oorspronkelijk als een atletiekclub aan het kleinseminarie van Roeselare, waar competitiedrang vermeden moest worden en de groep samen “Christus: Trouw!” riep voor elke atletiekoefening. 

Hoe rijk dat massakatholicisme ook geëvoceerd en geïllustreerd wordt, Vloek en zegen is geenszins een nostalgische lofzang, noch een boek met een betrokken religieus opzet. Als rasechte onderzoekers werpen de auteurs een eerlijke, historisch correcte blik op de rol en de betekenis van het katholicisme in Vlaanderen. Dat was soms subliem, gemeenschapsvormend en moreel verheffend, maar even vaak streng, beklemmend en paternalistisch. Er zijn verbluffende kunstproducties zoals de schilderijen, beelden en het kunstschrijnwerk uit het kunstambachtenatelier van de katholieke familie Bressers in Sint-Denijs-Westrem. En er is de sociale bewogenheid van bijzondere personages, zoals pater Jan Cuijle en het religieus bewogen echtpaar Tambour, die in 1973 samen met Octave Peterbos, de “koning” van de woonwagenbewoners, een vereniging oprichtten die de belangen van rondtrekkende gemeenschappen behartigde. Die verheffende daden wisselen af met scènes die vandaag vrouwonvriendelijk overkomen en met koloniale verhalen die niets aan de verbeelding overlaten. Denk aan het breed uitgesponnen ideaal van de vrouw aan de haard door de Boerinnenbond of de moeilijke leefomstandigheden van de familiehelpsters. Maar ook aan de koloniale films van de Witte Paters, documenterend en educatief bedoeld, maar met een uitgesproken moraliserende inslag en doorspekt van een westers superioriteitsbeeld. 

De spirituele zoeker zal in Vloek en zegen geen voedsel vinden. Het is veeleer een leerrijk boek voor wie houdt van geschiedenis en cultuur, van het particuliere en het lokale als model voor een hele samenleving. Een strohalm voor wie het belangrijk vindt dat betekenisvol erfgoed niet in de vergetelheid geraakt, want zonder dit werk zouden tal van mooie prenten, affiches of foto’s misschien nooit meer het daglicht zien. Of zoals het in de inleiding verwoord staat: “Dit boek is een bescheiden daad van verweer tegen de tijd.” Door de recente besparingen op erfgoed door de Vlaamse regering, die ook het KADOC midscheeps treffen, zullen dergelijke uitgaven in de toekomst misschien niet meer mogelijk zijn. Dat is meer dan zonde, en niet alleen omdat de vijftigste verjaardag er zo een in mineur is geworden. 

Het tijdskader dat Vloek en zegen zich aanmeet – van 1750 tot vandaag – is te ruim en dat hoefde niet. Die vlag dekt nauwelijks de lading: veruit de meeste verhalen situeren zich in de negentiende en de twintigste eeuw (een bijdrage over de moord op een minderbroeder of over een godfluencer niet te na gesproken). Dat maakt ze herkenbaar voor oudere lezers die nog veel zelf hebben gezien ofwel hebben gehoord van hun (groot)ouders, en dat is een troef.  

Ook de opdeling van de verhalen in drie delen – ‘Ontdekking’, ‘(Over)moed’ en ‘Verweer’ – is overbodig en kunstmatig. Het boek blijft zonder die structuur gemakkelijk overeind als een los verband van beknopte evocaties. Samen vormen de verhalen een coherent geheel, zowel inhoudelijk als stilistisch. 

De bundel – goed voor bijna vierhonderd bladzijden – is licht verteerbaar, maar geenszins oppervlakkig. Het format leent zich ertoe om met tussenpauzes te lezen. In de verzameling zit voor elk wat wils. Boeit het ene verhaal je wat minder, dan blader je verder naar het volgende. Vloek en zegen zal zich dan ook helemaal thuis voelen op het nachtkastje of in het kleinste kamertje. Daarvoor is de frisse, esthetische en hedendaagse cover een stevige plus. 

Vloek en zegen. Pakkende verhalen over de invloed van religie op de samenleving in Vlaanderen (1750-vandaag), Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2026, 383 p. 

Sylvie Walraevens

Zelfstandig journalist, redacteur en publicist

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20535ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)