Deel artikel

literatuur

In de verzen van Jozef Deleu ging niets verloren

21 oktober 2026 7 min. leestijd

Poëzie vormde de kern van alles wat Jozef Deleu heeft betekend voor het culturele leven in de Lage Landen. Zijn eigen verzen waren van meet af aan doordesemd van een vergankelijkheidsbesef.

Het eerste gedicht uit de eerste bundel van Jozef Deleu heet ‘De uitvreter’, en roept dankzij de titel het beeld op van iemand die niets liever doet dan op een zomerdag een beetje dommelen in een bos, zij het dat deze slaap een voorbode van de dood is:

De stilte groeit tot boom
tot langzaam bos.
De schaduw maakt mij loom.

Van donkerte groot
is de schaduw
van de dood.

Het is een sonoor en knap gedicht, dat begint met stilte en eindigt met dood, en daarmee, in nog geen vijfentwintig woorden, een complete levenscyclus voltooit. Dat mensenleven ligt ingebed in de veel tragere kringloop van het bos, en omdat de ik zich er op zijn gemak voelt, heeft de schaduw van de dood iets behaaglijks. Daarbij komt dat ook het gedicht zelf begint met het doorbreken van een stilte en aan het einde weer wegsterft op het wit van de pagina, maar dan met dit voordeel dat het keer op keer, als een welluidende mantra, herlezen kan worden. De lome wandelaar slaapt in de geborgenheid van zijn eigen taal.

Gedichten die een bundel, ja zelfs een oeuvre openen, vragen om een programmatische duiding. In dat kader is het opmerkelijk dat Deleu, die toch niet bepaald heeft stilgezeten in zijn leven, de protagonist van dit gedicht een uitvreter noemt. Maar misschien schuilt hierin juist de kracht van deze markante figuur: hij wist in de vita activa te floreren doordat hij zich altijd kon terugtrekken in de binnenwereld van een vita contemplativa, waar de complexiteit van het bestaan in uiterst beheerste taal werd samengebald tot haar essentie.

Het is onmogelijk om in het kort een overzicht te geven van alles wat Deleu heeft betekend voor het culturele leven van de Nederlanden, maar het lijkt evident dat poëzie daarvan de kern vormde, als het binnenste van een boom die weliswaar uitdijt in steeds nieuwe ringen, maar toch zichzelf blijft.

Deleu moet een onverzadigbaar lezer geweest zijn. Als hoofdredacteur van Ons Erfdeel volgde hij de literatuur op de voet en benaderde hij dichters die hem opvielen persoonlijk, bijvoorbeeld om op te treden bij evenementen die hij organiseerde. Vanaf 1976 verscheen zijn omvangrijke, op existentiële thematiek gerangschikte bloemlezing Groot Verzenboek in steeds nieuwe edities. Deleu liet de voor hedendaagse lezers relevante poëzie beginnen bij Gezelle en Gorter, maar voegde bij iedere nieuwe uitgave (in 2021 was er een negentiende druk) werk van jonge dichters toe, mede met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen die de afgelopen halve eeuw niet stilstonden.

Waagstuk

Na zijn pensionering richtte hij het tijdschrift Het Liegend Konijn op, waarvan het eerste nummer in april 2003 verscheen. Het telde negentig pagina’s en bevatte poëzie van tien gevestigde namen, in alfabetische volgorde, van Anna Enquist tot Menno Wigman. Binnen dat tiental was David Van Reybrouck in die zin een debutant dat hij nog niet eerder poëzie had gepubliceerd. In het woord vooraf beschrijft Deleu dit project als roekeloos, want wie begint er nu in de eenentwintigste eeuw een tijdschrift dat aan poëzie is gewijd en uitsluitend gedichten bevat, zonder enige beschouwelijke context? Bovendien geeft hij direct onomwonden aan dat hijzelf de enige redacteur is, terwijl de tijdgeest zweert bij collectieven en diversiteit.

Toen het tijdschrift eind 2025 voor het laatst verscheen, bleek nog maar eens dat het waagstuk van Deleu een instituut was geworden. De smaakvol opgemaakte nummers werden dikker, in 2014 verscheen een aan oorlog gewijde editie die zelfs 436 pagina’s omvatte. Doordat Deleu blijkbaar alles in de gaten hield wat in de Lage Landen aan poëzie verscheen, ook in tijdschriften en op festivals, slaagde hij erin altijd weer nieuwe debutanten te rekruteren, terwijl ook gearriveerde dichters graag bleven bijdragen. Het Liegend Konijn werd bij uitstek het tijdschrift waarin je een keer gestaan moest hebben om naam te maken in de Nederlandstalige dichtkunst. Redacteuren van andere tijdschriften, organisatoren van evenementen en uitgevers volgden het tijdschrift op de voet om erachter te komen welke talenten op doorbreken stonden. Niemand anders dan Deleu, met zijn charisma en diplomatieke gaven, had dit tijdschrift van de grond kunnen tillen.

Wie begint er nu in de eenentwintigste eeuw een tijdschrift dat aan poëzie is gewijd en uitsluitend gedichten bevat, zonder enige beschouwelijke context?

Als dichter heeft Deleu niet luidruchtig aan de weg getimmerd, maar sinds 1963 bouwde hij toch gestaag een oeuvre op dat indrukwekkend mag heten. Het overgrote deel van de gedichten is bescheiden van formaat. Twee of drie strofen, versregels van soms maar een handvol woorden, en alles op gedempte toon. Een fraai voorbeeld is ‘De wijnstok’ uit Overboord (2012). De bundel draagt een motto van Seneca: “Laat het lot ons voorbereid aantreffen, klaar om te gaan.” Het allegorisch getinte epigram, dat zo in een boek met zeventiende-eeuwse emblemata opgenomen had kunnen worden, luidt als volgt:

de wijnstok kreeg
te lange armen
werd in volle zomer
gesnoeid

alsof hij erom vroeg

De locatie is landelijk, zoals in veel van dit werk, het beeld is helder, de gepersonifieerde wijnstok krijgt een morele betekenis, maar op zo’n manier dat de spreker door het woord “alsof” te gebruiken nog een slag om de arm houdt. De interessantste kunstgreep is hier echter de verleden tijd, die ervoor zorgt dat je het boompje tegelijkertijd in gesnoeide en ongesnoeide staat voor je ziet. En je weet dat die armen altijd weer kunnen aangroeien.

Bij iemand die altijd zo veel levenskracht heeft uitgestraald als Jozef Deleu is het opvallend dat zijn poëzie van meet af aan doordesemd was van een besef van vergankelijkheid. De debuutbundel, waaruit ik hierboven het eerste gedicht citeerde, heet Schaduwlopen (met een motto uit Het uur U van Martinus Nijhoff). Daarin lezen we al zinnen als deze: “Spelend met de dood / volgt mij het leven”, en enkele regels later: “spelen met de dood / is het leven benoemen.” In een aan zijn geliefde opgedragen gedicht uit de bundel Nachtwerk (1970) staat zelfs de erotiek in het teken van de eindigheid. Na met een paar woorden een zacht vrouwenlijf te hebben opgeroepen zegt hij:

Wij zijn
zachte dieren
in de buik
van de nacht
twee bloemen
aan één stengel
en buiten
de koude
voor later
die wacht.

Wanneer je de verzamelde gedichten doorbladert, zie je zijn hele leven voorbijkomen. De boerenzoon groeit op, trouwt met Annemarie, behoudt zijn gehechtheid aan het platteland, krijgt kinderen, later kleinkinderen, en voelt de ouderdom bezit van hem nemen zonder dat dat afbreuk doet aan de kracht van zijn verzen.

Vederlicht geluk

In de loop der decennia neemt hij afscheid van het katholieke geloof. In Gras dat verder groeit (2005) schrijft hij: “Het doet er niet toe of je in God gelooft of niet. God is / in het beste geval een woord met een hoofdletter, dat je op / onverantwoorde wijze bezighoudt, maar niet ontroert.” De kerk als institutie lijkt voor hem te hebben afgedaan, maar hij is eerder agnost dan ongelovige: “Indien ik de zekerheid had dat er / geen God bestond, zou ik er nooit meer over spreken. / Maar dat is een te eenduidige veronderstelling.”

Ongeacht de aanwezigheid van het goddelijke vindt het leven hier plaats, hier op deze vreemde maar warme aarde. Sub specie aeternitatis is het bestaan kort en kommervol, maar ook rijk. Ondanks het altijd aanwezige besef een sterfelijk wezen te zijn is deze dichter immers niet zozeer somber als wel verwonderd om alles wat zich voordoet en zich ook zal blijven voordoen als hij er zelf niet meer is. Hoopgevend is bijvoorbeeld ‘Kippenboer’ uit de bundel Onbeschut (2009), waarin de dichter zijn kleinzoon Tobias observeert:

vederlicht
omarmt
het kind
de kip

nog inniger
dan dit
gedicht

vol teder
licht
en overmacht
van leven

Ook dit miniatuurtje is weer een wonder van woordkunst. Het klankspel bewerkstelligt een sensatie van “vederlicht” geluk, waarbij kip en kind bijna met elkaar versmelten, waar de twee zintuiglijke betekenissen van “licht” op zinrijke wijze in elkaar overvloeien en het gedicht zelf zich ziet ingeklemd in een overdaad aan liefde en vitaliteit.

Zijn dichtwerk staat fier overeind, al zou Deleu de eerste zijn om toe te geven dat ook dit niet het eeuwige leven heeft

Wat laat Jozef Deleu ons na? Zijn betekenis voor het culturele landschap van de Nederlanden is onuitwisbaar, Het Liegend Konijn was een kwarteeuw lang een monument, en wie hem gekend heeft zal met warmte en ontzag aan hem terugdenken. Zijn dichtwerk staat fier overeind, al zou Deleu de eerste zijn om toe te geven dat ook dit niet het eeuwige leven heeft. Op de laatste pagina van Tussentijd (2019) maakt hij voorlopig een balans op – het is niet zijn laatste bundel, want in 2023 verscheen nog het prachtige boekje Het paard van mijn vader. Maar in ‘Nalatenschap’ constateert hij nuchter dat gisteren “niet overhaast / maar traag” vandaag is geworden en straks morgen zal worden. Een zekere trots klinkt door in deze strofe:

wat wij deden
of nalieten te doen
wat wij opbouwden
of bestreden
was openbaar

Het is gezien en het is niet onopgemerkt gebleven, om Gerard Reve aan te halen. Het gedicht eindigt zelfbewust:

van verlies
was geen sprake
op winst werd
nooit gehoopt –
niets ging verloren

Alles vergaat, iedereen sterft, elke tekst wordt op den duur vergeten – maar verloren gaat er niets.

Piet-Gerbrandy

Piet Gerbrandy

Dichter en criticus

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20324ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)