In een gestoorde wereld is waanzin niet gek, tonen documentaires De manager en The Desert of the Real
Maartje Bakers volgt in De manager werknemers tijdens functioneringsgesprekken. Luuk Bouwman laat in The Desert of the Real zes mensen aan het woord die een psychose meemaakten. Beide regisseurs stellen dezelfde vraag: wat doe je als jouw ervaringen niet stroken met die van de ander?
Een filosoof, een psycholoog en een kunstenaar wandelen rond in het decor van hun eigen leven. Zo blikken ze terug op hoe ze de realiteit waarnamen toen ze in een psychose zaten. Het was alsof ze in een film over hun eigen leven speelden. Net als nu weer eigenlijk, als ze hun verhaal doen in de documentaire The Desert of the Real, waarin Luuk Bouwman (Gerlach, De propagandist) zes mensen volgt die een psychose meemaakten.
Bouwman laat doorschemeren dat de omgevingen waarin hij zijn “personages” filmt, soms decors zijn. Heel even toont hij de setlampen, de trussen en de schragen achter wat geen muren maar decorpanelen blijken. Hij maakt de kijker ervan bewust dat die – net als iemand die in een psychose zit – niet altijd kan inschatten wat wel of niet geënsceneerd is, wat waar is en wat fictie. Hij laat zien dat er altijd een kader, een blikveld is vanwaaruit de wereld in wordt gekeken: door vanachter een raam vanuit een soort controlekamer een ander vertrek in te kijken.
Het is een mooie metafoor voor hoe onze hersenen de informatie filteren die via onze ogen binnenkomt. Ons brein vormt die data om tot een min of meer coherent verhaal van de werkelijkheid – een werkelijkheid die door meerdere mogelijke gezichtspunten voor verschillende uitleg vatbaar is.
Hoe absurd meervoudig die “realiteit” is, blijkt bijvoorbeeld wanneer filosoof en taalwetenschapper Wouter Kusters even het oogcontact met zijn interviewer verbreekt om heel stellig, recht in de camera te zeggen: “Dit is geen film. Dit is écht!”
Waar voor hem. Maar niet voor ons.
Decors en decorum komen ook aan bod in De manager, nog een documentaire die speelt met het kader en de perceptie en zich afvraagt wat werkelijk of waar is. Regisseur Maartje Bakers zet de kijker via een point of view-shot (waarin de camera je door andermans ogen laat kijken) in de stoel van werknemers tijdens functioneringsgesprekken. We kijken dus de managers aan die aan de andere kant van de tafel het gesprek leiden, terwijl we van de werknemer alleen de stem horen. Het decor wordt gevormd door inwisselbare, zakelijk ingerichte werkruimtes en kantoren. Alles ademt functionaliteit en representativiteit.
Achter een glazen wand zit een man in een kale werkkamer gebogen over zijn scherm. Boven hem aan de muur hangt in chocoladeletters: “Enjoy the journey”. Die te genieten reis gaat – getuige daarvan een poster naast een koffiemachine met daarop drie juichende figuurtjes – via “prestatie” en “ontwikkeling” naar “werkgeluk”. “Zo doen we dat”, dicteert de reclameplaat. In een training voor managers vertelt een man zijn toehoorders bij een powerpointfoto van een uitzinnig lachende vrouw dat gelukkige werknemers wel 37 procent beter presteren.
De knarsende kabels van de langs het transparante glas omhoog zwoegende lift, die de managers van de werkvloer beneden naar de boardroom bovenin tilt, illustreren dat achter de gestapelde etages een gelaagde werkelijkheid schuilgaat die weerbarstiger is dan het gelikte decor, de blije posters en de mooie praatjes willen doen geloven.
Rode pil
Tijdens het toneelstukje dat het functioneringsgesprek heet, krijgen de werknemers van hogerhand vrolijk een werkelijkheid voorgeschoteld. Maar de weerstand blijkt fors. Een “groentje” dat probeert de rollen om te draaien, roept na zijn eerste jaar in een nieuwe werkfamilie zijn “vaderlijke” manager – met wie het al vaker botste – ter verantwoording: “Dan ga je in de aanval en dat is heel intimiderend. Ik word dan emotioneel en dat wil ik niet.”
Een man die ronduit zegt “al lang geen ontwikkelwensen” meer te hebben, zit tegenover een ongeïnspireerde manager die er zelf ook niet meer in lijkt te geloven. Als een robot draait ze vanachter een laptop haar riedeltje af, onder verwijzing naar de bedrijfswebsite en protocollen. Daaruit moet een contract met prestatie-afspraken voortvloeien dat de werknemer dient te ondertekenen.
Werknemers voeren functioneringsgesprekken in ‘De manager’. Wie niet mee wil of kan doen, wordt op de werkvloer genadeloos afgeserveerdAan een andere tafel zegt een vluchteling uit oorlogsgebied minder te willen werken om er thuis voor zijn familie te kunnen zijn. Hij treft een zich vierkant opstellende, afgetrainde manager die oogt als een legercommandant. Deze botte man vertaalt het verzoek onmiddellijk als een ontslag.
Een vrouw die haar manager vraagt of er een volgende keer eerst met de werkvloer kan worden overlegd voor er van hogerhand veranderingen worden doorgevoerd, krijgt van hem drie “ontwikkeltrainingen” aanbevolen om haar welwillendheid ten aanzien van veranderingen te bevorderen. Een man die thuis een ernstig ziek kind heeft en met angstaanvallen kampt, krijgt te horen dat als zijn inzetbaarheid over twee maanden niet is verbeterd, zijn contract waarschijnlijk niet wordt verlengd.
Uit Bakers’ documentaire blijkt hoe tijdens de rituele dans van het functioneringsgesprek een ongelijke machtsstrijd gaande is over de realiteit op de werkplek: the battle of the real. Die strijd vertoont opmerkelijke gelijkenissen met de ervaringen van mensen die met een psychose te maken krijgen. Want, zoals psycholoog en kunstenaar Jan Gerrit Schuurman zegt in The Desert of the Real: “We zijn voortdurend bezig ficties te bedenken om elkaar te laten geloven dat we een actieve rol hebben in wat er in het dagelijks leven gebeurt.”
Want wat is reëel? Wie bepaalt dat? Wat of wie is hier eigenlijk gek?
De mensen die een psychose kregen, omschrijven die vaak als kortsluiting in het hoofd na overmatige spanning en druk van verwachtingen die ze niet langer konden bolwerken. Ze gingen twijfelen aan zichzelf of de werkelijkheid, en kwamen er los van, omdat dat wat ze deden en wat ze wilden doen niet meer met elkaar te rijmen viel.
We moeten in de afgrond durven te staren, klinkt het in ‘The Desert of the Real’: ‘Als we steeds maar doen of er harde zekerheden zijn, houden we een schijnwereld in stand’Wanneer het decor van de dagelijkse fictie barst, beland je in “de woestenij van de werkelijkheid.” Het is een idee dat de franse socioloog Jean Baudrillard beschreef in zijn Simulacra en simulatie (1981): hoe in de moderne maatschappij de werkelijkheid en de representatie daarvan steeds verder van elkaar af komen te staan tot ze niets meer met elkaar te maken hebben. Hij onderscheidde vier stadia: van een natuurgetrouwe kopie via maskering naar een kopie zonder onderliggende werkelijkheid tot een simulacrum, dat in geen enkele relatie meer tot een werkelijkheid staat.
In de populaire dystopische film The Matrix (1999) ontdekt hoofdpersoon Neo dat de werkelijkheid waarin hij leeft zo’n simulacrum is dat aan zijn brein wordt gevoerd. Hij slikt een rode pil en ontwaakt in de nachtmerrie-achtige werkelijkheid daarachter, waarin menselijke lichamen als batterijen worden geëxploiteerd om intelligente machines draaiende te houden. “Welcome to the desert of the real.”
Dans naar de top
Wat doe je als je eenmaal doorziet dat de realiteit die je wordt gevoerd fictie is, als je achter de decorstukken hebt gekeken? Het gevecht aangaan met je eigen brein of zij die het narratief dicteren? Of laat je je liever meedrijven in de droom?
Op de werkvloer wordt wie meedoet in de van hogerhand gedicteerde werkelijkheid beloond. Wie niet mee wil of kan doen, wordt afgeserveerd. In De manager horen we een manager die hogerop wil zijn baas vertellen dat hij soms de hele dag alleen maar huilende werknemers spreekt, die hij weer optilt en terug het bos in stuurt. Uit een gesprek tussen een andere “veelbelovende” manager en zijn baas blijkt dat zijn veeleisende baan hem al zijn relatie heeft gekost. En nu vertelt zijn baas hem dat “de dans” richting de top vereist dat hij hem achter zijn masker laat kijken; dat hij zijn ware ik laat zien. Wil de baas zijn woestijn zien, om de houdbaarheid in te kunnen schatten van de fata morgana die hij daarop wil planten?
Achter de gestapelde etages gaat een weerbarstige werkelijkheid schuil in ‘De manager’In The Desert of the Real zegt filosoof Wouter Kusters, na de soms zeer poëtische, soms wanhopige waanzin van de woestenij te hebben beleefd, niet meer terug te willen naar de fictie van de realiteit: in zijn boeken pleit hij ervoor om in de afgrond te blijven staren. Juist de ambiguïteit van wat we met zijn allen als realiteit accepteren, is volgens hem de sleutel tot een diepere waarheid. “Als we steeds maar doen of er harde zekerheden zijn, houden we een schijnwereld in stand, een gemeenschappelijke waanzin, die alle complexe vragen afdekt.”
Dat is precies de wrijving die in De manager aan de orde komt: dat de huidige “realiteit” van de werkvloer met zijn onhaalbare eisen aan werknemers, die continu worden geacht aan een “verbeterde” versie van zichzelf te werken, niet langer houdbaar is. In The Desert of the Real definieert psychiatrisch zorgverlener en psychose-ervaringsdeskundige Eloy Vos gekte als een volkomen normale reactie op een krankzinnige realiteit: “Normaal is dat je in een volkomen gestoorde wereld leeft. Ik vind dat als je daarop reageert met verbijstering of met vervreemding, je in wezen een normale reactie geeft.”
The Desert of the Real van Luuk Bouwman, vanaf 13 augustus in Nederlandse filmtheaters. De manager van Maartje Bakers, vanaf 3 september in Nederlandse filmtheaters.







Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.