Miet Warlop en Dries Verhoeven op de Biënnale van Venetië: ‘Je mag niet ingekapseld geraken’
Voor het eerst sturen België en Nederland kunstenaars die de grens opzoeken tussen beeldende kunst en performance naar de Biënnale van Venetië. Miet Warlop en Dries Verhoeven over hun plek op het iconische festival: ‘We zijn onderdeel van een nationale imagocampagne. Tegelijk mogen we de problematische kant daarvan blootleggen.’
De eenenzestigste Biënnale is een bijzondere editie voor de Lage Landen. Dries Verhoeven zorgt er in het Rietveldpaviljoen voor dat het Nederlandse zelfbeeld zes keer per dag in duigen gaat. En Miet Warlop herschept het Belgische paviljoen tot een hoopvolle tempel vol rituele beweging. Zo worden het beide paviljoenen, gezusterlijk naast elkaar in de Giardini, voor het eerst ingevuld door kunstenaars die met één been in de performance staan en met het andere in de beeldende kunst. Hoe kijken deze compromisloze makers met hun grillige signaturen naar hun selectie voor dit prestigieuze kunstenfestival?
Dries Verhoeven vertegenwoordigt Nederland op de Biënnale van Venetië: ‘Ik word altijd blij van kunstwerken die niet geruststellen, maar ons juist doodsbang maken’ © Willem Popelier
Dries Verhoeven (1976) is scenograaf van opleiding en bracht zijn eerste professionele jaren door in theaterkringen, voor hij besloot vooral buiten de zalen eigen werk te gaan maken. In dat werk is de ruimte nooit zomaar decor, maar steeds een plek waar iets kan gebeuren. Iets gevaarlijks, iets opwindends dat de toeschouwer “laat trillen”, zoals hij dat noemt. Het leidt al van bij het begin van zijn parcours tot voorstellingen en installaties die op zijn zachtst gezegd de aandacht trekken. Voor Ceci n’est pas… (2013) plaatste hij in een drukke winkelstraat vitrines met levende “afwijkingen”: een vrouw met dwerggroei, een halfnaakte vader met zijn dochtertje op schoot. In The Narcosexuals (2022) laat hij de toeschouwer binnenkijken in een appartement waar zes naakte mannen zich overgeven aan extatische seks en ongeremd drugsgebruik. Toch is Verhoevens doel nooit de platte provocatie of het eenduidige politieke statement. Eerder probeert hij de toeschouwer ertoe te verleiden zichzelf en het eigen kijken in vraag te stellen.
Vandaag wordt het steeds moeilijker om dat morele ontregelen geregeld te krijgen, ondervindt hij: “Ik voel hoe mijn weigering tot morele stellingname programmatoren zenuwachtig maakt. Kunstinstellingen zijn op zoek naar heldere voorstellen, waarmee ze zich onvoorwaardelijk kunnen uitspreken voor pakweg een queer- of een duurzaamheidsagenda. Projecten waarbinnen alle toeschouwers, ook die in een gemarginaliseerde positie, zich veilig voelen. Wel, ik ga niet naar een kunstinstelling om me veilig te voelen. Ik wil dat ik op scherp word gezet. Ik word altijd blij van kunstwerken die niet geruststellen, maar ons juist doodsbang maken.”
Ceci n’est pas… van Dries Verhoeven, een performance uit 2013© Willem Popelier
In het werk van Miet Warlop (1978) lijkt de ontregelende energie zich vooral samen te ballen op de bühne. Haar performances zijn explosieve choreografieën waarin lichamen, materialen en muziek versmelten tot een roesachtig universum van schoonheid, samenhorigheid en uitputting. Ze is opgeleid als beeldend kunstenaar en won in 2004 verrassend de Jong Talentprijs op Theater Aan Zee in Oostende. Ze ontdekte dat de theaterzaal de plek is waar haar werk kan groeien als “groepsgesprek”, zoals ze zegt, onder de blik van anderen. Vroege performances als Springville (2009) of Mystery Magnet (2012) toonden hybride wezens tussen mens en object, in latere werken staat vaak een materiaal centraal, zoals gips in Dragging the Bone (2014) of zijde in het recente Inhale Delirium Exhale (2025). Met ONE SONG (2022) maakte ze een signatuurstuk dat een terugblik was op twintig jaar werk.
Warlop mikt niet zozeer op de ontregeling, maar zet vreugde en verbinding tussen publiek en performers voorop als basisvoorwaarde om het gesprek aan te gaan. Warlop: “Ik denk dat ik daarin ben geëvolueerd. Vroeger was mijn werk destructiever, vanuit een turbulentie in mezelf waarvoor ik oplossingen zocht. Vandaag reikt het veel meer de hand naar de kijker. Toen in 2016 de aanslagen in Brussel gebeurden, zaten we midden in de repetities van Fruits of Labor. We hebben toen met de ploeg alles overboord gegooid, en gedacht: laat ons samen blijven en het licht maken. Laat ons verbinden – in verlies, zonder de emoties te ontkennen.”
Voor België is Miet Warlop aanwezig in Venetië: ‘Ik probeer een wereld te tonen waarin je, letterlijk, samen iets kunt verzetten. Waarin je samen iets moet dragen, ook al is dat zwaar’ © Bea Borgers
Verhoeven herkent dat verlangen: “Ik denk dat ik zelf de laatste jaren ook meer met zachte hand te werk ga. Ook omdat je een toeschouwer verliest wanneer je hem te zeer schokt. De schok kan voor de toeschouwer een blokkade vormen om dóór te denken. Dus verbinding: zeker. Maar verzoening? Neen. Met verzoening zijn we symbolisch aan het lijmen wat in de wereld fundamenteel kapot is, terwijl ik denk dat de kunstinstelling de plek is waar we die gebroken wereld mogen aanschouwen.”
Jullie hebben qua disciplines een beetje de tegenovergestelde weg afgelegd. Dries, jij komt uit de theaterwereld maar kiest de laatste jaren meer voor ‘mobiel toeschouwerschap’, waarbij de toeschouwer zoals in een museum vrij is om diens kijkervaring te bepalen. Waarom?
Verhoeven: “De vraag of iets theater of beeldende kunsten is, interesseert me niet zo. Bij het bepalen van de vorm van een werk staat altijd de vraag voorop: wat moet het werk veroorzaken bij de toeschouwer en hoe zorg ik er zo gericht mogelijk voor dat het die impact heeft? Als ik vooral wil dat jij gaat trillen blijkt het in veel gevallen effectiever te zijn om jou zelf te laten bepalen hoe lang en vanuit welk perspectief jij aanwezig bent bij het kunstwerk.”
Verhoeven: ‘Met verzoening zijn we symbolisch aan het lijmen wat in de wereld fundamenteel kapot is, terwijl ik denk dat de kunstinstelling de plek is waar we die gebroken wereld mogen aanschouwen’
Warlop: “Er moet absoluut iets gebeuren – maar dat kan voor mij evengoed een reden zijn om voor de zaal te kiezen. Ik streef ernaar dat iedereen iets doormaakt: de performers, maar ook het publiek. Er moet iets op het spel staat voor ons samen. In Springville zit een figuur van een wandelende tafel, gedekt met borden en glazen. We hadden die borden en glazen discreet kunnen vasttapen op de rug van de performer. Maar dan is voor mij alles weg: het gaat erom dat zij zich bewust is van die breekbare spullen op haar rug, dat zij dat bestek voelt schuiven, dat zij anders beweegt en de rust in zichzelf moet zoeken. Precies daardoor zit het publiek op het puntje van zijn stoel.”
Verhoeven: “We brengen elk op onze manier publiek in ruimtes die geladen zijn met energie, met spanning. Spanningloze ruimtes interesseren me niet.”
In welke mate vertrekken jullie oeuvres vanuit jullie eigen persoonlijkheid?
Verhoeven: “Ik denk nooit ‘ik wil het hier over hebben’. Meestal begint het vanuit de vraag ‘waarom voel ik me zo ongemakkelijk over iets?’, en de wens dat ongemak te vertalen naar de kijker. Die is uiteindelijk de centrale figuur, niet ikzelf.”
Warlop: “Dat is bij mij anders. Ik heb niet het gevoel dat ik ‘projecten ontwikkel’ – ik leef gewoon. En terwijl ik leef, werk ik, en terwijl ik werk, leef ik. Werken vormen in zekere zin dus altijd de afspiegeling van periodes in mijn leven, van evoluties in mijn denken en voelen. Sportband, waarmee ik ooit op Theater Aan Zee belandde, was de rauwe, onversneden verwerking van de dood van mijn broer – maar dat zei ik toen tegen niemand. Toen ik in 2022 ONE SONG maakte was dat een bewust opnieuw maken van die voorstelling, met volle openheid: ja, dit is gebeurd, zo zit het, dit ben ik. Toch zijn die twee voorstellingen niet hetzelfde – er zit twintig jaar doorleefde rouw tussen, met alles wat ik in die tijd heb geleerd, over kunst en over het leven.”
Die autobiografische wortel zorgt er wellicht voor dat het ‘politiserend potentieel’ van jullie werk anders is. Het werk van Dries is expliciet politiek, ook al neemt het nooit een helder politiek standpunt in. Jij hebt het niet zo voor statements, Miet.
Warlop: “Ik sta in de wereld, die komt ook op me af, het is niet alsof ik me niet bewust ben van de politieke realiteit. Maar je kan als kunstenaar kiezen om daarop te reageren, of niet. Mijn werk gaat over mensen, niet over statements. Ik hou me bezig met de existentiële realiteit: wat het betekent om een mens te zijn, hoe je je staande houdt in de wereld. Being alive is already a lot – al is dat wellicht voor sommigen niet politiek genoeg. Maar ik vind de druk op kunstenaars om statements te maken heel schadelijk.”
Warlop: ‘Sportband, waarmee ik ooit op Theater Aan Zee belandde, was de rauwe, onversneden verwerking van de dood van mijn broer – maar dat zei ik toen tegen niemand’
Verhoeven: “Helemaal mee eens. Het politiseren zit voor mij juist in het níét maken van statements, het trekken en duwen tegelijk.”
Warlop: “Wij weten het namelijk ook niet. Ik volg ook maar een beetje een onduidelijk pad, zonder dat ik weet waar me dat in dit leven zal brengen.”
Wat jullie nu zeggen, duidt in mijn ogen toch een ingrijpend verschil tussen jullie oeuvres. Allebei creëren jullie werelden-achter-de-verondersteld-normale-wereld. Dries toont hoe achter de dagelijkse normaliteit alle vormen van sociale en politieke ‘afwijkingen’ worden verdrukt. Onder datzelfde flinterdunne laagje dagdagelijksheid schuilt bij jou, Miet, vooral een existentiële afgrond.
Warlop: “Ja. De tastbare realiteit is onveilig en onbetrouwbaar, het lot kan elk moment toeslaan. Dat idee schuilt nog altijd onverminderd in mijn werk. Maar waar het vroeger een wrede vaststelling was waarmee je als toeschouwer alleen werd gelaten, probeer ik nu een antwoord te geven, door samen te blijven. Wellicht kan ik pas nu, door ouder te worden, aanvaarden dat er mensen zijn die klaarstaan, die me helpen wanneer ik daarom vraag. En durf ik op die verbinding te vertrouwen.”
Beeld uit Mystery Magnet, een voorstelling van Miet Warlop uit 2012© Reinout Hiel
Wereldbeeld
Verhoeven en Warlop brengen performance op De Biënnale, een zeven maanden durende tentoonstelling over beeldende kunsten. Bovendien staan ze er allebei om bekend behoorlijk compromisloos te zijn. Maar hoe ben je compromisloos binnen een machine als de Biënnale, die vanwege haar geschiedenis en prestige wellicht een van de belangrijkste kunstenfestivals ter wereld is?
Verhoeven grijnst. Voor een kunstenaar die steevast op zoek is naar de “zwakke plekken” – van ruimtes, van publieken, van instituten – is zo’n bastion een heerlijke uitdaging: “Het gaat er altijd om te kijken wat er op een plek al aanwezig is, en op welke manier je dat dan kan omdraaien. Dat is essentieel om als kunstenaar niet ingekapseld te geraken.”
Tijdens zijn interventie The Fortress transformeert het lichte, hoge, modernistische Rietveldpaviljoen op gezette tijden tot haar tegendeel. Het naoorlogse optimisme dat het Nederlandse zelfbeeld van tolerantie en breeddenkendheid bekrachtigt, verandert zes keer per dag in een richtingloze, chaotische donkerte. Met daarbinnen: de aanwezigheid van een performer.
Een beeld uit The Fortress, de performance op de Biënnale waarmee Dries Verhoeven het Nederlandse paviljoen op gezette tijden verandert in een richtingloze, chaotische donkerte © Willem Popelier
Verhoeven: “Ik wilde absoluut met het paviljoen zelf werken. Een monument is een manier om de tijd vast te houden, maar dat is juist het probleem. We staan daar allemaal broederlijk naast elkaar, de westerse koloniale machten uit de naoorlogse periode. Naar welk wereldbeeld kijken we eigenlijk? De kunst in die paviljoens kan nog zo vooruitstrevend zijn; het is de politieke constellatie zelf die ik hoop te bevragen. En ja, natuurlijk zijn mijn plannen een gevecht geweest met de Biënnale. Het paviljoen is een beschermd monument, je mag er geen steentje verleggen.”
Met IT NEVER SSST herschept Miet Warlop het Belgische paviljoen tot een hedendaagse tempel, een chant room waar zes performers en een beeldhouwer reageren op het appel van de wereld. In een rituele beweging worden honderden, vierkante alto-reliëfs uit stuc aan elkaar doorgegeven, naar elkaar toegegooid, overhandigd aan de bezoekers en ten slotte opgehangen aan de muren. Op de stucs zijn (fragmenten van) woorden te lezen in vier talen. De woorden dansen door de ruimte, tot leven gezongen door de performers onder begeleiding van livemuziek.
Warlop: “Ik probeer een wereld te tonen waarin je, letterlijk, samen iets kunt verzetten. Waarin je samen iets moet dragen, ook al is dat zwaar.”
De performers zullen niet permanent aanwezig zijn, ze spelen een zestigtal ‘shows’ gedurende de Biënnale. Hoe zit dat?
Warlop: “IT NEVER SSST is een autonoom beeld dat ook iets vertelt zonder performers. Het is voor mij heel verfrissend om weer naar de sculpturale kant van mijn werk te worden getrokken.”
Beeld van Miet Warlops IT NEVER SSST, de performance waarmee ze het Belgische paviljoen in Venetië herschept tot een chant room © Reinout Hiel
Performance maakt al langer deel uit van de beeldende kunsten en de Biënnale, zie Tino Sehgal en Ersan Mondtag in vorige edities. Toch is het voor België en Nederland de eerste keer dat het paviljoen een performatieve invulling krijgt. Hoe komt dat?
Warlop: “Ik denk dat wij in België, of in Vlaanderen, heel erg goed zijn in theater, waardoor de focus minder snel gaat naar hybride vormen die meer aanleunen bij de beeldende kunsten. De geldstromen binnen die disciplines lopen ook anders.”
Verhoeven: “In Nederland heeft het zeker te maken met de werking van de fondsen. We hebben hier geen Arts Council, zoals in Engeland, waarin overkoepelend wordt gekeken. Dat geeft ons een ‘nationale’ achterstand: er is een huiver om performance af te vaardigen als dé Nederlandse inzending terwijl er ook heel veel goede ‘zuivere’ beeldend kunstenaars zijn. Maar als alle landen die redenering volgen bevestigen we met z’n allen de hele tijd wat de beeldende kunsten waren en moeten zijn. Dan worden ze nooit een interdisciplinaire plek, terwijl dat in de realiteit van het kunstenveld wel al zo is.”
Verhoeven: “In Nederland heeft het zeker te maken met de werking van de fondsen. We hebben hier geen Arts Council, zoals in Engeland, waarin overkoepelend wordt gekeken. Dat geeft ons een ‘nationale’ achterstand: er is een huiver om performance af te vaardigen als dé Nederlandse inzending terwijl er ook heel veel goede ‘zuivere’ beeldend kunstenaars zijn. Maar als alle landen die redenering volgen bevestigen we met z’n allen de hele tijd wat de beeldende kunsten waren en moeten zijn. Dan worden ze nooit een interdisciplinaire plek, terwijl dat in de realiteit van het kunstenveld wel al zo is.”
Verhoeven: (knikt) “We zijn zo verbonden met onze apparaten en ook onze kunstconsumptie verloopt individueel. Het wordt dit jaar heel bijzonder om in aanraking te komen met zoveel levende, ademende lichamen.”
Verhoeven: ‘Natuurlijk zijn mijn plannen een gevecht geweest met de Biënnale. Het paviljoen is een beschermd monument, je mag er geen steentje verleggen’
Ervaren jullie je selectie voor de Biënnale als een erkenning of een bekroning?
Warlop: “Zeker. Plots stel ik vast dat ‘het systeem’ – dat ongrijpbare samengaan van commissies, ambtenaren, een minister – waarvan ik mij al twintig jaar afvraag of het mij wel ziet, mij al die jaren heeft gevolgd. Dat doet deugd.”
Verhoeven: “Ik sta ambivalent tegenover dat hele idee van nationale vertegenwoordiging. Of we het nu willen of niet, Miet en ik zijn onderdeel van de nationale imagebuilding en nog breder: de vanzelfsprekendheid van de natiestaat. Tegelijk krijgen we ook de ruimte om de problematische kanten daarvan bloot te leggen. Mochten ze mij vragen om voor een glittergordijn te doen alsof er geen genocide aan de hand is, zoals bij Eurosong, dan zou ik vriendelijk bedanken. Maar nu? Bring it on.”
Met de Biënnale lijken jullie een van de hoogste sporten van de carrièreladder te halen. Wat volgt hierna?
Warlop: “Er is er geen uitgestippeld carrièrepad. Er is gewoon mijn oeuvre: een lange, ononderbroken slang waarbij elk werk zich ontwikkelt uit de voorgaande. Ik probeer zo precies, eerlijk en geduldig mogelijk te zijn, de dingen te doen op het juiste moment.”
Verhoeven: “Hetzelfde als altijd: telkens iets anders. (lacht) Ik ben vijftig geworden, ik ga blijven proberen mezelf in een staat van paraatheid te brengen. Dat kost stress, energie en tijd – het zou zoveel makkelijker zijn om twee keer hetzelfde te doen. Maar dat lukt me nooit. Als ik zelf niet aan het trillen ga, doe ik het niet.”
Biënnale van Venetië, nog tot en met 22 november 2026
Belgisch paviljoen | Miet Warlop | Nederlands paviljoen | Dries Verhoeven





Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.