‘’t Is goed vrouw te zijn, maar veel beter de baas’ – Anna Bijns hertaald door Joke van Leeuwen
Voor Historische Klassiekers, de Fixdit-podcast over vroegmoderne vrouwelijke schrijvers, hertaalde Joke van Leeuwen verzen van de zestiende-eeuwse Anna Bijns. Hier lees je een gedicht waarin het huwelijk geen ideaal is, maar een risico vormt. Met toelichting door Fleur Speet.
Ongebonden gelukkig zijn, vrouw zonder man
’t Is goed vrouw te zijn, maar veel beter de baas
Dus meisjes en weduwen, hoor mijn relaas:
Niemand moet trouwen met haast en met spoed
Men zegt: zonder man leven biedt geen soelaas
Maar zorg je zelf voor wat je hebben moet,
Kruip dan niet snel bij hem onder de roede.
Dit is mijn raad: wees op je hoede,
Want ik vermoed, zie het veel om me heen,
Als een vrouw trouwt, al heeft ze blauw bloed
En is ze zelf rijk, toch wordt ze meteen
Flink beteugeld. Maar blijft ze alleen
En als zij zich eerbaar gedraagt en sereen
Is zij baas en vrouw en geniet ze ervan!
Het huwelijk wijs ik niet af, maar je kan
Ongebonden gelukkig zijn, vrouw zonder man.
Frisse meisjes worden vaak lelijke vrouwen
Arme sloven, arme slonzen, die zich dat berouwen,
Dus ik in een huwelijk, nee, laat dat maar.
Want jammer genoeg, als zij een man trouwen,
Denken ze ’t vlammetje brandend te houen.
En dat breekt hen op, al na een halfjaar:
Och, het juk van het huwelijk is veel te zwaar!
Zij weten het, die dat juk hebben gedragen.
Dan roept de vrouw angstig als weer hier en daar
De man in de nacht zijn plezier na gaat jagen,
Drinkend en dobbelend, en niet op komt dagen:
Waar ben ’k aan begonnen, zo klaagt ze dan.
Geen vriend of familielid kan haar nog schragen.
Dus waag je er niet aan, als dat nog kan:
Ongebonden gelukkig zijn, vrouw zonder man.
(…)
Anna Bijns© Vera Anna Mae Polkamp
Een provocatie
Anna Bijns’ refrein ‘Ongebonden best, weeldich wijf sonder man’ is een zestiende-eeuws gedicht dat zijn scherpte behoudt omdat het op een grappige wijze zijn pijlen richt op een nog altijd bestaand instituut: het huwelijk. Niet door dat af te wijzen, maar door het nader te beschouwen. De herhaalde stokregel laat telkens de balans doorslaan naar vrijheid. Ongetrouwd zijn, zo luidt haar terugkerende conclusie, is allesbehalve een tekort. En dat in een tijd waarin trouwen de maatschappelijke verwachting was.
Het gedicht opent met een provocatie: “Het es goet vrouwe sijn, maer veel beeter heere.” Goed vrouw zijn is één ding, maar heer en meester zijn over het eigen leven is beter. Anna Bijns (1493-1575) richt zich expliciet tot maagden en weduwen, op wat zij kwijtraken. Het huwelijk verschijnt zo niet als romantisch ideaal, maar als een risico: verlies van autonomie, economische afhankelijkheid, lichamelijke kwetsbaarheid. Wie trouwt, krijgt “een worpriem aan het been”.
Joke van Leeuwen scherpt Bijns’ retorische helderheid verder aan. Al in de eerste regels kiest zij voor het woord dat alles samenvat: de baas. “’t Is goed vrouw te zijn, maar veel beter de baas”: een formulering die precies blootlegt wat bij Bijns op het spel staat. Ook het beeld van “onder de roede kruipen” krijgt bij Van Leeuwen een fysieke directheid die de machtsverhoudingen voelbaar maakt. De hertaling schuift het gedicht niet richting pamflet, maar maakt de argumentatie nuchter en ritmisch, met behoud van spot en ernst.
Dat dit refrein deel uitmaakt van een tweeluik (met het spiegelgedicht ‘Ongebonden best, weeldich man sonder wijf’) onderstreept Bijns’ wijsheid. Hoewel ze niet denkt in absolute tegenstellingen, is het toch de vrouwelijke stem die het meest urgent klinkt, als een raadgeving. Vrijheid, zo laat dit gedicht zien, is geen romantisch ideaal, maar een praktische en dus verstandige keuze. Niet toevallig bleef Bijns zelf ongehuwd. (Fleur Speet)











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.