Deel artikel

kunst recensie

In de docu Klantreis is de vluchteling geen partij voor de Nederlandse bureaucratie

22 april 2026 5 min. leestijd

Twee jaar lang volgde documentairemaker Ton van Zantvoort nieuwkomers in Breda tijdens hun inburgering. Via hun ervaringen portretteert hij een systeem dat van menselijkheid verstoken is. ‘Je wordt één groot Excel-bestand.’

Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Op een powerpointplaat met drie blokjes kaas, waarop twee miniatuurmannetjes Nederlandse vlaggetjes planten, zijn het nog altijd de aan de Franse Revolutie ontleende idealen die worden gepresenteerd als de “kernwaarden van de Nederlandse maatschappij”. Dat is wat vluchtelingen in Breda, die als “statushouder” in Nederland mogen blijven, bij hun inburgeringscursus wordt voorgehouden. Broederschap heet tegenwoordig solidariteit. En als vierde is er bijgekomen: “participatie”. Meedoen. Meepraten. Meebeslissen. Tot zover de theorie.

In Klantreis volgt documentairemaker Ton van Zantvoort (Schapenheld, 2018) gedurende twee jaar de “klantreis inburgeren in Breda” in de praktijk. In observerende stijl volgt Van Zantvoort de twee Saudisch-Somalische zussen Khulud en Fotoon en de uit Syrië gevluchte familie Barakat – vader, moeder en vijf kinderen – vanaf hun eerste stappen in het bureaucratische doolhof dat Nederland “vrijheid” noemt.

Om in te burgeren moet je wel eerst de taal beheersen. Of nog basaler: met een computer kunnen omgaan. Daar gaat het bij de moeder van het zevenkoppige gezin uit Syrië al mis. Want vóór ze in een taalklas wordt ingedeeld, moet ze eerst een niveautestje maken. Hoe doe je dat als je niet weet hoe een muis werkt, als je zoon je niet mag helpen, als de vrouw die de test afneemt je taal niet spreekt en jij de hare niet? Hoe kom je uit die loop? Een verkeerde beweging en de computer crasht.

Van Zantvoort laat het ritme van de montage oplopen tot je weinig meer hoort dan: ‘Regels. Regels. Regels. Belangrijk. Belangrijk. Belangrijk’

Via de ervaringen van de nieuwkomers houdt Van Zantvoort Nederland een wrangkomische spiegel voor over de zegeningen van het “meedoen”. “Als je je status krijgt, word je eerst doodgegooid met Nederlandse wet- en regelgeving”, zegt een ambtenaar bij een vergadering op het stadhuis. De route die voor de nieuwkomers is uitgestippeld is zo complex dat de betrokken caseregisseurs, klantmanagers, programmabegeleiders en maatschappelijk werkers die zelf amper snappen.

“Ja, het is veel,” erkent de procesmanager opgewekt, “je wordt één groot Excel-bestand.” Van het inschrijven bij de gemeente, een DigiD, bankpasjes, de inlog van de bankapp, Bredapas, zorgverzekeringsregels, toeslagen, uitkering, inrichtingskrediet, de dertien sleutels van de woningbouwvereniging, de huur die op tijd moet worden betaald, stil zijn na tien uur, hoe het vuil te scheiden, energie te besparen, de “handtekeningenzee” die onder onleesbare contracten moet worden gezet, afspraken nakomen, op tijd zijn, workshops sport, bibliotheek, taalles, tot de uitleg van de een, twee of drie piepjes van de ov-chipkaart in de bus.

Van Zantvoort laat het ritme van de montage oplopen tot je weinig meer hoort dan: “Regels. Regels. Regels. Belangrijk. Belangrijk. Belangrijk.” Ondertussen studeren de Saudische zussen braaf op hun les Nederlandse geschiedenis en maatschappij die de illusie hooghoudt: “In Nederland mag alles”.

Onverwoestbaar optimisme

Klantreis blijkt een hobbelige rit te zijn, de vrijheid een dwangbuis. Tuurlijk, vergeleken bij de openlijke discriminatie en criminalisatie van homoseksualiteit en feminisme in Saudi-Arabië en de levensbedreigende situatie door de oorlog in Syrië is Nederland een liberale oase van vrede en veiligheid. Desondanks blijkt in ons dichtgetimmerde, overgereguleerde overheidssysteem amper ruimte te zijn voor de menselijke factor, voor individuele behoeftes. Het contact met instellingen bestaat vaak uit een leger aan wisselende gezichten en betuttelend eenrichtingsverkeer.

De interesse is zelden wederzijds, komt amper voorbij clichés. Als de zussen Khulud en Fotoon beginnen over hun traumatische ervaringen in Saudi-Arabië, over hoe moe ze zijn van de stressvolle tijd in de spannende procedure van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), hoe ze kampen met depressieve gevoelens, huilbuien en gepieker, praten Nederlandse gesprekspartners er met een platitude overheen. Of ze ooit psychologische hulp kregen, komen we niet aan de weet. Zelden wordt de nieuwkomers gevraagd wat ze nodig hebben. En als ze zelf iets aangeven, wordt het veelal als onmogelijk terzijde geschoven.

Khulud mist contact. Ze wil dolgraag mensen leren kennen, de stad in, dansen, Nederlands oefenen, vertelt ze bij een intakegesprek voor een buddyprogramma. Maar ze constateert dat er een kloof is tussen haar en de Nederlanders die ze niet kan verklaren: “Er zijn hier geen vrienden te vinden als thuis.”

Als Bilal, de oudste zoon van het gezin Barakat, een eigen stukadoorsbedrijf wil starten, wordt hij waarschuwend en ontmoedigend toegesproken. Bij een intakegesprek voor een studie bij de Tilburgse Universiteit worden de zussen zuinigjes en met scepsis ontvangen. De verwachtingen zijn laag, de mogelijkheden om op eigen tempo te studeren blijken beperkt. Het lijkt wel of men de nieuwkomers liever ziet mislukken. Dat Fotoon, Khulud en Bilal toch hun weg vinden, is een klein wonder. Ze combineren leren en werken. Via het buddyprogramma hebben de meiden Bredase leeftijdsgenoten gevonden.

Maar gaandeweg zien we de kringen onder de ogen van de Syrische vader Salem steeds dieper worden. Ook als kijker vergaat je het lachen. Als de betalingsherinneringen Salem over de schoenen lopen, kijkt hij niemand meer aan. We zien hem en zijn zieke vrouw nooit een taalles bezoeken. Via een vertaalapp zegt een hulpverlener tegen hem: “Na zes maanden betaalt de gemeente de vaste lasten niet meer. Dat moeten jullie nu zelf doen. Was dat niet duidelijk?” Een retorische vraag aan een duidelijk onthande man. Een oplossing is opnieuw niet in zicht, omdat de bureaucratie daar geen ruimte voor biedt. Ergens tussen de stroopwafels en de vogeltjesdans is Salem van zijn menselijke waardigheid beroofd.

Het blijkt tekenend te zijn voor een incompetent systeem dat er op papier wel is voor zijn nieuwe burgers, maar in feite is gericht op de instandhouding van zichzelf: dát blijkt de werkelijke Nederlandse cultuur te zijn. Iedereen vinkt zijn taakje af. Men werkt langs elkaar heen. Niemand heeft de leiding, niemand draagt verantwoordelijkheid, niemand wordt op zijn onkunde afgerekend. Waarschijnlijk heeft zelfs niemand dit gewild. Maar ondertussen krijgt de nieuwe burger, die geen partij is voor deze machtige moloch, de onbetaalbare rekening gepresenteerd.

Het verontrustendste is dat alle betrokken organisaties in de bijgeleverde persmap zo positief reageren op de ontluisterende film

Door haar formele stugheid creëert de bureaucratie een probleem – de familie Barakat wordt zonder adequate begeleiding in een te klein schimmelkot geplaatst – dat door datzelfde falende systeem verder escaleert. Na twee jaar staat het gezin Barakat nog steeds onder budgetbeheer en is het daarnaast onder toezicht van jeugd- en gezinszorg gesteld. Ondertussen zitten de werknemers van de betrokken instanties er met hun comfortabele aanstellingen warmpjes bij: ze creëren hun eigen werkverschaffing.

Het verontrustendste is misschien nog dat alle betrokken organisaties in de bijgeleverde persmap zo positief reageren op de ontluisterende film: het past naadloos bij de manier waarop er binnen het systeem wordt gecommuniceerd. Opbouwend maar consequentieloos, professioneel maar onaangedaan, alsof de kritiek niemand echt raakt of kan raken. Men zal weer overgaan tot de orde van de dag. Er zal weer oeverloos worden vergaderd. Er zal weer worden gepapt en natgehouden. Ook al is de Syrische familie Barakat van de regen in de drup gekomen.

“Uiteindelijk komt alles altijd goed”, luidt het onverwoestbaar optimistische mantra van de gemeentelijke procesmanager die de klantreis heeft bedacht. De vraag is alleen voor wie.

Klantreis is vanaf 23 april te zien in de Nederlandse filmtheaters.

Portret Karin Wolfs

Karin Wolfs

filmjournaliste, onder andere voor VPRO Cinema, Filmkrant en de lage landen

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003da60000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)