Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Och ja, dát had ik moeten zeggen!
0 Reacties
© Jonathan Singer / Unsplash
© Jonathan Singer / Unsplash © Jonathan Singer / Unsplash
column Taaltoestanden
taal

Och ja, dát had ik moeten zeggen!

Wat bedoelen Fransen met esprit de l’escalier? Makkelijk uitgelegd, meent onze taalcolumnist Marten van der Meulen. Hij vindt het dan ook vreemd dat die uitdrukking zo vaak voorkomt op lijstjes met ‘onvertaalbare woorden’. Dat vertalen lukt toch prima?

Ik heb ze nog niet gezien dit voorjaar, maar ik weet dat ze komen. Ze horen bij het warme weer en de zomer. Als de onzichtbare muggen die je ’s nachts plagen, als de specifieke hoofdpijn die je krijgt van een middag lauwe wijn drinken in de zon, als het zand dat wekenlang tussen je tenen blijft zitten na een strandbezoek.

Lijstjes met onvertaalbare woorden.

Naast artikelen over etymologie zijn zulke lijstjes misschien wel het populairste voorbeeld van Taal voor de Grote Massa. Typ “untranslatable words” maar eens in je zoekmachine in, en je krijgt tientallen, zo niet honderden lijstjes. Veel van de lijstjes gaan uit van verwondering (op zich ook weleens fijn, tussen al dat droevige geblaat over vermeende taalfouten). De titels bevatten woorden als magic, awesome, favorite, beautiful en impossible sweetness. En laten we wel wezen: de woorden spreken enorm tot de verbeelding. Een Arabisch woord voor een compromis waarbij iedereen wint. Een Japans woord voor zonlicht door de bladeren. Een Zweeds woord voor een sociaal verplichte pauze om koffie te drinken.

Lijstjes met onvertaalbare woorden zijn misschien wel het populairste voorbeeld van Taal voor de Grote Massa

Mijn lievelingsvoorbeeld van een “onvertaalbaar woord” is waarschijnlijk esprit de lescalier. Ik weet zelfs nog wanneer ik dat voor het eerst bewust voelde, ook al kende ik het woord toen nog niet. Aan het eind van de basisschool ging ik een aantal keer naar een natuurkamp. Heerlijk in Zeeland of op de Veluwe. De derde keer dat ik ging, kwam er op zekere avond een leidster langs die ik ook op een eerder kamp had meegemaakt. Ze begroette ons, en herkende verschillende kinderen. Maar mij herkende ze niet, ook niet toen ik kort met haar praatte. Ik kon niets bedenken om haar mij te laten herinneren. Pas toen ze weer weg was, dacht ik opeens: ik had moeten refereren aan de keer dat ik uit bed was gevallen. Dat was een heftig moment geweest, misschien had ik wel een erge bloedneus gehad. Maar ze was al weg. Dát gevoel, dat je opeens weet wat je moet zeggen als het net te laat is, dat is esprit de l’escalier.

Hoe mooi ze ook zijn, toch is er taalkundig wel het een en ander op die zogenaamd onvertaalbare woorden aan te merken. Om eens met de kern te beginnen: ze zijn eigenlijk helemaal niet onvertaalbaar. Neem het woord jaysus uit het Bahasa Indonesia (te vinden in dit lijstje). Daar staat het volgende onder: “An unfunny joke that’s told so badly that you actually laugh. Maar… dat is toch een vertaling? Of neem het volgende woord op die lijst: het Japanse kyoikumama. Daarbij staat: “A mother who pushes her children to achieve academically.” Opnieuw een vertaling. En ook esprit de l’escalier kon ik moeiteloos uitleggen hierboven. En dat zijn geen uitzonderingen. Ieder zogenaamd onvertaalbaar woord op ieder lijstje bevat een vertaling.

Hoe mooi ze ook zijn, taalkundig is er wel het een en ander aan te merken op de ‘onvertaalbare’ woorden

Het lijkt erop alsof “onvertaalbaar” dus helemaal niet onvertaalbaar betekent. Alle woorden (of in ieder geval het overgrote merendeel) zijn wel degelijk te vertalen. Alleen is er in andere talen niet één specifiek woord voor dat precies de lading dekt. Je moet het woord omschrijven. In taalkundig jargon zou je zeggen dat de zogenaamd onvertaalbare woorden niet zijn gelexicaliseerd. Dat is ook interessant, maar het is wel echt iets anders. Onvertaalbaar is eigenlijk dus tegenstrijdig.

Nu komen dit soort ogenschijnlijk tegenstrijdige beschrijvingen van woorden die iets anders betekenen wel vaker voor. Het bekendste voorbeeld is de uitdrukking “goed scrabblewoord”. Dat wordt gezegd over woorden als parkeerapparatuurplaats, arbeidsongeschiktheidsverzekering, nachtmerriescenario en seksismediscussiemoe. Maar het probleem is dat dit totaal geen goede scrabblewoorden zijn! Ze zijn vaak veel te lang, bevatten alleen letters die weinig punten waard zijn, of zijn onmogelijk te leggen. Toch worden ze goede scrabblewoorden genoemd. Ook hier bedoelen mensen iets anders dan de letterlijke betekenis van een woord. In dit geval betekent “goed scrabblewoord” eigenlijk “lange samenstelling met veel losse delen”.

Er is ook nog een ander probleem met de zogenaamde onvertaalbare woorden. Het zijn niet zomaar willekeurige woorden, zoals lidwoorden en voorzetsels. Díé zijn pas moeilijk te vertalen: ons aan en op ligt bijvoorbeeld helemaal niet lekker op het Engelse on, om nog maar te zwijgen van veel minder gerelateerde talen. Nee, het gaat vaak om bepaalde gevoelens, bepaalde fenomenen, die niet zelden worden gekoppeld aan culturele stereotypen. Dat maakt dat er een naar bijsmaakje zit aan de “verwondering”. Het is een beetje “gut kijk ze daar ver weg eens raar en anders zijn”. Dat is problematisch, en het is ook onzinnig. Nogmaals: dat wij er geen specifiek woord voor hebben, betekent niet dat wij het fenomeen niet kennen. Dat zonlicht door de bomen (komorebi in het Japans) kennen wij natuurlijk ook. En ook esprit de l’escalier herkent iedereen. Het zegt lang niet altijd iets over de andere cultuur dat zij wel een specifiek woord voor iets hebben, en wij niet.

‘Snot-curdling cunt’ zag ik vertaald worden als ‘snot-snorkende sul’. Dat laat zien hoe moeilijk vertalen kan zijn

Aan de andere kant zit er natuurlijk ook wel weer een beetje iets in die onvertaalbaarheid. Échte onvertaalbaarheid bestaat wel, maar gaat om iets anders. Dat gaat over het precies overbrengen van een gevoel, een context, met culturele bagage en al. Neem scheldwoorden. Die kun je vaak letterlijk vertalen, maar de lading is dan heel anders. Een fraai voorbeeld komt uit de serie After Life met Ricky Gervais, over een Engelse man die probeert zijn leven op de rails te houden na de dood van zijn vrouw. Op zeker moment noemt hij iemand een snot-curdling cunt. Dat wordt vertaald als snot-snorkende sul. Snot-snorkend is fraai (ik zou voor snot-gorgelend zijn gegaan, maar soit). Maar cunt vertalen als sul raakt kant nog wal. Het is niet letterlijk (cunt is letterlijk kut), en qua lading komt het suffe sul totaal niet in de buurt van het grove cunt. Het laat zien hoe moeilijk zo’n term te vatten is.

Zo’n scheldwoord toont dat vertalen wel degelijk een vak is, en dat het lastig is een goede term te vinden. Daarom moeten we groot respect en bewondering hebben voor vertalers. Maar voor die oppervlakkige lijstjes met zogenaamd onvertaalbare woorden hoeven we dat totaal niet te hebben.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.