Deel artikel

taal

De studie van het Nederlands zoekt fans in Franstalig België

26 oktober 2026 9 min. leestijd

Opleidingen verdwijnen, inschrijvingen vallen terug en het Nederlands boet in tegenover grotere talen: in Franstalig België staat de neerlandistiek onder druk. Tegelijk is er een enthousiaste nieuwe generatie die haar lot aan de taal verbindt.

“Gedaan met colleges Nederlandse literatuur en taalkunde aan de Brusselse campus van de UCLouvain. Au revoir lessen Nederlandse cultuur en maatschappij.” Die noodkreet slaakte professor Nederlandse taal- en letterkunde Matthieu Sergier in 2025 met collega-neerlandica Tanja Temmerman. Sergier sloeg niet zomaar alarm. Zijn campus, de Université Saint-Louis – Bruxelles (die onder UCLouvain ressorteert), biedt sinds vorig academiejaar geen Nederlandse taal- en letterkunde meer aan. Studenten die aan hun bachelor begonnen zijn, kunnen die nog afmaken. Maar daarna is het einde verhaal. Of beter: wie aan UCLouvain als neerlandicus wil afstuderen, moet nu naar Louvain-la-Neuve.  

Dat er pal in het centrum van de tweetalige hoofdstad van België geen Nederlandse taal- en letterkunde meer onderwezen zou worden op een plaats waar studenten naartoe komen die misschien minder geneigd zijn voor de grote campus in Waals-Brabant te kiezen: het steekt Sergier, die ook hoofdredacteur van het blad Internationale Neerlandistiek is. 

“Voor alle duidelijkheid: Nederlands leren in een taalcursus gaat nog altijd”, zegt hij. “En ook onze studenten rechten en economie kunnen Nederlands blijven volgen binnen onze meertalige opleidingen. Maar het is spijtig dat je de taal op zich niet meer kunt studeren in een hyperdiverse wijk als deze.” Overigens bestaat ook de opleiding aan de Université Libre de Bruxelles nog.

Algemene daling

Achter Sergiers verzuchting gaat veel meer schuil dan de bekommering om zijn eigen departement. Want wat aan Saint-Louis – Bruxelles gebeurt is het symptoom van een bredere trend: ook in Vlaanderen en Nederland heeft neerlandistiek de wind niet langer mee. Symbolisch genoeg werd de bacheloropleiding ook afgeschaft aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij uitbreiding maakt de dalende bijval van neerlandistiek in Franstalig België dan ook deel uit van een in het hele Westen verminderde interesse voor taal- en letterkunde, zeker als het over “kleine” talen gaat.

“Eigenlijk zijn we het slachtoffer van een problematiek die ons overstijgt, en die is maatschappelijk”, vreest Sergier. “Jongeren zijn ongerust over de toekomst en kiezen voor richtingen die meer utilitair aanvoelen. Als je voor tandarts studeert, is de kans groot dat je ook tandarts wordt. Aan neerlandistiek is niet direct een vast beroep verbonden. Of het zou onderwijs moeten zijn, dat al evenmin in de lift zit.”

Sergier staat niet alleen met zijn vaststelling. Julien Perrez doceert Nederlandse taalkunde aan de Université de Liège (ULiège) en ziet zijn richting zelfs “inzakken”. “Toen ik in 2010 begon, had ik in de tweede bachelor nog veertig tot vijftig studenten, zowel germanisten als vertalers. Vandaag is dat aantal ongeveer gehalveerd.” Aan de Université de Namur (UNamur) vertelt neerlandica Laurence Mettewie niets anders: “In 2019, voor de covidcrisis, haalden we nog vijftig studenten in het eerste jaar bachelor. Vandaag niet meer.”

De redenen voor de terugval noemt Perrez “multifactorieel en complex”. “De samenleving ziet talen vooral als communicatiemiddel, niet als een op zichzelf staand studieobject. Zo is het ook in het secundair onderwijs gegaan. Oké, voor de meerderheid van de leerlingen heeft die focus op communicatie wellicht gewerkt. Maar niet voor ons: de literaire kennis en grammaticale analyse zijn in de verdrukking gekomen.”

De neergang hangt ook samen met de foute perceptie van neerlandistiek onder jongeren. “Sommigen denken dat we een veredelde avondschool Nederlands zijn in plaats van een wetenschappelijke opleiding”, zegt Mettewie. Haar collega Jürgen Jaspers, neerlandicus aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), stelt vast dat Nederlands “het aflegt tegen meer populaire talen als Spaans of Engels”, al ziet hij de inschrijvingscijfers aan zijn instelling redelijk stabiel blijven. 

“In Luik merk ik een vrij negatieve houding tegenover het Nederlands op, mogelijk gelinkt aan politieke stereotypen en nationalisme”, zegt Perrez. Mettewie, die onlangs een taalattitude-onderzoek uit 2000 herhaalde, zegt dat “het imago van het Nederlands er sindsdien alleen maar verder op achteruitgegaan is”. Al relativeert ze ook: “In de negentiende en vroege twintigste eeuw had de taal haar imago ook al niet mee. Het probleem dateert niet van gisteren en zou ons juist moeten aanmoedigen om door te zetten.” 

Gebrekkige kennis

Niet alleen de houding wordt negatiever, ook de beheersing van het Nederlands boert achteruit. Jürgen Jaspers liet zijn derdejaars interviews afnemen bij andere ULB-studenten over hun kennis van de taal, of het gebrek daaraan. “Hun uitleg daarvoor ging meerdere richtingen uit, de ene al geloofwaardiger dan de andere: er was geen leerkracht Nederlands, ze hadden niet goed les gekregen, hun ouders hadden hen niet genoeg gestimuleerd, het systeem was ouderwets, de leerkracht te streng, het lesmateriaal leek nergens naar, enzovoort. Het grappige was dat dezelfde excuses vaak terugkwamen. Typische verklaringen die de oorzaak altijd weer buiten de leerder zelf leggen, en dus met een korrel zout te nemen zijn.”

“Ook de federalisering van België heeft ons niet geholpen, want Vlaanderen is voor veel studenten een beetje in het buitenland komen te liggen”, zegt Matthieu Sergier. “Een typisch Belgisch gevolg is dat Franstalige studenten in Vlaanderen op Erasmus kunnen.” 

Toch telt Franstalig België volgens de Nederlandse Taalunie nog altijd 350.000 leerlingen of studenten Nederlands, in alle richtingen en leermodellen samen. Maar als het over universiteitsstudenten gaat (die Nederlands studeren binnen de Germaanse talen, algemene taalkunde of vertaalkunde), dan komen we op een voorzichtige schatting van zo’n 350 studenten (op basis van cijfers die we via de Conseil des Rectrices et Recteurs ontvingen, na een vraag om het aantal inschrijvingen aan UCLouvain, ULIège, ULB, UMons en UNamur).

In ieder geval: stijgen doet het aantal inschrijvingen neerlandistiek niet. In een context van besparingen doemt dan het spook van de onderfinanciering op. Want ook in Brussel en Wallonië staat of valt de financiering van opleidingen, onder andere, met het aantal studenten dat zich inschrijft. Krimpende afdelingen worden wegens “te duur” met opdoeking bedreigd. 

“Vanuit louter managementoogpunt valt daar à la limite iets voor te zeggen”, licht Sergier toe. “Maar het is complexer dan dat: iemand die voor dierenarts studeert kost meer dan iemand die taal- en letterkunde volgt, net zoals iemand in een richting met meerdere kleine groepen, zoals taal- en letterkunde, meer kost dan iemand in richtingen met grote groepen.”

“Als er bezuinigd moet worden, wordt er in de eerste plaats naar de studentenpopulatie en -verhoudingen gekeken”, zegt Julien Perrez. “Dat doen wij ook intern, op het departement. Zo zijn we dit jaar een positie van assistent en een halve positie van docent kwijtgeraakt. De middelen zijn naar grotere talen gegaan.”

Nederlands verplicht?

Dergelijke situaties zijn pijnlijk paradoxaal omdat de Fédération Wallonie-Bruxelles het Nederlands vanaf het schooljaar 2027-2028 juist verplicht wil maken voor alle Franstalige leerlingen vanaf het derde leerjaar. De maatregel, in 2019 aangekondigd door toenmalig minister van Onderwijs Caroline Désir (PS) en aangehouden door huidig minister Valérie Glatigny (MR), stelt zich tot doel de tweetaligheid te boosten – iets waar de leerlingen zelf niet op tegen zijn. 

In de recente studie waar Laurence Mettewie al naar verwees en waarbij achthonderd laatstejaars secundair werden bevraagd, ging een vraag over het verplicht maken van het Nederlands. “En wat blijkt? Een hoog percentage vindt het een goede zaak!”  

“De verplichting is een goede beslissing omdat ze aangeeft dat de kennis van het Nederlands belangrijk is”, denkt ook Julien Perrez. “Toch blijft het, vrees ik, vooral een symbolische beslissing, want waar gaan ze al die leerkrachten vinden? Niet bij ons. Het zal erop neerkomen dat iedereen die wat Nederlands kent, ook al is het op basis van een certificaat, in het onderwijs aan de slag zal kunnen.” 

Gewild op de arbeidsmarkt

Dat de relatie tussen taal- en letterkunde en een specifiek daarmee verbonden beroep enigszins schuurt, is op zich geen nieuws. Tegelijk: wie in België het Nederlands machtig is, heeft aantoonbaar meer uitzicht op werk. “Het blijft me dan ook verbazen dat relatief weinig studenten opteren voor een talencombinatie met het Nederlands, aangezien dat juist de meest gevraagde combinatie is op de Belgische arbeidsmarkt”, zegt Sonja Janssens, vicedecaan is van de faculteit Letteren, Vertaling en Communicatie. 

Janssens ontwaart onder ULB-academici een “heel open houding” tegenover het Nederlands, maar vindt die minder terug bij de jongeren zelf. “Ik vrees dat er een probleem is met de manier waarop ze naar de taal kijken, alsof ze er nog altijd een vaag gevoel van spanning en conflict bij ervaren, ook al ligt de taalstrijd al jaren achter ons.” 

Of is het dan toch de manier waarop jongeren de taal op school naar binnen krijgen? “Uiteraard is het systematisch verwerven van woordenschat en grammatica cruciaal, maar om mensen echt te motiveren moet er meer gebeuren, en moet je ook inzetten op contact met en kennis van de cultuur en taalgemeenschap, zeker ook in hun hedendaagse uitingen. Een taal leer je nooit alleen in de klas, maar ook buiten de schoolcontext. Brussel heeft op dat vlak erg veel te bieden.” 

Is wat neerlandistiek betreft het glas dan halfleeg, of alsnog halfvol? “De discipline op zich lijkt me in goeden doen”, zegt Sonja Janssens. “Er gebeurt onderzoek aan beide zijden van de Belgische taalgrens en ook in het buitenland blijft Nederlands een onderwerp van studie. De Taalunie zet zich met hernieuwd elan in voor het versterken van het Nederlands en in 2025 vond er in Brussel nog een succesvolle editie plaats van het congres van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek.” 

“Om het in het Engels te zeggen: we zouden de richting neerlandistiek met zijn allen moeten rebranden”, lacht Laurence Mettewie. “Het verhaal ontkrachten dat Nederlands moeilijk is, ook. Integendeel, het is juist een erg transparante, leuke en creatieve taal.” Ook Matthieu Sergier merkt groot enthousiasme: “Ik heb zelfs nog nooit een student horen zeggen: ‘Nederlands, bah, daar houd ik niet van.’ Integendeel.” Mettewie bevestigt: “Ik heb studenten aan wie het heel fijn lesgeven is. Originele, een tikje rebelse karakters.” 

De beste reclame komt van studenten: ‘Ik denk niet dat de neerlandistiek met uitsterven bedreigd is. Ik ben zelfs verliefd geworden op het Nederlands’

De beste reclame komt van de studenten zelf. “Ik heb Nederlands altijd een mooie en logische taal gevonden”, zegt Léa Fedrigo (23), studente in de masteropleiding onderwijsdidactiek Engels-Nederlands aan de ULiège. “Hoe het Nederlands morfologisch in elkaar steekt, de vele samengestelde woorden die je kunt creëren, dat fascineert me.” 

Corentin Tibbaut (23) is eveneens masterstudent in Luik en heeft zich op de letteren gegooid. “Ik doe een vergelijkend onderzoek naar Lolita van Nabokov en Mijn lieve gunsteling van Lucas Rijneveld. In het secundair koos ik Engels als eerste moderne taal, maar toen ik daarna met Nederlands begon was ik meteen verkocht. Ik vond Nederlands een aantrekkelijke taal en was er ook goed in. Hier aan de universiteit kwamen daar literatuur en cultuur bij. Het was een schatkist die voor mij openging.” Die gaat nog niet meteen dicht, want als het meezit kiest Tibbaut straks voor een doctoraat. Léa Fedrigo hoopt dan weer in de voetstappen van haar moeder te treden, die leerkracht Nederlands-Engels is. “Vooral het Belgisch-Nederlands vind ik leuk.” 

“Mijn Erasmusverblijf aan de KU Leuven was een geweldige ervaring”, wil Tibbaut nog kwijt. “Ik was een beetje bang door wat ik over het Vlaams-nationalisme had gehoord, maar in Leuven heb ik juist open mensen ontmoet. Ik houd er fantastische vriendschappen aan over.” Waarna het hoge woord eruit moet: “Ik denk niet dat de neerlandistiek met uitsterven bedreigd is, neen. Ik ben zelfs verliefd geworden op het Nederlands.” 

Lode delputte aangepast

Lode Delputte

journalist

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20428ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)