In de groepsexpo Wayward Sanctuaries is thuis een verlengstuk van het lichaam
De Brakke Grond in Amsterdam brengt vijftien kunstenaars samen die minstens één keer hun huis en haard hebben verlaten om zich elders te vestigen. Vier kunstenaars(duo’s) spreken zich uit over wat thuis voor hen betekent.
De vijftien kunstenaars van Wayward Sanctuaries wonen en werken in België, maar hebben heel diverse geografische en culturele achtergronden. Ook de diversiteit in media is groot: van ruimtevullende installaties tot schilderijen. Over één ding zijn ze het allemaal eens: thuis is geen vaste plek, maar iets flexibels en veranderlijks.
Charbel Alkhoury: ‘Een liefdevolle gemeenschap’
Charbel Alkhoury met zijn video-installatie ‘Gossip’© LNDW Studio / de Brakke Grond
Wat betekenen rituelen voor je gevoel van thuis-zijn?
“Ze helpen om een gemeenschap samen te brengen. Denk aan gezinnen die vaak hun eigen tradities scheppen, bijvoorbeeld door samen te bidden voor het eten, of samen op reis te gaan. Zo creëren ze een gevoel van verbondenheid.”
“Rituelen spelen een belangrijke rol in mijn video-installatie Gossip, die ik eerder dit jaar maakte. Het werk draait om het verbreken van een vloek en een onderdrukkend systeem. Daarvoor voert een groep mensen die allen in hetzelfde geloven een ritueel uit: doordat zij zich verenigen, ontstaat een gevoel van thuis.”
© LNDW Studio / de Brakke Grond
Hoe zou je je band met de kunst en cultuur in deze regio omschrijven?
“Die is ingewikkeld. Ik wil graag meer met de Belgische kunstwereld in contact staan, maar ik merk vaak dat sommige kunstenaars en instituten wantrouwig tegenover mijn werk staan. Mijn aanpak is politiek gekleurd en direct, waardoor ik weinig ruimte laat voor subtiliteit. Sommigen vinden dat te confronterend, zeker gezien het huidige politieke klimaat, dat naar rechts aan het verschuiven is.”
De wereld verandert in een hoog tempo. Heb je een voorkeur voor een vaste plek, een welomlijnd idee van “thuis”? Of kan dat begrip mee veranderen met de tijd?
“Ik voel me overal thuis waar ik samen ben met mijn familie of gemeenschap, of dat nu in Libanon is – waar ik opgroeide – of in België, waar ik op dit moment woon en werk. Omdat ik een flinke onrust heb meegemaakt en constant in beweging moest blijven, realiseerde ik me dat ik thuis ben op elke plek waar ik omringd word door een liefdevolle gemeenschap.”
Kadia Doumbouya: ‘Planten, geuren, voedsel’
Kadia Doumbouya met haar tekeningeninstallatie ‘Que reste-il’© LDNW Studio / De Brakke Grond
Wat betekent het woord “thuis” voor je, in je dagelijkse leven en in je kunst?
“Dat heeft voor mij al veel verschillende betekenissen gehad. Ik ben geboren in Nederland, opgegroeid in Guinea en naar België gekomen toen ik twaalf was. In Antwerpen heb ik drie jaar in een asielzoekerscentrum doorgebracht. Toen ik het Belgische staatsburgerschap kreeg, ben ik naar Luik verhuisd. Inmiddels woon ik drie jaar in Brussel.”
“Ik voel me thuis waar ik me veilig voel en waar ik gehoord word. Het kan een plek zijn – mijn woonkamer, bijvoorbeeld – maar ook een persoon: een familielid of vriend. Kunst maakt dat gevoel van veiligheid echt af.”
Hoe maak je een thuis voor jezelf?
“Ik hecht me niet zo sterk aan plekken, zo loop ik ook minder het risico dat ik van thuis iets te groot maak, iets wat ik dus ook weer kan verliezen. Ik moest me vaak snel aanpassen aan de plek waar ik ging wonen, dus gebruikte ik kleine dingen om mezelf thuis te voelen: voorwerpen, planten, geuren, voedsel. Het maakt niet uit waar ik woon, want die zaken zijn voor mij altijd aanwezig, ook in mijn schilderijen.”
Hoe verhouden rituelen zich tot je gevoel van thuis?
“Ik vind mijn thuis in een gemeenschap waar rituelen actief worden uitgevoerd. Gemeenschappen en rituelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: het ene bestaat niet zonder het andere. Een voorbeeld: voor mijn werk breng ik graag mensen samen, en dan zorg ik voor eten. Een maaltijd delen is een krachtig ritueel. Het ritueel helpt me om open te zijn over wie ik echt ben, om mijn stamboom te eren en een verbinding aan te gaan met anderen, zonder dat ik mijn accent of identiteit hoef uit te wissen.”
Jiyoung Chu en Thuy Lê Thi Thu: ‘Geen thuis zonder een lichaam’
Thuy Lê Thi Thu en Jiyoung Chu bij hun installatie ‘Floor Roof’© LDNW Studio / De Brakke Grond
Wat betekent het concept “thuis” voor jullie en hoe uit zich dat in jullie praktijk?
“Allebei misten we het gevoel geaard te zijn en daarom vroegen we ons af hoe we bij onszelf thuiskomen. We komen allebei uit (zuidelijk) Oost-Azië, maar we zijn gevormd door verschillende culturele achtergronden. En we wonen en werken allebei in België, maar onze sociaal-economische posities zijn niet dezelfde. Dat merken we in onze manier van werken. Jiyoung is gespecialiseerd in kleermaken, met een nadruk op het materiële. Ze maakt ‘houders’ voor lichamen. Thuy onderzoekt hoe zulke houders – van lichamen, maar ook van ruimtes en talen – van vorm kunnen veranderen. Haar focus ligt op het immateriële.”
Hoe verhoudt het thema van je ergens thuisvoelen tot het werk dat te zien is in ‘Wayward Sanctuaries’?
“In de tentoonstelling is onze performance-installatie Floor Roof te zien. Hier onderzoeken we via ‘bodystorming’ (een lichamelijke variant op brainstorming, red.) hoe een huis een verlengstuk van je lichaam kan zijn. Je kunt je huis inrichten met meubels en voorzieningen, en je kunt je daarmee gesteund voelen. Maar zonder je lichaam – en de rituelen en ritmes van je lichaam – komt het huis niet tot leven. Floor Roof is een poging om op een andere manier na te denken over thuis en samenleven. Naarmate het project vorderde, beseften we dat een thuis niet iets is wat je heel rigide moet definiëren, omdat het constant verandert.”
Hoe zouden jullie je relatie tot de kunst en cultuur hier beschrijven?
“Daarin verschillen we heel sterk. Een van ons kwam via gedwongen verplaatsing terecht in België. Omdat haar cultuur, erfgoed, taal en land haar afgenomen waren, werd ze gevormd in een wereld die niet rijmde met haar lichaam en ras; waarin geen erkenning was voor haar verlies. Tóch heeft ze het voorrecht dat ze haar leven aan de kunst kan wijden. Dat is een moeilijke positie, die het voor haar complex maakt om gronding te vinden.”
“Voor de ander was naar België emigreren meer een keuze – zij het geen bewuste. Ze woont hier inmiddels acht jaar, studeerde aan de kunstacademie en draagt bij aan de nationale kunst en cultuur. Ze heeft zich aangepast aan de structuren en sociale codes. Toch heeft ze het gevoel dat die toegang voor haar moeilijker te verkrijgen is.”
“Tijdens onze gesprekken bleek dat we allebei worstelen om onze plek te vinden in België. Het kunstenveld profileert zich als open, kritisch en multicultureel, maar de dynamiek is vaak nog heel conservatief. We willen onze persoonlijke ervaringen niet achterwege laten, maar we willen ons er ook niet tot reduceren. Dat blijft een moeilijke evenwichtsoefening.”
Aya Koné en Joseph Palframan: ‘Je eigen bestaan bevestigen’
Joseph Palframan en Aya Koné (beeld) met ‘Lymenomyces Apertus’© LNDW Studio / de Brakke Grond
Is een thuis iets vastomlijnds of dynamisch voor jullie?
Aya Koné: “Voor ons is een thuis iets wat constant in verandering is, iets wat kneedbaar is. We zijn allebei van gemengde afkomst en hebben familiegeschiedenissen van ballingschap. We hebben geleefd op plekken waar we een thuis moesten scheppen en herscheppen. Omdat ik zelf recent ‘officieel’ immigrant ben geworden en moet migreren naar een plek waar ik al woonde, krijg ik te maken met stapels papierwerk. Daarmee moet je je bestaan bevestigen in grijze gebieden. Je moet vertrekken, maar je kunt niet vertrekken. Een thuis vraagt juist om veiligheid en zekerheid. Daar is een enorme hoeveelheid werk voor nodig.”
© LNDW Studio / de Brakke Grond
Hoe ziet jullie relatie met België eruit?
Joseph Palframan: “Die zijn we allebei nog volop vorm aan het geven. Het confronteert ons vaak met de vraag hoe je van een nieuwe ruimte een thuis kunt maken. In de Belgische kunstruimte waar ik terechtkwam, bleek ik de enige persoon van kleur te zijn. De vorige keer dat ik dat meemaakte, bracht ik mensen binnen die eenzelfde houding hadden; die hielden van delen en samenwerken. Dat heb ik ook in België gedaan. De helft van deze praktijk bestaat uit ambassadeurswerk en anderen benaderen; vaak voor ruimtes waarin ik zelf een nieuwkomer ben. Een kwart van de tijd besteed ik aan ruimtes veilig maken voor mezelf en anderen. En het laatste kwart bestaat uit mijn eigen kunstpraktijk. Samen werd dat een soort recept voor een thuis.”
Wayward Sanctuaries is tot en met 25 oktober te zien in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond (Amsterdam), in samenwerking met curator Leana Boven, The Constant Now en Kunsthal Mechelen.
Deelnemende kunstenaars: Charbel Alkhoury, Luz E.L. Bran, Eveline Bumba, Collyns Charts, Hsiao-Hsi Chen, Jiyoung Chu, Kadia Doumbouya, Elise El Yousfi, Jonabel Huavas, Aya Koné, Thuy Lê Thi Thu, Kenny Mala Ngombe, Aïcha Ouattara, Joseph Palframan en Emily Walter.









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.