Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Vogelvertier voor taalliefhebbers
0 Reacties
© Julia Filirovska Pexels
© Julia Filirovska Pexels © Julia Filirovska Pexels
column Taaltoestanden
taal

Vogelvertier voor taalliefhebbers

Waar komt het woord ekster vandaan – en hoe zit dat met zijn Engelstalige pendant magpie? Taalcolumnist Marten van der Meulen vogelt het uit.

Ik ben gezegend met een huis met een tuin, dicht bij een park. Dat levert een boel vogelvertier op. Laatst hadden we een specht in de boom, er staat wel eens een reiger op de heg, we krijgen regelmatig mezen, merels, mussen, kraaien, gaaien en grasparkieten te zien. Heel erg leuk allemaal, ook voor kleine oogjes.

En we hebben een paartje eksters. Die hebben nauwelijks schaamte, en hupsen dwars door onze vers opgehangen was. Nu is ekster zo’n woord waarover ik niet dagelijks nadenk. Tot deze vogelsoort plotseling ter sprake kwam in mijn favoriete voetbalpodcast. Ja, dat had ik ook niet per se verwacht. Het ging over een bepaald bijgeloof rondom eksters. Of in dit geval magpies, want de podcast is Engelstalig. Blijkbaar is het gebruikelijk een enkele ekster te groeten met “goeiemorgen meneer de ekster”. Dit gebruik bestaat in Engeland en Ierland, maar ook in Nederland. Sowieso zijn er eindeloos veel bijgeloven verbonden aan de ekster, die onder andere te maken hebben met zijn rol rond de kruisiging van Jezus.

Aan de ekster zijn eindeloos veel bijgeloven verbonden, die onder andere te maken hebben met zijn rol rond de kruisiging van Jezus

Op zich is dit allemaal heel interessant, maar het valt meer onder wat in het Nederlands wel volkskunde wordt genoemd. Als taalkundige bedacht ik me op zeker moment opeens: waar komt de naam magpie eigenlijk vandaan? Het woord is totaal niet verwant aan ons ekster. Dat zegt op zich niet zoveel, want veel vogelnamen zijn heel anders in het Engels en het Nederlands. Denk aan merel en blackbird, meeuw en seagull, spreeuw en starling. Struisvogel en ostrich zijn dan weer wél verwant, tot mijn verrassing. Veel van de vogelnamen zijn makkelijk te begrijpen. Ik bedoel, blackbird, kom op, hoe saai kun je het maken. Nee, dan magpie. Daarvan zijn beide woorddelen, mag en pie, volstrekt niet herleidbaar.

Mag lijkt in ieder geval afkomstig van de naam Margaret, waarvan Maggie en vervolgens Mag verkorte vormen zijn. Mogelijk stond deze naam symbool voor kwebbelen, waar eksters om bekend staan. Het doet me denken aan nieuwsgierig Aagje. Er is geen inherente reden waarom specifiek Aagje nou nieuwsgieriger is dan Aaltje of Geertruida. Ooit werd voor deze naam gekozen, en vervolgens werd het gewoonte. Over de tweede helft van het woord is meer discussie. Misschien is pie afkomstig van de Latijnse naam voor ekster, pica. Maar pie kan ook een koosnaampje zijn. Op die manier is het vergelijkbaar met cutie pie en sweetie pie. In het Nederlands gebruiken we verkleinvormen als liefkozende namen. Zo zou je magpie kunnen vertalen als kwebbeltje. Best accuraat!

Een tweede leuke element van deze naam is dat-ie heel verschillend is binnen Engeland. Dat komt overigens vaker voor bij dialecten, kijk maar eens hier. Veel van de woorden voor ekster zijn duidelijk verwant aan magpie: magot pie, mock-a-pie, nanpie en madge lijken er nog flink op. Iets verder verwijderd zijn al het in Schotland voorkomende pyat, of ninut en piannot. De grappigste naam is een van de oudste: haggister. Die naam was vroeger een gebruikelijke variant voor magpie, maar komt tegenwoordig alleen nog heel lokaal voor. Mogelijk is er een relatie met het typisch Schotse gerecht haggis, waarvan de etymologie onduidelijk is. Daar duik ik nu verder niet in. Het maakt wel duidelijk dat als je eenmaal met etymologie aan de gang gaat je bijna onvermijdelijk een zwaan-kleef-aan-effect teweegbrengt.

Nu is dit natuurlijk allemaal al heel leuk. Maar ik hoor de Nederlandstaligen al vragen: hoe zit het met ekster? Niet getreurd: ook daarover zijn leuke dingen te zeggen, al zijn ze minder uitzinnig dan bij magpie. Het eerste dat we kunnen vaststellen is dat ekster verwant is aan haggister. Spreek die woorden maar eens na elkaar uit, en je hoort hoe gelijkluidend ze eigenlijk zijn. Voorts is ons woord voor ekster al heel oud. Het kwam al voor in een beroemd vroeg soort woordenboek uit 1240. Ten derde is niet helemaal duidelijk wat de herkomst van het woord ekster is. Het eerste deel, ek, komt blijkbaar van een heel oud “Proto-Germaans element” *ag. Het tweede, zo lezen we in verschillende etymologische woordenboeken, komt van een ander element, *str. Wat dat betekent wordt niet duidelijk.

Dat “Proto-Germaans element” behoeft denk ik wat uitleg. Proto-Germaans of Oergermaans is de naam voor de oudste versie van de Germaanse taal die we kennen. Die prototaal kennen we niet uit bronnen, maar is gereconstrueerd op basis van gelijkenissen tussen talen en wat we weten van de ontwikkelingen van klanken. De asterisk voor ag betekent dat deze vorm geen tastbaar bewijs heeft. Hij is nooit aangetroffen in een geschreven bron. Maar we hebben een redelijk goed idee dat het woord ooit bestaan moet hebben in min of meer deze vorm. Enfin, ook de manieren waarop dit soort reconstructies worden gemaakt is voer voor een andere column (of een heel boek).

‘Mag’ lijkt afkomstig van de naam Margaret. Mogelijk stond deze naam symbool voor kwebbelen

Qua dialectverspreiding is ekster opnieuw minder interessant dan magpie. Er lijken vooral drie varianten: ekster, akster en aster. Deze kaart laat nog wel wat andere varianten zien, maar die zijn vrij lokaal. Bovendien zijn ze duidelijk allemaal afkomstig van dezelfde bron. Dit in tegenstelling tot magpie. Of tot heel veel andere huis-, tuin- en keukenwoorden. Zo zijn er tientallen verschillende vormen voor de nederige meikever, zoals molenaar, ekkeltiek, scharrewever en ronker. Die zijn duidelijk niet verwant, en hun distributie levert een fraaie kaart op. Vergelijkbaar maar veel minder veelzijdig zijn woorden als paardenbloem, zakdoek en mier. De laatste jaren zijn veel van dit soort dialectkaarten beschikbaar gekomen online. Ik kan iedereen aanraden eens een avondje te grasduinen in de Kaartenbank, het Dialectloket, de website van Jan Stroop of de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten. Taalplezier gegarandeerd.

Er zit overigens nog een grappig detail aan de ekster voor degenen onder mijn lezersschare die in de jaren 1990 en later zijn opgegroeid. Zijn Latijnse naam is dezelfde als de kreet van de Pikachu, de populairste Pokémon: Pica Pica. Dat kan bijna alleen maar toeval zijn. Pica pica is namelijk de naam voor de Euraziatische ekster, terwijl in Japan alleen de Oosterse ekster, Pica serica voorkomt. Er zijn overigens nog allerlei andere leuke eksternamen, zoals de asirekster en de maghrebekster. Maar dat is een ekster-, ik bedoel konijnenhol om een volgende keer eens dieper in te duiken. Net als de herkomst van het woord ekster in andere Europese talen. Dit lijstje maakt me in ieder geval heel benieuwd.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.