Straight outta Schiermonnikoog: hiphopcollectief New Wave bepaalde ook voor Vlaanderen de koers
In 2015 gaf New Wave de Nederlandstalige hiphop een boost. Rappers in Vlaanderen zagen het met grote ogen aan. Ruim tien jaar later keert de Nederlandse groep terug voor een reeks reünieconcerten. Wat was haar impact, en is Vlaanderen intussen bijgebeend?
Het maffe, maar ook slimme idee kwam van Kees de Koning, baas van het Top Notch-label. In 2015 sloot hij een heterogene groep – 21 rappers en producers – in een geïmproviseerde studio op het Waddeneiland Schiermonnikoog op. Het enige wat lui als Ares, Jonna Fraser, SFB, Ronnie Flex, Lil Kleine, Lijpe en Jack Shirak gemeen hadden, was dat ze brandden van ambitie. Wat een ep moest worden, resulteerde in een volwaardig album van zeventien nummers onder de naam New Wave dat vijf keer platina scoorde en dat – niet zonder enige controverse – de Popprijs 2015 wegkaapte.
Het album was op verschillende manieren grensverleggend. Met de monsterhit ‘Drank en drugs’ van Lil Kleine en Ronnie Flex brak New Wave de code voor de nederhop om tot de mainstream door te stoten. En tegenover pophits stonden ook donkere straatraps. Die diversiteit trok het collectief door in de beats, experimenterend met gelaagde en Caribische ritmes.
Op slag zette New Wave de Nederlandstalige hiphop definitief op de kaart. En het toonde meteen ook hoezeer Nederland op dat moment vooropliep ten opzichte van Vlaanderen.
Veel had te maken met hoe de plaat het publiek heeft bereikt. Bij wijze van experiment bracht het collectief die alleen online uit. Een riskante zet, maar ze bleek een grote impact te hebben: via YouTube en Spotify boorde New Wave een miljoenenpubliek aan. “En omdat de streams toen meetelden in de charts, volgde eindelijk een erkenning van het online luisteren in Nederland”, zegt Aafje de Roest, professor literaire culturen aan de Universiteit van Amsterdam.
Sam Jaspers, oprichter van Ultratop en de Belgische hitlijst PlayRight top 100, en in die hoedanigheid een kenner van hitparades, schetst de toenmalige situatie. “In Nederland stortte vroeger dan in België de downloadverkoop van muziek in elkaar, waardoor men er ook sneller de streams ging meetellen bij het samenstellen van de charts. Vooral in de Nederlandse top 100 zorgde dat voor een complete transformatie. Omdat het jonge publiek volop hiphop streamde, kreeg dat genre een enorme boost in de hitlijsten. Ineens kregen de Nederlandse rappers veel meer exposure.”
De Roest, die onderzoek doet naar Nederlandstalige hiphop en er ook net een boek over uitbracht met de titel De nieuwe golf, ziet nog een belangrijk element in het succesverhaal van New Wave. “Er was een groeiende behoefte bij Nederlandse jongeren aan een cultuurproject dat verhalen over de eigen identiteit vertelde. Hiphop bleek daar het uitgelezen vehikel voor.”
Ook in Vlaanderen zorgde New Wave voor een hype. Met als doel een jonger publiek aan te trekken, programmeerden grote festivals als Lokerse Feesten en Rock Werchter voor het eerst zelfs rappers als Lil Kleine en Sevn Alias. “Via YouTube, social media, reality-tv en influencers bereikte de nederhop ook steeds meer Vlaamse jongeren”, weet Jaspers. “Bepaalde nummers van Boef en Lil Kleine kregen bovendien steun van radiozender MNM. Door de mix van airplay en streams haalden ze daardoor ook in Vlaanderen de top 50.”
‘Ben ik hier de enige hiphopper?’
Volgens Sami Abdou, Belgisch A&R-manager bij Top Notch, volgden de Vlaamse rappers minder de hartslag van de tijd. “Toen New Wave losbarstte met hun gedurfde sound, stonden wij tien jaar achter. Hiphop in Vlaanderen steunde toen nog op de traditionele boombap-ritmes, terwijl de Nederlanders volop experimenteerden met house. ‘Drank en drugs’, ‘Waar is de Kraan?’ van Kraantje Pappie en de singles van The Opposites waren harde elektronische tracks. Die sound hadden we toen in Vlaanderen niet.”
Om de voorsprong van de Nederlanders, zeker qua weerklank, te verklaren, is het verhelderend om de zesdelige NPO-documentaire 50 jaar hiphop in Nederland te bekijken. “Daaruit blijkt dat Nederlanders er niet alleen in straattaal vroeger bij waren, maar ook in swag, kledij, het uitdragen van de hiphopfilosofie”, zegt Abdou. “De stem van de straat kreeg er sneller een podium.”
Wat de zuiderburen ook misten, was de stevige hiphopindustrie die in Nederland uit de grond was gerezen. Het toonaangevende platenlabel Top Notch, de exclusieve hiphopradiozender FunX, succesvolle YouTube-kanalen van platformen als 101Barz, festivals als Woo Hah! en een clubcircuit: dat alles vormde begin jaren 2000 al één ecosysteem. “Sommige artiesten konden zelfs een eigen label beginnen dankzij hun internetinkomsten. Ook de platformen die underground ontstonden en heel stevige wortels hadden, zoals Parra, Puna en Hiphop In Je Smoel, waren cruciaal”, zegt Aafje de Roest.
Vlaanderen verlangde ook wel naar zo’n infrastructuur, maar die kwam slechts moeizaam van de grond. “In 2017 startte het festival Fire Is Gold, maar daar is helaas enkele jaren geleden de stekker uit getrokken”, vertelt Abdou. “Het enige dat we op de radio hadden, was een hiphopprogramma van drie uur op MNM. Studio Brussel heeft het ook geprobeerd. Die pogingen verbleekten bij FunX, een nationale zender die 7 op 7 hiphop programmeert. Ook 101Barz wordt ondersteund door BNNVARA, de publieke omroep. Zo’n structurele steun hebben we in Vlaanderen nooit gekend.”
“Het lijkt me niet vanzelfsprekend om in de kleinere markt die Vlaanderen is platformen of gespecialiseerde zenders op te zetten, dat is niet rendabel”, denkt Sam Jaspers. “De reguliere radiozenders weigeren vaak hiphop te draaien: ze beweren dat hun luisteraars die muziek niet lusten. Zo blijft het genre in Vlaanderen een beetje in een niche zitten. Dat zie je ook in onze PlayRight top 100, waar bijvoorbeeld Leblanco wel vrij goed scoort, maar door het uitblijven van airplay ook niet echt in de hoge regionen belandt.”
Leblanco is, samen met Chardy, WAWA en Bryan Mg, een van die jonge Vlaamse rappers die zijn gaan inzien dat er in Nederland een grotere afzetmarkt met meer mogelijkheden lonkt. Zij proberen dan ook op FunX en 101Barz aanwezig te zijn. “We merken in Nederland de grotere aanwezigheid van Vlaamse rappers echt wel op, al gaat dat in golven”, zegt De Roest. “Zwangere Guy was redelijk snel heel populair in Nederland. Dat lijkt me onder meer te danken aan de grote kwaliteit van zijn teksten. Hij raakte duidelijk een gevoelige snaar bij het Nederlandse publiek. In de periode 2017-2018 zag je zelfs dat studenten hier scripties begonnen te schrijven over Vlaamse hiphop.”
Tegenwoordig slaan Vlaamse hiphoppers vaker de handen in elkaar met Nederlandse collega’s. Soms resulteert dat in een dikke hit. ‘Amsterdam’, waarvoor de Kesselse rapper Brysa een team vormde met Cristian D en Ashafar, werd nummer één in Nederland. WAWA uit Aalst haalde samen met Kempi 18 miljoen streams met ‘Ondernemer’.
“Er is een groot respect bij de Nederlanders voor de Vlaamse artiesten”, weet Abdou. “Als zij horen dat Leblanco niet genomineerd is voor de MIA’s, de muziekprijzen, dan begrijpen zij dat niet. Toen Lil Kleine tien jaar geleden op Belgische festivals speelde, vroeg hij aan mij waarom er geen Vlaamse rappers op de affiche stonden. “Echt, ben ik de enige hiphopartiest hier?”, reageerde hij stomverbaasd. Vlaamse programmatoren kijken helaas nog altijd louter naar de airplay, en niet naar de streams, voor ze iemand boeken. Dat is een ouderwetse manier van denken.”
Onzichtbare sterren
Het valt niet te ontkennen dat de Vlaamse hiphopscene intussen professioneler en volwassener is geworden. Ze is die typische Vlaamse bescheidenheid aan het afwerpen. In 2017 richtte Ephraïm Kisala in Antwerpen de studio Soundplug op, die intussen ook een eigen TikTok-kanaal heeft, met 105.700 volgers. DIKKE nam er zijn succesvolle debuutalbum 130 kilo op en Bryan Mg blikte er onder meer de single ‘Hard 2 Get’ in, die al meer dan 30 miljoen streams op Spotify haalde. “Wat Ephraïm presteert is mooi, maar hij heeft het wel helemaal op eigen kracht moeten doen. Zonder externe geldschieters, wat het eigenlijk nog knapper maakt”, zegt Abdou. “Met Soundplug hebben we eindelijk een platform waar artiesten van eigen bodem een nieuw album kunnen promoten.”
Toch smijt Abdou er een bedenking achteraan. “Persoonlijk vind ik dat we op artistiek vlak in Vlaanderen al betere momenten hebben gekend. Tussen 2020 en 2024 beleefden we echt een piek: dat waren de succesjaren van het festival Fire Is Gold en van de doorbraak van Zwangere Guy, Freddie Konings, DIKKE en Bryan Mg. Vandaag zijn dat nog altijd de grote namen. Het probleem is dat de lat nu hoger ligt. Dat maakt het moeilijker voor nieuwe artiesten om hun plaats op te eisen, al geloof ik dat Soundplug wel een broedplek kan zijn waar jong talent zich kan ontwikkelen.”
Wat heeft Vlaanderen volgens Abdou nodig om een sprong voorwaarts te maken? “Een onderneming die er 100 procent voor gaat en beslist om er voor minstens vijf jaar in te investeren. Dus niet: even proberen en als het niet meteen lukt na een jaar alweer stoppen. Q-Downtown, de digitale hiphopzender van Qmusic, was daar een goed voorbeeld van. Een fijn initiatief, maar dat heeft het maar een jaar uitgezongen. We hebben nood aan een radio die echt het verschil wil maken, zoals Skyrock in Frankrijk of FunX. FunX kan naast financiële steun van de NOS ook op subsidies rekenen.”
‘Nederlanders storen zich niet aan de Brusselse tongval van Zwangere Guy. In hiphop wordt het heel erg gewaardeerd als je de lokale identiteit uitdraagt’ – Aafje de Roest (Universiteit van Amsterdam)
“Maar het is niet alleen een kwestie van centen, je hebt ook een muziekredactie nodig die echt in hiphop gespecialiseerd is en de vinger aan de pols houdt. Zet talent samen en je kunt iets groots creëren, dat heeft New Wave aangetoond. Vooraf geloofde niemand in hen. Toen ze de Popprijs wonnen, verlieten mensen de zaal uit onvrede.”
En zo komen we terug bij de Vlaamse muziekprijzen, de MIA’s. Het stuit Sami Abdou tegen de borst dat Leblanco er nog altijd geen nominatie in de wacht sleepte. “De ‘experts’ zien hem over het hoofd bij de nominaties, ze kijken niet naar de streamingcijfers of de YouTube-views. Ter vergelijking: bij de Edisons zit Rotjoch, de bedenker van 101Barz, mee in de jury. Mijn conclusie is dan ook: we hebben in Vlaanderen grote sterren – Leblanco mag gerust naast Frenna in Nederland staan – alleen worden ze nog niet gezien.”
Emotieregulatie
Tot daar de discussie over de exposure. Laat ons ook even nagaan of Vlaamse hiphoppers anders met onze taal omspringen dan de Nederlandse. Een eerste vaststelling: het Vlaamse hiphoplandschap is rijker aan dialecten. Abdou ziet dat als een kracht. “Vergeet niet dat Tourist LeMC en Safi & Spreej, en dáárvoor ’t Hof van Commerce, dé pioniers in Vlaanderen zijn geweest. Intussen is de taal van de Vlaamse rappers wel neutraler geworden, minder dialectisch. DIKKE en Bryan Mg hanteren iets meer algemeen Nederlands, waardoor het Nederlandse publiek minder moeite moet doen om hen te begrijpen.”
Volgens Aafje de Roest is het voor Nederlanders niet meteen een hinderpaal dat bijvoorbeeld Zwangere Guy een Brusselse tongval heeft. “In hiphop wordt het heel erg gewaardeerd als je de lokale identiteit uitdraagt”, zegt ze. “Als je de plek waar je vandaan komt trouw blijft en vertegenwoordigt, dan verdien je streetcred. Zo’n tongval zal dus eerder bijdragen tot de oprechtheid.”
‘Het is aan hiphop te danken dat artiesten als Meau, Froukje en Pommelien Thijs vandaag zo populair zijn’ – Sami Abdou (Top Notch)
“Aan de universiteiten is er de laatste tien jaar meer aandacht voor hiphop, omdat onderzoekers inzien dat het een rijke bron is binnen de jongerencultuur”, vertelt De Roest. “Als letterkundige vind ik echt wel dat hiphopteksten literaire kwaliteiten hebben. Ik zie hiphop als een genre dat op zichzelf staat. Het verdient het om onderzocht te worden, ook vanuit musicologisch en sociologisch standpunt.”
In Nederland maken rappers als Ray Fuego en Faberyayo ook literaire uitstapjes. Zulke figuren heeft Vlaanderen niet, maar dat maakt pakweg Zwangere Guy zeker niet tot een minder interessante casus. “Tijdens mijn doctoraat verbleef ik een tijdje in Antwerpen en dook ik mee in het onderzoek naar Vlaamse hiphop dat studente Vera Vaessen toen verrichtte. In Vera’s onderzoek kwamen onder meer verschillende betekenissen van het woord eten aan bod. Het kon gaan over succes, zoals in ‘ik heb de scene opgegeten’, maar over emotieregulatie, eten als copingmechanisme en troost. In de Nederlandse scene vind je dat soort metaforen minder terug.”
De experts zijn het er zelfs over eens dat het huidige succes van artiesten als Meau, Froukje en Pommelien Thijs onrechtstreeks de verdienste is van hiphopartiesten. “Hiphop heeft het gebruik van onze taal in de muziek cooler en natuurlijker gemaakt”, zegt Aafje de Roest. Sami Abdou vult aan: “Ik durf te stellen dat het aan hen te danken is dat Nederlandstalige muziek vandaag zo bloeit. Hiphop zet al langer fel op de moedertaal in – het label Top Notch bestaat al dertig jaar! – de popmuziek ging pas later in die trend mee. Vlaamse rappers waren ook de eersten die de barrière met Nederland hebben gesloopt. Pommelien Thijs en Metejoor plukken daar nu de vruchten van.”
New Wave viert zijn tienjarig bestaan met liveshows van tot en met 6 februari in de Ziggo Dome in Amsterdam. De Week van de Belgische Muziek vindt van 2 t/m 8 februari plaats.
Het boek De nieuwe golf. Culturele identiteit in hedendaagse Nederlandstalige hiphop van Aafje de Roest verscheen op 2 februari bij Amsterdam University Press. In het Groninger Museum loopt nog t/m 10 mei de tentoonstelling Hip Hop is.









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.