Deel artikel

geschiedenis, samenleving

Met een nieuwe hoofdstad zou Wallonië zijn imago kunnen opkrikken

14 september 2026 8 min. leestijd

De Nederlander en de Vlaming weten weinig van Wallonië, maar ze hebben wel een oordeel klaar. De Waal zou gebaat zijn bij wat meer borstklopperij.

Waar ook ter wereld zie je ze steeds vaker, billboards waarop de ERP-softwarefirma Odoo marktleider SAP uitdaagt. David tegen Goliath, behalve dat David intussen flink uit de kluiten gewassen is en een waarde van meer dan vijf miljard euro vertegenwoordigt. Eenhoorns zijn zeldzaam, Waalse eenhoorns nog meer. En toch zal bijna niemand weten dat de firma van oprichter Fabien Pinckaers in Ramillies in Waals-Brabant gevestigd is.

Ook nauwelijks bekend is dat de grootste macaronproducent het Luikse PM Sweet is: één miljoen macarons rollen er dagelijks van de band. En waar vroeger de Waalse staalindustrie floreerde, vinden we nu EVS Broadcast Equipment. Als we tijdens het WK voetbal tuurden of de bal nu wel of niet over de lijn was, kon dat dankzij die wereldwijde marktleider op het gebied van live videotechnologie. Het is de Waal ten voeten uit: discreet, wars van zelfpromotie.

We lijken weinig te weten en te willen weten van Wallonië, maar hebben wel een oordeel klaar. Toen de liefde me een kwarteeuw geleden naar Namen lokte, was ik verbaasd door de vaak meewarige reacties van Nederlanders. Er bleek een duidelijk beeld te bestaan van Wallonië. Daarin was het gewest teruggebracht tot een stukje Henegouwen, ongeveer van Charleroi tot Bergen, en dan nog wat westelijker, de Borinage in. Dat Wallonië een grens deelde met Nederland, dat Duits er een officiële taal was, dat er ook een Luxemburg in het gewest lag en Brussel juist weer niet: allemaal onbekend.

Ik was intussen getroffen door het potentieel van mijn nieuwe woonplaats, met een typisch Maaslands maar verwaarloosd centrum, met in verval geraakte panden langs de Samber, de tweede rivier die de stad doorkruiste, zonder dat er een terras of attractie te bekennen was. Je had een Rotterdammer nodig om dat potentieel te ontginnen, dacht ik.

Het bleek dat ik hier prima kon leven. De Waal, van nature al geneigd de ander met rust te laten, stond neutraal tegenover Nederlanders: hier niet de latente concurrentiedrang die je in Vlaanderen wel voelt. De voetbalinterland die in Namen in al die jaren de meeste emoties losmaakte, was de WK-finale in 2006 tussen Frankrijk en Italië: Franse medicijnenstudenten en de grote aantallen Walen met Italiaanse wortels stonden lijnrecht tegenover elkaar.

Vijfentwintig jaar later is Namen tot bloei gekomen. Het werd geen Rotterdammer, maar een daadkrachtige Waalse politicus die, in zijn eigen woorden, de schone slaapster heeft wakkergekust: Maxime Prévot, burgemeester van 2012 tot 2025 en sindsdien de Belgische minister van Buitenlandse Zaken. Tijdens zijn jaren als burgervader werd onder meer het treinstation volledig gerenoveerd, kwam er een kabelbaan naar de citadel van de stad en zag een fiets- en voetgangersbrug over de Maas het licht.

In diezelfde periode heeft Luik haar imago als grauwe industriestad verder van zich afgeschud. Dat bleef ook in Nederland niet onopgemerkt: het boek Luik, een liefdesverklaring van Volkskrant-journalist Bart Jungmann getuigt ervan. Ook Charleroi knapte op. Eind 2024 leek het Thomas Dermine, boegbeeld van de Parti Socialiste en dan kersvers burgemeester, een aardig idee om dat te laten zien tijdens een wandeling door de stad. Hij nodigde een groep Belgische journalisten uit: helaas kwam geen enkele Vlaming.

Gedeukt zelfvertrouwen

Wat in een kwarteeuw niet veranderde: de blik van buiten op Wallonië. Nu ik het grootste deel van mijn tijd in Portugal doorbreng, valt het Nederlandse commentaar samen te vatten als “je woonde ook niet in het beste deel van België”. Maar niemand maakte het zo bont als Ian Buruma in een interview met Argus (nummer 219, 26 maart 2026).

Buruma, een erudiet man en gelauwerd essayist, stelde daarin over Wallonië: “Je mag toch niet hopen dat heel Europa zo naargeestig wordt. Ik was er weleens: overal glasscherven op straat en pornowinkels. Niet voor niks het jachtgebied van Marc Dutroux.” Buruma verontschuldigde zich – hij bedoelde Charleroi, niet heel Wallonië.

De affaire-Dutroux traumatiseert ouders hier al meer dan dertig jaar, maar als het over Wallonië gaat, lijkt alles te mogen. Alsof Ruinerwold de opvoedkundige standaard in Nederland is, alsof Oostenrijkse vaders de helft van hun gezin in de kelder opsluiten en daar seksueel misbruiken.

‘Je mag toch niet hopen dat heel Europa zo naargeestig wordt’, zei Buruma over Wallonië. ‘Ik was er weleens: overal glasscherven op straat en pornowinkels’

Hoe komt het dat een regio waarvan je ook kunt vinden dat ze de hoogste levenskwaliteit van Noordwest-Europa heeft, de meeste natuur, de minste filestress, de beste keuken, zo met de nek wordt aangekeken?

It’s the economy, stupid! En inderdaad, op het eerste gezicht zien die cijfers er niet florissant uit. De werkloosheid is hoger dan in Vlaanderen (7,9 procent tegenover 4,5 procent), het bnp per inwoner ligt er 25 procent lager. Jaarlijks ontvangt Wallonië zo’n zeven miljard euro van de twee andere gewesten.

Werkt de Waal dan niet? 130.000 Walen pendelen voor hun werk naar Brussel, bijna 60.000 naar Vlaanderen, meer dan 60.000 werken over de grens, vooral in Luxemburg. In totaal verdient 15 procent van de actieve beroepsbevolking de boterham buiten Wallonië.

De werkende Waal is een van de verklaringen van het absurd hoge bnp van hoofdstad Brussel en van groothertogdom Luxemburg. En wie in Brussel werkt maar in Wallonië woont, spekt het bnp van Brussel, terwijl belastingen en sociale premies in zijn woonplek geïnd worden: ziehier transfer in een notendop.

Transfers zijn geen blanco cheques en de geldstromen tussen de gewesten zijn in België kleiner dan in Nederland (van West- naar Noord-Nederland), en ook dan in Duitsland, Frankrijk en nog zo’n tien andere Europese landen.

Gemoedelijk

Als de feiten een ander verhaal vertellen, waar komt dat hardnekkig negatieve beeld van Wallonië dan vandaan?

Allereerst worden de Waalse wapenfeiten, of het nu de successen van Odoo zijn, of van de biologische landbouw, de burgerparticipatie in de politiek van de Oostkantons, maar ook die van een steractrice als Cécile de France, meerkampster Nafi Thiam, van films, strips of friet, onder het tapijt geveegd of opgeëist door de buren. Dat deukt het zelfvertrouwen van een volk, toch al gebutst door de teloorgang van zijn oude industrie, nog wat verder in.

Dit zijn tijden waarin je jezelf voortdurend moet verkopen. De Waal, omringd door zoveel mondigere buren, is daarin notoir slecht. Een aardig voorbeeld komt uit een oude Zondag met Lubach. In de aflevering van 8 maart 2020 nam Arjen Lubach het gebrekkige Nederlands van de Franstaligen op de hak. Een groep middelbare scholieren wordt gevraagd of ze een beetje Nederlands spreken, of ze misschien een paar woordjes kennen. Het antwoord is steeds een afgemeten nee. “Dit zijn Belgische kinderen die geen woord Nederlands spreken!” besluit Lubach verontwaardigd.

Wat de presentator, zijn medewerkers en het grootste deel van de Nederlanders vergeten, is dat ze de antwoorden naar Nederlandse maatstaven beoordelen. Een derde van de Nederlanders vindt van zichzelf dat men een aardig mondje Frans spreekt. Dat zegt meer over ons zelfvertrouwen dan over onze talenkennis. Een Franstalige zal altijd ontkennen dat hij een vreemde taal spreekt, rien, pas un mot, zolang hij niet de finesses van die taal onder de knie heeft. Het komt door de veel strengere eisen die de Franse taal aan zijn gebruikers oplegt vergeleken met het pragmatische Nederlands. Het chronische gebrek aan regionaal zelfvertrouwen versterkt hier de gebruikelijke faalangst nog wat. Weer wordt de Waal onderschat.

Gek genoeg zijn het vaak degenen met goede bedoelingen die de blik op Wallonië niet verbeteren. De Standaard beschrijft Maxime Prévot in zijn rol als vicepremier en hoogste diplomaat van het land als de “gemoedelijke Namurois”. Wie de man ontmoet en spreekt, zal direct merken dat hij scherp is, ondernemend, welbespraakt. Gemoedelijk is zeker niet de eerste kwalificatie die hij opwekt.

Soms komen die goede bedoelingen van binnenuit. De broers Jean-Pierre en Luc Dardenne genieten wereldwijd faam als regisseurs. Ze zijn opgegroeid in de buurt van Seraing in de provincie Luik, ooit een welvarend baken van zware industrie. Hun films geven een grauw beeld van Wallonië, gedreven door nostalgie en empathie. Het is hun persoonlijke verhaal, ze pretenderen geen universele waarheden te tonen. Maar juist door hun succes en het weinige dat er verder over Wallonië te zien valt, dragen ze bij aan de negatieve visie op hun regio.

De Waal is arm maar gezellig, de paljas in Parijse talkshows. Al die klopjes op de schouder, de begrijpende arm, het werkt niet. Het drukt de Waal dieper weg in zijn negatieve zelfbeeld.

Een karrenvracht nepbiljetten

De grootste gemeente van België is Bastenaken in de provincie Luxemburg met 265 vierkante kilometer. Meer dan de helft van België ligt in Wallonië, dat 25 procent meer land bestrijkt dan Vlaanderen. Tegelijk wonen bijna twee keer zoveel mensen in Vlaanderen als in Wallonië (respectievelijk 6,9 en 3,7 miljoen). Naar inwonertal is Charleroi de grootste stad van de regio met 205.000. Luik is tweede met 197.000 inwoners. Omdat beide steden elkaar het licht in de ogen niet gunden, werd Namen (115.000 inwoners) veertig jaar geleden de hoofdstad van Wallonië. In Bastenaken wonen trouwens welgeteld 21.000 mensen.

De landkaart met zijn grote witte vlekken spreekt boekdelen. Wallonië is te klein of te groot, het is maar hoe je het bekijkt, maar in elk geval te verdund. Het mist een echt grote stad die als magneet fungeert. Brussel is dat niet meer, het is een apart gewest en inmiddels ook een wereld apart. Er wonen meer Fransen dan Walen in Brussel. De stad is steeds meer een kosmopolitisch eiland dat toevallig in België ligt.

Het zou een mooi project zijn: een nieuwe Waalse hoofdstad, door fusie of door het aanschurken van een nieuw soort Louvain-la-Neuve aan Charleroi, Luik of Namen. Zo’n blikvanger zou helpen om het imago van Wallonië op te krikken. Maar eerst is het de hoogste tijd dat de Waal komaf maakt met de mislukkingen uit het verleden, en met meer zelfvertrouwen en zin voor initiatief naar voren kijkt. Daar hoort bij dat hij met de nodige borstklopperij de successen van vandaag laat zien.

De Vlaamse schrijver Pascal Verbeken doet in het prachtige Arm Wallonië (verschenen in 2007, herzien in 2014) verslag van zijn reis langs de oude, industriële as van het gewest. Het is zijn antwoord op de sociale rapportage ‘Dwars door Arm Vlaanderen’ uit 1903 van de Franstalige journalist August de Winne. De rollen zijn nu omgekeerd. Verbeken merkt fijntjes op hoe deze decennialange episode van ellende weggepoetst lijkt te zijn uit de Vlaamse geschiedenis. Hij herinnert zijn mede-Vlamingen eraan hoe vergankelijk tijden van voorspoed zijn.

Elk land heeft zijn probleemkind en het verplaatst zich in de tijd. Het is niet omdat een lap grond tijdelijk uit de mode is dat je daarom maar hele landsdelen moet amputeren. In 2019 pleitte ik er in De Morgen voor om de Benelux nieuw leven in te blazen. De Benelux zou zo als cement en katalysator voor de EU fungeren. In een open brief aan Bart De Wever in onder meer EW en Le Vif als repliek op zijn onzalige idee Vlaanderen af te splitsen van België en met Nederland samen te voegen, zou ik dat idee later nog herhalen.

Het zou een mooi project zijn: een nieuwe Waalse hoofdstad, door fusie of door het aanschurken van een nieuw soort Louvain-la-Neuve aan Charleroi, Luik of Namen

Er was een oorlog voor nodig, maar ruim zes jaar later onderschrijft De Wever, inmiddels minister-president van België, dat idee volledig. Hij is van ver moeten komen. Nog in 2005 trok de N-VA-voorman met karrenvrachten nepbriefjes van 50 euro naar het Waalse Strépy, om zo de Vlaamse transfers naar Wallonië te symboliseren. Anno 2026 is de retoriek van de Vlaamse onafhankelijkheid naar de achtergrond geschoven en is de premier ook in Wallonië verrassend populair.

Je hoeft ook geen visionair te zijn om te zien dat in Vlaanderen de “illusie van immuniteit tegen rampspoed”, zoals Pascal Verbeken het uitdrukte, aan het verbrijzelen is. De macht van de Antwerpse haven is tanende, de Vlaming vergrijst in sneller tempo dan de Waal. Het besef lijkt ingedaald dat we in Europa geen baat hebben bij versnippering, maar bij bundeling van krachten.

In dat Europa moeten we ook inzetten op onze veelzijdigheid, onze verschillen, onze meertaligheid. Het zijn onze sterkste kanten. Het zal ons in staat stellen in een steeds complexere wereld verbindingen te blijven leggen en niet bedolven te worden onder de machtsblokken VS en China. In zo’n Europa is Wallonië prima op zijn plaats.

Ricus van der Kwast

essayist

ricusvanderkwast.nl

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20037ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)