Na twintig jaar carrière staat stripauteur Simon Spruyt bekend om zijn historische epossen, zeker in de Franstalige wereld. Met zijn recentste boek De maanwandelaar toont hij opnieuw zijn ware sterkte: canonieke verhalen vertellen vanuit een onverwacht perspectief.
Simon Spruyt (1978) heeft De maanwandelaar losjes gebaseerd op een verhaal uit het Bijbelboek Genesis, met name het deel waarin aartsvader Jakob met zijn volgelingen een zwervend bestaan leidt in het Midden-Oosten. In Spruyts herwerking passeren niet alleen de oude verhalen die de identiteit van joden en christenen hebben vormgegeven, maar is er ook sprake van een buitenaardse vereniging van intelligente beschavingen. Die gaat na of de mens al ver genoeg gevorderd is om in hun interplanetaire organisatie opgenomen te worden.
In het werk van Simon Spruyt worden hogere idealen steevast gecounterd door laag-bij-de-grondse motieven© RV
Gezien de wonderlijke verhalen die in het Oude Testament opgetekend staan, is de link met sciencefiction misschien minder ver gezocht dan hij op eerste gezicht lijkt. De buitenaardse inmenging geeft Spruyt ook de gelegenheid om van een afstand, met humor en empathie, naar de aanmodderende mensengemeenschappen te kijken.
Heroïek wordt bij hem steevast ondermijnd door lafheid en berekening; hogere idealen worden gecounterd door laag-bij-de-grondse motieven. Voor wie Spruyts oeuvre kent, lijkt de missie van de buitenaardse vereniging bij voorbaat tot mislukking gedoemd.
Winnen en verliezen
De maanwandelaar is al het tweede boek dat Spruyt op Genesis baseert. In De uitverkorene (2025) hervertelt hij het verhaal van Jakob en Esau, waarin de eerste systematisch alles krijgt en de tweede niets. Net zoals in De maanwandelaar laat Spruyt zich grafisch inspireren door tekenkunst van duizenden jaren voor onze jaarrekening die uit het Midden-Oosten is overgeleverd. In De uitverkorene zet hij Jakob en Esau tegenover een heel hedendaagse situatie in een gladdere tekenstijl: twee werknemers van een communicatiefirma, waarbij de opportunist gaat lopen met de vruchten van het harde werk van zijn bravere collega. Spruyt gaat verder dan een eenvoudige parallel die de actualiteit van het millennia oude verhaal moet aantonen. Hij nuanceert ook subtiel de begrippen winnen en verliezen, die in Genesis nog veel meer rechttoe rechtaan zijn.
Fragment uit 'De maanwandelaar' (2026)© Standaard Uitgeverij / Simon Spruyt
Maar eigenlijk is het te simplistisch om alleen Genesis als inspiratie voor beide boeken aan te wijzen, want Spruyt raakte geïnteresseerd in die Bijbelse verhalen via een belangrijke tussenstap: de klassieke romancyclus Jozef en zijn broers van Thomas Mann, die zelf een literaire herwerking en uitbreiding van delen van Genesis is. Weinig Vlaamse stripmakers zouden spontaan klassieke romans van een eeuw oud nemen als aanzet tot hun eigen werk, maar Spruyt is dan ook een bijzondere auteur. Toen hij in 2006 als achtentwintigjarige debuteerde met het eerste deel van de jeugdstrip De Bamburgers (waarover verder meer), had hij niet alleen een master grafische vorming, optie beeldverhaal, op zak, maar ook een master Germaanse taal- en letterkunde.
Ambitie
Spruyts bijzondere interesse voor Nederlands- en anderstalige literatuur zorgde ook in een vroegere fase van zijn werk al voor verhaalmateriaal. Junker. Een Pruisische blues (2014) plaatste een hoogmoedige Pruisische edelman in de hel van de Eerste Wereldoorlog, en was qua lengte en thema’s gelaagder en ambitieuzer dan zijn voorafgaande boeken. Spruyt wilde graag meer diepgang en keek daarvoor naar Elias of het gevecht met de nachtegalen van Maurice Gilliams en De Toverberg van Thomas Mann – ook al is hun invloed eerder subtiel in deze inventief vertelde historische strip. Bij Gilliams had hij vooral de sfeer van een jongetjesjeugd opgepikt.
Fragment uit 'Junker. Een Pruisische blues' (2014)© Standaard Uitgeverij / Simon Spruyt
Junker verscheen bij een grotere uitgever, kreeg meer persaandacht dan eerder werk en Spruyt ontving er zelfs de Willy Vandersteenprijs voor de beste Nederlandstalige strip voor, de belangrijkste onderscheiding in zijn loopbaan tot nu toe. Zijn toegenomen literaire ambitie kon dus op goedkeuring rekenen.
Daardoor aangemoedigd ging Spruyt voort op het spoor van de literair geïnspireerde, epische striproman. Dat zie je het duidelijkst in De tamboer van Borodino (2021), dat de rampzalige Russische veldtocht van Napoleon vertelt vanuit het standpunt van een trommelaar, de Franse Vincent Bosse. Om zijn engelachtige uiterlijk wordt Bosse door zijn omgeving aanbeden. Zelfs in de ergste oorlogssituaties lijkt hij het geluk aan te trekken. De literaire inspiratie is in dit boek gemakkelijker te vinden dan in Junker. Niemand minder dan Lev Tolstoj komt Bosse interviewen voor zijn roman Oorlog en vrede – Spruyts hoofdpersonage wordt inderdaad terloops vermeld in dat boek. De tamboer van Borodino kan zo gezien worden als een eigenzinnige uitbreiding van die klassieker.
Fragment uit 'De tamboer van Borodino' (2021)© Standaard Uitgeverij / Simon Spruyt
Via de Franse vertaling bij de Brusselse uitgeverij Le Lombard, het historische huis van het weekblad Kuifje, kon dit verhaal op veel belangstelling rekenen in de Franstalige wereld. Voor Franse lezers is het bijzonder verfrissend dat een buitenlander zich om hun nationale trauma’s bekommert en het contrast tussen het voetvolk en de hoge heren extra aanzet.
Verleden
Niet alleen literatuur is een inspirator, Spruyt verkiest voor zijn verhalen ook het verleden boven het heden, zoals al duidelijk is in Junker, De tamboer van Borodino en zelfs De maanwandelaar. Hij reconstrueert graag historische decors, al is hij naar eigen zeggen niet fanatiek in de correctheid van uniformen, wapens of techniek, zoals veel gespecialiseerde tekenaars en hun fans dat wel zijn. Geschiedenis biedt Spruyt een speeltuin, net zoals literatuur, om personages zich te laten ontwikkelen. In Spruyts universa zijn mensen overigens zelden lief voor elkaar – al is daar recent wat verandering in te merken. Talrijk zijn de opportunisten, die moraliteit gekkenwerk vinden en het welzijn van andere mensen bijkomstig.
Bouvaert. Elegie voor een ezel (2019) is in de eerste plaats historisch geïnspireerd. Toch smokkelt Spruyt ook in dit album de literatuur binnen, via zeventiende-eeuwse elegieën, een onderwerp waarover hij ooit zijn masterproef schreef. Maar verder kijkt Spruyt vooral naar de geschiedenis: hoofdpersonage Bouvaert lijkt wel een broertje van Pieter Paul Rubens. Het project begon ook ooit als een biografie van die beroemde schilder, maar Spruyt maakte van zijn centrale figuur uiteindelijk een fictieve artiest. Dat heeft voordelen. Zo concentreert de lezer zich minder op de authenticiteit van de verhaalde levensmomenten en krijgt Spruyt de gelegenheid om op zijn eigen manier het culturele leven in Antwerpen in de zeventiende eeuw te reconstrueren.
Fragment uit ‘Bouvaert. Elegie voor een ezel’© Standaard Uitgeverij / Simon Spruyt
En passant werpt hij een ironische blik op het prestige van kunstschilders en op zijn eigen beroep als beeldenmaker. Net zoals nu waren kunstkopers in de zeventiende eeuw meer geïnteresseerd in vrouwelijk naakt dan in de finesse van een penseelstreek, lijkt Spruyt mee te geven. Een schilder in de zeventiende eeuw was ook een commerçant.
Zijn ontluisterende maar gepassioneerde blik op de geschiedenis kreeg recent een vervolg in de satirische miniserie De ruiterlijke confessies van Dragon Dragon (2022-2025), op scenario van Fransman Nicolas Juncker. Het is een serie over een egoïstische dragonder (soldaat in het Franse leger) die het talent heeft bij enkele historische episodes van de Franse geschiedenis aanwezig te zijn. De sarcastische humor had van de vroege Spruyt zelf kunnen komen, maar voor deze trilogie verzorgde hij alleen de tekeningen.
Fragment uit ‘De ruiterlijke confessies van Dragon Dragon’ (album 2)© Standaard Uitgeverij / Simon Spruyt
Deel twee, getiteld België 1792-1793, won in 2024 de Atomiumprijs van de stad Brussel, omdat het een originele blik biedt op de geschiedenis van het land en van Brussel. Zo blijken Dragon en zijn opportunistische vrienden tijdens hun invasie van België vooral bezig met georganiseerde kunstroof en orgieën, tot onderlinge ruzies hen opnieuw naar Frankrijk drijven. Verborgen voor Nederlandstalige lezers tekende Spruyt ook nog een album over de Verlichting in een recente stripreeks over de Franse nationale geschiedenis, op scenario van Franse historici. Om maar te zeggen dat de Fransen Spruyt graag geschiedenis zien tekenen.
Beloftevol
Zijn beste boeken schrijft Simon Spruyt zelf, maar scenario’s van anderen laten hem toe de laatste jaren meer boeken te publiceren. Ook in zijn beginperiode, toen hij zijn inspiratie nog meer in stripgenres vond dan in literatuur of geschiedenis, had hij al eens een serie kinderstrips getekend op scenario van Joris Vermassen (die destijds opereerde onder het pseudoniem Fritz Van den Heuvel). Van De Bamburgers, een komische reeks over een wereldvreemde koninklijke familie in een sprookjesachtige wereld, verschenen drie delen tussen 2006 en 2012. De kritiek was positief, het eerste album werd uitgeroepen tot de beste jeugdstrip van het jaar door Het Stripschap, een Nederlands genootschap van stripliefhebbers, maar vond zijn publiek niet. Hetzelfde gold voor zijn zelfgeschreven tweedelige De furox (2007-2008), een absurd soort Phantom of the Opera in de nazitijd met een draakje in plaats van een gemaskerde.
Uiteindelijk kreeg zijn carrière pas echt vaart toen hij in 2008 een wedstrijd van het tijdschrift Knack Focus won en een jaar lang elke week een pagina in het blad mocht publiceren. Dat werd de autofictie SGF, waarin een stripauteur met Spruyts initialen misbruik maakt van slaven en zombies om een zo groot mogelijke stripproductie te genereren. Dit als megalomanie verpakte impostersyndroom leidde later in boekvorm tot een albumprijs van de Stripgilde (de StripVOS) en een eerste vertaling naar het Frans, waarmee Spruyts loopbaan een internationale dimensie kreeg.
SGF en andere vroege strips van Spruyt toonden al een buitengewone beheersing van tekenstijlen en vooral vertelkunst. Die zet hij nu dus steeds meer in voor historisch of literair geïnspireerde boeken, maar gelukkig niet exclusief.
Een van zijn beste strips is bijvoorbeeld het minder bekende Papa Zoglu (2017), een sprookje voor volwassenen dat zowel in beeld als verhaal een grote artistieke vrijheid laat zien. Het verhaal over een jongen die door een onontkoombaar lot wordt voortgedreven en zijn leven eindigt als stier, is een intelligente en grappige verwerking van de structuur van canonieke sprookjes. Het biedt Spruyt ook de gelegenheid om de stijl van middeleeuwse miniaturen of het tapijt van Bayeux met hun opvallende kleurcombinaties en verwrongen perspectieven in een stripstijl om te zetten. Hoewel de Franse stripmarkt hem wat typecast als een tekenaar van historische epossen, bewijzen boeken als Papa Zoglu, De uitverkorene of De maanwandelaar dat Spruyt op zijn best is als je hem helemaal zijn eigen zin laat doen.
De stripgemeenschap heeft Spruyt in zijn twintigjarige carrière meermaals bekroond, maar ook daarbuiten verdient zijn werk ontdekt te worden door een publiek van veellezers die vinden dat romanklassiekers en geschiedenis weleens een oneerbiedige twist kunnen verdragen.









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.