Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

De mier die een luis werd. Hoe onvertaalbaar is het Nederlands?
0 Reacties
© Christine Fourie
© Christine Fourie © Christine Fourie
Het Nederlands en de wereld
taal

De mier die een luis werd. Hoe onvertaalbaar is het Nederlands?

Vertalers zijn onmisbare passeurs de culture: dankzij hen maken wij kennis met teksten uit andere taalgebieden én kunnen anderstaligen de Nederlandstalige cultuur ontdekken. Maar kun je zomaar alles vertalen? Zijn er Nederlandse woorden, begrippen en uitdrukkingen die zich niet laten omzetten in een andere taal? ‘Van ‘mierenneuken’ en ‘gezellig’ tot ‘uitwaaien’ en ‘poldermodel’: vertaalwetenschapper Goedele De Sterck buigt zich over de ‘onvertaalbaarheid’ van het Nederlands en over de strategieën om die te omzeilen.

Van Dale definieert vertalen als: van de ene taal in de andere overbrengen. Strikt genomen is alles onvertaalbaar omdat er nu eenmaal geen twee identiek dezelfde talen en culturen bestaan. Elke cultuur heeft een eigen leesbril op en percipieert en benoemt de wereld en haar bewoners navenant, zodat een een-op-eenrelatie per definitie onmogelijk is. Vooral concrete cultuurspecifieke verschijnselen worden vaak als onvertaalbaar ervaren: geografische benamingen, historische verwijzingen, overheidsinstellingen, gewoonten en gerechten, godsdienstige gebruiken en complexe abstracte begrippen die typerend zijn voor een cultuur-, land- of streekgebonden wereldbeeld en levensvisie.

Dat is toe te schrijven aan het feit dat het verschijnsel of begrip op zich, de semantische betekenis en vaak ook de bijbehorende gevoelswaarde onbestaande en onbekend zijn in de eigen taal en dus ook geen naam hebben. Voorbeelden zijn het Arabische baraka, het Catalaanse seny, het Noorse hygge, het Portugese saudade of het Indische namaste. Daarnaast bestrijken heel wat talen uiteenlopende culturen die op hun beurt een eigen wereldbeeld, eigen cultuurverschijnselen en een eigen taalgebruik hebben. Gevolg: ook binnen eenzelfde taal kunnen zich vertaalproblemen voordoen. Zo betekent lopen in Nederland gaan, terwijl Vlamingen het ook gebruiken in de betekenis van rennen. In België is een bank om op te zitten hard, maar in Nederland kan ze ook zacht zijn. Belgen eten frieten en croques, en Nederlanders eten patat en tosti’s.

Leenwoorden als vertaalstrategie

Zulke cultuurgebonden zaken en verschijnselen vormen geen probleem zolang ze binnen de eigen taal- en cultuurgemeenschap circuleren. Maar zodra ze naar buiten treden en voorwerp van gesprek worden in andere talen, dient het lexicale gat gevuld te worden. Taalcontact is een verschijnsel van alle tijden en alle continenten. De directe contacten van weleer, waarbij een vaak beperkte groep taalgebruikers in aanraking kwam met een vreemde taal naar aanleiding van handelsmissies, verkenningstochten, kolonisatie, oorlogstoestanden, reizen of migratie, worden inmiddels ruimschoots overtroffen door de massale indirecte contacten die via de nieuwe media tot stand komen.

Dat heeft tot gevolg dat veel meer mensen zijn blootgesteld aan taalcontact en dus onwillekeurig als vertalers optreden wanneer ze geconfronteerd worden met een nieuw of voor hen onbekend verschijnsel uit een andere taal. Daarbij passen ze graag een eeuwenoude vertaalstrategie toe: in plaats van een tegenhanger in hun eigen taal te verzinnen nemen ze het vreemde woord over en dopen het om tot leenwoord.

De globalisering zorgt ervoor dat vele leenwoorden onmiddellijk uitgroeien tot internationalismen (in meerdere talen gangbare woorden, waaronder het Nederlands). Het is niet verwonderlijk dat het Engels als dominante wereldtaal nu de voornaamste uitlener is.

De lijst van Engelse internationalismen beslaat zowat alle gebieden van het menselijke leven en lijkt wel eindeloos: fake news, low cost, Black Friday, burn-out, celebrity, pendrive… Het zijn allemaal zaken of verschijnselen die samen met hun Engelse naam grote delen van de wereld hebben veroverd. Die verhoogde, versterkte en versnelde culturele uitwisseling bevordert ook het contact met andere vreemde talen. Zo is feng shui (Chinees) niet meer weg te denken uit de inrichting van woon- en werkomgeving. Halal (Arabisch) staat stevig in de internationale woordenschat gegrift. We hebben allemaal weleens kimchi (Koreaans) of edamame (Japans) geproefd. En wie raakt niet in vervoering van de duende (Spaans) tijdens een Andalusische flamencoshow?

Al die internationale leenwoorden komen regelmatig voor in Nederlandstalige boeken, kranten, tijdschriften en websites en zijn op grond van deze maatstaf in de laatste decennia aan de Dikke Van Dale toegevoegd, wat bekent dat ze deel zijn gaan uitmaken van de Nederlandse taal. Het Van Dale Groot Leenwoordenboek (2005) maakt gewag van 12.751 leenwoorden. Net zoals alle andere talen bestaat het Nederlands voor een groot deel uit onvertaalde vreemde woorden die mettertijd volledig ingeburgerd zijn geraakt en hun vreemdheid hebben verloren. Wie herkent nu nog de vreemde herkomst van woorden als avocado (1770, Spaans avigato), duister (1350, Russisch tusk) of walrus (1594, Zweeds hvalross of Deens hvalros)?

En omgekeerd? Exporteert het Nederlands ook verschijnselen en woorden naar andere talen? Voor het antwoord op deze vraag kunnen we terecht bij Nicoline van der Sijs, die de publicatie Nederlandse woorden wereldwijd (2010) verzorgde en de website Uitleenwoordenbank (sinds 2015) opstartte. Daar lezen we dat het Nederlands in de loop van de geschiedenis 18.242 Nederlandse woorden heeft uitgeleend aan 138 talen, wat neerkomt op een totaal van 48.446 uit het Nederlands geleende woorden in vreemde talen.

Een uitvinding als ‘polder’ hoort bij de topbijdragen van het Nederlands aan de internationale woordenschat

De Uitleenwoordenbank telt 89 woorden die direct of indirect aan meer dan twintig talen zijn uitgeleend en dus een internationale doorbraak hebben gekend. Scheepvaart- en waterbouwtermen vertegenwoordigen meer dan vijf procent van de uitleenwoorden, een percentage dat hoger ligt dan in een gemiddeld Nederlands woordbestand. Dat veld is dan ook een cultuurspecifiek voorbeeld van hoe de vooraanstaande positie en de vernieuwende inzichten van de Lage Landen in de scheepsconstructie en het waterbeheer ertoe hebben bijgedragen dat vele andere talen de bijbehorende woordenschat vaak onveranderd overnamen om de nieuwe en geïmporteerde verschijnselen te benoemen. Leenwoorden als vertaalstrategie, dus.

Een uitvinding als polder, die dateert van de late middeleeuwen, mag ongetwijfeld tot de topbijdragen van het Nederlands aan de internationale woordenschat worden gerekend. De bewoners van de Lage Landen waren de eersten in de wereld die zich bezighielden met het inpolderen van land. Als gevolg hiervan is het woord polder in vele talen overgenomen, ook buiten het Europese continent. Het internationalisme, dat volgens de Uitleenwoordenbank in 36 talen gebezigd wordt, heeft de tand des tijds doorstaan en is nog steeds springlevend.

Tabel 1. Export van ‘polder’ (ontstaan in de twaalfde eeuw) naar verschillende taalfamilies

polder (‘bemalen land’): 36 talen, waarvan enkele voorbeelden

Germaanse talen

Polder (Duits), polder (Engels), polder (Noors), polder (Zweeds)

Romaanse talen

pòlder (Catalaans), polder (Frans), pólder (Spaans), pòlder (Italiaans), pólder/pôlder (Portugees)

Slavische talen

polder (Kroatisch), polderis (Lets), polder (Pools), pol’der (Russisch)

Andere talen

al-būldar (Arabisch), polnter (Grieks), porudā (Japans), polder(Sranantongo)

Bronnen: Uitleenwoordenbank, Etymologiebank en referentiewoordenboeken

De Nederlandse internationale uitleencapaciteit kende haar hoogtepunt in de middeleeuwen en de negentiende eeuw. Sindsdien leent de Nederlandse taal beduidend meer dan dat ze uitleent. Dat neemt niet weg dat er voortdurend kleinschalige contacten plaatsvinden waarbij de “vreemdheid” en “onvertaalbaarheid” van het Nederlands op de proef wordt gesteld. Dat geldt bij uitstek voor de beroepsvertaler.

Vertalers en onvertaalbaarheid

Vertaalbaar of onvertaalbaar… Het is maar hoe je het bekijkt. De vertaalpraktijk lijkt aan te tonen dat alles op de een of andere manier vertaalbaar is, al was het maar omdat geen enkele vertaler zich genoodzaakt ziet om een vertaling met gaten aan te leveren.

Onvertaalbaarheid gaat uit van twee premissen die haaks staan op wat we de vertaalkunst zouden kunnen noemen. De eerste stelling luidt dat vertalen woord voor woord geschiedt en de tweede stoelt op de overtuiging dat vreemde woorden lenen uit andere talen buiten de definitie van vertalen valt. Om te beginnen: vertalers vertalen geen woorden maar teksten. Wat telt, is het geheel. Dat betekent dat ogenschijnlijk onvertaalbare nuances dankzij de context en het samenspel tussen woorden gecompenseerd en aangevuld kunnen worden, zodat de puzzel ondanks alles overeind blijft, al worden er in andere talen andere stukjes gebruikt en al passen die stukjes anders in elkaar.

Om terug te komen op de eerste regels van dit stuk: vertalen is het strikt genomen onvertaalbare tóch vertalen. Hoe dan wel? Met behulp van een arsenaal aan vertaalstrategieën die kunnen worden ingezet om potentiële vertaalproblemen op te lossen. En het lenen van vreemde woorden is er daar een van.

Laten we de proef op de som nemen. Op internet circuleren heel wat teksten waarin melding wordt gemaakt van onvertaalbare woorden. Bij wijze van toetssteen hanteer ik de woordenlijst van de Britse psycholoog Tim Lomas, die voor een onderzoeksproject onvertaalbare positieve woorden verzamelt waarmee het welzijn en de verstandhouding worden bevorderd. De huidige versie van de woordenlijst telt 22 Nederlandse kandidaten. In alfabetische volgorde: binnenpretje, borrel, deftig, eigenwijs, engelengeduld, feestvarken, gedogen, gelijkhebberig, gezellig, gunnen, luchtkasteel, mierenneuker, niksen, poldermodel, pretoogjes, lekker, sterkte!, uitbuiken, uitwaaien, uitzieken, vakidioot en weemoed.

Veel van die woorden worden herhaaldelijk geciteerd in andere publicaties, waaronder een recent artikel in De Standaard met als titel ‘Lost in translation’. Het betreft een bonte verzameling die de vertaler voor uiteenlopende uitdagingen stelt.

Zo bevat de lijst woorden die duidelijk onder de noemer van cultuurgebonden elementen vallen en met name kenmerkend zijn voor Nederland of voor het Nederlands in het algemeen, bijvoorbeeld poldermodel (“overlegmodel gericht op consensus en harmonie”, Van Dale) en uitwaaien (“in de wind, buiten lopen om frisse lucht te krijgen”, Van Dale). Beide woorden beantwoorden aan een verschijnsel dat in andere talen als ongekend en “typisch Nederlands” wordt ervaren.

Poldermodel behoort tot het administratieve veld en wordt bijvoorbeeld gebruikt in teksten van de Europese Unie. Het is zozeer ingeburgerd in het EU-jargon dat het als leenwoord is opgenomen in de terminologiebank van de Europese instellingen. In sommige EU-vertalingen wordt gekozen voor een verklarende omschrijving in combinatie met een leenwoord tussen aanhalingstekens zoals in: a tradition of Dutch consensual decision making (‘poldermodel’). Maar in het hierna volgende voorbeeld kiezen de Europese vertalers stelselmatig voor een al dan niet aangepast leenwoord of een leenvertaling, ongeacht hun taal, een vertaalstrategie die wordt gecombineerd met aanvullende informatie over de geografische herkomst (Nederlands/van Nederland/van de Nederlanders). Sommige vertalers voegen aanhalingstekens toe om aan te geven dat het om een “vreemd” en “geleend” verschijnsel gaat. De eerdere internationale inburgering van polder heeft ongetwijfeld de weg geëffend voor deze toepassing van de leenstrategie.

Tabel 2. Vertaling van ‘poldermodel’ in EU-teksten

Nederlands

In het poldermodel hebben de sociale partners hun eigen verantwoordelijkheid voor gebieden als werkorganisatie, salariëring en levenslang leren.

Deens

nederlandske “Polder-model”

Duits

niederländischen Polder-Modell

Engels

Dutch Polder model

Frans

“modèle des Polders” néerlandais

Grieks

μοντέλο των ολλανδικών πόλντερ

Italiaans

modello olandese di Polder

Portugees

modelo Polder dos Países Baixos

Spaans

modelo pólder neerlandés

Zweeds

nederländska “poldermodellen”

Bron: EUR-lex

Ook uitwaaien geniet een zekere internationale erkenning als cultureel verschijnsel. Zo verschenen in november 2020 tal van krantenartikelen in verschillende talen waarin het werd geroemd als middel tegen stress en kopzorgen (de coronaperikelen en de opeenvolgende lockdowns dienden daarbij ongetwijfeld als trigger). Begin januari 2022 pakte de Washington Post nog uit met de titel: ‘Forget hygge, it’s time foor uitwaaien’. Het is ook een werkwoord dat vaak voorkomt op meertalige websites die Nederlandse en Vlaamse toeristische bestemmingen aanprijzen. Aangezien het vanwege de ingewikkelde uitspraak en spelling een allesbehalve aantrekkelijk leenwoord is, kiezen de journalisten en vertalers doorgaans voor een creatieve omschrijving in hun eigen taal die vergelijkbaar is met “een frisse neus halen” of “een luchtje scheppen”. Enkele voorbeelden: Schnuppern Sie die frische Luft (Duits), Breathe the fresh sea air /Would you like to feel a fresh sea breeze (Engels) of Te regalamos una bocanada de aire fresco (Spaans).

‘Uitwaaien’ geniet internationale erkenning als cultureel verschijnsel. Vertalers kiezen vaak voor een creatieve omschrijving in hun eigen taal

Een ander vertaalprobleem heeft te maken met het feit dat vele woorden verschillende betekenissen kunnen hebben al naargelang de context en dat die betekenissen niet gedekt worden door één enkel woord uit de doeltaal. Bovendien gaan die betekenissen vaak gepaard met een moeilijk in woorden te vatten gevoelswaarde die niet zelden van persoon tot persoon verschilt. Vraag tien Nederlandstaligen naar een definitie van deftig, eigenwijs, gunnen of gezellig en je krijgt gegarandeerd verschillende antwoorden. Meertalige woordenboeken bieden in zulke gevallen gewoonlijk een waaier van mogelijke tegenhangers aan. Dan is het aan de vertaler om de brontekst te interpreteren en een passende oplossing te zoeken.

Gezellig is een klassiek voorbeeld dat steevast aanwezig is in de lijsten van onvertaalbare woorden. Van Dale onderscheidt in het huidige taalgebruik drie betekenissen: 1) de omgang aangenaam makend, 2) aangenaam voor het verblijf, 3) aardig, vlot. De meertalige website Mijnwoordenboek (Nederlands, Duits, Frans, Engels en Spaans) vermeldt slechts twee opties, namelijk “als je het samen met anderen heel prettig hebt” en “als iemand of iets een heel prettige indruk maakt”. Als mogelijke tegenhangers (afhankelijk van de context) worden bijvoorbeeld sociable, intime, familial, familier, confortable, douillet en sympathique genoemd voor een Romaanse taal als het Frans, en wohlfühlend, gesellig, umgänglich, unterhaltsam, unterhaltend, freundschaftlich, gemütlich en traut voor een Germaanse taal als het Duits.

‘Gezellig’ is een klassiek voorbeeld dat steevast aanwezig is in de lijsten van onvertaalbare woorden

Uit het hierna volgende voorbeeld blijkt dat “gezellig” in de vertaalpraktijk wel degelijk vertaald wordt.

Tabel 3. Anderstalige varianten van ‘gezellig’ in boekvertalingen gegroepeerd in taalfamilies

Nederlands

1. Om gezellig over kunst te babbelen?

2.een gezellig , rond vertrek

3. Hij was onderhoudend en gezellig.

Deens

Til en løs snak om diverse kunstværker?

et hyggeligt rum

An var underholdende og gemytlig.

Duits

Um ein bisschen über Kunst mit dir zu plaudern?

einem gemütlichen , runden Zimmer

Er war unterhaltsam und gesellig.

Engels

To make artistic small talk?

a cosy, round room

He was entertaining and good-natured.

Zweeds

För att småprata om konst?

ett hemtrevligt, runt rum

Han var underhållande och gemytlig.

Frans

Pour échanger des points de vue sur l’art ?

une salle ronde, confortable et accueillante

-

Italiaans

Per fare due chiacchiere sull' arte?

una stanza accogliente a pianta rotonda

Era una persona piacevole e gioviale.

Portugees

Para conversar a respeito de arte?

uma divisão circular e acolhedor

Tinha uma boa lábia e era jovial.

Spaans

¿Para charlar un rato sobre arte?

una habitación redonda y acogedora

Era ameno y campechano.

Bron: Czech National Corpus

Een paar vaststellingen? Dat verwante talen soms verwante oplossingen in zich dragen (Frans, accueillant; Italiaans, accogliente; Portugees, acolhedor; Spaans, acogedor), dat de vertalingen afhankelijk zijn van de context (Zweeds, småprata versus hemtrevligt versus gemytlig) en dat elke vertaling in laatste instantie een persoonlijke interpretatie is. Niet alle oplossingen zijn even vernuftig en in sommige gevallen treedt vervlakking op (het Franse Pour échanger des points de vue sur l’art of het Portugese para conversar a respeito de arte), maar competente vertalers hebben strategieën te over om onvertaalbaarheid te omzeilen. In voorbeeld 1 zit het Nederlandse gezellige grotendeels verpakt in het werkwoord (plaudern of charlar) en wordt soms een gemoedelijke nuance toegevoegd (ein bisschen of un rato). Voorbeeld 2 roept in alle talen huiselijkheid op en in voorbeeld 3 wordt de complexe menselijke eigenschap die met “gezellig” wordt uitgedrukt op een eigen manier geïnterpreteerd en aangevoeld door de vertalers, gaande van het Duitse gesellig, dat in dit verband het Nederlands benadert, tot het typisch Spaanse en al even “onvertaalbare” campechano.

Het laatste vertaalprobleem dat ik hier aanstip, is van zowel taalkundige als culturele aard. In de Germaanse talen en in het bijzonder ook in het Nederlands zijn er veel samengestelde woorden die in figuurlijke zin worden gebruikt. Het gaat daarbij om een bijzonder productief procedé waarvoor in andere talen vaak een andere culturele of taalkundige oplossing moet worden bedacht. Hier geldt doorgaans: hoe groter de verwantschap tussen talen en culturen, hoe vergelijkbaarder de oplossingen. Zo hebben sommige woorden uit de lijst een haast letterlijke tegenhanger in andere Europese talen. Bijvoorbeeld: castles in the air (Engels) of Luftschlösser (Duits) voor luchtkastelen. Hetzelfde geldt voor engelengeduld. Onze gemeenschappelijke christelijke achtergrond en Indo-Europese wortels zorgen ervoor dat het beeld kan worden overgedragen: hetzij via engelen (in de Germaanse talen), hetzij via heiligen (in de Romaanse talen); hetzij in één woord hetzij in meerdere woorden: angelic patience (Engels), Engelsgeduld (Duits), pazienza di un santo/santa pazienza (Italiaans) of paciencia de un santo/santa paciencia (Spaans). En zelfs een woord als mierenneuker of muggenzifter (“iem. die over kleinigheden valt”, Van Dale) kan vaak vertaald worden zonder dat de beeldspraak verloren gaat, al verandert het insect soms van naam (luis in het Spaanse chinchoso of het Engelse nitpicker of beestje in het Portugese bicheiro en coca-bichinhos of het Franse chercher la petite bête).

Voorbestemd tot begrip

Wat heet onvertaalbaar? Wat heet “eigen”? Wat heet “vreemd”? Talen en culturen zijn smeltkroezen en taalcontact is meer dan ooit aan de orde van dag. De opgang van internationale zaken en verschijnselen is niet te stuiten en uitwisseling van cultuurgebonden woorden is zo oud als de mensheid. Het is een van de strategieën die vertalers gebruiken wanneer ze de uitdaging aangaan om het strikt genomen onvertaalbare tóch te vertalen.

Uiteindelijk zijn we voorbestemd om elkaar te begrijpen

Uiteindelijk zijn we voorbestemd om elkaar te begrijpen. Vreemde talen en culturen zijn anders en toch ook weer niet. Gelukkig maar, anders zou er voor vertalers en vertalingen geen ruimte zijn.

Dit artikel is gerealiseerd met steun van de Taalunie.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.