Er zit geen lijn in en het vliegt alle kanten op, toch stopte Wim T. Schippers het leven tjokvol vreugde
Hij was een televisiemaker die de ernst deed capituleren, een kunstenaar die sprak met pindakaas, en een man die begreep dat het mooiste is wat je met een stem kunt doen: ze uitlenen aan een muppet. Misschien het meest van al was Wim T. Schippers (1942-2026) een elegante hinkelaar die wist hoe je de zinloosheid van het leven passeert. ‘Als je echt heel hard om iets moet schateren ben je totaal vervuld.’
Het is lastig ontroering voelen bij 1.100 liter uitgesmeerde pindakaas. Er valt geen troost uit te oogsten, geen politiek manifest op te baseren, geen morele revelatie bij te krijgen. Het is gewoon wat het is: 1.100 liter uitgesmeerde pindakaas. Een stille, nutteloze zee van nootachtig bruin, hier achtergelaten door Wim T. Schippers.
‘Als kind al zag ik de onzin van alles in, maar ik zag ook in dat dat inzicht niet tot treurigheid hoeft te leiden’Het is in theater Mickery in Loenersloot, een dorp onder Amsterdam, dat Schippers in 1969 de vloer met pindakaas laat bedekken. Hij is dan 27. Zes jaar eerder heeft hij in Museum Fodor in Amsterdam al hetzelfde gedaan met glasscherven, en met zout.
Nu Schippers overleden is, zal ‘De Pindakaasvloer’ als eerbetoon opnieuw worden opgebouwd in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen© Museum Boijmans Van Beuningen
Nadat De Pindakaasvloer in de loop van de jaren ook in Utrecht en Amsterdam te zien is geweest, koopt het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen in 2010 het werk – of beter: het idee, want in zijn gematerialiseerde vorm is dit natuurlijk kunst met een houdbaarheidsdatum – definitief aan. Nu Schippers overleden is, zal De Pindakaasvloer daar opnieuw worden opgebouwd, als eerbetoon. Al zal de bedenker, sinds 10 juni van dit jaar voor altijd verhinderd, niet kunnen toezien op die ene belangrijke voorwaarde: dat de pindakaas egáál wordt uitgesmeerd.
In 1986 heeft Schippers een begenadigde ensemblecast uitgezocht voor de twee opvoeringen van zijn theaterstuk Going to the Dogs: zes Duitse herdershonden bekennen zich op het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg tot bevlogen method acting. Er wordt gelachen en confuus toegekeken door het publiek, en gesnaterd door politici – in de Tweede Kamer komen er snibbige vragen over de subsidie die het stuk gekregen heeft. Schippers blijft er stoïcijns bij. Het portret van Ilja, één van de honden, hangt vandaag nog altijd in de eregalerij van de Stadsschouwburg.
Het portret van Ilja, één van de honden uit Schippers’ voorstelling ‘Going to the Dogs’, hangt vandaag nog altijd in de eregalerij van de Amsterdamse Stadsschouwburg De Pindakaasvloer en Going to the Dogs zijn in de eerste plaats weigeringen. Het kunstwerk en het theaterstuk weigeren de ernst en de zwaarte, ze weigeren de zoektocht naar zin en betekenis, ze weigeren de suggestie dat een mensenleven meer is dan een exercitie in zinledigheid. Schippers heeft zich door de Amerikaanse kunstbeweging Fluxus laten inspireren, en beschouwt de Duitse dadaïst Kurt Schwitters als een souffleur, maar nog het meest van al komt zijn werk voort uit het balsturige levensgevoel dan in hemzelf woekert: het menselijke bestaan is ten diepste absurd, en dus kan er maar beter wat worden gelachen.
Humor, zo observeert Schippers in 1986 met spijt in Humo, hoort niet bij kunst, is er het tegendeel van, de ontkenning – want lachen staat recht tegenover het “groot gebied van treurigheid, diepzinnigheid en ernst” waarin de kunst is ingeplant. “De lach staat bij veel mensen veel minder hoog aangeschreven dan allerlei andere emoties. Ik vind lachen een ontzettend mooi gevoel, want als je echt heel hard om iets moet schateren ben je totaal vervuld – dan is er geen ruimte meer voor iets anders.”
Wachtzaalscheetje
Die humor is omnipresent in zijn televisiewerk voor de VPRO, en vaak komt daar reuring van. Het begint in 1967 met Hoepla, een programma dat al na drie afleveringen wordt afgevoerd. Volstaan voor een file van verontwaardigde meningen en een “Schande, schande!” zingend koortje: een reportage waarin dronken militairen gefilmd worden, en een scène waarin kunstenares Phil Bloom als eerste vrouw op de Nederlandse televisie naakt te zien is. Ach, de tiet van toen!
In Van Oekel’s Discohoek kotst Sjef van Oekel, één van de markantste typetjes uit de koker van Schippers, in de kerstaflevering van 1974 in een fietstas. In De Telegraaf wordt schande gesproken over zoveel platvloersheid. Eerder is de krant al gaan hyperventileren na de aflevering van De Barend Servet Show waarin een actrice gestalte geeft aan koningin Juliana. Hare Majesteit zit spruitjes te schillen, praat met een vette tongval, en heeft in haar spraak een hint van uitbundig sherrygebruik verstopt. De Telegraaf is formeel: “Domheid, platvloersheid of doelbewuste ondermijning van alle normen die in een beschaafd land gelden”.
Het televisiewerk van Schippers – De Fred Haché Show! Waldolala! De lachende scheerkwast! – valt makkelijk te lezen als een aanklacht tegen de burgerlijkheid die in de jaren zestig, zeventig en tachtig nog in de samenleving geweven zit. Als er al een boodschap in ruist, dan wel deze: Nederland moet het korset uit. Vrij ademen is het hoogste goed. En soms móét een land leren kotsen in een fietstas.
Daarnaast is Schippers een provocateur, het type dat zich warmt aan de verontwaardiging van de zuinige mondjes. “Eigenlijk heb ik altijd meer van het onbegrip genoten dan van het succes”, zegt hij in 1997 in Humo.
Dolf Brouwers (Sjef van Oekel) en Jaap Bar (Ir. Evert v.d. Pik) met Donna Summer in ‘Van Oekel’s Discohoek’, december 1974© Fotopersbureau De Boer
Toch wordt het werk van Wim T. Schippers geschraagd door veel meer dan alleen het verlangen om in een volle wachtzaal een scheetje te laten. “Hij maakte de gekste dingen, omdat hij het leven ook gewoon een beetje gek vond”, klinkt het in het NOS Jeugdjournaal na zijn overlijden. Dat de dood van een kunstenaar en balorige televisiemaker daarin een hoofdpunt is, kent trouwens een eenvoudige verklaring: in de Nederlandse versie van Sesamstraat heeft Schippers vijf decennia lang zijn stem geleend aan een handvol personages, maar toch vooral aan die heerlijke muppet. Ernie!
Die kinderlijke hertaling van Schippers’ werk door het NOS Jeugdjournaal is hoogst accuraat. Er is een verhaal waarin Schippers samen met Kamagurka – een onmiskenbare geestesverwant – uit het raam kijkt, een man met een aktetas ziet voorbijlopen, en in een onbedaarlijk, snikkend lachen uitbarst. Het is heus geen pafferige bulder, niet het hautaine schamperen van de kunstenaar die neerkijkt op de klerk met de boterhammendoos, het thermosje troost en de hypotheek. Het is wel de tomeloze, ongelovige lach van iemand die zich blijft verwonderen om de mens en z’n tevergeefsheid. Uit een eeuwigheid van dood wordt hij geboren, die mens, om zich vervolgens gulzig te kleden met pantalons en kokerrokken en dasjes en aktetassen, met plannen en dromen en ambitie, met ijdelheid – om dan in die andere eeuwigheid van dood te tuimelen. “Meer nog dan de burgerlijkheid onderuit te willen halen, heb ik toch ook wel het ontroerende getob van die mensen willen tonen”, laat Schippers opschrijven door Humo.
Het kan twee kanten op met het geloof dat het leven een onzinnige zaak is, en de bevlogen relativering van alles en iedereen die daaruit volgt. De bevrijding is een mogelijkheid, het zoete genoegen te weten dat er geen winst te behalen valt, en uit die kennis een licht loopje te puren. Maar het kan net zo goed een verlammende gedachte zijn: als alles betekenisloos is, vervalt de noodzaak om ook maar iets te ondernemen.
Als er al een boodschap ruist in het televisiewerk van Schippers, dan wel deze: Nederland moet het korset uit
Is het doorgedreven absurdisme een uiting van vitaliteit, of een symptoom van wanhoop? “Als kind al zag ik de onzin van alles in, maar ik zag ook in dat dat inzicht niet tot treurigheid hoeft te leiden”, klinkt het in 1997. Schippers kent de melancholie natuurlijk wel. “Maar ik doe er niks mee. Ik geniet er dus ook niet van. ’t Gaat wel weer over, denk ik dan.” Net zo goed, vervolgt hij, is er het blakende optimisme, de onverhoedse euforie die de wereld even als een zonbeschenen alpenweide presenteert. “Anderzijds heb ik soms midden op de dag het gevoel dat alles klopt, dat alles op z’n plaats zit en dat alles prima is geregeld. Ik bedoel daar niet mijn eigen bestaan mee, maar alles.”
De niet beraamde moord
Schippers presenteert van 1994 tot 2002 ook jaarlijks De Nationale Wetenschapsquiz op de VPRO, een taakje dat niet zo extracurriculair is als het mogelijk lijkt: in zijn jeugd heeft Schippers met De natuurkunde van ’t vrije veld gedweept, een driedelig werk van Marcel Minnaert, en eigenlijk wilde hij in die tijd het liefst natuurkunde studeren.
Die liefde voor wetenschap wordt weleens verbonden aan Torentje van Drienerlo, Schippers’ kunstwerk uit 1979 op de campus van de Universiteit Twente in Enschede. Uit een vijver rijst de spits van een kerktoren op, en dus ook de suggestie dat er onder het wateroppervlak nog een hele kerk zit. De religieuze leer verdrinkt, terwijl de wetenschap triomfantelijk op het droge staat.
Het Torentje van Drienerlo aan de Universiteit Twente. Anders dan zijn vader had de jonge Wim Schippers weinig op met het geloof. Het liefst wilde hij natuurkunde studeren© W.J. Maaskant
God staat niet in het adresboekje van Wim T. Schippers, en daar heeft Willem L. Schippers mogelijk wat mee te maken. De vader van de kunstenaar heeft zich als vijftienjarige bekeerd tot het protestantisme, en maakt van religie de inzet van zijn dagelijkse leven. De godsvrucht is zijn favoriete fruit. Het zorgt voor een antagonisme in het gezin Schippers, dat zijn thuishaven in Bussum heeft: Wim en een broer hollen van het geloof weg, zijn zus en zijn andere broer blijven de kerk trouw.
“Grootouders kunnen maar beter meteen kleinkinderen krijgen”, zegt Schippers in Ronflonflon, het radioprogramma waarin hij van 1984 tot 1991 als Jacques Plafond niemand laat uitspreken behalve zichzelf. Het is een geestigheidje, een bon mot waarin hij de inherente tragedie van het ouderschap klemt, maar het kan dus ook worden gehoord als een echo van zijn eigen geschiedenis. Al weert hij zelf dat soort interpretaties consequent af. Er is géén grote crisis geweest, zegt hij dan, de vadermoord werd gepleegd noch beraamd.
Liefde met twee Ellen
“Dood. Niks aan te doen”, meldt de rouwadvertentie nu in De Volkskrant. Datzelfde laconieke fatalisme heeft Wim T. Schippers er altijd voor behoed om het eigen leven in een sluitend narratief te willen gieten. Het zijn 83 morsige jaren geweest, onmogelijk te bundelen in een oorzaak-gevolgschema. “Is er helemaal niet”, zegt Schippers in 2022 in VPRO Gids over een rode draad in dat leven van hem. “Er zit geen lijn in en het vliegt alle kanten op.”
Geen lijn dus, wel lijm: Ellen Jens. Wanneer ze elkaar leren kennen, is zij scriptgirl bij de VPRO. Jens wordt de producer van Schippers’ programma’s. Ze brengt orde in zijn uitzinnige wereld, vervaardigt de lijst rond het schilderij, heeft ogen die eerst het geheel zien en dan het detail. En vooral: ze smokkelt de grote liefde binnen in het leven van Wim T. Schippers.
Tot aan haar dood in 2023 zijn ze getrouwd, al is er bijna vier decennia lang ook een andere man: Adriaan van Dis. In diens roman Alles voor de reis, dit jaar verschenen, verhaalt hij zijn relatie met Jens, en noemt hij Schippers geringschattend De Ander. Een hoofdletter, ja, die kon er nog wel vanaf.
Schippers in 1968. ‘Hij maakte de gekste dingen, omdat hij het leven ook gewoon een beetje gek vond’© Pieter Jongerhuis / Anefo. Afbeelding ingekleurd door AI
Platvloersheid is niet: op televisie in een fietstas braken. Platvloersheid is: het graf van je geliefde als een podium gebruiken om je rivaal nog een keer te laten bloeden. Soms is een Adriaan clown in plaats van acrobaat.
Zijn laatste interview geeft Wim T. Schippers aan Trouw. Een mooi detail is dat, want het is uit die krant dat Phil Bloom in 1967 naakt heeft zitten voorlezen in die legendarische scène in Hoepla. Schippers vertelt onder meer hoe hij in het begin van dit jaar op de kunstbeurs TEFAF een nieuwe creatie afwerkte. In die periode reed hij elke dag helemaal van Amsterdam naar de beurs in Maastricht en weer terug. “Om de kat eten te geven en het bakje leeg te gieten onder een lekkage, anders zou de vloer overstromen.”
Zo gaat dat in een leven waarvan je beslist hebt dat het zin- en betekenisloos is: de dingen hebben geen hiërarchie. Je werkt een imposant oeuvre bij elkaar, en je geeft de kat eten. Je beleeft een verzengende liefde, en je giet het bakje onder een lekkage leeg. Je lacht, en je gaat dood. Niks aan te doen.











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.