We danken de tulp aan Carolus Clusius, de botanicus die dieven uit zijn tuin moest jagen
Carolus Clusius was misschien wel de belangrijkste botanicus van de zestiende eeuw. Voor zijn vijfhonderdste geboortedag zet het Antwerpse Museum Plantin-Moretus hem met een expo in de bloemetjes.
Houten planken die kraken bij elke voetstap, statige portretten – vaak van de hand van Peter Paul Rubens – die boven de haardvuren over de bezoekers waken en luiken die overdag gesloten blijven om het originele goudleer dat de wanden siert te beschermen tegen het invallende zonlicht. Wie het Museum Plantin-Moretus op de Vrijdagmarkt betreedt, waant zich meteen in het historische Antwerpse stadscentrum van de zestiende eeuw.
© Museum Plantin-Moretus / Lucid
De woonvertrekken, de drukkerij met originele drukpersen, loden letters en matrijzen, de boekwinkel en de heuse bibliotheek geven een inkijk in hoe de drukkersfamilie Plantijn-Moretus haar werkdagen doorbracht. In de woonvertrekken zijn de wandtapijten, meubels en beeldhouwwerken stille getuigen van het vroegmoderne Europa. Op haar hoogtepunt was de drukkerij de grootste van Europa, met meer dan twintig persen en wel tachtig werknemers. In totaal gaf Christoffel Plantijn, die de drukkerij rond 1555 oprichtte en er in 1576 mee naar de Vrijdagmarkt verhuisde, zo’n 2.450 werken uit tijdens zijn leven, waaronder de boeken van Carolus Clusius.
Geneeskrachtig
In de zestiende eeuw bloeide, net als Plantijns drukkerij, de algemene belangstelling voor de plantenwereld helemaal open. Die botanische renaissance ging hand in hand met de humanistische interesse in de klassieke werken over planten en geneeskrachtige kruiden, het gebruik van levende planten in het curriculum van medische faculteiten en de import van verrassende exotische plantensoorten uit de voorheen onbekende werelden in Azië, Afrika en Amerika.
Onbekend (graveur), Portret Carolus Clusius © Collectie Stad Antwerpen, Museum Plantin-Moretus
Charles de l’Écluse, beter bekend als Carolus Clusius, was samen met Rembert Dodoens (Dodonaeus) en Matthias de Lobel (Lobelius) een van de voortrekkers van het florerende botanische onderzoek in de Zuidelijke Nederlanden, hoewel het beroep van botanicus destijds nog niet officieel bestond. Samen legden ze de grondslag voor de moderne plantkunde.
Carolus Clusius vestigde zich in 1554 in Antwerpen na zijn studies rechten, klassieke talen en geneeskunde. In deze drukke havenstad ontmoette hij Christoffel Plantijn, die op dat moment al een invloedrijk figuur was en Clusius’ botanische werken later zou uitgeven.
Clusius raakte geboeid door geneeskrachtige planten tijdens zijn medische opleiding, via klassieke manuscripten en demonstraties in de colleges. Die interesse en zijn uitstekende talenkennis stelden hem in staat medisch-botanische traktaten en boeken te vertalen en publiceren, vaak in samenwerking met zijn nieuwe vriend Plantijn. Beiden speelden in op de toenemende vraag van onder meer artsen en apothekers naar degelijke wetenschappelijke teksten en kwaliteitsvolle botanische afbeeldingen. Die laatste zijn ook in de tentoonstelling te bewonderen.
De prachtig gedetailleerde botanische illustraties werden in de drukkerij met houtblokken in de boeken gedrukt – de houtblokken werden vervaardigd door tekenaars en houtsnijders die in dienst waren van Plantijns drukkerij. Een selectie van de in totaal vierduizend houtblokken worden in Planten van Plantijn tentoongesteld.
© Museum Plantin-Moretus / Lucid
De expo toont ook ander botanisch beeldmateriaal uit de zestiende tot twintigste eeuw. Een bijzonder voorbeeld is de houtsnede van de bijenorchis uit het Kruydtboeck oft Beschrijvinghe van allerleye ghewassen, kruyderen, hesteren, ende gheboomten uit 1581 van Lobelius. Zijn illustratie van een bloeiende orchidee die hij nabij Leuven vond is vandaag nog steeds het type-exemplaar of “lectotype” van de soort die wetenschappers als referentie voor hun onderzoek gebruiken. Het zijn vooral dit soort botanische tekeningen die ontroeren, niet enkel door hun wetenschappelijke nut maar ook door hun uitzonderlijke detail.
Magnum opus
Clusius bleef niet zijn hele leven in Antwerpen. Dankzij zijn lucratieve bijverdienste als mentor voor studenten uit gegoede milieus kon hij reizen maken door Europa en bouwde hij een boeiend netwerk van geleerden en edellieden uit. Zo ondernam hij in 1564 zijn eerste expeditie door Spanje en Portugal op uitnodiging van de Fugger-familie, die hem in dienst had gesteld als mentor voor hun zoon. Tijdens deze reis beschreef hij meer dan tweehonderd nieuwe plantensoorten.
In 1576 publiceerde hij zijn bevindingen over de Zuid-Europese flora in zijn eerste originele werk, getiteld Rariorum Aliquot Stirpium per Hispanias Observatarum Historia. In dit boek voegde hij al een afbeelding van een tulp toe en noemde de plant “Tulipa”, wat vandaag nog steeds de officiële benaming is.
Tijdens zijn reis door Spanje en Portugal beschreef hij meer dan tweehonderd nieuwe plantensoorten
Door zijn uitgebreide kennis over medische kruiden en wilde planten werd Clusius bovendien geregeld uitgenodigd om de renaissancetuinen van zijn rijke kennissenkring vorm te geven. De vernieuwing van de binnentuin van Museum Plantin-Moretus werd gebaseerd op deze ontwerpen en op de planten die Clusius beschreef in zijn magnum opus Rariorum plantarum historia, dat werd uitgegeven door de drukkerij van Plantijn.
Uit Clusius’ ‘Rariorum plantarum historia’, 1601 © Collectie Stad Antwerpen, Museum Plantin-Moretus
Zijn ervaring leidde uiteindelijk tot een aanstelling aan het Habsburgse Hof van 1573 tot 1577, al was zijn exacte functie niet helemaal duidelijk. In zijn brievencorrespondentie met vrienden noteerde hij dat keizer Maximiliaan II, die al sinds zijn jeugd met gezondheidskwalen kampte, hem in dienst nam om een medicinaleplantentuin met geneeskrachtige kruiden aan te leggen.
Tulpomanie
Na de dood van Maximiliaan II in 1576 nam de belangstelling voor Clusius’ project af, wat zijn financiële situatie sterk verslechterde. Hij verhuisde zijn planten naar een kleine privétuin, waar hij plantendieven weerde en experimenteerde met het kruisen van tulpensoorten. Dat leidde tot een uitgebreide catalogus waarin hij alle bekende tulpenvariaties beschreef. Zijn classificatie, gebaseerd op de bloeitijd, kleur en vorm, vormt de basis van het moderne tulpenonderzoek. De tulpen in de museumtuin lijken bovendien sterk op degene die Clusius beschreef in zijn boek Rariorum plantarum historia, dat de inspiratie vormde voor het nieuwe tuinontwerp.
In 1594 werd Clusius hoogleraar aan de universiteit van Leiden, waar hij ook hoofd werd van de hortus botanicus – de oudste botanische tuin van Nederland. Die positie bekleedde hij tot aan zijn dood in 1609. Via de hortus botanicus bracht hij de tulp naar Nederland. Ook was hij de eerste die beschreef dat tulpen konden “uitbreken” in prachtige gevlamde, gestreepte en gerafelde varianten die aan de basis lagen van de tulpomanie van de jaren 1630: iedere aristocraat van belang had zo’n bijzondere bol in zijn collectie – ook al had Clusius opgemerkt dat deze “gebroken” tulpen snel verwelkten. Vandaag weten we dat een virus aan de basis lag van die uitzonderlijke maar zieke varianten.
De tulp was overigens niet de enige plant die door toedoen van Clusius in Europa terechtkwam. Tijdens zijn leven correspondeerde hij met meer dan driehonderd enthousiastelingen doorheen Europa, met wie hij zaden, bollen en inzichten deelde. Zo kreeg hij in 1588 van de gouverneur van Bergen enkele aardappels uit Peru, die hij kweekte in zijn tuin en uitdeelde aan zijn kennissenkring. Ook andere destijds exotische gewassen en planten, zoals de paardenkastanje, bonen en schorseneren, bracht hij op die manier vanuit Amerika en het Ottomaanse Rijk naar onze contreien. De planten vonden zo hun weg naar onze borden, parken en tuinen.
Iedere aristocraat van belang had zo’n bijzondere gevlamde bol in zijn collectie – ook al had Clusius opgemerkt dat deze ‘gebroken’ tulpen snel verwelkten
Planten van Plantijn toont niet alleen de uitzonderlijke veelzijdigheid van Carolus Clusius, samen met de vaste expo van Museum Plantin-Moretus wordt ook duidelijk hoe nauw wetenschap, (boekdruk)kunst en handel in de zestiende eeuw met elkaar verweven waren. Clusius’ werk reikte verder dan het beschrijven van planten: hij legde de fundamenten voor de moderne plantkunde en beïnvloedde tegelijk het dagelijkse leven van verschillende generaties Europeanen.
Het Museum Plantin-Moretus brengt dat rijke verhaal opnieuw tot leven, waardoor de bezoeker een blik krijgt op het verleden, en realiseert hoe sterk Clusius’ erfenis vandaag voortleeft – in onze tuinen, onze wetenschap en onze kijk op de natuur.
De expo Planten van Plantin in het Museum Plantin-Moretus loopt nog tot 2 augustus.










Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.