Publicaties
‘Meneer, ik heb straks een toets, kunt u mij zeggen waar uw verhaal over gaat?’
0 Reacties
© Ivan Aleksic via Unsplash
© Ivan Aleksic via Unsplash © Ivan Aleksic via Unsplash
column Thomas Heerma van Voss
literatuur

‘Meneer, ik heb straks een toets, kunt u mij zeggen waar uw verhaal over gaat?’

Een vraag van een middelbare scholier voert Thomas Heerma van Voss terug naar zijn eigen schooltijd, en doet hem nadenken over zijn werk. ‘Ik gok dat ik ook niet hoger dan een acht zou scoren voor een toets over mijn eigen verhaal.’

Het begon met een verdwaald bericht in mijn Instagram-spam, verzonden door iemand die ik nooit had ontmoet. Zijn profielfoto bestond uit een grote glimmende J waarin ik het logo van voetbalclub Juventus herkende, en ik dacht: dit is reclame. Een groepsbericht om me geld af te troggelen. Een linkje waarmee een virus de controle grijpt over mijn computer. In plaats daarvan las ik:

Hallo
Ik krijg binnenkort een toets over uw verhaal ‘Mijn hoofd leegmaken’.
Mijn vraag is wat
De achterliggende gedachte van het verhaal is
Kunt u mij dit vertellen?

Geen groet, geen verdere toelichting. De afgebroken regels duidden erop dat de afzender – een jongen – al typende steeds op verzenden klikte, en dus niet eens de moeite had genomen zijn bericht van tevoren uit te schrijven of na te lezen.

Een poosje aarzelde ik. Moest ik dit negeren, bondig terugschrijven dat dit niet de bedoeling kon zijn, een behulpzame uitleg geven, wellicht in de hoop een toekomstige lezer voor me te winnen? Heel even dacht ik, in een onzinnige golf van ijdelheid: waarom leest hij uitgerekend dit verhaal, tja, vast omdat het gratis online staat, maar het is jaren oud, ik heb veel interessantere dingen geschreven.

Uiteindelijk stuurde ik een ietwat bijdehand antwoord terug. Dat het ieder voor zich is, dat dit verhaal draaide om opgesloten zitten in je eigen hoofd (wat klopte), dat het om die reden echt geen kwaad kon om af en toe een verhaal te lezen en zo een poging doen je in een ander te verplaatsen (ook niet onwaar).

Er kwam geen reactie. Daarmee leken de vragen over dit verhaal gesmoord voor ze goed en wel op gang waren gekomen. Maar in de dagen erna kwamen er meer berichten van middelbare scholieren, allemaal via Instagram, blijkbaar is dat het sociale medium waarop tieners en ik elkaar vinden; misschien hadden ze me eerst tevergeefs gezocht op Snapchat of TikTok.

De vragen brachten me terug naar mijn eigen middelbare schooltijd. De geestdodende vragen die vervolgens over literaire teksten werden gesteld

De ene leerling was beleefder dan de andere, sommigen leken geen bericht langer dan vier, vijf woorden te kunnen schrijven, anderen wekten de indruk dat ze mijn verhaal tenminste gelezen hadden, maar allemaal kwamen ze uit op min of meer dezelfde vragen. Wat is de achterliggende gedachte (het thema)? schreef een meisje dat volgens haar profiel hield van hockey en paardrijden; aan haar foto te zien was ze niet ouder dan zeventien. Een meisje met een blonde paardenstaart berichtte me: De delen die voor mij wat onduidelijk zijn, zijn het thema, de soort opening, het soort einde en de soort spanning (psychologisch of emotioneel). Daarnaast vroeg ik me nog iets af, heeft u er bewust voor gekozen om de zinnen lang te schrijven?

De vragen brachten me terug naar mijn eigen middelbare schooltijd. De milde, lichtelijk gespeelde tegenzin die ik destijds ervoer als het om lezen en literatuur ging. De geestdodende vragen die vervolgens over literaire teksten werden gesteld: wat het hoofdthema was, of er eenheid van plaats en handeling gold, in welke stroming je het verhaal kon plaatsen. Niets over stijl of ritme. Niets over wat een verhaal opriep.

Voor het eerst in jaren dacht ik aan mijn docente Nederlands, een vriendelijke, nogal statige vrouw die het liefst over literatuur sprak in plaats van dat ze ons iets liet lezen. Haar meeste lessen wijdde ze aan schrijvers die allang overleden waren. De enige moderne auteur die behandeld werd was Arnon Grunberg, ze zei minstens een keer per maand verlekkerd dat hij op ‘onze’ middelbare school had gezeten en dat ze zo’n fan van hem was, al noemde ze hem consequent Groenberg.

Plots zakte mijn irritatie naar de achtergrond: deze leerlingen zochten tenminste onbevreesd contact, lieten zich niet weerhouden door schaamte of angst

Ook herinnerde ik me – terwijl er een nieuw berichtje binnenkwam: meneer kunt u mischien zeggen wat het hoofdthema van uw verhaal is – de paniek die mij als scholier kon overvallen vlak voor een toets. Had ik als het toen mogelijk was geweest een schrijver een bericht via Instagram gestuurd? Hoogstwaarschijnlijk niet; in die tijd hakkelde ik bij elke spreekbeurt, keek ik stelselmatig weg als een docent iemand wilde aanwijzen.

En plots zakte mijn irritatie naar de achtergrond: deze leerlingen zochten tenminste onbevreesd contact, lieten zich niet weerhouden door schaamte of angst. En waar in het land ze ook naar school gingen, ergens had een docent de moeite genomen mijn verhaal als lesmateriaal te selecteren, ongetwijfeld deels vanuit de gedachte: ik moet niet alleen aan komen zetten met Max Havelaar en Gysbrecht van Aemstel, hedendaagse literatuur dient ook behandeld te worden.

De lastigheid zit alleen in dat verlangen naar concrete toetsbaarheid over verhalen, door wie ze ook geschreven zijn. Want zelfs al had ik alle berichten naar eer en geweten willen beantwoorden – nu hield ik het bij veelal korte reacties – dan nog had ik niet geweten wat op al die berichtjes terug te schrijven. Psychologische spanning, emotionele spanning, waren die werkelijk van elkaar te scheiden? Welk van de twee was het meest van toepassing op mijn verhaal? En er vielen zo veel thema’s aan te wijzen, eenzaamheid, afzondering, gekte, naar welk woord werd er door de docent het meest gezocht?

De lastigheid zit in het verlangen naar concrete toetsbaarheid over verhalen, door wie ze ook geschreven zijn

Ik moest denken aan een nieuwsbericht van een paar jaar geleden, toen enkele neerlandici eindexamens hadden gemaakt over hun eigen teksten. Niemand haalde een tien of zelfs maar een negen. Ik gok dat ik ook niet hoger dan een acht zou scoren voor een toets over mijn eigen verhaal.

Ja, schreef ik ten slotte aan het meisje met de paardenstaart. Ik heb er bewust voor gekozen de zinnen lang te maken, om de onrust in het hoofd van de verteller duidelijk te maken. Mijn bericht werd bekeken, dat kon ik zien. Maar er kwam geen antwoord meer.

Misschien was de toets inmiddels al gemaakt. Misschien had het meisje inmiddels begrepen mijn uitleg eigenlijk overbodig was. Dat een verhaal pas werkelijk bestaat als het gaat leven in het hoofd van een lezer. En dat waar de uitgeschreven toelichtingen ophouden het zelf verzinnen en vormen van eigen antwoorden begint.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.