In ‘Coward’ verruilt Lukas Dhont de stoere oorlogsheroïek voor opbloeiende liefde
Ben je een lafaard als je weigert deel te nemen aan oorlogsgeweld? Lukas Dhont stelt een prangende, actuele vraag in zijn nieuwste speelfilm Coward. Voor hun tedere, krachtige spel wonnen de beide hoofdrolspelers gezamenlijk de acteerprijs in de hoofdcompetitie van Cannes.
“Waar gaan we heen?” vraagt de flamboyante, jonge kleermaker Francis met een plagerige blik aan nieuwkomer Pierre, een verlegen boerenzoon die net als hem en 65 miljoen anderen werd gemobiliseerd en naar het front gestuurd in de Eerste Wereldoorlog. Francis leidt achter de frontlinies een groep afgekeurde mannen die een revue op de planken brengt om het moreel onder de afgematte manschappen op te krikken.
Als hij Pierres verwonderde ogen over zijn repeterende, cancan dansende mannen ziet gaan, vraagt hij hem als toneelknecht het podium te helpen bouwen. “Op dit podium kunnen we overal naartoe”, zegt Francis uitnodigend. “Naar de woestijn, de zee… een balzaal.” Terwijl Pierre geïntrigeerd raakt, fantaseert Francis verder: “Een weelderig uitzicht op een boomgaard. Zie je het? Nee? Kom. Om appels te zien moet je je ogen sluiten.” Kalm volgt de verstilde, betoverde Pierre Francis’ stem om samen een alternatieve, nieuwe wereld te ontdekken: “Ik voel de zon op mijn huid. Na de pauze gaan we naar zee.”
© Thomas Nolf
De inspiratie voor Coward, na Close (2022) de tweede speelfilm van de Vlaamse filmmaker Lukas Dhont in de hoofdcompetitie van Cannes, was een archieffoto uit 1914 die Dhont toevallig ontdekte in een Parijse boekhandel. Ze gaf een beeld van de Eerste Wereldoorlog dat hij nog nooit had gezien: hij zag dansers in zelfgemaakte rokjes van zandzakken, met kettingen van kogelhulzen, op een podium gebouwd van munitiekisten. Waar de geschiedschrijving de nadruk legt op het verwoestende geweld, de heroïsche mannelijkheid en offers voor het vaderland, was Dhont hier diep geraakt door de creativiteit, kwetsbaarheid en het spel met man-vrouwconventies te midden van de oorlogsgruwel.
Tijdens het bronnenonderzoek dat hij vervolgens deed in onder meer het In Flanders Field Museum in Ieper, het Imperial War Museum in Londen en het Koninklijk Legermuseum in Brussel, vond hij in dagboeken en brieven van frontsoldaten een verrassende mate van intimiteit en tederheid. Om niet door te draaien onder de continue doodsdreiging, zochten de soldaten hun emotionele toevlucht en soms ook fysieke liefde bij elkaar.
In Coward staan de vriendschap en ontluikende liefde tussen Pierre en Francis centraal. De vers aangetreden Pierre worstelt met zijn gebrek aan vechtlust. Met de zinloosheid van de vele slachtoffers, terwijl hij de lichamen van jongemannen als hijzelf met zijn kompanen in massagraven moet dumpen. Als hij tussen de kieren van een schuur nieuwsgierig naar een groep Duitse krijgsgevangenen gluurt, ziet hij niet de barbaren uit de krijgsliederen, maar het gezicht van een mooie jongeman die al even ontredderd op zoek lijkt naar houvast als hijzelf.
Dat houvast vinden de mannen in een broederschap die zich laat merken in samen soldatenliedjes zingen, maar ook in hun spel met vrouwelijkheid. Wanneer Francis bij een optreden in jurk met een delicate kopstem het klassieke Franse, tragische liefdeslied ‘Plaisir d’amour’ ten gehore brengt, beroert hij de balorige manschappen tot tranen toe. Pierre zet de betovering kracht bij door vanuit een gat in de zolder zaagsel als sneeuw naar beneden te laten dwarrelen.
Dhont werpt urgente vragen op, nu de Vlaamse en Nederlandse regeringen enorme budgetten naar defensie schuiven
In een andere scène laat een halfnaakte Francis met een lakentje over zijn opbollende buik zich per brancard op een eettafel tussen de manschappen parkeren. Terwijl hij kluchtig wellustig de bevallende vrouw speelt van dienstmaat Jacobs, die net heeft gehoord dat hij vader is geworden, scandeert het regiment als één stem “Pers! Pers! Pers!” Waarop Francis een artilleriehuls aan een touw baart, dat Jacobs onder luid gejuich mag doorknippen.
In een van de intiemere, geladen scènes verschijnen Francis en zijn troep verkleed als vrouwen voor een dansles, begeleid door live muziek, die zoals altijd met gevoel voor het burleske wordt ingezet. Terwijl Francis op Pierre afstapt, gebiedt hij iedereen een partner te kiezen. Al grappend wordt een walsje ingezet. “Kijk elkaar in de ogen!” gelast Francis, en hij kijkt de ongemakkelijk verlegen Pierre uitdagend aan. “Geef elkaar complimentjes!” instrueert hij de groep, terwijl hij met gespeelde, verleidelijk-vrouwelijke bewondering Pierre vleit: “U danst goed!” “U bent heel knap.” Even plots als het nabije spanningsveld is ontstaan breekt hij dat weer af: “Wisselen van partner!”
Zinloze hel
Dhont filmt zijn protagonisten dicht op de huid. Voor hun tedere, krachtige spel wonnen de beide hoofdrolspelers (de jonge Franse acteur Valentin Campagne als Francis en de totaal onervaren, van de Luikse landbouwuniversiteit geplukte Emmanuel Macchia als Pierre) gezamenlijk de acteerprijs in de hoofdcompetitie van Cannes. Coward is daarnaast verkozen tot de Belgische inzending voor de Oscars.
In de oorlogssetting vinden Pierre en Francis tot hun verrassing een vrijheid die ze in hun dagelijkse leven niet kenden. Francis noemt de lange Pierre “Grand Bleu”, naar het grote blauw van de open zee, van de eindeloze hemel, maar ook het “blauwe” gevoel van de eenzaamheid en neerslachtigheid en misschien wel het bleue, de schroom van gebrek aan ervaring in de liefde. Maar het is ook een pad dat leidt naar zelfontdekking. Naarmate het oorlogsgeweld op Pierre inhakt terwijl in zijn hart de liefde voor Francis opbloeit, ontstaat een onhoudbare situatie: hij moet weg uit de zinloze hel, hij wil leven, er samen vandoor: deserteren.
Het is hier dat Dhont bij zijn centrale vragen belandt: is iemand die weigert deel te nemen aan oorlog een lafaard? Of geldt dat juist voor wie de hem gepresenteerde vanzelfsprekendheid van oorlog niet ter discussie durft te stellen? Het zijn vragen die in deze tijd enorm urgent zijn, nu de Vlaamse en Nederlandse regeringen zonder noemenswaardig publiek debat hebben besloten enorme budgetten naar defensie te schuiven en er wordt gewerkt aan herinvoering van de dienstplicht. Is het in plaats van het aanwakkeren van oorlogszucht niet hun taak om alles op alles te zetten voor een de-escalerende, vredelievende koers, weg van militarisering en oorlog door diplomatie en overleg?
Dhont vraagt de kijker van Coward ook om in bredere zin met nieuwe ogen naar diepverankerde opvattingen over heldendom en lafhartigheid te kijken. En om vastgeroeste opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid te bevragen: zijn kwetsbaarheid en tederheid geen menselijke eigenschappen? Wie is hier nou eigenlijk laf: hij die de kille conventie volgt die het individu reduceert tot een anoniem wapen om dood en verderf te zaaien, of hij die zich tegen die algemeen geaccepteerde “waarheid” verzet om van een betere wereld te dromen en daar actief naar op zoek durft te gaan? Is liefhebben laf?
Het is prachtig hoe Dhont in zijn vertelling gaandeweg de soldatenversjes verruilt voor satirische revue-chansons en gevoelige liefdesliedjes en hoe hij die uiteindelijk laat uitmonden in een strijdlied voor de lafaard: voor zijn worsteling met de werkelijkheid, de weigering zich aan te passen, zijn trouw aan een “onmogelijke” droom. En om die te leven.
Coward opent op 7 oktober het Film Festival Gent, gaat op 10 oktober in première in Eye Filmmuseum in Amsterdam en is vanaf 21 oktober te zien in de Belgische en Nederlandse bioscopen.




Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.