Op zwier met Jan Baert: het Havenmuseum van Duinkerke gooit de trossen los
Voor de slotaflevering van de reeks Passage zetten we koers naar Duinkerke, waar het Havenmuseum de zee op een andere manier laat beleven. Te water én te land, en in het gezelschap van de bekendste kaper van Frans-Vlaanderen: Jan Baert.
2026 wordt een belangrijk jaar voor het Maritiem en Havenmuseum van Duinkerke. Sinds begin dit jaar is de Duchesse Anne – het grootste te bezichtigen zeilschip van Frankrijk – opnieuw toegankelijk voor het publiek. Voor bezoekers is het een uitgelezen kans om dit monument na twee jaar grondige renovatie te ontdekken of te herontdekken.
Duchesse Anne is een driemaster uit 1901 en het eerste schip in Frankrijk dat als historisch monument is geklasseerd. Sinds 2001 ligt ze voor anker in de Bassin du Commerce. Het schip illustreert perfect het bijzondere karakter van het Maritiem en Havenmuseum. Naast het erfgoed te land (de museumzalen) beschikt dit museum ook over drijvend erfgoed. Naast de Duchesse Anne zijn er nog vele andere schepen. Zo is er de Sandiettte, een lichtschip dat een zandbank nabij Duinkerke signaleerde (ook als historisch monument geklasseerd), de sleepboot L’Entreprenant en het binnenschip de Guilde. En dan ligt op de kade nog de Pilotine nr. 1, zo’n vaartuig waarmee loodsen naar de enorme vracht- en containerschepen worden gevoerd om die veilig te helpen aanmeren.
Schitterend speelterrein
Een ander stuk erfgoed bevindt zich op twee kilometer afstand van de museumlocatie: de vuurtoren van Risban. Na 276 treden klimmen volgt de beloning.In één oogopslag zie je de hele haven, met uitzicht tot aan het Vlaamse heuvelland. “Dat alles samen levert ons een schitterend speelterrein op”, zeggen Eugénie Brown en Nicolas Michel, in het museum verantwoordelijk voor respectievelijk ontwikkeling & communicatie en publiekswerking. “We proberen de diversiteit van de sites steeds beter uit te spelen. Zo organiseren we aan de voet van de vuurtoren elk jaar in de zomer een markt met producenten en ambachtslieden. Dat lokt veel nieuwe bezoekers.”
Wat het Maritiem en Havenmuseum zo bijzonder maakt is dat het vijf schepen bezit. De Duchesse Anne, 92 meter lang, is het pronkstuk© Nicolas Montard
En dan is er natuurlijk het museum zelf met zijn drie verdiepingen en duizendzeshonderd vierkante meter. Aan de hand van schilderijen, maquettes, foto’s, objecten, affiches, video’s enzovoort krijg je inzicht in de geschiedenis en de ontwikkeling van de haven, van het begin van de zeventiende eeuw tot in de jaren 1990. Het is echt een reis door de tijd, met aandacht voor verschillende functies en gebruiken.
De verscheidenheid aan objecten en media maakt het mogelijk om een brede waaier aan thema’s te behandelen © Nicolas Montard
Zo leer je hoe de militaire haven een commerciële haven werd, of hoe de IJslandvisserij evolueerde. Je ontdekt hoe de huidige uitgestrekte haven tot stand is gekomen en hoe sterk de inwoners van Duinkerke met de zee verbonden zijn. Het museum benadert de maritieme en havengeschiedenis vanuit diverse invalshoeken met een grote verscheidenheid aan objecten: van een kruitfles tot een schaalmodel van de trein-veerboot Nord-Pas-de-Calais (die vrachtwagens en goederentreinen vervoerde).
En daarna kan je ook het heden induiken. Het Port Center, dat geen deel uitmaakt van het museum maar zich wel in hetzelfde gebouw bevindt, biedt een interessante inkijk in de activiteiten van de huidige haven van Loon-Plage, zeventien kilometer westwaarts.
Nieuwigheden… ook om Nederlandstaligen te verleiden?
In 2022 vierde het museum zijn dertigjarige bestaan. Het werd destijds opgericht door dokwerkers en is gevestigd in een voormalige negentiende-eeuwse tabaksloods die als bij wonder gespaard bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jaarlijks komen hier zo’n zeventig- tot tachtigduizend bezoekers naartoe.
Maar van op de lauweren rusten is geen sprake. Met de komst van een nieuw directieteam groeide de wens om met een frisse blik naar de collecties te kijken. “We hebben besloten het tempo van de tijdelijke tentoonstellingen wat minder hoog te leggen. Zo kwam er ruimte vrij om de permanente tentoonstelling grondig te renoveren”, leggen Brown en Michel uit. “We herbekijken de afdelingen één voor één, voegen nieuwe objecten toe aan onze collecties, herwerken de teksten en herzien de scenografie.”
© Nicolas Montard
Eén van de resultaten van de inspanningen op lange termijn was de creatie, enkele maanden geleden, van een immersieve ervaring: Jean Bart. La préparation de l’abordage (Jan Baert. Klaar om te enteren). Via een gamecontroller kunnen bezoekers bijvoorbeeld het fregat van de bekende Duinkerkse kaper Jan Baert verkennen, of historische objecten manipuleren. “Het bureau AVA – Advanced Visualisation Agency – heeft tot in de kleinste details gewerkt, zoals de nerf in het hout en de weergave van de stoffen.” De ervaring valt in de smaak bij jonge bezoekers, die de objecten daarna terugvinden in het museum. Een vervolg staat op de planning.
Ondanks die immersieve ervaring en het feit dat dit museum makkelijk een publiek van buiten de regio Duinkerke zou kunnen aantrekken, blijft het weinig populair bij de Belgen: die vertegenwoordigden in de eerste zes maanden van 2025 vijf procent van het bezoekersaantal (Franstalige en Nederlandstalige bezoekers samen), een percentage dat elk jaar min of meer gelijk blijft. Niet alle informatie is vertaald naar het Nederlands, maar de belangrijkste zaken zijn dat wel. “Het is sowieso één van onze doelstellingen, want Nederlandstalige bezoekers vermelden dat in het gastenboek. We werken er dus aan om geleidelijk al onze inhoud te vertalen. Ook naar het Engels, want Engelstalige bezoekers vragen daar ook om.”
Sinds kort wordt er een immersieve ervaring aangeboden aan boord van La Palme, het legendarische schip van Jean Bart © Nicolas Montard
Sinds kort is er alvast een audiogids in vier talen beschikbaar. De website biedt een versie aan in het Engels en in 2026 zou er ook een Nederlandse versie online moeten komen. En verder zijn twee onthaal- en bemiddelingsmedewerkers begonnen met een opleiding Nederlands. Het bewijst in elk geval dat er in de stad van Jan Baert wel degelijk over de grenzen heen wordt gekeken en gedacht: “We hebben nog een enorme groeimarge”, besluiten Brown en Michel.
Website Haven en Maritiem Museum Duinkerke. Opgelet: de schepen en de vuurtoren hebben niet dezelfde openingstijden als het museum zelf.






Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.