Deel artikel

literatuur opinie, Poëzieweek 2026

Dichters bezingen het leven, maar niemand die hen hoort

30 januari 2026 6 min. leestijd

Tijdens de Poëzieweek mogen dichters even op het podium, maar daarbuiten spelen ze hoogstens nog een decoratieve rol. Meer dan een bloem op tafel zou poëzie de grond moeten zijn waarop we staan, schrijft Alara Adilow.

Er was een periode in mijn leven waarin ik geen huis had, geen rust, geen vaste plek. Overdag dwaalde ik door de stad, ’s avonds zocht ik warmte in de universiteitsbibliotheek van Groningen. Tussen de stoffige wanden van boeken voelde ik iets van thuiskomen. Daar las ik voor het eerst Emily Dickinson, en ik verwarmde me aan haar rijm, metrum en metonymie. Ik las ook een bloemlezing van klassieke Arabische poëzie, en later Lucebert. Ik leerde meer over anderen, en daardoor over mezelf. De woorden van de dichters boden niet alleen troost maar vooral ook inzicht, en plezier.

Ik ontdekte dat poëzie een onderdak kon bieden als het concrete ontbrak. Ze gaf een ruimte waarin ik onbekommerd mocht bestaan, een ruimte die me van mijn armoede en ellende deed distantiëren, of vanwaar ik er in ieder geval met een helderder en scherpere blik naar kon kijken. In een gedicht schuilt meer dan esthetiek, er schuilt een ervaring in van leven, van overleven zelfs. Tussen die regels begon ik te begrijpen dat poëzie niet het ornament van de taal is, maar haar grondtoon.

Juist daarom raakt het me zo dat poëzie vandaag in Nederland en Vlaanderen systematisch wordt verwaarloosd. Wat ooit het kloppende hart van de literatuur was, lijkt nu een bijzaak te zijn.

45 seconden

Wie vandaag een boekhandel binnenloopt, ziet tafels vol romans en non-fictie. De poëzie staat ergens achteraan, weggestopt op één plank. In kiosken op stations is ze zelfs volledig afwezig. In kranten en tijdschriften verschijnen wekelijks recensies over nieuwe romans, interviews met romanschrijvers, lange essays over verhaalkunst. En een dichtbundel? Die krijgt hooguit een korte bespreking – als er al ruimte voor is. Televisieprogramma’s over literatuur illustreren het verschil nog scherper: in talkshows schuiven romanschrijvers aan voor een gesprek van twintig minuten; dichters krijgen vijfenveertig seconden om een tekst voor te dragen en mogen daarna weer naar huis.

De verwaarlozing uit zich ook in onze collectieve herinnering. Wanneer media lijsten samenstellen van de “beste boeken” uit de afgelopen decennia, ontbreekt poëzie vrijwel altijd. Zelfs in academische overzichten wordt de poëtische traditie zelden systematisch behandeld. Het is pijnlijk om te zien dat er nauwelijks een herinneringscultus ontstaat voor schitterende bundels van bijvoorbeeld Alfred Schaffer, Saskia de Jong of Marije Langelaar. Alsof de samenleving die Ida Gerhardt, Vasalis, Roland Holst, Paul Snoek, Dean Bowen, Gerrit Kouwenaar, Maarten van der Graaff, Simone Atangana Bekono, Paul van Ostaijen en Tonnus Oosterhoff voortbracht, zich schaamt voor haar eigen dichters.

Jonge schrijvers die moeten kiezen tussen poëzie en proza, zien heus welke richting meer kans op erkenning en inkomen biedt

Zelfs in het literaire circuit wordt de poëzie behandeld als het ondergeschoven kindje. Het leeuwendeel van de literaire onderscheidingen – en dus van het prijzengeld – gaat naar proza. En de geldbedragen voor romanschrijvers zijn ook groter. De Johan Polak Poëzieprijs (50.000 euro) is de enige die wedijvert met de Boon, de Libris en de Boekenbon (alle 50.000 euro). Ook voor debutanten is het contrast pijnlijk. De Bronzen Uil beloont de auteur van de beste Nederlandstalige debuutroman met 10.000 euro, een gelauwerde debutant in de poëzie strijkt hoogstens 1.500 (Poëziedebuutprijs) of 1.250 euro (C. Buddingh’-prijs) op.

Een roman van driehonderd pagina’s vraagt tijd; een bundel met vijftig gedichten ook. Beide vergen vakmanschap, discipline en toewijding, maar het huidige verschil in beloning suggereert dat het ene meer arbeid vereist dan het andere. Die gedachte is niet alleen onjuist, maar ondermijnt het literaire ecosysteem zelf.

Jonge schrijvers die moeten kiezen tussen poëzie en proza, zien heus welke richting meer kans op erkenning en inkomen biedt. De keuze is dan snel gemaakt – niet omdat ze de poëzie niet liefhebben, maar omdat het systeem hen ontmoedigt zich toe te leggen op poëzie. Zo ontstaat een kettingreactie: minder belangstelling betekent minder dichters, minder dichters betekent minder publicaties, minder publicaties betekent minder lezers, minder lezers betekent minder belangstelling. Het argument dat poëzie minder verkoopt, verklaart niets: het is juist gevolg van het gebrek aan investering. Wat geen aandacht krijgt, groeit niet.

Ook in het onderwijs is het aanbod schraal. Docenten doen hun best, maar binnen het curriculum is nauwelijks tijd om serieus aandacht aan poëzie te besteden. Jongeren leren dat poëzie niet tot de kern van cultuur behoort. Poëzie wordt gepresenteerd als een moeilijk genre, als iets voor fijnproevers. Wie nooit leert dat taal meer kan zijn dan informatie, zal ook minder gevoelig worden voor wat taal kan betekenen. Poëzie-onderwijs zou juist een oefening in vrijheid kunnen zijn: een plek waar leerlingen spelen met klank, betekenis en verbeelding. Maar daarvoor is moed nodig van scholen en beleidsmakers – de moed om iets te onderwijzen wat niet direct meetbaar is.

Verdediging

Daarin ligt de kern van het probleem, in het neoliberale denken dat literatuur meetbaar moet zijn: in oplages, kijkcijfers, clicks. Een roman – met zijn nadruk op plot en personage – leent zich goed voor marketingcampagnes; poëzie niet. Het gevolg is dat de prioriteit bij uitgevers, festivals en fondsen ligt bij wat winst oplevert. De rest krijgt minder ruimte en moet andere wegen opzoeken om zich te laten zien. Zo sluipt de marktlogica, die haaks staat op wat kunst beoogt, in de cultuur. Poëzie is vandaag niet winstgevend in economische zin, maar van onschatbare waarde in menselijke zin. Een samenleving die uitsluitend investeert in wat verkoopt, verliest op termijn alles wat van waarde is.

Poëzie is een oefening in waakzaamheid. Wie gewend is aan de meerduidigheid van een gedicht, herkent ook de retorische trucs van politici, reclame of algoritmes

Een samenleving die haar poëzie laat uitsterven, laat de kritische dimensie van haar taal verdwijnen. Want wie geen gevoel meer heeft voor ambiguïteit, valt sneller voor simplistische taal. Poëzie leert dat elk woord meer dan één waarheid kan bevatten. Poëzie scherpt onze gevoeligheid voor taal. Ze leert ons hoe woorden kunnen verleiden of misleiden, hoe ritme en herhaling argumenten kracht verlenen, hoe stilte soms meer zegt dan een betoog. In een democratie is dat onmisbaar. Wie gewend is aan de meerduidigheid van een gedicht, herkent ook de retorische trucs van politici, reclame of algoritmes.

Poëzie is een oefening in waakzaamheid. Wanneer we die oefening verwaarlozen, verliezen we niet alleen een kunstvorm, maar ook een verdedigingslinie. De taal van de macht is vaak glad, efficiënt, overtuigend; de taal van de poëzie is traag, onhandig, zoekend. Poëzie ondervraagt continu de taal zelf, het narratief en wat er gezegd kan worden. Ze biedt meer ruimte en vrijheid voor individualiteit, omdat ze vormloos mag zijn, en alle vormen mag aannemen.

Poëzie zou het laboratorium van taal moeten zijn waar maatschappelijke vernieuwing begint. Maar zolang we haar niet zien, blijft ze in de marge preken voor de eigen parochie.

Allianties

Er zijn tekenen van waardering. Al meer dan een kwarteeuw organiseren Poetry International en het Poëziecentrum in Nederland en Vlaanderen de Poëzieweek. En het hele jaar door programmeren die organisaties boekvoorstellingen en literaire evenementen, en geven ze workshops aan jong en oud in scholen en bibliotheken. Elke twee jaar worden een nieuwe Dichter der Nederlanden en Dichter*es van België verkozen, en talloze gemeenten benoemen een stadsdichter. Toch krijgen diezelfde dichters in het dagelijks literaire verkeer nauwelijks ruimte of inkomen.

Publiceer op nieuwssites dagelijks één gedicht – niet als luxe, maar als onderdeel van cultuur

Wat moet er dan gebeuren? De eerste stap is eenvoudig: geef poëzie meer plaats in de publieke ruimte. Laat kranten en tijdschriften structureel bundels bespreken. Laat televisieprogramma’s dichters uitnodigen als gesprekspartner, niet als curiosum. Publiceer op nieuwssites dagelijks één gedicht – niet als luxe, maar als onderdeel van cultuur. Ook buiten de media kan zichtbaarheid worden hersteld. Gedichten op stations, in trams, op gevels: kleine ingrepen met een groot effect. Wie dagelijks poëzie tegenkomt, ontdekt vanzelf dat taal meer kan zijn dan verkeer van informatie.

Een vitale literaire cultuur is er een waarin prijzen voor proza en poëzie gelijkwaardig zijn, waarin tijdschriften en uitgeverijen die zich aan poëzie wijden structurele subsidies krijgen, en waarin dichters in residentie kunnen werken zonder financiële stress.

Poëzie zou veel steviger verankerd moeten zijn in het curriculum. Laat leerlingen schrijven, voordragen, spelen met taal. Poëzieonderwijs ontwikkelt taalgevoel, verbeeldingskracht en empathie.

En waarom geen allianties sluiten van Nederlandstalige poëzietijdschriften die samen publicatieprojecten opzetten? Waarom geen gezamenlijke database, een digitale bibliotheek waar lezers oude en nieuwe stemmen kunnen ontdekken? Universiteiten in Nederland en Vlaanderen zouden veel meer partnerschappen kunnen sluiten, uitwisselingen organiseren tussen jonge dichters, vertalers en onderzoekers. Ook uitgebreide samenwerking met het Caribisch gebied ligt voor de hand: de Nederlandstalige poëzie is rijk en meertalig, en dat mag zichtbaar worden. Zo’n netwerk zou niet alleen de productie stimuleren, maar ook discussie en reflectie. Poëzie leeft van ontmoeting; ze verdort in afzondering.

Herwaardering van poëzie vraagt meer dan beleid: ze vraagt een verandering van houding. We moeten opnieuw leren lezen met aandacht. In een tijd van algoritmische afleiding is dat een daad van verzet. Lezen is luisteren. En wie leert te luisteren naar een gedicht, leert ook beter te luisteren naar een ander.

Poëzie is geen luxeproduct. Ze toont dat taal meer kan zijn dan een instrument; dat woorden plekken kunnen zijn waar mensen elkaar ontmoeten zonder bezit of belang.

Alara Adilow

Alara Adilow (1988) is een Nederlandse dichter van Somalische afkomst. Haar debuutbundel Mythen en stoplichten (2022) werd bekroond met de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh’-prijs.

Foto © Bob Bronshoff / Uitgeverij Prometheus

Reacties

  • Carl De Strycker

    Eergisteren was het de dag van de peulvrucht. Ik ontmoette ’s ochtends een bekende dichter die mij zei: ‘alles waarvoor er een dag bestaat, daarmee gaat het niet goed’, waarmee hij natuurlijk meteen ook iets gezegd had over Gedichtendag. Hij heeft misschien een punt, maar ik heb Gedichtendag toch altijd gezien als een feestelijke dag, en moment waarop poëzie uit de marge gehaald wordt met allerlei toffe activiteiten en een campagne die haar gelijke niet kent. Gedichtendag en Poëzieweek zijn uniek in de wereld!
    Ik ben dan ook ontzettend geschrokken van dit stuk van Alara Adilow. Het is niet alleen alsof iemand het feestje komt vergallen, het getuigt ook van onwetendheid over de vele initiatieven die er al bestaan. Uiteraard is het goed om niet blind te zijn voor de realiteit – poëzie bevindt zich in de marge, de vraag is of dat ooit anders is geweest; de vraag is of dat met bijvoorbeeld opera niet ook zo is, de vraag is of dat überhaupt kan veranderen, al ben ik het er roerend mee eens dat er nooit voldoende poëzie kan zijn, en dat je zoveel mogelijk mensen de kans moet geven om ermee in aanraking te komen.
    Wat zo schokkend is aan dit stuk, is dat de auteur ervan zich niet bewust is van wat er allemaal bestaat – zich eigenlijk niet geïnformeerd heeft en dus voor een stuk uit haar nek kletst. Ik zet dus graag wat dingen recht, het meeste van waar hier om gevraagd wordt, bestaat gewoon en de mensen die hard aan de kar trekken, voelen zich minstens aangesproken door de loze beweringen die hier zomaar gedebiteerd worden.
    Hoezo wordt poëzie niet aan de unief behandeld? Op welke gegevens is deze aanname gebaseerd? Alleszins zijn er poëziecolleges aan de afdelingen Nederlands in Gent, Leuven, en Münster, afdelingen waar ik zelf gewerkt heb, en ik maak mij sterk dat in de andere opleidingen neerlandistiek poëzie niet afwezig is.
    Geen enkele auteur wordt gedwongen om meer ‘commerciële’ genres te beoefenen. De letterenfondsen in Vlaanderen en Nederland hebben beurzen die dichters even sterk ondersteunen als romanciers. Overigens is de bewering dat romans schrijven meer opbrengt dan poëzie een loze bewering – ook de doorsnee romancier kan niet van de verkoop leven in dit taalgebied. Meer nog: ook in grotere taalgebieden is dat niet evident. Ik wijs graag op de recente publicatie van Antoine Compagnon met de provocerende titel ‘La littérature, ça paye’. Al een geluk dat wij letterenfondsen hebben die gul zijn met ondersteuning van literaire makers en daarbij extra inzetten op kwetsbare genres als poëzie (subsidieregelingen die de auteur toch kent, want ze maakt er gebruik van).
    Ook is het een vergissing om te denken dat er weinig poëzie verschijnt. Anders dan in de ons omringende taalgebieden zetten de grote, commerciële uitgeverijen nog steeds in op het genre, ondanks het feit dat dat zelden winstgevend is. Akkoord: minder dan vroeger, maar het boekbedrijf staat flink onder druk, en hoe idealistisch je ook bent, je mag nooit vergeten dat het een ‘bedrijf’ is – letterlijk – dat wil zeggen dat literatuur, ook poëzie, naast een artistiek aspect ook altijd een economisch aspect heeft. Daarnaast zijn er moedige kleine uitgeverijen die veel poëzie publiceren, ik denk aan Uitgeverij P, Poëziecentrum, Vleugels, Koppernik. Alles bij elkaar verschijnt er best veel poëzie en dus niet in de marge – wie wil weten hoeveel bundels er gepubliceerd worden, kan in de lijsten terecht die het poëzietijdschrift ‘Awater’ elke aflevering publiceert. Wie wel eens in een poëziejury heeft gezeten, is onder de indruk van hoeveel er gepubliceerd wordt.
    In het onderwijs is er weinig aandacht voor literatuur, niet specifiek de poëzie wordt benadeeld, maar er zijn tal van enthousiaste leerkrachten die hun leerlingen toch in aanraking brengen met goede schrijvers. Bovendien wordt poëzie er al lang niet meer gepresenteerd als moeilijk, maar ligt de nadruk op leesplezier. Ik wijs ook graag op het initiatief Poëziesterren (zie voor secundair onderwijs: https://www.poeziecentrum.be/projecten/poeziesterren-secundair-onderwijs; voor basisonderwijs: https://www.poeziecentrum.be/projecten/gouden-poeziemedaille-en-poeziesterren-basisonderwijs) met een hoge penetratiegraad.
    Vanwaar komt de vraag naar een marketingcampagne voor poëzie? De hele Poëzieweek IS een marketingcampagne voor het genre, ondersteund door tal van literaire partners en betaald door de overheid. Ik ken geen enkel ander taalgebied waar dat gebeurt. Overigens ken ik ook niet de grote marketingcampagnes rond romans, enkel de campagne rond ‘Alkibiades’ van Ilja Leonard Pfeijffer (een boeiende, zeker nader te bestuderen case).
    Zeker is het zo dat de aandacht in kranten en andere media voor poëzie geslonken is, toch in de vorm van recensies, maar kijk eens goed? De gedichten van de Dichter der Nederlanden verschijnen in de krant, De Standaard heeft dit jaar elke maand een gedicht bij een muziekproject van pianiste Marie François die aan de slag is met Tsjaikovski (zie: https://www.standaard.be/media-en-cultuur/boeken/een-jaar-lang-brengt-de-standaard-elke-maand-een-gedicht-bij-tsjaikovskis-de-seizoenen-seizoenen-wijzen-ons-de-weg/117951216.html), De Morgen heeft Yannick Dangre als huisdichter die in puntige verzen op de laatste bladzijde de actualiteit commetarieert.
    Er is best veel poëzie in de openbare ruimte, Kila van der Starre inventariseerde die (zie: https://straatpoezie.nl/straatpoezie/) en in het station van Antwerpen Centraal is het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen aangebracht. Dichters hebben net zoals alle andere auteurs heel veel residentiemogelijkheden in binnen- en buitenland (zie de sites van de letterenfondsen voor opties) en in de DBNL (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren) zitten talloze gedichten, zomaar gratis toegankelijk: https://www.dbnl.org/
    Dat allemaal niet in rekening brengen, getuigt minstens van onwetendheid, en van journalistieke luiheid. Voor je straffe uitspraken doet, moet je je wel eerst informeren. Iedereen die de poëzie vurig verdedigt, heeft in mij een medestander; maar de opmerkingen moeten dan wel gebaseerd zijn op feiten.

  • dirkvandenberghe

    Mooi pleidooi. Misschien tijd voor een maandelijkse rubriek met aandacht voor poëzie, naar analogie met de debutantenrubriek De Eerste Keer?

  • Elise Vos

    Mooi stuk, ik ben het er volledig mee eens. Onbekend maakt onbemind, vooral als het gaat om een literair genre of een niet-gehypete auteur. Een doorsnee lezer zal in eerste instantie niet zomaar naar een dichtbundel grijpen. Poëzie verdient een duidelijkere plek in de samenleving. Zoeken naar verschillende betekenissen, woorden wikken en wegen, de muzikaliteit van verzen, de troost van symboliek, … Het zijn onmisbare bestanddelen van een samenleving die voor een groot deel berust op (schriftelijke) communicatie. Neem de poëzie weg en de taal wordt armer, vlakker, kleurlozer, saaier. Er is nog veel werk aan de winkel, maar ik ben er van overtuigd dat vele dichters, lezers en initiatiefnemers zich van die taak willen kwijten.

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003c300000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)