Publicaties
Nooit vernederlandst, nu wel verengelst
0 Reacties
taal

Nooit vernederlandst, nu wel verengelst

Over taal en taalnationalisme in Indonesië

In het Indonesisch duiken almaar meer Engelse leenwoorden op, stelt auteur en journalist Joss Wibisono met tegenzin vast. Waarom maken Indonesiërs zo’n mengelmoes van hun taal? Door hun nationalisme kwamen Indonesiërs wel los van het Nederlandse kolonialisme, maar voor hun taal hebben ze nooit moeten strijden. Nederland heeft zijn taal niet opgelegd in de koloniën, waardoor taalnationalisme er nooit een rol heeft gespeeld. Juist daarom kan het Indonesisch nu zo gemakkelijk verengelsen.

Er is een ontwikkeling in het Indonesisch die me dwarszit: de vermenging met het Engels. De laatste veertig jaar zijn er steeds meer Engelse woorden en termen ingevoerd, en de behoefte om die naar het Indonesisch te vertalen neemt af. Er zijn steeds meer mensen die ik bestempel als verengelst (keminggris in het Javaans). Alsof al die leenwoorden algemeen geaccepteerd zijn en iedereen ze wel zal begrijpen.

Een voorbeeld. Zes vrouwen spraken eerder dit jaar in een televisieprogramma over de bomaanslagen in Surabaya in mei 2018, waarbij vrouwen en kinderen betrokken waren. De eerste spreekster gebruikte in haar eerste Indonesische zin drie Engelse woorden: nature, caring en loving. Alsof ze dat nog wilde overtreffen, had de tweede spreekster het over indirect learning, met een overduidelijk Javaanse tongval. Waarom gebruikten ze die termen, terwijl er toch goede Indonesische woorden voor bestaan?

Nog een voorbeeld. Op een groot spandoek tijdens een verkiezingscampagne voor de gouverneur van Oost-Java, in april 2018, stond een lachwekkende fout: Meat and Great in de plaats van Meet and Greet. Waarom moest dat in het Engels, in het Indonesisch zegt men toch temu kangen?

Historisch ongeluk

Wie de Indonesische geschiedenis kent, veronderstelt misschien dat het Indonesisch dichter bij het Nederlands staat dan bij het Engels. De Nederlanders bestierden toch drie eeuwen lang de archipel, waarom spreken Indonesiërs dan nu geen Nederlands meer? In het kleine buurland Oost-Timor wordt bijvoorbeeld nog altijd wel het Portugees van de vroegere bezetter gesproken. Is het waar dat de Nederlandse taal werd verdreven dankzij het opgelaaide Indonesische nationalisme, dat de erfenis van het kolonialisme grondig heeft uitgewist?

Toen het Indonesisch nog Maleis werd genoemd, leefde de taal goed samen met de lokale talen en het Nederlands. Ik ben opgevoed door mijn grootouders in Malang, Oost-Java, in de jaren 1960 en 1970, en ik hoorde drie talen om me heen: Nederlands, Javaans en Indonesisch. Mijn grootouders spraken Nederlands met elkaar, want ze hadden op Nederlandse scholen gezeten, en leerden mij die taal spreken en schrijven. Misschien waren mijn eerste woordjes wel geen Javaanse, maar Nederlandse. Javaans leerde ik op straat en werd mij later op school onderwezen, met het Indonesisch. Ik leerde deze talen niet door elkaar te halen. Mijn oma benadrukte dat velen die Javaans en Indonesisch spraken geen Nederlands begrepen. Op school leerde ik later ook Engels en Duits, maar de leraren stonden erop dat we de talen niet vermengden. Wie dat deed, getuigde van een gebrekkig taalvermogen.

Ik ben me ervan bewust dat mijn beheersing van het Nederlands een uitzondering is. Mijn generatie en de generatie van mijn leraren spreken nauwelijks meer Nederlands. Alleen de kleine groep Indo’s, gemengdbloedigen die er na de onafhankelijkheid voor kozen in Indonesië te blijven, spreekt nog Nederlands. Met mijn drie Indo-schoolvrienden sprak ik ook Nederlands als we onder elkaar waren. Toen ik in 1980 naar de universiteit ging in Salatiga, Midden-Java, kon ik Nederlands blijven spreken met de Indo’s en met de Nederlandse docenten. Maar ik merkte toen al dat het aantal Indonesiërs die nog Nederlands spraken snel afnam, terwijl het gebruik van het Engels juist sterk in opkomst was.

Taal van de voormalige kolonisator

Toen ik in 1987 naar Nederland verhuisde om voor de Indonesische afdeling van de Wereldomroep te werken, kostte het me geen moeite om Nederlands te spreken. Ik hoefde slechts twee weken op cursus bij de nonnen in Vught. In mijn werk hoefde ik namelijk geen Nederlands te schrijven. Wel moest ik Nederlandse scripts naar het Indonesisch kunnen vertalen.

In Nederland ging ik me steeds meer bezighouden met de geschiedenis, vooral met wat we het Nederlandse tijdperk (zaman Belanda) noemen. Ik ontdekte dat Indonesië het enige land is waar de taal van de voormalige kolonisator niet meer wordt gesproken. De voormalige Britse koloniën Maleisië en Singapore bleven wel Engels spreken en veel auteurs schrijven er ook in die taal. Ook in de Filippijnen, dat in de negentiende eeuw door Spanje werd overgedragen aan Amerika, publiceren veel schrijvers in het Engels. In de voormalige Franse koloniën in de Maghreb is het hoger onderwijs nog altijd tweetalig: Arabisch en Frans. De Marokkaanse schrijver Bensalem Himmich schrijft zijn romans in het Frans en het Arabisch.

In Indonesië publiceert geen enkele schrijver meer in het Nederlands. Dat gebeurde ook in de Nederlandse tijd al weinig. Er waren drie belangrijke auteurs die in het Nederlands publiceerden: R.A. Kartini (1879-1904), Noto Soeroto (1888-1951) en Soewarsih Djojopoespito (1912-1977). Hun boeken werden ook in Nederland erkend als literaire werken, maar ik ben geneigd ze als een historisch ongeluk te beschouwen.

Waarom is Indonesië het enige land ter wereld dat de taal van de voormalige bezetter niet meer gebruikt?

Waarom is Indonesië het enige land ter wereld dat de taal van de voormalige bezetter niet meer gebruikt? Ik meende aanvankelijk, volgens het historische fanatisme dat ik uit mijn geboorteland had meegenomen, dat het Indonesische nationalisme alles wat naar Nederlanders rook, had verdreven. Vooral de Soempah Pemoeda (eed van de jeugd), die in 1928 door jonge nationalisten werd afgelegd, speelde hierbij een belangrijke rol. Die riep op tot: één land, één natie en één taal. Maar langzamerhand verdween deze overtuiging, die mijns inziens geen historische basis heeft.

Zo ontdekte ik dat Soewarsih Djojopoespito haar roman Buiten het gareel in 1940 publiceerde, twaalf jaar ná de eed van de jeugd. Soewarsih had in het Indonesisch moeten schrijven om loyaal te blijven aan de eed. Waarom heeft ze haar nationalistische roman dan in de taal van de overheerser geschreven? Toen besefte ik ook dat mijn grootouders tot hun dood Nederlands bleven spreken. Kortom: de eed van de jeugd is geen afdoende verklaring voor de verdwijning van het Nederlands uit Indonesië.

Midden in mijn zoektocht zag ik een interview met Benedict Anderson op de Nederlandse televisie. De befaamde expert van het nationalisme wees erop dat Indonesië de enige kolonie is die werd bestuurd zonder gebruikmaking van een Europese taal. Bovendien was Indonesië niet door een staat gekoloniseerd, maar door een bedrijf, de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Dat interview opende mijn ogen.

Het was voor de VOC goedkoper haar medewerkers Maleis te leren, dan de bevolking Nederlands te leren

Voor de VOC was winstmaximalisatie belangrijk en moesten de kosten van de kolonie laag worden gehouden. Het was dus goedkoper om de VOC-medewerkers het Maleis bij te brengen, het embryo van de Indonesische taal, dan de bevolking Nederlands te leren. Toen de VOC tegen 1800 failliet ging, nam de Nederlandse staat de kolonie over en werd de taalpolitiek van de VOC voortgezet. Hoewel de Europeanen in de hoofdstad Batavia wel Nederlands spraken en het Portugees er als tweede taal na het Maleis werd verdreven, werd het gebruik van Nederlands niet gestimuleerd.

Daarvoor werd het excuus gebruikt dat Indië met het Maleis al een voertaal had. Maar dat was ook het geval in de Maghreb, waar het Arabisch de voertaal was en de Fransen hun taal toch oplegden. In de Franse koloniën moest men worden opgeleid zoals in het moederland. Die mission civilisatrice hield in dat onderwijs moest worden verspreid, inclusief het Frans. De Franse econoom en essayist Paul Leroy-Beaulieu verkondigde dat idee in 1874. In 1890 lanceerde Parijs de politiek dat het Frans in de koloniën de tweede voertaal zou worden. Zo kreeg het Frans de kans om wortel te schieten en bleef het ook na de onafhankelijkheid de tweede taal, naast het Arabisch. Frans verbindt de Maghreb ook met de internationale wereld. De overige koloniale mogendheden – Engeland, Spanje en Portugal – voerden hetzelfde beleid.

Elitaire taal

Aan het begin van de twintigste eeuw zag Nederland dat het Frans, Engels en Spaans in veel regio’s de voertalen waren geworden. Den Haag was hierdoor geïntrigeerd en lanceerde een nieuw beleid: de Ethische Politiek. In 1914 begon men met Nederlandstalig onderwijs aan de Hollandsch-Inlandsche School (HIS), een basisschool voor kinderen van de inlandse elite. Maar dat gebeurde te laat en op een halfslachtige manier. Aan de HIS bleef het Nederlands namelijk de tweede taal, niet de voertaal, terwijl de Europeesche Lagere School (ELS, de basisschool voor kinderen van Europese afkomst) al van bij de start in 1817 wél volledig Nederlandstalig was. Aan de ELS werden wel eens niet-Europese kinderen toegelaten, maar dat waren kinderen van vooraanstaande edellieden, nooit gewone burgerkinderen. Eén van hen was de regentendochter R.A. Kartini. Dankzij de ELS werd zij uiterst bekwaam in het Nederlands, zoals blijkt uit de brieven die zij naar vrienden in Nederland stuurde. Kartini was echter een uitzondering, ook al omdat ze zoveel talent had voor vreemde talen. Behalve voor Kartini en haar zussen bleef het Nederlands voor inlanders een elitaire taal.

Het Nederlandstalige onderwijs voor inlanders duurde uiteindelijk minder dan dertig jaar, tot de Japanse bezetting in 1942. In die tijd kon het Nederlands geen wortel schieten. De onafhankelijkheid in 1945 vormde de doodsteek voor het Nederlands.

Bij gebrek aan een visie kon de Nederlandse taalpolitiek het Nederlands dus niet tot een internationale taal maken. Minder dan 25 miljoen mensen spreken nu Nederlands in Nederland, Vlaanderen, Suriname en de Caraïben. Als Indonesië ook Nederlandstalig was geworden, zouden dat er 300 miljoen zijn. Die mogelijkheid heeft ooit bestaan, maar de VOC-mentaliteit heeft dat voorkomen.

De VOC-mentaliteit heeft voorkomen dat Indonesië Nederlandstalig is geworden

In 1939 schetste de Franse hoogleraar George-Henri Bousquet in zijn boek La politique musulmane et coloniale des Pays-Bas een somber beeld van het Nederlands in haar grootste kolonie: “Cinquante ans après, le hollandais aurait cessé de jouer un rôle social, qu’il soit, dans ce qui pendant plus de trois siècles aurait été territoire néerlandais”. Bousquet was nog genereus, want het Nederlands speelde in de jaren 1970 al nauwelijks een rol meer in Indonesië, en dat was nog eerder dan hij had voorspeld.

Nederlandse toeristen zijn blij als ze in Indonesië woorden als handdoek, asbak of schokbreker horen. Maar wat ze niet weten is, dat er steeds minder Nederlandse leenwoorden in het Indonesisch overblijven. Zo gebruikt de jonge generatie niet langer korting maar diskon (van het Engelse discount), en zegt men nu londri (van laundry) in plaats van wasserette. Om met Indonesiërs te kunnen spreken, moeten Nederlanders dan ook een derde taal gebruiken, het Engels. Dat is anders in de Maghreb en de overige Franse ex-koloniën, waar toeristen nog altijd in vloeiend Frans worden begroet. En als bewoners van die voormalige koloniën naar Frankrijk gaan, kunnen ze ook meteen Frans spreken.

De Malinees Mamoudou Gassama, die zonder papieren in Frankrijk belandde, werd in mei 2018 wereldberoemd door zijn heldhaftige redding van een kind dat aan een balkon bungelde. President Macron verwelkomde hem op het Elysée, en uiteraard converseerden zij in het Frans. Geen enkele Indonesische immigrant zal na minder dan een jaar in Nederland zo vloeiend Nederlands spreken als Gassama Frans, ook niet als hij of zij over geldige papieren beschikt.

Tegenstrijdig

Er is dus nooit een echte rivaliteit geweest tussen het Nederlands en het Maleis (later Indonesisch) in de archipel. De koloniale taal heeft nooit de taal van de kolonie verdrongen. Mensen konden Maleis blijven spreken en hoefden de taal van de overheerser niet te spreken. Sterker nog, het door de Nederlanders opgerichte Kantoor voor de Volkslectuur publiceerde zelfs boeken in het Maleis en andere regionale talen, en hielp het Maleis te ontwikkelen en standaardiseren. Het hield toezicht op de spelling die in 1900 werd ingevoerd, maar dat werd niet als een beperking ervaren.

Dat was anders bij het bestuur van de kolonie. Het Nederlandse kolonialisme werd vooral gezien als een bezetting van het Indonesische territorium en de natie. Van de drie elementen van de eed van de jeugd – land, natie en taal – werden vooral de laatste twee gedomineerd door Nederland. Inlanders waren in de kolonie burgers van de derde klasse, na de Europeanen en de Vreemde Oosterlingen, maar hun taal werd niet overheerst. Dat is de sleutel tot het verklaren van de verengelsing van het Indonesisch. Doordat men Maleis kon blijven spreken en het Nederlands nooit werd opgelegd, speelde taalnationalisme voor Indonesiërs geen enkele rol in hun strijd tegen de Nederlandse overheersing.

Taalnationalisme speelde voor Indonesiërs geen rol in hun strijd om onafhankelijk te worden

Indonesiërs zijn nog altijd uiterst gevoelig als het om hun territorium gaat. Toen het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in 2002 de Maleisische soevereiniteit over de eilanden Sipadan en Ligitan erkende, riepen de Indonesiërs boos: “NKRI harga mati”, wat zoiets betekent als: “Eenheidsstaat tot de dood”. Het besluit werd gezien als een bedreiging voor de territoriale integriteit van het land. In 1999 werd ook al fel gereageerd toen 78,5 procent van de Oost-Timorese bevolking voor onafhankelijkheid van Indonesië koos. Ook de regering wordt vanuit nationalistische sentimenten vaak bekritiseerd. Zo was er veel kritiek op president Joko Widodo vanwege de hoge buitenlandse schuld van Indonesië en de daardoor groeiende afhankelijkheid van het buitenland.

De invloed van vreemde talen wordt evenwel nooit bekritiseerd. Dat fanatiek nationalistische Indonesiërs gulzig woorden uit vreemde talen opnemen, mag gerust tegenstrijdig heten. Kennelijk hebben Indonesiërs niet de behoefte om voor hun eigen taal op te komen. Is die verengelsing nog een halt toe te roepen? Bij een mengeling van talen moet er één sneuvelen. En het minder kosmopolitische publiek zal ook afhaken. Zal het besef doorbreken dat er te veel Engelse woorden in het Indonesisch wonen? Of zal de nationale taal dan al lang Indoglish zijn geworden? Ik hoop dat laatste nooit te moeten meemaken.

Bronnen
Benedict Anderson geïnterviewd door Anil Ramdas: www.youtube.com/watch?v=cNJuL-Ewp-A

Kees Groeneboer, Weg tot het westen, het Nederlands voor Indië 1600-1950, KITLV, Leiden, 1993

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be