Publicaties
Het musée de Flandre, een bezienswaardigheid
0 Reacties
Voor abonnees
De Franse Nederlanden
kunst

Het musée de Flandre, een bezienswaardigheid

Sandrine Vézilier-Dussart Le musée de Flandre, une curiosité- p198-211

Het Musée de Flandre in Cassel is op korte termijn uitgegroeid tot een van de belangrijkste musea in de regio. De directrice van het museum, Sandrine Vézilier-Dussart, somt de redenen van dit succes op, maar geeft vooral haar persoonlijke visie op de toekomst van het Musée de Flandre.

Het heeft dertien jaar geduurd voordat het Musée de Flandre als een feniks uit zijn as herrees. Van een museum voor kunst, geschiedenis en folklore dat onder gemeentelijk toezicht stond is het langzaam gemetamorfoseerd in een departementaal museum van Vlaanderen dat een grensoverschrijdend perspectief ambieert en belijdt. Dertien jaar de deuren dicht, dertien jaar een lange weg: vier schriftelijke wetenschappelijke en culturele projecten, ettelijke vraagstellingen en aarzelende pogingen, allerlei technische comités. Een museum zou nooit dicht mogen gaan zonder dat het nieuwe project al vastligt en de werkzaamheden zijn opgestart of op zijn minst de aanbesteding is uitgeschreven. Een paar maanden voor de heropening op 23 oktober 2010 geloofde dus alleen nog een handjevol diehards in de slaagkansen van het nieuwe museum. Met zijn duizend vierkante meter tentoonstellingsruimte en zijn zeer heterogene collectie, zonder één grote naam uit de Vlaamse schilderkunst (geen enkele Rubens, geen enkele Bruegel), hoorde het Musée de Flandre, gelegen boven op de Kasselberg in een dorp van zo’n 2300 zielen, de facto thuis in het rijtje van de kleine streekmusea. Er werd gemikt op vijftigduizend bezoekers in het eerste jaar, een streefcijfer dat sommigen kolossaal hoog vonden voor zo’n kleine gemeente, ondanks haar toeristische charme (de oude vestingstad, het uitzicht over de vlakte en de Romeinse heerwegen, de molen naast het ruiterstandbeeld van generaal Foch…). Behalve in het openingsweekend had het museum niet ingezet op gratis toegang om het aantal bezoekers op te krikken. Op 23 oktober 2012, een jaar na de heropening, hadden honderdduizend bezoekers het museum aangedaan. Zeven jaar later ligt de kruissnelheid net boven het ronde cijfer van vijftigduizend bezoekers. De uitdaging is dus succesvol aangegaan.

Moeilijk af te bakenen

De redenen achter dit succes zijn velerlei. Ten eerste houdt het, daar ben ik van overtuigd, verband met het wetenschappelijke en culturele project. Het idee voor een museum over Vlaanderen is niet uit het niets ontstaan. Historisch gezien sluit het mooi aan bij de oorspronkelijke functie van het Landshuys, waar na de Tweede Wereldoorlog het museum onderdak vond, maar waar vooral, vanaf Johanna van Vlaanderen, de zetel van de kasselrij en een gerechtshof waren gevestigd. Dit bestuursorgaan, dat tot aan de veroveringen van Lodewijk XIV in 1677 deel uitmaakte van het graafschap Vlaanderen, telde vierenvijftig parochies, oftewel een grondgebied ter grootte van het huidige Franse Flandre Intérieure. Bovendien was er de link met de initiële museumcollectie. De wetenschappelijke samenhang leek dus verzekerd. Toch raakte een netelig probleem niet opgelost: welk gebied zou er precies aan bod komen in het Musée de Flandre? Wat versta je onder Vlaanderen? Naargelang een geograaf, een in die of die periode gespecialiseerde historicus of een taalkundige aan het woord is, krijgt Vlaanderen een invulling die enorm kan verschillen. Hoe konden we deze knoop ontwarren? Vlaanderen is nooit een staat geweest. Het zag zijn grenzen door de eeuwen heen voortdurend verschuiven en was het uitgestrektst onder de Bourgondische hertogen in de vijftiende eeuw. De Vlaamse eenheid berust op een sterke culturele identiteit, hoe uiteenlopend die ook tot uitdrukking komt. Zelfs al leek het in eerste instantie aanlokkelijk om ons te richten op Frans-Vlaanderen, toch viel deze geografische afbakening absoluut niet samen met de collectie, en ze leidde in zekere zin tot een gesloten perspectief. Een museum is vóór alles een verzameling van werken, en die zijn niet altijd in onze huidige grenzen in te passen. We opteerden dan ook voor een zo breed mogelijk spectrum van de Vlaamse kunst, om de bijzondere kenmerken des te beter te kunnen onderscheiden.

Een atypisch parcours

Het parcours van de vaste collectie is dus opgevat als een rondwandeling langs vaak dubbelthema’s: “Onderwerping en woede”, “Tussen hemel en aarde”, “Maat en mateloosheid”, “Show en spot”, vier invalshoeken waaruit de brede diversiteit van de Vlaamse cultuur wordt belicht, zonder streven naar volledigheid. We volgen bewust geen chronologische, lineaire aanpak. Stukken van verschillende aard en uit verschillende tijdvakken worden met elkaar gecombineerd en nodigen uit tot een dialoog die de verbeelding prikkelt en stof biedt tot nadenken. Ook al zijn de werken niet opgehangen volgens het principe van de overvolle presentatie dat bijvoorbeeld geldt bij zeventiende-eeuwse schilderijenverzamelingen, toch heeft het geheel iets van een curiositeitenkabinet – dat is waarschijnlijk de beste omschrijving voor dit veelzijdige museum.


Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€5/maand

€50/jaar

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be