Publicaties
‘Ik heb je stuk niet gelezen’
0 Reacties
Column Thomas Heerma van Voss
literatuur

‘Ik heb je stuk niet gelezen’

Thomas Heerma van Voss verlaat zijn schrijftafel voor een radio-interview. ‘Dat lezen, heel leuk, maar ik heb er gewoon de rust niet voor.’

Met mijn vader keek ik vroeger elke week naar hetzelfde programma. Het ging over voetbal, er werd eindeloos in gepraat door mannen die nog amper van seksisme of homofobie waren beschuldigd, en de presentator was een onstuimige enthousiaste jongen met glimmend gelhaar en een soepele tongval. We namen hem zelden serieus, maar omdat hij dat zelf ook geen moment leek te doen, raakten we toch op hem gesteld – overigens ook omdat hij doorgaans opvallend ad rem bleek en zijn eeuwige drukte iets aanstekelijks had.

Van die drukte heeft hij sindsdien zijn handelsmerk gemaakt.

Hij presenteert niet alleen televisieprogramma’s, hij is ook columnist, karaokezanger, voedingsexpert, auteur, songschrijver en radio-interviewer.

Ik begon aan deze column met als uitgangspunt zijn naam niet te noemen, maar dat lijkt me zinloos: niemand anders dan Wilfred Genee kan aan bovenstaande omschrijving voldoen.

Omdat Hard Gras vijfentwintig jaar bestond en ik een stuk schreef voor het jubileumnummer, werd ik uitgenodigd voor een van Genees radioprogramma’s. “Een soort vrijdagmiddagborrel op de radio, om de week mee af te sluiten”, werd me telefonisch verteld. De vriendelijke vrouwenstem vroeg waar mijn artikel over ging, deed niet eens alsof ze een blik op Hard Gras had geslagen. Het bleef onduidelijk waarom uitgerekend ik was uitgenodigd. Ergerlijk braaf vatte ik mijn artikel samen, de opbouw, de clou. Henk Spaan en Hugo Borst hebben ongetwijfeld al geweigerd, ging het intussen door me heen. Misschien was ik wel de laatste uit het jubileumnummer die benaderd werd – en toch had ik meteen toegezegd. Alleen al vanwege het idee dat ik het straks kon laten vallen tegen de jongens uit mijn voetbalteam, tegen mijn vader: “Ik ben geïnterviewd door Genee.”

De opnames vonden plaats in een bedrijfspand aan de rand van Amsterdam. “We beginnen om zes uur”, werd me gezegd. “Dus als je hier om kwart voor zes bent, perfecto. Je kunt gewoon voor de deur parkeren.”

“Ik heb geen rijbewijs”, zei ik.

De vrouw had al opgehangen.

Met de metro kwam ik wel enigszins in de buurt van het bedrijfspand, de rest van de route legde ik lopend af. Eenmaal ter plaatse raakte ik verdwaald in een enorme ontvangsthal, ik liep langs een grote kartonnen maquette van Genees licht gebruinde gezicht, ging vier verdiepingen omhoog. Daar moest ik me door een massa van dertigers en veertigers wurmen, hoofdzakelijk mannen in pak die harde gesprekken voerden. Ze waren intussen druk bezig zich te bezatten en stopten zich vol bitterballen en kaasstengels – al met al leek het een brave, corporale outtake uit The Wolf of Wall Street.

Aan het einde van de ruimte zag ik hem, nu geen maquette meer, staand achter een hoge tafel. Genee interviewde een man die pal naast hem stond, iets ingewikkelds over cryptovaluta. Ik hoorde amper wat ze zeiden, ik hoorde alleen die razendsnelle stem die ik zo goed kende, ik dacht aan mijn vader en berichtte hem over de uitzending. Straks luisteren als je zin hebt.

“Jij bent vroeg.” Voor me stond de vrouw van het voorgesprek, ze was langer dan ik verwacht had en keek me vorsend aan. Nee, wilde ik zeggen, ik ben precies op de tijd, maar zij sprak al verder: “Ga lekker zitten. Alles loopt een beetje uit, we willen jou om vijf over zes doen.”

Vijf over zes werd tien over zes, tien over zes werd kwart over zes. Ik wist dat het programma om halfzeven stopte en hield er uiteindelijk serieus rekening mee dat ik helemaal niet meer zou worden geïnterviewd, helaas, je item is komen te vervallen – waarom protesteerde ik niet meer?

Toen mocht ik toch nog naar de tafel komen. Genee stelde zich niet voor. Ik twijfelde of hij dacht dat we elkaar ooit al ontmoet hadden of dat hij het vanzelfsprekend vond dat ik hem kende.

Vlak voor we begonnen, zei hij met een glimlach: “Hard Gras, ja, natuurlijk. Ik heb je stuk niet gelezen.”

Hard Gras, ja, natuurlijk. Ik heb je stuk niet gelezen

Toen de uitzending begon, veranderde hij niet van toon en hij had geen introductie paraat, hij praatte gewoon verder volgens zijn beproefde recept, met die gesjeesde directheid waarvan hij zijn troef had gemaakt. Hoe veel exemplaren zoal van Hard Gras verkocht werden, wilde hij weten. Wat het abonnee-aantal was. Of het een beetje betaalde, zo’n stuk voor dit intellectuele voetbalblad – dat woord “intellectueel” beklemtoonde hij. “Weet ik niet”, antwoordde ik steeds naar waarheid. Ik zei dat ik geen redacteur was, vroeg me in stilte af of Genee nu ook dacht: waarom is deze jongen uitgenodigd, waarom heeft hij toegezegd, en ik herhaalde de samenvatting van mijn stuk, sprak steeds gehaaster.

Terwijl ik aan het woord was, bladerde Genee door het jubileumexemplaar van Hard Gras, dat had de redactrice inmiddels voor hem op tafel gelegd. “Ik lees niet”, zei hij weer, zo tevreden dat het als een grote verdienste klonk. “Dat kost zo veel tijd.”

Tijd, dat was een sleutelwoord. Samen met het geld vormde tijd het belangrijkste meetpunt in dit programma. Iets wat meer dan een uur duurde of geen geld opleverde, was bij voorbaat verdacht.

“Heb je nog dromen?”, vroeg Genee tamelijk plots.

Op de achtergrond was nog altijd het geroezemoes van de borrel een paar meter verderop hoorbaar.

“Voor mezelf of voor Hard Gras?”, vroeg ik. “Ehm, boeken schrijven. Succesvolle boeken, veelgelezen boeken.”

Hij keek me weer lacherig aan, zei dat dat best lastig was, een boek uitbrengen.

Zoals zo vaak overwon de beleefdheid, bijna niet te onderscheiden van lafheid

Voorzichtig zei ik: “Ik heb al wel boeken geschreven. En die zijn uitgekomen”’ Toen, nog ietsje zachter: “Je had me best kunnen googelen.” Zo herinner ik het me althans, ik weet niet elk citaat zeker en weiger de uitzending terug te luisteren. Natuurlijk had ik feller mogen reageren, ik had verwijtend kunnen roepen waarom hij gasten uitnodigde die hij geenszins kende, maar zoals zo vaak overwon de beleefdheid, bijna niet te onderscheiden van lafheid.

Kort daarna was het interview en daarmee de uitzending klaar.

“Dat lezen”, zei Genee na afloop, “heel leuk, maar ik heb er gewoon de rust niet voor. Nu lees ik Rutger Bregman. Ontzettend interessante verhalen, maar ik kom niet verder dan pagina negentien.”

Voor het eerst was ik benieuwd wat er op die negentiende pagina van Bregmans boek stond, bij exact welke zin Genee was afgehaakt.

Genee pakte zijn spullen alweer in, over anderhalf uur moest hij zijn voetbalprogramma op televisie presenteren. Ik keek daar al jaren niet meer naar. Mijn vader evenmin. Ik bedankte Genee en glipte weg tussen de corpsballen door, bij de bar hing de man die had gesproken over cryptovaluta, er werden inmiddels cocktails ingeschonken.

In de metro terug naar huis belde ik mijn vader. “Geluisterd?”

“Nee”, zei hij. “Ik kon de zender niet vinden.”

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.