‘Als je van taal houdt, hoef je je nooit te vervelen’: dit was het Taalfeest 2026
Op vrijdag 16 oktober brachten we in Antwerpen bijna zevenhonderd mensen uit Vlaanderen en Nederland samen rond dat ene ding dat we allemaal elke dag gebruiken: onze taal.
“Taal is geen museumstuk, het beweegt voortdurend. En een van de motoren voor die beweging is contact”, zei taalwetenschapper Stefania Marzo tijdens haar lezing op het Taalfeest. Afgelopen weekend vonden honderden taalliefhebbers uit Vlaanderen, Nederland en elders hun weg naar de Antwerpse Koningin Elisabethzaal, om zich te laten inspireren door het Nederlands en elkaar.
© Jasmijn de Graaff
Presentatoren Lin An Phoa en Xavier Taveirne droegen deze derde editie op aan Paulien Cornelisse, de schrijfster en cabaretière die op 30 september overleed aan de gevolgen van kanker, op 50-jarige leeftijd. Ze was een bijzondere observator van de Nederlandse taal. Applaus steeg op in de Elisabethzaal toen haar bekende uitspraak weerklonk: “Als je van taal houdt, hoef je je nooit te vervelen.”
Presentatoren Xavier Taveirne en Li An Phoa© Jasmijn de Graaff
Tijdens het ochtendprogramma leerden we welke impact migratie heeft op de mens én de taal. VRT-journalist en auteur Majd Khalifeh nam ons mee door zijn traject van asielzoeker tot journalist bij een van de grootste media in Vlaanderen. “Ik moest een nieuwe taal leren, maar ook nieuwe emoties.” Hij bracht een doorvoeld persoonlijk verhaal, dat niet gespeend bleef van humor. “Tijdens mijn eerste nacht in het asielzoekerscentrum lag ik in het stapelbed onder een snurker – ik had nog nooit iemand zo hard horen ronken. Er ontstond een bizarre harmonie: hij ronkte, ik vloekte, hij ronkte, ik vloekte.”
Majd Khalifeh en Stefania Marzo© Jasmijn de Graaff
Stefania Marzo (KU Leuven) sprak over hoe sprekers taal kunnen vernieuwen, ook via “fouten”: “Uitspraken als ‘de meisje’ of ‘morgen ik kom’ doen we vaak af als onjuist, maar het kunnen ook manieren zijn om je identiteit te uiten. Dan is dat soort nieuw taalgebruik een bewuste stijlkeuze.” Hadden we dát maar geantwoord toen die collega ons eerder die week meldde dat er “geen enkele context” is waarin ‘jou’ als bezitsvorm correct is: “Weet ik toch, da’s sjtijl!”
Na Marzo’s uiteenzetting leerden we van Stef Spronck (Universiteit van Amsterdam) dat zo’n denkbeeldige dialoog in je hoofd een vorm van eenspraak is, en dat wel meer mensen op die manier in zichzelf praten. “Om grip te krijgen op de wereld of een situatie”, legde Spronck uit. “Of om onszelf op te peppen: ren die marathon nu toch eens uit!”
© Jasmijn de Graaff
De geprezen én verguisde viroloog Marc Van Ranst vertelde dan weer over de taalinzichten die hij opdeed tijdens zijn mediaoptredens in de pandemie: “Wollige taal – ‘ik ben het niet helemaal eens met jou’ in plaats van ‘ik ben het helemaal niet eens met jou’ – is een ziekte die we zeker in tijden van fake news moeten vermijden.” Voor zijn heldere en toegankelijke taal ontving hij in 2020 de Loopbaanprijs Wetenschapscommunicatie van de Koninklijke Vlaamse Academie.
© Jasmijn de Graaff
Tussendoor voelden we ons dichterlijk vrij tijdens de performance van Ella Michiels, Amber Blommaert en Jonas Bruyneel, die hun Wonderwoordenpoëziekasteel live op de planken van brachten. En Maud Vanhauwaert – samen met Roan Kasanmonadi de ambassadeur van deze Week van het Nederlands (dit Taalfeest vond plaats in het slotweekend) – brak een lans voor het Nederlands met cursiefjes waarin de taal tuimelde, tintelde en toeterde. Haar gedicht ‘Tinnitus’ kunnen we woordelijk (of cijferlijk) opzeggen:
Eén twee drie
vier
vijf zes zeven acht negen
elf twaalf
Maud Vanhauwaert© Jasmijn de Graaff
Na de lunch spraken nieuwkomers over hoe ze zich het Nederlands eigen hebben gemaakt, leerden we hoe ook gebarentaal voortdurend verandert, en sprak Dichter van België Ruth Lasters over taalgemeenschappen. Er waren panelgesprekken over taal en sport, dierentaal, de evolutie van de spelling en inclusieve taal. We gingen op reis naar het TikTok van tieners én naar het Amerika en Suriname van de zestiende eeuw, waar de Labadisten, een vergeten religieuze groep uit Nederland, een nieuw paradijs zochten. Er was postkaartpoëzie met Typo Vélo, een workshop creatief schrijven met Loesje en nog veel meer handen-uit-de-mouwenleuks.
© Jasmijn de Graaff
Tijdens een liveuitzending van het Radio 1-programma Nieuwe feiten zochten cabaretier Wouter Deprez, Van Dale-hoofdredacteur Ruud Hendrickx en presentator Lieven Vandenhaute naar een ‘ontbreekwoord’ – een woord dat nog niet bestaat in onze taal – voor iemand die spreekwoorden door elkaar haalt. Uit inzendingen van de aanwezige Taalfeesters koos het drietal ter plekke een winnaar: ‘zegswijziger’.
Met de Grote Prijs Martine Tanghe bekroont de VRT elk jaar een “taalverrijker” die uitblinkt in creatief en uitmuntend taalgebruik in de gesproken media. De prijs werd live toegekend aan Kristien Bonneure, journalist bij VRT NWS. De jury loofde haar voor “haar ritme, haar woordkeuze en haar steeds hoopvolle, nieuwsgierige blik op de wereld”. Eerder die week ontving Kristel Doreleijers overigens de Taalboekenprijs 2026, voor haar boek Superbrabants.
Kristien Bonneure neemt de Grote Prijs Martine Tanghe in ontvangst© Jasmijn de Graaff
En op de finale van de Internationale redenaarscompetitie toonden vijf studenten neerlandistiek – afkomstig uit Duitsland, Frankrijk, China, Indonesië en Zuid-Afrika – zich van hun creatiefste kant. Yi Yang uit China wist de jury het meest te bekoren, met zijn humor, passie en overtuigingskracht. Gefeliciteerd!
De vijf finalisten van de Internationale redenaarscompetitie van de Taalunie en IVN, met winnaar Yi Yang en Vlaams Parlementslid Griet Vanryckegem namens de jury© Jasmijn de Graaff
Daarmee was, in de woorden van sportanker Peter Vandenbempt, het spel gespeeld.
Volgend jaar houden we halt op 16 oktober in Haarlem voor het vierde Taalfeest. 2027 wij komen!
Het Taalfeest wordt georganiseerd door Onze Taal, VRT, de Taalunie en de lage landen.









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.