‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put.’ ‘De haring braadt hier niet.’ Veel spreekwoorden en uitdrukkingen stammen uit lang vervlogen tijden, de twee hiervoor stonden al op het bekende zestiende-eeuwse schilderij van Bruegel. Zijn we niet toe aan nieuwe vondsten, gelinkt aan hedendaagse beroepen en fenomenen? Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon zoekt het uit.
Zolang de wereld verandert, verandert onze woordenschat. Dat is geen spreekwoord, maar een waarheid als een koe. Die woordenschat bestaat namelijk bij de gratie van taalgebruikers, en die hebben niet alleen eeuwenoude maar soms ook splinternieuwe woorden en uitdrukkingen nodig om met elkaar te kunnen communiceren over de dynamische wereld waarin ze leven.
Opeenvolgende generaties ontdekken tot dusver onbekende verschijnselen, vinden nieuwe apparaten uit, vervangen oude technologieën door moderne en omarmen vernieuwende inzichten, trends en modes. Of ze hebben simpelweg behoefte aan een eigen idioom om zich te onderscheiden van hun (voor)ouders.
De moderne, zelfbewuste mens vindt spreekwoorden vaak niet meer van deze tijd
Die ontwikkeling zorgt voor een voortdurende evolutie van de woordenschat. Terwijl oude taalvormen in onbruik raken, komen er dagelijks woorden en uitdrukkingen bij in onze taal. De meeste zijn weliswaar eendagsvlinders, maar andere blijken na verloop van tijd een vaste waarde te worden in onze woordenschat.
Maar zitten er bij al die aanvullingen eigenlijk ook spreekwoorden? Ontstaan er nieuwe spreekwoorden die betrekking hebben op ontwikkelingen in de sociale werkelijkheid of de economie? En hoe zit het met moderne kennisdomeinen? Leveren die nieuwe spreekwoorden op, zoals ooit de oeroude ambachten en vakgebieden (scheepvaart, landbouw) deden? Inspireren informatie- en communicatietechnologie, biogenetica, nanolithografie of artificiële intelligentie hedendaagse taalgebruikers tot moderne spreekwoorden? Of moeten we ons tot in de eeuwigheid – nou ja – blijven behelpen met spreekwoorden die ons zijn overgeleverd uit de klassieke Oudheid, die via de Bijbel tot ons zijn gekomen of die Vader Cats ruim vier eeuwen geleden al heeft opgetekend?
Morele lading
Om te beginnen bestaat er nogal wat verwarring over de term spreekwoord. Sommige mensen noemen elke meerwoordige taalvorm met een figuurlijke betekenis een spreekwoord: een appeltje voor de dorst, achter het net vissen, van de regen in de drup komen. Zulke taalvormen zijn in het jargon van woordenboekmaker echter geen spreekwoorden, maar uitdrukkingen. Ze hebben een onderwerp en/of persoonsvorm nodig om hun functie in een volzin te vervullen. Of ze moeten – als het om werkwoordelijke uitdrukkingen gaat – in elk geval worden vervoegd: mijn huis is een appeltje voor de dorst, bij het speeddaten vis ik altijd achter het net, wie zijn schulden wil delgen door te gokken, raakt meestal van de regen in de drup.
Die afhankelijkheid van een grammaticale context onderscheidt uitdrukkingen van spreekwoorden. Die laatste vormen doorgaans afgeronde uitspraken en bestaan minimaal uit een onderwerp en een persoonsvorm. Hoogmoed komt voor de val. De brutalen hebben de halve wereld. Overdaad schaadt. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Qua vorm zijn spreekwoorden (vrijwel) onveranderlijk en inhoudelijk kenmerken zulke geijkte frasen zich doordat ze een afgeronde gedachte over algemeen menselijk gedrag tot uitdrukking brengen. Bovendien – en dat is het belangrijkste kenmerk van spreekwoorden – hebben ze vaak een morele lading of een ethische strekking en brengen ze dus tot uiting wat sociaal wenselijk is.
Wijsbegeerte van het volk
In de volksmond hebben spreekwoorden vaak een lange geschiedenis. Niet voor niets leiden we het gebruik van een spreekwoord wel vaker in met “volgens een oud spreekwoord…” of “een oeroud spreekwoord zegt…” En vaak is dat geciteerde spreekwoord inderdaad stokoud. Elc vogel singt nu, nadat hij gebect es, schreef dichteres Anna Bijns aan het begin van de zestiende eeuw en het is niet moeilijk daarin ons spreekwoord elk vogeltje zingt zoals het gebekt is te herkennen. Overigens is een spreekwoord niet altijd (vrijwel) letterlijk terug te vinden in een oude tekst, maar is de gedachte die eraan ten grondslag ligt wel in oude bronnen terug te vinden is. Zo is de achterliggende gedachte van het spreekwoord wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet bijvoorbeeld al te vinden in het Nieuwe Testament.
'Nederlandse spreekwoorden' is een schilderij van Pieter Bruegel de Oude uit 1559 waarop ruim honderd spreekwoorden en gezegdes te zien zijn. Sommige gebruiken we nog altijd© Staatliche Museen zu Berlin
Dat soort spreekwoorden zijn overgeleverde levenswijsheden: de strekking ervan is universeel, waardoor ze na eeuwen trouwe dienst nog altijd bruikbaar zijn. Ze vormen de “wijsbegeerte van het volk”, wat trouwens niet wil zeggen dat deze spreekwoorden nog vaak worden gebruikt. Spreekwoorden hebben in sommige kringen namelijk een bedenkelijke reputatie. Vooral het jonge en geschoolde deel van de taalgemeenschap vindt spreekwoorden oubollige en vaak schoolmeesterachtige clichés. Neerbuigende synoniemen als boerenwijsheid en tegeltjeswijsheid zijn wat dat betreft veelzeggend.
Die matige populariteit van onze moralistische clichés is een van de redenen waarom onze spreekwoordenschat oogt als een kwijnend onderdeel van onze totale woordenschat. En ook het feit dat sommige spreekwoorden nogal ouderwets geformuleerd zijn, draagt niet bij aan hun populariteit. Ten slotte vindt de moderne, zelfbewuste mensspreekwoorden vaak niet meer van deze tijd, omdat onze normen en waarden zijn veranderd.
Variaties, catchphrases en oneliners
Maar zijn er dan helemaal geen nieuwe, gemakkelijk te reproduceren levenswijsheden om de gaten te vullen die soms vallen in de oude spreekwoordenschat? Ja zeker wel.
In de eerste plaats blijken sommige oude spreekwoorden zich uitstekend te lenen voor modernisering. Dat gebeurt meestal door middel van variatie. Neem het spreekwoord eens een dief, altijd een dief. Daarin kun je dief vervangen door bijna elk ander zelfstandig naamwoord, waardoor het cliché verrassend toepasselijk kan worden: eens een influencer, altijd een influencer of eens een klimaatrebel, altijd een klimaatrebel. Of neem het spreekwoord de kleren maken de man. Je blijkt er eindeloos op te kunnen variëren en de variant de tatoeages maken de man begint zelfs al aardig ingeburgerd te raken.
‘Eens een influencer, altijd een influencer’: sommige oude spreekwoorden lenen zich uitstekend voor modernisering
Zelfs een beleefdheidspreekwoord als met de hoed in de hand kom je door het ganse land blijkt zich te lenen voor hedendaagse variatie. Want maak van die hoed maar eens Google Maps of de TomTom en je hebt een frisse nieuwe “wijsheid”: met Google Maps/de TomTom in de hand kom je door het hele land. Niet dat dit nu meteen een universele levenswijsheid is, maar toch. Dat is wie niet waagt blijft altijd maagd trouwens wel, een jarentachtigvariant op het aloude brave spreekwoord wie niet waagt, die niet wint.
Toch zijn het de laatste decennia vooral catchphrases en oneliners uit de sport, de reclame, de filmwereld, de muziek of de politiek die zich regelmatig ontwikkelen tot nieuwe, soms al aardig ingeburgerde spreekwoorden. De bal is rond is nu een spreekwoord met de betekenis “de afloop is ongewis en niet te voorspellen”, maar begon in 1974 zijn geschiedenis in onze taal als de titel van een boek over voetbal. Wat ouder is het spreekwoord vakmanschap is meesterschap, dat in het midden van de twintigste eeuw als reclameslogan van een biermerk werd geïntroduceerd. In de mallemolen van het leven draai je allemaal je eigen rondje mee was ooit een passage uit de Nederlandse inzending voor het Eurovisiesongfestival in 1977, maar fungeert inmiddels als spreekwoord. Als je wint, heb je vrienden was een regel in een hit van rock-’n-rolljunkie Herman Brood en Doe Maar-frontman Henny Vrienten die de functie van spreekwoord heeft gekregen. Het spreekwoord de mooiste bloemen bloeien aan de rand van de afgrond hebben we te danken aan een twintigste-eeuwse bankier met een niet geheel onberispelijke reputatie.
Zo kunnen we lang doorgaan. Overigens is lang niet altijd de bron van zo’n modern spreekwoord bekend. Zo weten we wel dat beter goed gejat dan slecht bedacht een vrij jong spreekwoord is, maar wie het heeft geïntroduceerd is niet meer te achterhalen.
Recente innovatieve kennisdomeinen hebben nog geen nieuwe spreekwoorden opgeleverd
Nogal wat nieuwe spreekwoorden gaan trouwens terug op anderstalige catchphrases. Als John F. Kennedy tijdens zijn State of the Union in 1961 niet had gezegd The time to repair the roof is when the sun is shining, dan hadden wij nu niet het spreekwoord je moet het dak repareren als de zon schijnt gehad. Veel van die aan het Engels ontleende spreekwoorden staan nog in de kinderschoenen. Zoals het bijna-spreekwoord prijs is wat je betaalt, waarde is wat je krijgt, dat berust op een bekende uitspraak van belegger Warren Buffett: Price is what you pay. Value is what you get.
Sommige moderne Nederlandse spreekwoorden zijn onvertaald gebleven Engelse spreekwoorden, zoals it takes two to tango. Dat moet kunnen, want vroeger keken we ook al niet raar op van Franse of Latijnse spreekwoorden als noblesse oblige en homo homini lupus in ons taalgebied.
Het moge duidelijk zijn: onze spreekwoordenschat is bepaald niet statisch. Maar recent ontstane innovatieve kennisdomeinen hebben nog geen nieuwe spreekwoorden opgeleverd.





