Deel artikel

taal recensie

Taal als tolbrug: drie boeken die het Nederlands toegankelijker willen maken

17 april 2026 8 min. leestijd

Taal is een brug tussen mensen, maar dan moet die taal toegankelijk zijn, en niet functioneren als een dure tolbrug. In recente boeken over laaggeletterdheid, de zoektocht naar een eigen taal en juridische uitspraken komt die brugfunctie aan bod.

Wie heeft er recht op het Nederlands in Vlaanderen en Nederland? En over welk Nederlands hebben we het dan precies? Hoe ervaar je als laaggeletterde onze hooggeletterde samenleving? Of als kind van migranten de meertalige wereld waarin je opgroeit? Of als niet-juridisch geschoolde het in juridisch jargon gestelde rechterlijk oordeel? Rineke van Houten, Lisette Ma Neza en Geerke van der Bruggen schrijven in hun recente titels elk op hun manier over de toegankelijkheid van taal.

Een goede manier om iets alledaags te begrijpen is: situaties zoeken waar dat alledaagse ontbreekt. Hoe anders ziet de wereld er dan uit? Wat is het leven zonder water, hoe leven mensen die geen emoties uiten in het openbaar, wat gebeurt er in relaties waarin de partners elkaar niet aanraken?

Dat lijkt de gedachte die de schrijfster en journaliste Rineke van Houten (1985) bracht tot haar boek Onleesbare wereld, een journalistiek onderzoek naar mensen die laaggeletterd zijn, of zijn geweest, of die kinderen of partners zijn van laaggeletterden. Hoe is het om al die tekens op borden, op briefjes, op beeldschermen niet of alleen met enorme inspanning te kunnen ontcijferen, of met iemand te leven die je daarbij helpen moet?

Van Houten heeft het boek breed opgezet: ze heeft in alle hoeken en gaten van de samenleving mensen gezocht die haar de wereld van de laaggeletterdheid kunnen uitleggen. Tegelijkertijd probeert ze een en ander in een breder perspectief te zetten, bijvoorbeeld door in te gaan op onderzoek dat laat zien dat de ontlezing toeneemt, of door de neurolinguïst Peter Hagoort te laten uitleggen dat het brein anders omgaat met geschreven taal dan met gesproken taal – voor dat laatste zijn wij biologisch als het ware gemaakt, het eerste moet ieder van ons veroveren. Vandaar dat er geen horende, in normale omstandigheden opgegroeide mensen zijn die niet kunnen spreken, maar dat lezen en schrijven sommige mensen kan ontgaan: in Nederland misschien wel een kwart miljoen, of meer.

Onleesbare wereld is een boek voor liefhebbers van goede, op de mens gerichte journalistiek. Ontroerend is bijvoorbeeld het verhaal van Trudi Jeninga, die het geluk heeft gehad een inventieve partner te vinden:

Willem las voor wat Trudi moest leren. Zij onthield wat hij zei, knipte plaatjes van bloemen uit en Willem schreef er de Latijnse namen bij: Begonia, Agastache, Allium, Achillea, Campanula, Galanthus, Hippeastrum. De plaatjes plakte ze overal in het huis op. Op het raam in de keuken, bij het fornuis, op de servieskast, in haar jaszakken, op de toiletspiegel. Ze prentte de afbeelding in haar geheugen als ze er langsliep, koppelde er het woord aan dat Willem eronder had geschreven en sloeg dat op in haar hoofd als beeld.

Het is bij dit alles wel een beetje jammer dat Van Houten niet wat meer haar licht bij deskundigen heeft opgestoken, zoals bij taalwetenschappers. Haar denken is nu af en toe wel wat naïef. Ze lijkt er bijvoorbeeld van uit te gaan dat laaggeletterdheid betekent dat je ook “weinig taal” hebt, en ze vertelt zelfs dat ze, als ze met laaggeletterde mensen praatte, merkte dat zij “meer woorden” had. Het komt niet in haar op dat die “meer woorden” misschien vooral kwamen uit de schooltaal en dat haar gesprekspartners omgekeerd misschien ook wel woorden kenden die Van Houten nooit had kunnen opschrijven.

Maar daar staat dus een enorme verwondering tegenover. En daarin heeft Van Houten volkomen gelijk: het is heel lastig de wereld te begrijpen waarin landgenoten leven die niet even snel een appje kunnen schrijven. Terwijl dat een groeiende groep is, terwijl we die mensen eigenlijk wel willen uitnodigen in onze wereld, en terwijl we zelf zoveel kunnen leren van een blik waarin het voor ons zo vanzelfsprekende afwezig is. Een van de mensen die ze interviewde, zei “dat hij zijn gebrek aan taal compenseerde met zorg voor anderen, altijd attent werd op wat een ander nodig heeft. Dat kon hij tenslotte goed en daarvoor oogst hij waardering.”

Igishanga, schrijft de woordkunstenares Lisette Ma Neza (1998) aan het begin van Onvertaalbaar, is een rivier “waar ze donkerbruine aarde in hebben gestrooid”. Het woord komt uit het Kinyarwanda, de taal van haar Rwandese ouders. Het lukt Ma Neza niet om het te vertalen naar het Nederlands, de taal waarin ze leerde lezen en schrijven. Ze ként het woord, ze vóélt het, maar ze krijgt het niet overgezet. Dat is het kernprobleem in haar boek.

Ma Neza groeide op in Breda en studeerde film in Brussel. Haar eerste taal was een mengeling van Kinyarwanda, Frans en Nederlands, geen “moedertaal” maar een “moddertaal” – Ma Neza gebruikt veel watermetaforen – die ze deelde met haar zus en haar ouders. Het Kinyarwanda leerde ze thuis; het Nederlands op school, waar het soms klonk als een taal die ze niet helemaal de hare mocht noemen, en die dat toch werd. “Mijn Nederlandse tongval verraadt me”, schrijft ze bij een bezoek aan Rwanda. “Al ben ik in mijn moeders land en spreek ik mijn moeders taal.”

Onvertaalbaar, een hybride van essay, poëzie en memoir, draait om de vraag wat het betekent om in meerdere talen tegelijk te leven, en in geen van die talen helemaal thuis te zijn. Ma Neza verzint daar een reeks neologismen voor: woorden die eindigen op -baar en die eigenlijk niet bestaan. Rivieren zijn niet alleen overbrugbaar maar ook bewandelbaar en oversteekbaar. De grenzen die talen tussen mensen optrekken, zijn dat ook; als je maar bereid bent je voeten nat te laten worden. “Je zou zomaar denken dat iets niet kan en dan maakt een ander het -baar, en kan het toch.”

Het sterkste deel van het boek vind ik het verhaal over een meisje, Nour, dat Ma Neza ontmoet tijdens een theaterproject in Antwerpen. Nour komt in verschillende essays terug. Ze zwijgt, ze is ontaalbaar. Niet omdat ze niet kan praten, maar omdat ze, nadat ze op school om haar accent is gepest en de juffen niet hebben ingegrepen, heeft besloten niet meer te spreken, niet tegen mensen die ze als juf ziet. Zoals Ma Neza. Nour communiceert, met handen, met ogen, met gebaren, en die communicatie is toch óók een soort taal, zij het een taal die op geen enkele manier “vertaalbaar” is in de conventionele zin. Het woord stom, schrijft Ma Neza, is het stomste woord dat er bestaat: het maakt van stilte een gebrek, terwijl Nour juist briljant is: “Ze ontwikkelt standvastig haar eigen manier van spreken.”

Verschillende lezers zullen Ma Neza’s boek noodzakelijkerwijs verschillend lezen – al is het maar omdat iedere lezer weer de éígen taalachtergrond meeneemt. Ik werd getroffen door dit essay dat vloeit als water, dat af en toe kolkt en golft, maar nooit rustig voortkabbelt. En dat leest als een pleidooi tegen de norm van absolute taalvaardigheid in een (“witte”) standaardtaal:

Een witte taal perfect spreken lijkt het ultieme doel. Maar één witte taal perfect spreken is uiteindelijk behoorlijk oppervlakkig. Het levert dezelfde gedachten op. Dezelfde wereld. Hetzelfde werk. Dezelfde boeken en mensen.

Er zijn, schrijft Geerke van der Bruggen (1980) in de introductie tot haar boek Sprekende uitspraken, weinig teksten die zo veel impact hebben op mensenlevens als de rechterlijke uitspraak: “Elke uitspraak vertelt een verhaal dat ertoe doet, meestal over gewone mensen in moeilijke situaties.”

En toch leest de gemiddelde uitspraak allesbehalve als een aangrijpende roman, en dat komt onder andere doordat zo’n uitspraak ook juridisch goed doortimmerd moet zijn en heel precies moet beargumenteren op welke wetten en welke jurisprudentie de rechter zich beroept. Precisie en meeslependheid zijn niet altijd vrienden van elkaar.

Het is een tour de force maar Van der Bruggen laat met Sprekende uitspraken zelf zien dat het mogelijk is: enerzijds promoveerde ze op dit boek, en tegelijkertijd is het in de handel te vinden als een, inderdaad zeer leesbaar, boek voor een breed publiek. Je kunt best een deskundig en een niet-ingewijd publiek tegelijkertijd bedienen.

Gezag wordt niet alleen gevormd door wat een tekst zegt, maar ook door hoe hij gelezen kan worden

Je kunt dat doen door je niet krampachtig aan alle genreconventies vast te klampen. In de wetenschap, of in ieder geval in sommige takken van de wetenschap, is het bijvoorbeeld taboe om ik te gebruiken, maar Van der Bruggen ziet daar geen been in. Haar introductie is zelfs uitgesproken autobiografisch: ze beschrijft hoe ze als neerlandica steeds meer geïnteresseerd raakte in de rechterlijke uitspraak als genre.

Uiterst helder zet ze onder andere uiteen wat voor eerder onderzoek er is gebeurd naar rechterlijke uitspraken, wat voor eisen er precies aan vonnissen kunnen en moeten worden gesteld, en hoe aanpassingen in stijl en opbouw vonnissen acceptabeler kunnen maken voor de gemiddelde lezer.

Voor dat laatste onderzoek onderzocht Van der Bruggen, samen met haar promotor Henk Pander Maat, het effect van tekstingrepen zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels.

Leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken waarin dat soort ingrepen waren gedaan. Sommigen kregen bijvoorbeeld de oorspronkelijke zin te lezen: “Beoordeeld moet dus worden of het jacquet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om in het kader van de uitoefening van het ambt van predikant te worden gedragen.” Anderen lazen de vereenvoudigde versie: “Het gerechtshof moet dus beoordelen of het jacquet alleen of bijna alleen geschikt is om tijdens het werk van dominee te dragen.” Daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de rechterlijke beslissing accepteerden. Daarbij maakten Van der Bruggen en Pander Maat expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst?) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je het begrijpt?) – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is.

De uitkomst was verrassend, in ieder geval voor liefhebbers van geleerde taal. Eenvoudiger taalgebruik maakt de rechterlijke beslissing acceptabeler voor de lezer. Dat is een belangrijke conclusie, omdat zo’n rechterlijke uitspraak óók als bedoeling heeft om de samenleving de rechtvaardigheid van de genomen beslissing in te laten zien. Maar het effect kwam niet in de eerste plaats van daadwerkelijk begrip, maar hing vrijwel geheel samen met ervaren begrijpelijkheid: niet of mensen vragen over het oordeel beter konden beantwoorden, maar of ze zelf rapporteerden het te snappen.

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek. Wat telt, is dat lezers zich tijdens het lezen competent voelen. Gezag wordt niet alleen gevormd door wat een tekst zegt, maar ook door hoe hij gelezen kan worden. Taalvaardigheid speelt hier dus een cruciale rol; maar anders dan vaak wordt gedacht, niet (of niet langer) in het etaleren van moeilijke woorden of complexe zinsstructuren, maar in het vermogen om ingewikkelde zaken helder te formuleren. Je moet in staat zijn een bouwwerkje te bouwen dat eruitziet als een brug.

Rineke van Houten, Onleesbare wereld. Het dubbelleven van laaggeletterden, Balans, Amsterdam, 2025.

Lisette Ma Neza, Onvertaalbaar. Een ode aan meertaligheid, Academia Press/Karakters, Gent, 2026, 88 p.

Geerke van der Bruggen, Sprekende uitspraken. Hoe tekstingrepen de begrijpelijkheid en acceptatie van rechterlijke uitspraken kunnen vergroten, WJS Uitgevers, Den Haag, 2025, 230 p.

Marc-van-Oostendorp

Marc van Oostendorp

hoogleraar Nederlands en academische communicatie aan de Radboud Universiteit; onderzoeker aan het Meertens Instituut

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003d9e0000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)