Publicaties
Eikel
0 Reacties
Vanaf de zijlijn
literatuur

Eikel

Thomas Heerma van Voss verlaat zijn schrijfkamer voor een potje zaalvoetbal, en botst op iemand die hij kent van vroeger. ‘Wat ben jij ontzettend onsportief. Eikel.’

Het gebeurde tijdens het zaalvoetballen. Zoals altijd werd er vijf tegen vijf gespeeld in een vrij treurige loods aan de rand van Amsterdam, en zoals altijd ging het er kinderlijk fanatiek aan toe tussen twee teams die elkaar niet kenden.

Het stond 4-4, er waren kansen over en weer, met nog maar een paar minuten te gaan, en de slordigheid en spanning namen gelijkmatig toe. Geheel volgens amateurvoetbalvoorschriften raakte de sfeer pas tegen het einde echt verhit. Een van mijn medespelers duwde plotseling een tegenstander die hem getrapt scheen te hebben, ver weg klonk een fluitsignaal waar niemand zich iets van aantrok, andere spelers gingen ook prompt duwen. Ik wilde de ons toegekende vrije trap snel nemen, maar een irritante tegenstander pakte de bal voor me weg, en toen gebeurde het: ik duwde ook, in een halfslachtige poging de bal terug te pakken, en de tegenstander duwde hard terug en ik keek naar zijn verbeten gezicht en ik hoorde hem roepen dat ik mijn bek moest houden ook al had ik geloof ik niks gezegd en ik voelde een ongepaste en ook ongebruikelijke agressie in me opborrelen, misschien voelde ik vooral de agressie om me heen en activeerde die mij, en toen ineens wist ik: hé, die jongen ken ik. Van lang, lang geleden. Een verleden dat me alweer bijna ontglipt was.

Een irritante tegenstander pakte de bal voor me weg, en toen gebeurde het

Had ik zonder deze wedstrijd ooit aan hem teruggedacht?

Eerst was het alleen een flits van ongerichte herkenning, die me even volledig verwarde: ik was al ruim een halfuur tegen hem aan het voetballen en had hem onbewust beschouwd als een vreemdeling. Dat deed me goed: ik zaalvoetbal juist graag omdat de sport me in niets doet denken aan de rest van mijn bestaan. Behalve mijn teamgenoten ken ik in die loods niemand, niemand leest iets van me of weet iets van literatuur, iedereen heeft het druk met andere zaken, met volgeplande levens waarvan ik verder geen deel uitmaak, prima – al met al een uitstekende manier om mijn bestaan af en toe van wat welkome, relativerende afstand te beschouwen.

Maar nu was daar ineens dat gezicht. Waar kende ik het ook alweer van? School, ja. We zaten op dezelfde basisschool. Ook op dezelfde middelbare? Was hij geen vriend van mijn broer geweest?

Zo te zien herkende hij mij niet. Vermoedelijk omdat hij ouder was, die paar jaar verschil die op school allesbepalend zijn. Naarmate we verder voetbalden – erg veel overtredingen, geen goals meer – kwam steeds meer informatie bovendrijven. Zelfs zijn naam schoot me weer te binnen terwijl ik een slordige pass gaf, jeetje, die had ik lang niet gehoord, al zeker vijftien jaar. Inderdaad, dezelfde scholen, een vroegere vriend van mijn broer, zijn ouders woonden vlak bij de mijne. Nog steeds? En jaren terug had hij een boek geschreven dat toen mijn belangstelling opriep. Non-fictie over Israël. Wacht: had ik dat niet pal na verschijning gekocht en aan mijn vriendin gegeven?

Toen de wedstrijd klaar was, werd ik zo in beslag genomen door mijn mijmeringen, enigszins nostalgisch maar toch ook een beetje opgewekt, dat ik prima kon leven met het gelijkspel dat ik minuten ervoor nog zo hartstochtelijk wilde voorkomen.

Ik liep naar mijn tegenstander toe om hem in te lichten over ons gedeelde verleden. Ik wilde iets zeggen over onze scholen, over mijn broer, zijn boek, maar voor ik mijn mond had opengetrokken riep hij: “Wat ben jij ontzettend onsportief. Eikel.”

Het voelde alsof ik was gekeurd door een getuige van vroeger

Mijn uitgestoken hand negeerde hij.

Haastig fietste ik die avond weg bij het sportpark. Mijn vreugde van ervoor was alweer verdampt, sterker nog, geleidelijk werd ik bevangen door een teleurstelling die ik niet helemaal kon plaatsen.

Het voelde alsof ik was gekeurd door een getuige van vroeger. Iemand die mijn oude verschijning kende en mijn nieuwe gedaante beoordeelde, en nu stellig had geconcludeerd: nee, bedankt, deze wil ik niet spreken, niet eens de hand schudden. Tenminste, deze jongen was vroeger toch altijd veel aardiger – of wist ik alleen dat anderen hem aardig vonden en heeft dat mijn oordeel gevormd? Vreemd dat hij me niet eens vagelijk herkende. Was ik er zo anders uit gaan zien, ben ik inderdaad veranderd in een onsportief mens?

En: kon ik een fictieverhaal over hem schrijven, wat zou een interessante invalshoek zijn?

Ik zocht hem op via Facebook. Zevenenveertig gemeenschappelijke vrienden. Ik wilde hem toevoegen, maar dat leek me nogal overdreven, vrienden waren we nooit geweest en onze interactie vanavond diende in het subdomein “vijanden” gecategoriseerd te worden, met vriendschap had dat niets te maken.

Wel besloot ik hem te volgen op Twitter.

Hij volgde me niet terug.

Een meisje met wie ik jarenlang Latijn volgde, speelt tegenwoordig in pornofilms

Enkele weken later deed ik iets wat ik al die jaren hiervoor niet had gedaan. Ik opende diverse dozen op zolder, vond wat ik zocht en las zijn boek. Waarom weet ik niet precies, opgelaaide nieuwsgierigheid, een soort verwrongen schuldgevoel? Hoe dan ook was het geen tijdverspilling: het bleek een zorgvuldig, doordacht geheel – het werk van een goede onderzoeksjournalist, iemand met overzicht en vakkennis. Niet iemand die staat te brullen op een zaalvoetbalveld.

Tijdens het lezen werd ik af en toe overspoeld door gedachtes die niets met het boek te maken hadden – aan vroeger, aan de schoolgebouwen waar wij allebei jarenlang doorheen liepen. Leraren van toen. Klasgenoten. Wat er van hen is terechtgekomen. Allemaal verschillende kanten zijn ze opgegaan, de wereld over; een meisje met wie ik jarenlang Latijn volgde speelt tegenwoordig in pornofilms, een andere klasgenoot is overleden, mijn grote liefde van toen doet nu internationaal onderzoek naar obesitas. En deze jongen en ik, wij gingen allebei schrijven en eindigden op precies hetzelfde moment in dezelfde loods in dezelfde verhitte strijd.

Had dat anders kunnen lopen, was het mogelijk geweest dat ik hier niet over zou schrijven en zelfs nooit een verhaal had bedacht, of dat hij en ik elkaar nooit meer hadden gezien, of lag dit op een vreemde manier allemaal al vast?

En wist hij vroeger wel wie ik was? Of heeft hij dat nooit geweten?

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be