Deel artikel

literatuur

‘Johnnie Walker’ is Connie Palmen op de toppen van haar kunnen

12 oktober 2026 5 min. leestijd

De literatuur, het schrijverschap, verslaving, de relatie tussen echt en onecht, tussen fictie en werkelijkheid, het drama van de afhankelijkheid en het geluk van de eenzaamheid. Dat zijn de thema’s die het oeuvre van Connie Palmen (1955) domineren en binden tot een hecht en doordacht corpus. Elk boek is een onmisbaar element, een draagbalk in Palmens levenswerk dat in 1991 begon met De wetten. Met Johnnie Walker is de cirkel voorlopig rond.

Als Marie Deniet in De wetten op jonge leeftijd de vraag krijgt wat ze het liefst wil, antwoordt ze ietwat beschaamd: “Boeken schrijven.” De hoofdpersoon van Palmens succesvolle debuutroman groeit op in een katholiek dorp, ruilt het geloof in voor filosofie en literatuur, en de zeven mannen in haar leven fungeren in meer of mindere mate als leermeesters. Dezelfde ingrediënten zijn terug te vinden in Johnnie Walker. Ook hier gaat het over opgroeien in een katholiek dorp, over filosofie en literatuur en de belangrijke rol van haar docent en minnaar Henri Martin.  

En dan is er de eerste kennismaking met Johnnie Walker. Op een nazomeravond pakt de naamloze ik-verteller haar Vespa en crost onbesuisd door de bochten naar een café aan de overkant van de Maas om zich te bedrinken. Dit is het startschot van “een verbond met mijn liefste vijand, de man die de daaropvolgende veertig jaar mijn onafscheidelijke metgezel en geliefde zou zijn”. 

“Verslaving is een vriendschap zonder vriend”, schrijft protagonist Kit in Palmens tweede roman De vriendschap (1995). In een brief aan haar vriendin Ara legt Kit uit wat ze met dit aforisme bedoelt:  

Alle verslavingen zijn pogingen om het verlangen naar vriendschap zelf te vervullen, dus zonder afhankelijk te zijn van iemand anders. Verslaving is honger naar zin, maar zonder daarvoor het personage te hoeven zijn in het drama van de afhankelijkheid van een ander levend wezen en te lijden onder de verschrikkelijke angst dat de verbinding verbroken wordt. 

Johnnie Walker borduurt prachtig voort op deze gedachten. Een verbintenis wordt altijd verbroken, er is altijd een scheiding. De ultieme breuk is natuurlijk de dood. De ik-verteller memoreert de dood van haar man en vooral: de dood van haar moeder. Zij was de spil van het gezin, de vrouw met wie de hoofdfiguur zich het meest verbonden voelde. Uiteindelijk wordt ook de verbintenis met haar moeder verbroken als zij op hoge leeftijd sterft.  

Drank en schrijven zijn beide manieren “om tegelijkertijd aanwezig en afwezig te zijn, de aandacht op jezelf te vestigen door te verdwijnen”. Door de drank voelt ze niet de zware last van haar ik en is ze voor even losgezongen van de wereld en de anderen. Maar Johnnie Walker is geen lofzang op alcoholisme. Die hang naar drank is ook een drama van de afhankelijkheid, dat voor de verteller eindigt als haar moeder overlijdt: dan stopt ze met drinken.  

De ik-verteller is in de ban van moordenaars als Jeffrey Dahmer en RAF-terroriste Ulrike Meinhof. Familievriend Leonard Leonhardt vertelt de jonge verteller over de beruchte Duitse journaliste, hoe zij haar twee kinderen verliet en koos voor een bestaan dat in het teken stond van een hoger doel. Voor de verteller is dat ondenkbaar. Als er al iets heilig is, dan is het haar autonomie: 

Wat ik nooit vergat was dat de minieme verschuiving van ‘ik’ naar ‘wij’ onthulde hoe Ulrike Meinhof in een terrorist was veranderd, dat het verlaten van de eerste persoon enkelvoud hetzelfde was als het verraden van je autonomie, je zelfstandig denken en je eigen verantwoordelijkheid. Het zou best kunnen dat deze les van Leonard Leonhardt meespeelde toen ik er jaren later rigoureus voor koos al mijn romans in de ik-vorm te schrijven. 

Johnnie Walker is Palmens meest essayistische roman (gevolgd door Geheel de uwe uit 2002). Dit is een heerlijk cerebraal boek, dat is doordrongen van de persoonlijkheid van de auteur (ze beschouwt “de roman als per definitie autobiografisch”). De schrijver is dus springlevend. In zijn befaamde essay schreef Roland Barthes dat “de geboorte van de lezer moet worden betaald met de dood van de Auteur”. Palmens hang naar vernietiging heeft een grens: ze wist zichzelf niet uit ten bate van de lezer. Dit boek is een gift aan de lezer, geen samenwerkingsverband; deze roman zorgt niet voor een wij – het koppel schrijver-lezer. Het resultaat is dat de lezer op afstand wordt gehouden. En dat is, met haar radicale hang naar autonomie, precies de bedoeling.  

De lezer wordt op afstand gehouden. En dat is precies de bedoeling

Ondanks al die essayistische uitweidingen hebben we nog altijd te maken met een roman. De ik-verteller lijkt op Connie Palmen, maar ze is het niet: ze is een literair personage. Al die filosofische hersenspinsels zijn de gedachten van de verteller. Als geen ander in de Nederlandstalige literatuur vervlecht Palmen vloeiend het romaneske met het essay. Neem de volgende alinea:  

Ik bleef in de aanloop naar de zomer zo lang mogelijk in mijn kamer op de eerste verdieping, waar ik de gordijnen gesloten hield omdat ik eraan moest wennen dat een deel van het leven zich nu buiten afspeelde, in het volle licht, zonder ommuring, zonder schaduw. Intimiteit heeft een schemerige beslotenheid nodig, ze vervliegt in de overbelichte onmetelijkheid van de natuur, in bossen, velden, weiden, op terrassen en stranden. Alle waardevolle herinneringen die ik heb opgeslagen spelen zich af in begrensde ruimtes, in huizen, auto’s, schuren, klaslokalen, cafés, alsof mijn geheugen onbeschutte gebeurtenissen nergens kan onderbrengen. 

Dit is een literaire drietrapsraket: van verhalend naar beschouwend met als afsluiting een combinatie van die twee. De eerste zin is particulier en gaat over de verteller, de tweede is een algemene gedachte en de laatste zin combineert het particuliere met het algemene. Strik erom en klaar: hier lezer, alsjeblieft, een cadeautje. Pak maar uit, je hoeft niks af te maken, het is geen Lego.  

Johnnie Walker is Palmen op de toppen van haar kunnen. Deze roman is rijk en compact als een gedicht. Net als bij poëzie kun je geen woord missen. Het boek bevat zoveel mooie zinnen en is meeslepend door al die prikkelende ideeën. De verteller heeft gelijk: “Denken is spannend.” 

Connie Palmen, Johnnie Walker, Prometheus, Amsterdam, 2026, 228 p.   

4 Koen Schouwenburg 0331

Koen Schouwenburg

essayist en criticus

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20286ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)