Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Niet normaal: ‘Viraal Nederland’ beschrijft de taal en cultuur van de eerste coronagolf
0 Reacties
taal

Niet normaal: ‘Viraal Nederland’ beschrijft de taal en cultuur van de eerste coronagolf

Ook tijdens de eerste golf van de coronapandemie, voorjaar 2020, bestudeerden onderzoekers van het Meertens Instituut de taal en cultuur van het dagelijkse leven in Nederland. De resultaten daarvan zijn na te lezen in het boekje Viraal Nederland. Redacteur en onderzoeker Marc van Oostendorp licht de voornaamste bevindingen toe: van grapjes over hagelslag tot dialect als anker in een woelige tijd.

Toen Nederland in maart 2020 voor het eerst in een lockdown werd gebracht – een “intelligente lockdown” werd dat genoemd door de regering –, togen wij onderzoekers van het Meertens Instituut aan het werk. Alles was onzeker, het dagelijkse leven stond op zijn kop, ook bij ons. Maar precies dat maakte het tot een opwindende tijd. Er werd wc-papier gehamsterd, mensen stonden op hun balkons te zingen, op straten verschenen krijttekeningen en teksten als “houd moed”. Wat was hier aan de hand?

Het Meertens Instituut is een onderzoekinstelling van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) die de taal en cultuur van het dagelijks leven bestudeert. Nu is dat dagelijkse leven voor een mens ongeveer even lastig te onderzoeken als water voor een vis. Je moet leren de dingen te zien waarvoor je juist geen microscoop of verrekijker nodig hebt, die je iedere dag voor ogen staan en die je juist daarom niet opvallen. Het soort dingen waarvan je eerst, ook voor jezelf, moet aantonen dat ze bijzonder zijn. Als je dat eenmaal doorhebt, zie je ook hoe interessant en wonderlijk het alledaagse in wezen is: waarom bijvoorbeeld groeten we elkaar in een grote stad wel bij het krieken van de ochtend, als de meeste mensen nog slapen, maar niet meer als de rest van de stad ontwaakt is?

In een crisis kun je van nabij observeren hoe je medemensen omgaan met veranderingen

Voor dit soort kwesties is een crisis een dubbele zegen. In de eerste plaats is het gewone ineens voor niemand meer gewoon. Als alles op zijn kop staat, zie je ineens beter hoe het ook weer was om op je voeten te staan. En in de tweede plaats kun je als onderzoeker van nabij observeren hoe je medemensen omgaan met al die veranderingen: het wc-papier, het balkongezang, de krijttekeningen.

Hoewel ons dagelijkse werk, net zoals dat van bijna alle andere aardbewoners, ineens anders georganiseerd moest worden – we konden niet meer live mensen spreken, we konden geen participerend onderzoek doen op evenementen, we konden zelfs niet naar kantoor – hadden we ineens nieuwe mogelijkheden. Een groot deel van het leven ontrolde zich op het internet, en ons onderzoek dan ook.

We besloten een boekje te maken over onze bevindingen, dat we begin 2021 uitgaven als Viraal Nederland. Taal en cultuur van de eerste golf. Vooral die ondertitel was achteraf een gouden greep: de eerste golf had echt een ander karakter dan de tweede of de derde. Er was meer onzekerheid, er was meer onbekendheid. Waar na de zomer van 2020 allerlei instellingen en organisaties een nieuw normaal gevonden hadden, was in de eerste golf alles nog nieuw. (Om het even persoonlijk te maken: ik ervoer de eerste golf als een wak in de tijd, allerlei afspraken werden afgezegd omdat niemand wist hoe we ze zouden moeten doen, terwijl de introductie van Zoom en Teams betekende dat ik na de zomer meer heb vergaderd dan ooit tevoren.)

De eerste pogingen om nieuwe rituelen te vormen, waren doorgaans vooral lief

Je ziet dat bijvoorbeeld aan het onderzoek van mijn collega Theo Meder, onderzoeker van verhalen en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. “De hoeveelheid berichten op sociale media is dit jaar wel heel groot geweest”, constateert hij. Hij merkte ook meer op: dat de humor, zeker in eerste instantie, in vergelijking met eerdere rampen veel minder hard en morbide was. Er circuleerden vooral onschuldige grapjes (“Iemand heeft eindelijk de tijd om alle hagelslagjes op zijn boterham keurig recht in het gelid te leggen”). Zoals ook de echt harde complottheorieën pas na een tijdje kwamen opzetten en (wat) meer aanhang kregen. “Kennelijk kwam de dreiging nu te dichtbij”, schrijft Meder.

Ook de eerste pogingen om nieuwe rituelen te vormen die Irene Stengs beschrijft waren doorgaans vooral lief. Zo constateert ze dat de “coronacadeautjes” die de HEMA (Stengs noemt dat bedrijf “de materiële spiegel van de Nederlandse samenleving”) in maart en april aanbood, niet te onderscheiden was van die voor Valentijnsdag – “rozen, bonbons, chocolaatjes, ballonnen, snoepgoed: alles rood, roze, hartvormig of met harten”.

Tegen het eind van de eerste golf, of vlak erna, ontstonden er toch ook minder gezellige acties – zo bespreekt Stengs het “herdenkingsritueel voor de overleden democratie” dat de stichting Viruswaanzin eind juni organiseerde, en waarbij mensen overal in het land bloemen moesten neerleggen bij gemeentehuizen.

Stengs wijst in dit verband overigens op een ander opmerkelijke kant van haar onderzoek: dat rituelen in 2020 vaker in het nieuws waren dan ooit tevoren, en dat er veel meer discussie was over rituelen in verband met één onderwerp (de pandemie) dan anders het geval is. Het Nederlandse volk telde plotseling niet alleen miljoenen epidemiologen, maar ook miljoenen etnologen. De rituelen ontstonden dus onder het wakende oog van een oplettend publiek, wat overigens niet heeft kunnen verhinderen dat weinig van die nieuwe rituelen de zomer van 2021 hebben gehaald.

Rituelen waren in 2020 vaker in het nieuws dan ooit tevoren

Een ander opvallend aspect van de verschijnselen die we onderzochten, is dat ze tegelijkertijd lokaal waren én internationaal. Doordat zoveel contacten online waren, was er geen verschil meer tussen contact met je oma in Amstelveen of je neef in Australië. De complottheorieën en sommige van de rituelen hadden een internationaal bereik. Tegelijkertijd waren de specifieke grap over de recht gelegde hagelslagjes of de invulling van de dodenherdenking op een uitgestorven Dam op 5 mei natuurlijk specifiek Nederlandse invullingen hiervan.

Dat het lokale en het internationale in deze coronapandemie in internetdagen door elkaar heen liepen, blijkt ook uit een artikel van de taalwetenschappers Kristel Doreleijers, Marjo van Koppen en Jos Swanenberg, die laten zien hoe een gemeente als Rotterdam haar bewoners ineens in het Rotterdams aansprak, terwijl in Noord-Brabant mensen rondliepen met teksten in het Brabants. Het dialect was misschien een manier om in angstige tijden een lokaal anker te vinden.

Er staat veel meer in Viraal Nederland; het boek is inmiddels gratis online te vinden. Zo geeft Marike Hendriksen een overzicht van de reacties op eerdere luchtweginfecties, beschrijft Antal van den Bosch hoe hij voor de overheid de vinger aan de pols hield door automatische analyse van de taal op Twitter, beschrijven Sophie Elpers en Peter Jan Margry hoe mensen in enquêtes van het Meertens Instituut beschreven hoe zij de crisis hadden ervaren en geeft Markus Balkenhol inzicht in de manier waarop net in die eerste lockdown de internationale Black Lives Matter-beweging in Amsterdam gestalte kreeg.

Samen geven ze een eerste beeld van een periode waarover we nog lang zullen napraten. Inmiddels leven we hopelijk in de nadagen van die tijd, en gaan we terug naar een “normaal” – een normaal dat we voor altijd op een andere manier zullen bezien.

Marc van Oostendorp & Simone Wolff (red.), Viraal Nederland. Taal en cultuur van de eerste golf, Sterck & De Vreese, Gorredijk, 2021, 143 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.