Deel artikel

Lees de hele reeks
taal

Heftig, strijder! Waarom we ons (geen) zorgen hoeven te maken over jongerentaal

20 augustus 2024 10 min. leestijd Spelen met taal

De jeugd verzorgt haar taal niet meer! Het is een veelgehoorde klacht, door jongeren meestal oogrollend beantwoord met: oké, boomer. Maar is er misschien ook iets van aan? Hoofddocent Nederlandse taalkunde Freek Van de Velde zoekt het antwoord in de tiener- en kinderwoorden van de voorbije jaren, en in recent wetenschappelijk onderzoek.

Leeftijd is een sociale splijtzwam. Barrières tussen de generaties zijn hoger dan die tussen regio’s. Wie zestig is en in Gent woont, kent meer mensen van zestig in Antwerpen dan mensen van dertig in Gent. Er zijn uitzonderingen: leerkrachten of artsen bijvoorbeeld, die ambtshalve mensen zien die veel jonger of ouder zijn. Maar de doorsnee burger houdt zich graag op in zijn eigen leeftijdscohorte.

Ondanks, of misschien juist wel dankzij die leeftijdssegregatie, is er een immense fascinatie voor wat andere generaties doen. Dat uit zich in gretig gelezen stukken in de krant waarin de verschillen tussen boomers, gen X’ers en millennials dik aangezet worden, tv-soaps als Dertigers. En dan zijn er natuurlijk de tieners met hun bizarre taaleigen. Ze verkwanselen het Standaardnederlands, ontlenen fluks woorden uit Caraïbische, Noord-Afrikaanse of Anatolische oorden, hebben geen flauw benul van eerbiedwaardige Franse uitdrukkingen, articuleren niet, en verminken spelling, grammatica en interpunctie in Snapchat en Whatsapp. Oudere generaties vergapen zich met een mengeling van afgrijzen en nieuwsgierigheid aan de bavianenkreten of de verbale guirlandes – het is maar hoe je het bekijkt – van het jonge grut.

Die fascinatie voor jongerencultuur komt tot uiting in de verkiezing van het tienerwoord en kinderwoord van het jaar, onder de auspiciën van de kinder- en jeugdzender Ketnet in België, die telkens ook het nationale nieuws halen. Kinderwoorden: boeieeeeuhh ‘saai!’ (2011), kingsize ‘super’ (2012), yolo ‘you only live once’ (2013), omg ‘oh mijn god’ (2014), beire ‘geweldig’ (2015), dab ‘dansmove’ (2016), ewa ja ‘awel ja’ (2017), boeie ‘wat maakt dat uit?’ (2018), ewa drerrie ‘hé gast’ in 2020, ma stobbe ‘stop daarmee’ (2021), slay ‘dat ziet er top uit’ (2022) en bro ‘aanspreking’ (2023). Tienerwoorden: yeet ‘joepie’ (2019), simp ‘uitslover’ (2020), bestie ‘beste vriend(in)’ (2021), smash ‘indrukwekkend’ (2022) en heftig ‘wauw’ (2023).

Het zijn kleurrijke exotica uit de jungle van de jongerentaal, maar heel interessant zijn die woorden eigenlijk niet voor taalkundigen: hoe inventief of beeldend ze ook zijn, het zijn vaak eendagsvliegen die meestal na een paar jaar weer vergeten zijn, en zelfs als ze het langer uitzingen, dan krijgen ze al snel een stoffig imago. Elke nieuwe lichting jongeren munt haar eigen woorden, en houdt zich verre van de hippe neologismen van de vorige generatie. De reden daarvoor is dat jongerentaal, zoals alle groepstalen en dialecten, een afschermende functie heeft tegen ongewenste indringers van buitenaf. Volwassenen worden niet geacht zich van het dieventaaltje van jongeren te bedienen. Dat is cringe en awkward– ongemakkelijk en gênant dus. Al zijn er ook opmerkelijke comebackwoorden: lijp schijnt helemaal terug te zijn.

Steeds meer Nederlands

Veralgemenen is moeilijk, en de woorden van het jaar hoeven niet representatief te zijn voor het feitelijke taalgebruik. De hitlijsten worden aangevoerd door wat opvalt, en wat algemeen ingeburgerd is, valt nu juist minder op. Toch is er onder de anekdotiek en de waan van de dag een opmerkelijke trend te ontwaren: de lijstjes van de tienerwoorden lijken Nederlandser te worden.

In 2023 was de top vijf: heftig, drm ‘daarom’, broer, hayek ‘godverdomme’, en rawr ‘uitroep om aan te geven dat je iemand knap vindt’. De podiumplaatsen zijn voor doordeweekse Nederlandse woorden, die een wat bijzondere betekenis hebben gekregen of waarvan de vorm verminkt is (drm). Buiten de top vijf vielen ook nog de woorden meid, letterlijk en strijder – ook van Nederlandse origine. Dat is een breuk met de traditie voordien, toen je de Nederlandse woorden met een lantaarntje moest zoeken, en de meerderheid van de woorden uit de Angelsaksische sfeer kwamen. Wat is er aan de hand?

Voor de verklaring moeten we kijken naar de toenadering tussen Vlaanderen en Nederland. Die volgt een opmerkelijke U-bocht. Tot eind jaren 1980 werden kinderen en jongeren in Vlaanderen onophoudelijk blootgesteld aan Nederlands van boven de Moerdijk. Ketnet, YouTube of TikTok bestonden nog niet, en wie populaire kinderprogramma’s wou bekijken, moest afstemmen op Nederlandse zenders. Wie voor 1985 geboren is, heeft nagelbijtend de avonturen van Bassie en Adriaan gevolgd, Te land, ter zee en in de lucht gezien, of andere programma’s die in Nederland werden gemaakt of een Belgisch-Nederlandse coproductie waren. Met de komst van de commerciële zender VTM in 1989 en van Ketnet in 1997 veranderde dat, en knipten Vlamingen hun dagelijkse band met het Noord-Nederlandse taaleigen door. De afgelopen jaren is daar weer verandering in gekomen: kinderen en jongeren kijken nu veel meer naar YouTube en TikTok, en horen daar Noord-Nederlands. De woorden en uitdrukkingen die specifiek zijn voor de Nederlandse vloggers trekken de aandacht, en komen terecht in het idioom van de Vlamingen. Voor een Vlaming zijn die exoten uit het noorden ook hip en buitenlands, net als het Engels. Een woord als heftig is import uit de Randstad.

De toename van Nederlandse woorden in jongerentaal is het gevolg van een nieuwe Nederlandse taaltrots

Maar er is meer. Een tweede factor die de toename van Nederlandse woorden verklaart, is een nieuwe Nederlandse taaltrots. Tieners luisteren in Vlaanderen onbekommerd naar Pommelien Thijs, Brihang en Camille, die in het Nederlands zingen. In Nederland is de Nederlandstalige hiphop (nederhop) al langer een begrip: van Osdorp Posse in de vorige eeuw tot Gerrit-Jan Mulder (nom de plume: Brainpower), The Opposites en De Jeugd van Tegenwoordig in deze eeuw. Het is misschien een reactie op de schrikbarende hegemonie die het Engels ingenomen heeft in de afgelopen decennia. Er valt in kosmopolitische steden een grassrootsbeweging waar te nemen weg van het Engels, met erkenning voor andere talen. Ook hier vormt de muziekscene de voorhoede, met Belgische wereldsterren als Stromae en Angèle, die het Frans op het voorplan gebracht hebben, en knagen aan het monopolie van het Engels op street credibility.

Die taaltrots vermag niet het Engels helemaal weg te duwen, maar eist voor het Nederlands en het Frans in België een plaats op náást het Engels. Overigens is het zeker niet zo dat winst voor het Engels verlies voor het Nederlands betekent of omgekeerd. In gezamenlijk onderzoek met collega’s hebben we vastgesteld dat best movie ever! het pad geëffend heeft voor de Nederlandse tegenhanger beste film ooit! Voor jongere lezers is het wellicht een verbijsterende vaststelling, maar de Nederlandse constructie waarin ooit na een superlatief en een substantief volgt, was vroeger onbekend in het Nederlands.

Engels is emotioneler

Dat betekent overigens allerminst dat de jongere garde helemaal om is, en het Engels nu de rug heeft toegedraaid. Onderzoeken van Vanessa De Wilde en haar collega’s aan de Universiteit Gent en van Eva Puimège en Elke Peters aan de KU Leuven hebben in kaart gebracht hoeveel Engels kinderen kennen nog voor ze met die taal in contact gekomen zijn op school. Dat blijkt heel wat te zijn, onder andere door games en social media, al zijn er grote individuele verschillen vast te stellen. En uit onderzoek van Eline Zenner, Laura Rosseel en Dirk Speelman aan de KU Leuven blijkt dat kinderen uit de hogere jaren van de lagere school positiever staan tegenover Engelse woorden. Een bodyguard is minder duf dan een lijfwacht; een unicorn is interessanter dan een eenhoorn, een van is een spionagebusje terwijl een bestelwagen iets is voor een bloemist die huis-aan-huisleveringen doet.

Waar de emoties hoger oplaaien, geven de Nederlandse woorden terrein prijs aan de Engelse

En om terug te keren naar de best-movie-ever/beste-film-ooit-constructie: de Engelse variant met ever specialiseert zich in subjectieve, positieve en uitroepende contexten, wat ook iets zegt over het dynamische imago van het Engels. Iets vergelijkbaars kwam ook naar voren uit een recente studie van Eline Zenner (KU Leuven), Lisa Hilte (Universiteit Antwerpen), Ad Backus (Tilburg University) en Reinhild Vandekerckhove (Universiteit Antwerpen): woorden als girlfriend, loser en sister zijn geen bedreiging voor bona fide Nederlandse woorden als vriendin, sukkel en zus, maar worden wel veel gebruikt in affectieve contexten en tussen vrienden onderling. Waar de emoties hoger oplaaien, geven de Nederlandse woorden terrein prijs aan de Engelse.

Meer dan woordenschat

De nieuwe woordenschat van jongeren springt het meest in het oog, en is voor conservatievere taalgebruikers het meest huiveringwekkende aspect, maar het is lang niet het enige domein waarin jongeren zich onderscheiden van ouderen. Ook aan de grammatica, de spelling en de uitspraak kan je zien of je met jongeren te maken hebt, al moet je voor de precieze vaststellingen een beroep doen op de statistiek, op AI of op een getraind oor.

Het is trouwens niet altijd gemakkelijk om feit van fictie te onderscheiden. Kachelt de uitspraak van het Nederlands achteruit? Articuleren jongeren steeds slechter? De klacht is van alle tijden, maar haar tijdloosheid ondermijnt de klacht natuurlijk niet per se. Fascinerend is het onderzoek van de groep rond Harald Baayen (Universiät Tübingen). Die laten zien dat jongeren minder duidelijk verstaanbaar zijn: ze blijken hun klinkers niet zo goed van elkaar te onderscheiden als oudere sprekers. Uit nog weer ander onderzoek, voornamelijk uitgevoerd op het Engels, blijkt dat jongere sprekers ook een wat armtieriger woordenschat gebruiken en zich minder precies en minder efficiënt uitdrukken. Opstellen van jongeren zijn meetbaar minder helder, minder interessant, en meer zelfbetrokken. Het gebruik van voornaamwoorden ik en mij is torenhoog bij adolescenten (toch in het Amerikaans Engels), vooral bij meisjes, en daalt gestaag bij oudere leeftijdscohorten.

Zijn die verschijnselen eigen aan jongeren in het huidige tijdgewricht, of is het juist iets wat jongeren altijd doen? We moeten hier een onderscheid maken tussen wat in de taalkunde age grading en language change heet. Dat zit zo: als je in 2024 opnames maakt van het taalgebruik van verschillende leeftijdsklassen, dan zou je kunnen aannemen dat het taalgebruik van een dertiger het taalgebruik van een twintiger in 2014 weerspiegelt, en het taalgebruik van een veertiger het taalgebruik van een twintiger in 2004. Zo kun je terugkijken in de tijd zonder dat je de archieven moet induiken: sprekers zijn een levend fossiel van hoe de taal klonk in hun tijd. Hun taalgebruik is “gestold” in hun adolescentie. Dat heet schijnbaretijdonderzoek (apparent time), en heeft robuuste en bruikbare resultaten opgeleverd. Een voorbeeld is uitspraak van de ij-klank in het Delfts, onderzocht door Annelies de Reus. Bij oudere mensen klinkt die als è, bij een iets jongere groep komt de uitspraak ei voor, en de uitspraak ai komt alleen voor bij jongeren. Daaruit kan je de recente historische ontwikkeling in de uitspraak van è over ei naar ai afleiden.

Niet alleen aan woorden, ook aan grammatica, spelling en uitspraak zie je of je met jongeren te maken hebt

Maar er zijn duidelijke nadelen: ten eerste kun je er niet heel veel verder dan een halve eeuw mee terugkijken. Ten tweede veronderstel je dat mensen hun taal bevriezen, en niet meer veranderen in de loop van hun leven. Dat blijkt maar deels te kloppen. Sommige taalveranderingen pik je inderdaad niet meer op als je ouder wordt – vooral in de grammatica dan; de woordenschat blijft wel nog groeien. De schijnbaretijdmethode onderschat de historische veranderingen dus een beetje, omdat er een soort “roodverschuiving” zit op het taalgebruik: oudere taalgebruikers hebben onderweg nog wel een paar veranderingen opgepikt, die in hun tijd niet bestonden.

Er is nog een derde probleem met het schijnbaretijdonderzoek: niet alle generationele verschillen zijn reële taalveranderingen. Er zijn ook verschijnselen die bij alle jongeren voorkomen, en die ze later afleren. Ongeacht de cultuur waarin ze grootgebracht worden. Dat soort verschijnselen heet dus age grading. Mompelen en klinkers niet goed van elkaar onderscheiden is misschien geen teken aan de wand van onze al te lakse samenleving, maar iets wat jongeren altijd gedaan hebben, of ze nu Latijn spraken in Rome onder keizer Augustus, Middelnederlands in het dertiende-eeuwse Brugge, of Frans in de straten van het achttiende-eeuwse Parijs.

Ontlezing

Zijn er dan geen factoren die eigen zijn aan onze tijd? Te denken valt in de eerste plaats aan de massale ontlezing. De cijfers liegen er niet om: de leesvaardigheid duikelt naar beneden, en als jongeren boeken lezen, dan geven ze steeds vaker de voorkeur aan Engelse literatuur, vooral in het genre van young adult. Die ontlezing laat uiteraard ook haar sporen na in de jongerentaal. Kleinschalig onderzoek met studenten in 2023 heeft aan het licht gebracht dat wie weinig leest, uiteraard minder goed in staat is archaïsche woorden uit het werk van negentiende-eeuwse auteurs als Louis Couperus te begrijpen (bijvoorbeeld schalks, onbesuisd, nuffig, knevel of bekoring) en dat jongeren aanzienlijk minder vertrouwd blijken met archaïsche woorden dan ouderen. Op zichzelf hoeft het geen probleem te zijn dat woorden verdwijnen uit het Nederlands – wie weet nog dat het Middelnederlandse dwaan ooit wassen of schoonmaken betekende? – maar als woorden te snel uit het collectieve geheugen verdwijnen, wordt een stuk van ons culturele archief afgesloten.

Ook wat spelling betreft is er een verschil. Jongeren spellen vandaag minder goed, een trend die al lang aan de gang is, en niet alleen in het Nederlands. Een deel van de spellingsproblemen is toe te schrijven aan onvermogen, en kan teruggevoerd worden op minder tekstgebaseerde en variatievriendelijke normen in het onderwijs, een ander deel is toe te schrijven aan onwil om zich te conformeren aan voorschriften. Dat weten we omdat jongeren veel afwijkender spellen in chattaal en zich daar minder gelegen laten aan normen dan in andere contexten, zoals schoolwerk of brieven. Dat blijkt in ieder geval uit het proefschrift van de Antwerpse onderzoekster Lisa Hilte van 2019. Vooral leerlingen uit het beroepsonderwijs en uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status spellen vrijer.

Moeten we gealarmeerd zijn om de jongerentaal? Wordt het Nederlands in ijltempo geïnfecteerd met pathogene invloed uit andere talen, het Engels voorop, zodat het doembeeld opduikt van een ruïneuze Babylonische taalziggoerat, een verbrokkelend Nederlands, waarin generaties elkaar niet meer verstaan? Of valt het allemaal mee, en zijn de jammerklachten onvermijdelijke echo’s van wat overbezorgde ouders al duizenden jaren lang hebben geprofeteerd: dat de jonge generatie de ondergang betekent, en dat dat vooral in hun taal zichtbaar is, maar dat de rustige deining op de waterspiegel van de langetermijnontwikkelingen die alarmkreten telkens weer gelogenstraft heeft?

Ik moet u bekennen dat ik zelf de ontlezing en het lexicale verlies bij jongeren met lede ogen aanzie, maar ik ben dan ook oud en der dagen zat en word een roepende in de woestijn, om maar eens een paar Bijbelse uitdrukkingen te gebruiken die je in jongerentaal niet zo gauw aantreft. Maar het is misschien een geruststellende gedachte dat cultuurpessimisme wellicht ook een soort age grading laat zien: met het klimmen der jaren bekruipt je het gevoel dat het vroeger allemaal beter was, omdat je een blinde vlek hebt voor de zwaktes van vroegere en voor de veerkracht van latere generaties.

Image 2

Freek Van de Velde

Hoofddocent Nederlandse taalkunde en historische taalkunde aan de KU Leuven

Reacties

Reacties zijn gesloten.

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [20037ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)