Publicaties
In ‘Black’ serveren Luk Perceval en NTGent nieuwe wijn in oude zakken
0 Reacties
© Michiel Devijver
© Michiel Devijver © Michiel Devijver
kunst

In ‘Black’ serveren Luk Perceval en NTGent nieuwe wijn in oude zakken

Een kunstenaar kan of mag elk verhaal vertellen. Er is geen enkele thematiek die een regisseur meer of minder zou toebehoren, omdat hij wit is bijvoorbeeld, of zwart. Alleen vraagt, neen eist elk verhaal zijn eigen, ‘juiste’ aanpak. Wat wringt bij Black, Luk Percevals verwerking van de (de)kolonisatiekwestie, is de eenstemmigheid geplaatst bovenop een verhaal dat schreeuwt om vele stemmen.

Black / The Sorrows of Belgium I: Congo is het eerste deel van een trilogie waarin Perceval onder de vleugels van NTGent belooft te dealen met drie Belgische trauma’s: na dit openingsdeel over de kolonisatie van Congo onder Leopold II komt de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog (Yellow) aan bod en daarna volgen de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel (Red).

In Black volgt Perceval het spoor van de Afro-Amerikaanse missionaris William Henry Sheppard (1865-1927), die in februari 1890 uit Virginia afreist naar het toenmalige Vrijstaat Congo, gechaperonneerd door zijn witte broeder Sam Lapsley. In de Vrijstaat wordt Sheppard geconfronteerd met de gruweldaden waaraan de Force Publique zich in naam van de Belgische regering (en het Belgische volk) bezondigt. Terug in de Verenigde Staten zal hij als een van de eersten publiekelijk getuigen tegen het regime van koning Leopold II.

Dominante witte cultuur

De verscheurende dubbelheid van Sheppards figuur is bij uitstek de angel van Black. Een ‘zwarte witte’ man reist af vanuit een continent waar hij als tweederangsburger alleen op haat en minachting stuit, naar een continent waar hij diezelfde haat en minachting in zijn gezicht terugkrijgt, gespiegeld in de behandeling van zijn ‘zwarte zwarte’ medemensen. Het is een historisch gegeven dat niet eens actualisering behoeft. Sheppards verhaal is dat van een zwart, geassimileerd lichaam dat wordt gesommeerd de dominante witte cultuur op te leggen aan ‘ongeciviliseerde’ lichamen.

[Tekst gaat verder onder de trailer]

In het mondig worden (of eerder: het eindelijk gehoord worden) van een hele gekleurde bevolkingsgroep doet zich vandaag diezelfde kwestie voor, waarbij zowel de dynamieken van integratie (denk aan de hedendaagse ‘zwarte witten’, de Bounty’s of Oom Toms) als appropriatie (met fenomenen als ‘witte redders’ of ‘white guilt’) heftig worden gepolemiseerd. En neen, ook al worden er misschien geen handen meer afgehakt; het fysieke geweld van toen is er allesbehalve metaforisch op geworden.

Fragmentarisch

Het probleem is dat we over die verscheurdheid (van Sheppard zelf, maar ook in maatschappelijke zin) in Black niet veel te weten komen. Dat ligt niet eens aan het feit dat Perceval, zoals hij wel vaker doet, fragmentarisch werkt en het verhaal opbouwt in een collage van stemmen die frontaal het publiek toespreken. Het gaat met andere woorden níét om het ontbreken van een psychologiserend narratiefje dat ons Sheppards lijden zou kunnen laten invoelen.

Het probleem is dat we over de verscheurdheid niet veel te weten komen

Het gaat over de globale, vormelijke logica, de productielogica van waaruit dit hele verhaal in opgezet. Op het eerste gezicht, op het oppervlakkige niveau van de tekst, is die multiperspectivistisch. Het collectief van acht spelers, dat Perceval consequent als één groep op de bühne houdt, geeft gestalte aan verschillende personages: Sheppard en Lapsley, senator John Tyler Morgan, missionaris George Grenfell, de moeder van Lapsley,… Daarbij is er nauwelijks casting: man en vrouw, zwart en wit spreken (soms ook letterlijk) door elkaar. De tekstfragmenten zijn bovendien niet allemaal historisch: ook de stemmen van James Baldwin, Jef Geeraerts, Lucas Catherine, Joseph Conrad… en die van de spelers zelf spreken mee.

Alleen volstaat het niet om tekstmateriaal bij acteurs, auteurs en grote denkers van de dekolonisatiebeweging naast elkaar te zetten, om ware meerstemmigheid te creëren. Meerstemmigheid betekent: toelaten dat je esthetiek, je methodiek, dat elke vormkeuze in vraag gesteld of op zijn kop gezet wordt. Toestaan dat het materiaal waarmee je werkt die vormkeuzes aantast, besmet, corrumpeert. Een deel opgeven van je auteurschap, dat auteurschap waarlijk openstellen.

Meerstemmigheid betekent: je auteurschap waarlijk openstellen

Black getuigt van niets van dit alles. Black getuigt vooral van een aantal dingen die Luk Perceval erg goed kan. Over zijn ambacht voor de grote zaal bestaat geen twijfel – ook in Black maakt hij met het licht van Mark Van Denesse, de sobere setting van scenograaf Annette Kurz en de in wittinten gehulde lijven van zijn spelers prachtige tableaux. Ook zijn talent voor acteursregie is gekend. Hij laat zijn spelers fysiek acteren op de live muziek van Sam Gysel, hij laat hun lichamen vibreren, dansen, schreeuwen, bezeten raken, sterven. Dat kan hij allemaal zó goed dat Black een echte vintage Perceval is geworden.

Het is duidelijk dat Perceval dit niet gewenst heeft: het was uitdrukkelijk zijn verlangen om de voorstelling samen te maken – en dat aanvoelen was juist: it takes a community to tell this tale, to sing this song. Black probeert erg hard die community te tonen, door de spelers samen te laten zingen en dansen op het podium, maar zonder de nodige inhoudelijke besmetting blijft zo’n vorm holle retoriek, ontdaan van diepte, platgeslagen door de productielogica zoals zoveel grote regisseurs in Europa die volgen – en die logica is er fundamenteel een van eenstemmigheid.

‘Zien jullie mij nu eindelijk?’

Het laatste halfuur van Black vormt het doorslaggevende bewijs voor het feit dat Perceval wezenlijk naast het potentieel van zijn onderwerp heeft gekeken. Wanneer het historische verhaal abrupt wordt afgerond (‘Sheppard stierf in 1927’), volgt nog een erg drammerig slot dat de sprong moet maken naar het huidige dekolonisatiediscours – terwijl het hele discours al de hele tijd in zijn voorstelling zat vervat, maar de regisseur het niet blootlegde.

Het is ironisch en ook een beetje pijnlijk dat Perceval actrice Aminata Demba aan het eind ‘als zichzelf’ laat optreden met een vraag aan het publiek die tegelijkertijd een opdracht is: ‘Zien jullie mij nu eindelijk?’ Demba vraagt het tevergeefs, want neen, we zien haar niet, onze blik ketst af. Luk Perceval staat in de weg.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be